Spring naar inhoud

Jaarrekening 2021

Inleiding jaarrekening 2021

Onze gezonde financiële positie stelde ons in staat in 2021 tientallen miljoenen euro’s te besteden aan onder meer het in goede staat opleveren van ruim 570 mutatiewoningen, het laten uitvoeren van ruim 7.300 reparaties, het toevoegen van negen nieuwbouwwoningen en het opleveren van ruim 180 gerenoveerde woningen.

Tegelijkertijd deden we ons werk zo efficiënt mogelijk, voerden we ons solide treasuryjaarplan uit, zorgden we dat we onze inkomsten optimaal waren en beperkten we onze risico’s tot een minimum. Zo kwamen we onder meer via een zorgvuldig traject tot de lijn een voorzichtige fiscale koers te blijven voeren. Mede hierdoor konden we ruimschoots voldoen aan de externe en interne normen en kengetallen, bleven we beschikken over een stevige buffer en behielden we het risicoprofiel dat voldoende borging door het WSW garandeert.

De beleidswaarde bedroeg circa 50% van de marktwaarde en was daarmee vergelijkbaar met het niveau in 2020. We realiseren ons dat de afslag op betaalbaarheid komende jaren wijzigt door het in 2021 geactualiseerde streefhuurbeleid.
We zetten grote stappen in onze vastgoedsturing. Het portefeuilleplan en CO2-koersplan stellen ons in staat komende jaren een gedegen projectenprogramma uit te voeren en in een eerder stadium op het juiste niveau de cruciale keuzes te maken. Dit betekent niet dat we achterover kunnen leunen. Een greep uit onze uitdagingen:

  • Het Coalitieakkoord 2021 - 2025 van het kabinet Rutte IV zet de volkshuisvesting op de kaart. Hoewel dit nog verder uitgewerkt moet worden, is helder dat dit zowel qua financiën als regelgeving gevolgen voor ons heeft;
  • De renovatie- en verduurzamingsopgave die we voor ons zien, is fors. Daarbij hebben we zelf steeds scherper onze ambities op de langere termijn in beeld. Gelet op wat er op dit vlak om ons heen gebeurt is de vraag aan de orde wat daarvan haalbaar zal zijn. Dit wordt versterkt door de aanhoudende prijsstijgingen in met name de vastgoedsector, de inflatiestijging die langer duurt dan aanvankelijk gedacht en de rente die voor het eerst sinds jaren weer stijgt. Dit heeft op de lange termijn effect op ons huishoudboekje. 
    Op dit moment beschikken we, ook ten opzichte van het sectorgemiddelde, over een gunstige verhouding tussen ons eigen en vreemd vermogen. Onze investeringsopgave zorgt er komende jaren voor dat deze verhouding verandert;
  • Op de kortere termijn zijn extra sociale huurwoningen in ons werkgebied nodig. We kunnen deze alleen bouwen als daarvoor voldoende geschikte locaties voor beschikbaar zijn. Net als op veel andere plekken in Nederland is dat ook in ons werkgebied een uitdaging;
  • Ons niet-DAEB-segment werd afgelopen jaren steeds kleiner. De geldstromen die hier in omgaan, zijn relatief groot. De oproep aan onszelf om een opvatting te hebben over onze niet-DAEB-tak wordt daarmee pregnanter.

Zowel onze eigen keuzes als externe factoren vragen dus van ons dat we alert zijn op wat er om ons heen gebeurt en dat we in staat zijn mee te bewegen. Maar ook dat we zelf, meer dan ooit, goed nadenken over de keuzes die ook op langere termijn gevolgen voor onze financiële continuïteit -en daarmee haalbaarheid van onze volkshuisvestelijke opgave- hebben. Het bepalen van die financiële polsstok en de keuzes die nodig zijn om deze te realiseren, zetten we in 2021 op de rails en brengen we komend jaar verder.

Gesterkt door de bevestiging van de Aw en het WSW dat dit voor corporaties de juiste manier is om naar hun financiële toekomst te kijken stel ik vast dat we op de goede weg zijn.

De directeur-bestuurder stelde de jaarrekening over 2021 op.

Els Birkenhäger, directeur-bestuurder

1. Balans voor resultaatbestemming

Activa

Activa (x € 1.000) 31 december 2021 31 december 2020
     
Vaste activa    
     
Vastgoedbeleggingen    
01. DAEB vastgoed in exploitatie 1.078.890  936.775 
02. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 70.559  64.400 
03. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 40.889  33.286 
04. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 1.054  2.050 
Totaal van vastgoedbeleggingen 1.191.392  1.036.511 
     
Materiële vaste activa    
05. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 2.917  2.906 
Totaal van materiële vaste activa 2.917  2.906 
     
Financiële vaste activa    
06. Latente belastingvorderingen 402  441 
07. Overige vorderingen 117  176 
Totaal van financiële vaste activa 519  617 
     
Totaal van vaste activa 1.194.828  1.040.034 
     
Vlottende activa    
     
Voorraden    
08. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop 1.272  1.337 
Totaal van voorraden 1.272  1.337 
     
Vorderingen    
09. Huurdebiteuren 1.165  1.170 
10. Latente belastingvorderingen 758  231 
11. Overige vorderingen 279  741 
12. Overlopende activa 2.457  1.583 
Totaal van vorderingen 4.659  3.725 
     
13. Liquide middelen 2.720  2.417 
     
Totaal van vlottende activa 8.651  7.479 
     
Totaal van activa 1.203.479  1.047.513 

Passiva

Passiva ( x € 1.000) 31 december 2021 31 december 2020
     
Eigen vermogen    
14. Herwaarderingsreserves 541.147  491.127 
15. Overige reserves 257.326  252.316 
16. Resultaat na belastingen van het boekjaar 146.073  55.030 
Totaal van eigen vermogen 944.546  798.473 
     
Voorzieningen    
17. Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen 7.088  9.058 
Totaal van voorzieningen 7.088  9.058 
     
Langlopende schulden    
18. Schulden aan banken 202.448  196.720 
19. Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken VOV 33.794  30.179 
20. Overige schulden 84  87 
Totaal van langlopende schulden 236.326  226.986 
     
Kortlopende schulden    
21. Schulden aan banken 6.411  5.476 
22. Schulden aan leveranciers en handelskredieten 3.315  1.802 
23. Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen 1.602  1.472 
24. Overlopende passiva 4.191  4.246 
Totaal van kortlopende schulden 15.519  12.996 
     
     
Totaal van passiva 1.203.479  1.047.513 

2. Winst- en verliesrekening

Winst- en Verliesrekening (x € 1000) 2021 2020
     
25. Huuropbrengsten 54.514  52.769 
26. Opbrengsten servicecontracten 2.997  2.553 
27. Lasten servicecontracten 3.361  2.767 
28. Lasten verhuur en beheeractiviteiten 5.018  4.688 
29. Lasten onderhoudsactiviteiten 26.193  20.770 
30. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 7.964  6.993 
Totaal van netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 14.975  20.104 
     
31. Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling 64  552 
32. Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling 65  558 
Totaal van netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling -1  -6 
     
33. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 3.903  6.317 
34. Toegerekende organisatiekosten 140  112 
35. Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille 2.694  5.559 
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 1.069  646 
     
36. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -5.115  -13.503 
37. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 142.642  56.446 
38. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille VOV 4.071  1.346 
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille 141.598  44.289 
     
39. Opbrengst overige activiteiten 165  496 
40. Kosten overige activiteiten 271  560 
Totaal van netto resultaat overige activiteiten -106  -64 
     
41. Overige organisatiekosten 5.916  1.587 
42. Kosten omtrent leefbaarheid 723  701 
     
43. Wijzigingen in de waarde van financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren 13 
44. Rentelasten en soortgelijke kosten 5.012  5.106 
Totaal van financiële baten en lasten -4.999  -5.098 
     
Totaal van resultaat voor belastingen 145.897  57.583 
45. Belastingen  176   -2.553 
Totaal van resultaat na belastingen 146.073   55.030 
     

3. Kasstroomoverzicht volgens directe methode

Kasstroomoverzicht ( x € 1.000) 2021  2020 
Geldmiddelen begin boekjaar 2.417  2.427 
Kasstroom uit operationele activiteiten    
Huurontvangsten 54.649  53.126 
Vergoedingen 2.347  2.541 
Overige bedrijfsontvangsten 114  90 
Saldo ingaande kasstromen 57.110  55.757 
     
Betalingen aan werknemers 5.865  6.191 
Onderhoudsuitgaven 23.320  18.921 
Overige bedrijfsuitgaven 8.514  8.221 
Betaalde interest 5.045  5.381 
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 167  58 
Verhuurdersheffing 5.661  4.803 
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden 254  224 
Vennootschapsbelasting 1.207  2.298 
Saldo uitgaande kasstroom 50.033  46.097 
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten 7.077  9.660 
     
Kasstroom uit investeringsactiviteiten    
Verkoopontvangsten bestaande huur 2.513  5.646 
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) 1.093  647 
Verkoopontvangsten grond 73  582 
Totaal van ontvangsten uit hoofde van vervreemding van MVA 3.679  6.875 
     
MVA uitgaande kasstroom    
Nieuwbouw huur 2.342  11.780 
Verbeteruitgaven 8.022  5.292 
Aankoop 1.551  22.390 
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 739  -
Investeringen overig 374  357 
Totaal van verwerving van materiële vaste activa 13.028  39.819 
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA -9.349  -32.944 
     
Financiële vaste activa    
Ontvangsten overig 73  -
Saldo in- en uitgaande kasstromen FVA 73  -
Totaal van kasstroom uit investeringsactiviteiten -9.276  -32.944 
     
Kasstroom uit financieringsactiviteiten    
Nieuwe te borgen leningen 16.478  35.600 
Saldo ingaande kasstromen 16.478  35.600 
     
Aflossing geborgde leningen 13.976  12.326 
Saldo uitgaande kasstromen 13.976  12.326 
     
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten 2.502  23.274 
     
Toename (afname) van geldmiddelen 303  -10 
     
Geldmiddelen aan het einde van de periode 2.720  2.417 
     
Geldmiddelen vanuit liquide middelen 2.720  2.417 

4. Waarderingsgrondslagen

Algemeen

Stichting Sité Woondiensten in Doetinchem is op 9 januari 1998 ontstaan uit een fusie. De statuten zijn vastgelegd in een notariële akte en de stichting is koninklijk erkend. De stichting is geregistreerd in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel te Arnhem onder nummer 09055542.

De jaarrekening is opgemaakt per 12 mei 2022.

De activa, de passiva en het resultaat zijn gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of actuele waarde, dan wel de nominale waarde, tenzij anders is vermeld. De inkomsten en uitgaven worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. De jaarrekening is opgesteld conform de daaraan door de Herziene Woningwet (van kracht sinds 1 januari 2015) gestelde eisen. Dit houdt in dat dit, voor zover relevant, in overeenstemming gebeurt met de verslaggevingsvoorschriften en bepalingen zoals weergegeven in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Gezien de specifieke omstandigheden waarin woningcorporaties zich bevinden gelden er voor de jaarverslaglegging van woningcorporaties aanvullende regels. Deze regels zijn neergelegd in hoofdstuk 645 “Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting” van de Richtlijnen voor de jaarverslaglegging. De jaarrekening 2021 is gebaseerd op de Richtlijn 645 en de modellen voor de balans en de winst- en verliesrekening (volgens het functioneel model) zoals opgenomen in de Regeling Toegelaten Instelling Volkshuisvesting 2015 waarnaar in de RJ 645 wordt verwezen alsmede de Handleiding toepassen functionele indeling winst-en-verliesrekening bij corporaties Verslagjaar 2021.
Sité werkt al jaren aan goed en betaalbaar wonen in de gemeenten Bronckhorst, Doetinchem en Oude IJsselstreek. We doen dit vanuit de visie, kernwaarden en ambities die we in ons in 2018 geactualiseerd Koersdocument hebben verwoord aan de hand van vier doelen: Samen leven, Toekomstgericht zijn, Juiste woningen hebben met de goede prijs en Samen werken.

Gebruik van schattingen

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van Stichting Sité Woondiensten zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in BW2 artikel 362 lid 1 vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten. De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar onze mening het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen:

Vastgoedbeleggingen:
De marktwaarde in verhuurde staat is afhankelijk van een aantal belangrijke veronderstellingen zoals de te hanteren disconteringsvoet, exit yield, mutatiegraad, markthuren en leegwaarde. Deze veronderstellingen zijn mede tot stand gekomen in afstemming met een externe deskundige. (Toekomstige) aanpassingen van deze parameters en/of schattingen kunnen van significante invloed zijn op de waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat.
Voor de beleidswaarde betreft met name de uitgangspunten en veronderstellingen ten aanzien van het bepalen van de beleidswaarde die als toelichting zijn opgenomen in de jaarrekening. De uitgangspunten van de beleidswaarde zijn gebaseerd op interne beleidsvoornemens. De marktwaarde wordt hiertoe aangepast op vier onderdelen die duiding geven aan de maatschappelijke opgave. Hiermee wordt inzicht gegeven in de verdiencapaciteit van het vastgoed in exploitatie uitgaande van het beleid van Stichting Sité Woondiensten.

Vastgoed in ontwikkeling:
Bepaling van het moment van aangaan van de feitelijke verplichtingen inzake investeringen nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering ten behoeve van het bepalen en treffen van een voorziening voor onrendabele investeringen. Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als 'intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd'. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Stichting Sité Woondiensten zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw-, woningverbetering of herstructureringsprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces (start realisatiefase) van Stichting Sité Woondiensten. De financiële impact van voornoemde feitelijke verplichtingen kunnen afwijken bij daadwerkelijke realisatie. De realisatie kan onder meer wijzigen als gevolg van wettelijke procedures, aanpassingen in voorgenomen bouwproductie en in prijsniveau van leveranciers.

Belastingen:
Aannames en veronderstellingen gehanteerd bij de bepaling van de belastingpositie (inclusief latente belastingpositie). Dit betreft met name de verwerken van de onderhoudskosten(voorziening) en de voor de waardering van de belastingpositie gehanteerde prognose van toekomstige verwachte fiscale resultaten. 

Consolidatievrijstelling

Op grond van het criterium van gering financieel belang (minder dan 5% op het balanstotaal van Sité) zijn de VvE’s waarin Sité een doorslaggevend belang heeft niet geconsolideerd.

Continuïteit

De impact met betrekking tot COVID-19 zijn voor Sité beperkt gebleven. De continuïteit is rekening houdend met de COVID-19 niet in geding.   

Vergelijking met vorig jaar

Ten opzichte van de jaarrekening 2020 zijn twee posten in de winst- en verliesrekening van de jaarrekening 2021 onder een andere categorie geplaatst gebaseerd op de Handleiding Functioneel Model 2021 te weten de lasten en opbrengsten glas- en servicefonds. Deze wijziging heeft geen gevolgen voor het resultaat en het vermogen in het verslagjaar en in de toekomst. De vergelijkende cijfers over 2020 zijn hierop niet aangepast. 
De overige gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar. 

Waarderingsgrondslagen balansposten

Vastgoedbeleggingen

DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie
Classificatie
 

DAEB vastgoed in exploitatie omvat woningen in exploitatie met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens (2021: € 752,33), het maatschappelijk vastgoed en het overig sociaal vastgoed. Vanuit de Herziene Woningwet is hier voor de woningen aan toegevoegd, de voorwaarde dat indien de aanvangshuur van een woning onder de huurtoeslaggrens moet liggen, deze ook classificeert als DAEB woning, ondanks het feit dat de huidige contract huur (als gevolg van huurverhogingen in het verleden) boven deze grens is komen te liggen. 
De huurtoeslaggrens is een algemeen huurprijsniveau dat jaarlijks per 1 januari door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt vastgesteld. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerendgoed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs en culturele instellingen en dienstverleners en tevens is vermeld op de bijlage zoals deze is opgenomen in de Beschikking van de Europese Commissie d.d. 15 december 2009 aangaande de staatssteun voor Toegelaten Instellingen. 

Niet-DAEB vastgoed bevat primair de woningen in exploitatie met een huurprijs boven de huurtoeslaggrens (2021: € 752,33) en waarvan de aanvangshuur ook boven de huurtoeslaggrens lag, het bedrijfsmatig vastgoed (niet zijnde maatschappelijk vastgoed) en het overige commercieel vastgoed. Op grond van het door de Aw goedgekeurde scheidingsvoorstel zijn hier nog 209 woningen met huurprijs onder de huurtoeslaggrens aan toegevoegd. Deze extra overheveling is in lijn met de wettelijke mogelijkheden hiervoor en is bedoeld om de middeninkomens in ons werkgebied beter te kunnen bedienen. Bij mutatie zullen deze woningen marktconform verhuurd gaan worden.

Waardering

Zowel het DAEB als het niet-DAEB vastgoed wordt gewaardeerd volgens de marktwaarde in verhuurde staat op basis van de full-versie zoals beschreven in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (onderdeel van de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015). Aan de hand van dit Handboek wordt de waarde jaarlijks integraal door een extern taxateur vastgesteld waarbij deze gebruik maakt van de vrijheidsgraden die in het handboek worden geboden. Bij de definitieve waarderingen verstrekt de taxateur een taxatieverslag (voor het deel van het bezit dat daadwerkelijk is bezichtigd) en een taxatie update (voor het overige deel van het bezit dat in eerdere jaren is bezichtigd). In 2018 is een taxatieverslag opgesteld voor 100% van het bezit. Reden hiervoor is dat de taxaties waren uitgevoerd door een andere taxateur dan in de voorgaande jaren. Voor 2019, 2020 en 2021 betreft het een taxatie-update met uitzondering van renovatie en nieuwbouw. Hier is sprake van een volledige taxatie. Voor de jaren is de rol van extern taxateur ingevuld door Capital Value. 

Ten einde een betrouwbare marktwaarde in verhuurde staat te kunnen bepalen, is het bezit opgedeeld in een drietal hoofdcategorieën, zijnde woningen, bedrijfsonroerend goed (met daaronder maatschappelijk onroerend goed) en parkeren. Per hoofdcategorie is vervolgens een verdere verdeling in complexen gemaakt naar type, bouwjaar en locatie. Voorbeelden (niet uitputtend) van typen per hoofdcategorie bij woningen zijn o.a. rijwoningen en appartementen met- en zonder lift. Bij bedrijfsonroerend goed zijn dat o.a. kantoren, bedrijfsruimten, winkels en verzorgingshuizen en bij parkeren gaat het om parkeerplaatsen (op maaiveld in en parkeerkelders) en garageboxen.   
De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van de Toegelaten Instelling die rusten op het vastgoed. De overige (na de veronderstelde duur van de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de Toegelaten Instelling actief is. De marktwaarde is gebaseerd op het rekenmodel Razzudock van Kabana Vastgoed. 

Met dit systeem wordt in nauw overleg met de extern taxateur de marktwaarde in verhuurde staat van de vastgoedobjecten en de vastgoedportefeuille bepaald. Het gehanteerde waarde begrip van de marktwaarde in verhuurde staat luidt als volgt: Het bedrag dat het complex bij complex-gewijze verkoop naar schatting zal opbrengen nadat de verkoper het complex na de beste voorbereiding op de gebruikelijke wijze in de markt heeft aangeboden en waarbij de koper de onroerende zaak aanvaardt onder gestanddoening van de lopende huurovereenkomsten met alle daaraan verbonden rechten en plichten. Om de uiteindelijke marktwaarde in verhuurde staat te bepalen worden de kopers kosten, voor woningen genormeerd op 8% overdrachtskosten (2020: 3%), in mindering gebracht.

Voor het bepalen van de marktwaarde maakt het Razzudock-rekenmodel, conform hetgeen hierover is opgenomen in het Handboek, gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genoemd. Dit betekent dat voor een periode van 15 jaar zo goed mogelijk de ontvangsten en uitgaven worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar, door toepassing van een exit-yield. Het inschatten van kosten en opbrengsten wordt gedaan aan de hand van twee scenario’s: doorexploiteren en uitponden. Bij doorexploiteren is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Bij uitponden is de veronderstelling dat zo snel mogelijk tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan. Bij beide scenario’s wordt ervan uitgegaan dat het object/complex eerst in zijn geheel aan een derde wordt verkocht en dat deze derde de afweging maakt tussen beide scenario’s.
Het schatten van de kosten en opbrengsten wordt op basis van een marktconform uitgangspunt gedaan. 

De in het verleden gerealiseerde eigen kosten worden niet naar de toekomst geprojecteerd en er wordt binnen de DCF berekening gestreefd naar opbrengstenmaximalisatie. Eigen voorgenomen huurbeleid wordt ook niet ingerekend naar de toekomst. Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijk gesteld aan het begrip ‘marktwaarde’.

Woningen:
De disconteringsvoet is conform handboek opgebouwd uit een vast basisdeel dat bestaat uit een 24 maands gemiddelde van de 10 jaars EURO IRS. Op deze basis komt een opslag waarin sectorspecifieke risico’s tot uiting komen die onder andere betrekking hebben op de algemene risico’s voor het investeren in onroerend goed. Daarbovenop komt een object specifieke opslag voor locatie gerelateerde risico’s. Voor 2021 bedraagt de basis IRS -0,38% (2020: -0,18%) en de sector specifieke risico opslag 5,52% (2020: 5,62%) hetgeen resulteert in een disconteringsvoet van 5,14% (2020: 5,44%). Ten behoeve van de object specifieke opslag wordt een bandbreedte gehanteerd van -0,22% tot 0,09% (2020: -0,27% tot 0,14%). De berekende disconteringsvoet wordt door de externe taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats.

BOG:
De disconteringsvoet is conform handboek opgebouwd uit een vast basisdeel dat bestaat uit een 24 maands gemiddelde van de 10 jaars EURO IRS. Op deze basis komt een opslag waarin sectorspecifieke risico’s tot uiting komen die onder andere betrekking hebben op de algemene risico’s voor het investeren in onroerend goed. Daarbovenop komt een object specifieke opslag voor locatie gerelateerde risico’s. Voor 2021 bedraagt de basis IRS -0,38% (2020: -0,18%) en de sector specifieke risico opslag 6,34% (2020: 6,14%) hetgeen resulteert in een disconteringsvoet van 5,96% (2020: 5,96%). Ten behoeve van de object specifieke opslag wordt een bandbreedte gehanteerd van -0,24% tot 1,10% (2020: -0,25%  tot 1,20%). De berekende disconteringsvoet wordt door de externe taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats. 

Parkeerplaatsen: 
De disconteringsvoet is conform handboek opgebouwd uit een vast basisdeel dat bestaat uit een 24 maands gemiddelde van de 10 jaars EURO IRS. Op deze basis komt een opslag waarin sectorspecifieke risico’s tot uiting komen die onder andere betrekking hebben op de algemene risico’s voor het investeren in onroerend goed. Daarbovenop komt een object specifieke opslag voor locatie gerelateerde risico’s. Voor 2021 bedraagt de basis IRS -0,38% (2020: -0,18%) en de sector specifieke risico opslag 6,34% (2020: 6,14%) hetgeen resulteert in een disconteringsvoet van 5,96% (2020: 5,96%). Ten behoeve van de object specifieke opslag wordt een bandbreedte gehanteerd van 0,00% tot 1,15% (2020: 0,00%  tot 1,15%). De berekende disconteringsvoet wordt door de externe taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats.

De eindwaarde geeft aan in welke mate het vastgoed onderhevig is aan veroudering en welke potentie het bezit heeft aan het einde van de 15-jarige exploitatieperiode. Veroudering is grofweg in drie typen te onderscheiden:

  • Locatieveroudering
  • Economische/ markttechnische veroudering
  • Technische veroudering

Veroudering komt tot uitdrukking in de rendementseis (exit yield) die een belegger heeft als hij het bezit aan het einde van de 15-jaars periode wil (ver)kopen.

Het gevraagde rendement aan het einde van de periode zal dan ook hoger liggen dan het gevraagde rendement in jaar 1 van de exploitatieperiode. Uitgangspunt is dan ook dat het Bruto Aanvangs Rendement lager ligt dan de exit yield. Het tweede uitgangspunt is gerelateerd aan de potentie van een object aan het einde van de 15-jarige exploitatieperiode. Hierbij zijn de mate waarin uitponding in het object heeft plaatsgevonden, de bouwperiode en de locatie van invloed. 
Voor alle gehanteerde aannames en uitgangspunten (inclusief de disconteringsvoet) is door de externe taxateur een taxatierapport met betrekking tot de marktconformiteit afgegeven. In deze taxatierapport is ook aangegeven hoe de taxateur is omgegaan met de vrijheidsgraden zoals genoemd in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Ten aanzien van de verschillende vrijheidsgraden is in de basis aangesloten bij de voorgeschreven basis versie van het Handboek. Bij enkele vrijheidsgraden is daarbij een aanpassing verricht door de taxateur. Deze aanpassingen zijn per vrijheidsgraad en per categorie in onderstaande tabellen toegelicht.

Woongelegenheden:

Vrijheidsgraad Basis variant Aanpassing taxateur
Schematische vrijheid Separate kasstroom specifiek tonen Conform handboek marktwaardering 2021.
Markthuur Normhuur per type vastgoed Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 175 - € 1.350. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de markthuur per object vastgesteld.
Huurstijging Prijsinflatie Conform handboek marktwaardering 2021.
Exit Yield Automatische berekening Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 3,25% - 8,00%. De Exit Yield is door taxateur comparatief bepaald.
Leegwaarde Op basis van de WOZ-waarde Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 50.000 - € 400.000. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de leegwaarde per object vastgelegd.
Leegwaardestijging Gedifferentieerd naar provincie en G4 Conform handboek marktwaardering 2021.
Disconteringsvoet Modelmatig vastgelegd Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 4,25% - 8,25% (gemiddeld 6,08%). De disconteringsvoet wordt door de taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats.
Mutatie- en verkoopkans Op basis van de afgelopen 5 jaar Eigen inschatting taxateur (indien buiten de bandbreedte. Bandbreedte 5,00% - 12,50%. De mutatiegraad uitponden en doorexploiteren wordt per cluster (complex) bepaald op basis van een vijfjaars gewogen gemiddelde.
Onderhoud Normbedrag per type vastgoed Scenario doorexploiteren conform handboek, scenario uitponden conform eigen inschatting taxateur.
Technische splitsingskosten Standaard, geen Niet van toepassing.
Bijzondere omstandigheden Optioneel, geen Niet van toepassing.
Erfpacht Corporatie levert deze data aan Niet van toepassing.
Exploitatiescenario Resultante Niet van toepassing.

Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed:

Vrijheidsgraad Basis variant Aanpassing taxateur
Schematische vrijheid Separate kasstroom specifiek tonen Conform handboek marktwaardering 2021.
Markthuur Normhuur per type vastgoed Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 40 - € 110. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de markthuur per object vastgesteld.
Huurstijging Prijsinflatie Conform handboek marktwaardering 2021.
Exit Yield Automatische berekening Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 8,00% - 14,00%. De Exit Yield is door taxateur comparatief bepaald.
Leegwaarde Op basis van de WOZ-waarde Niet van toepassing.
Leegwaardestijging Gedifferentieerd naar provincie en G4 Niet van toepassing.
Disconteringsvoet Modelmatig vastgelegd Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 5,50% - 10,25% (gemiddeld 7,95%). De disconteringsvoet wordt door de taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats.
Mutatie- en verkoopkans Op basis van de afgelopen 5 jaar Niet van toepassing. (mutatiegraad Sité).
Onderhoud Normbedrag per type vastgoed Scenario doorexploiteren conform handboek.
Technische splitsingskosten Standaard, geen Niet van toepassing.
Bijzondere omstandigheden Optioneel, geen Niet van toepassing.
Erfpacht Corporatie levert deze data aan Niet van toepassing.
Exploitatiescenario Resultante Niet van toepassing.

Parkeergelegenheden:

Vrijheidsgraad Basis variant Aanpassing taxateur
Schematische vrijheid Separate kasstroom specifiek tonen Niet van toepassing.
Markthuur Normhuur per type vastgoed Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 40 - € 95. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de markthuur per object vastgesteld.
Huurstijging Prijsinflatie Niet van toepassing.
Exit Yield Automatische berekening Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 7,00% - 9,00%. De Exit Yield is door taxateur comparatief bepaald.
Leegwaarde Op basis van de WOZ-waarde Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 4.500 - € 15.000. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de leegwaarde per object vastgelegd.
Leegwaardestijging Gedifferentieerd naar provincie en G4 Conform handboek marktwaardering 2021.
Disconteringsvoet Modelmatig vastgelegd Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 3,00% - 12,75% (gemiddeld 9,54%). De disconteringsvoet wordt door de taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats.
Mutatie- en verkoopkans Op basis van de afgelopen 5 jaar Eigen inschatting taxateur (indien buiten de bandbreedte. Bandbreedte 5,00% - 12,00%.
Onderhoud Normbedrag per type vastgoed Scenario doorexploiteren en uitponden conform handboek.
Technische splitsingskosten Standaard, geen Niet van toepassing.
Bijzondere omstandigheden Optioneel, geen Niet van toepassing.
Erfpacht Corporatie levert deze data aan Niet van toepassing.
Exploitatiescenario Resultante Niet van toepassing.

Intramuraal zorgvastgoed:

Vrijheidsgraad Basis variant Aanpassing taxateur
Schematische vrijheid Separate kasstroom specifiek tonen Niet van toepassing.
Markthuur Normhuur per type vastgoed Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 40 - € 95. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de markthuur per object vastgesteld.
Huurstijging Prijsinflatie Niet van toepassing.
Exit Yield Automatische berekening Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 7,00% - 9,00%. De Exit Yield is door taxateur comparatief bepaald.
Leegwaarde Op basis van de WOZ-waarde Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 4.500 - € 15.000. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de leegwaarde per object vastgelegd.
Leegwaardestijging Gedifferentieerd naar provincie en G4 Conform handboek marktwaardering 2021.
Disconteringsvoet Modelmatig vastgelegd Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 3,00% - 12,75% (gemiddeld 9,54%). De disconteringsvoet wordt door de taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats.
Mutatie- en verkoopkans Op basis van de afgelopen 5 jaar Eigen inschatting taxateur (indien buiten de bandbreedte. Bandbreedte 5,00% - 12,00%.
Onderhoud Normbedrag per type vastgoed Scenario doorexploiteren en uitponden conform handboek.
Technische splitsingskosten Standaard, geen Niet van toepassing.
Bijzondere omstandigheden Optioneel, geen Niet van toepassing.
Erfpacht Corporatie levert deze data aan Niet van toepassing.
Exploitatiescenario Resultante Niet van toepassing.

Sloop

Ten aanzien van eenheden die middels afgeronde interne besluitvorming zijn aangemerkt om te slopen, maar waarvoor de daadwerkelijke sloopactiviteiten nog niet onomkeerbaar zijn gestart, is een voorziening getroffen voor het waardeverlies dat als gevolg van sloop naar verwachting zal optreden. Deze voorziening wordt opgenomen onder 'Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen'.
Het moment van feitelijke beëindiging van de duurzame exploitatie van het bestaande vastgoed is leidend voor het moment van herclassificatie naar 'Vastgoed in ontwikkeling'. Zolang het vastgoed nog duurzaam wordt verhuurd, blijft het vastgoed gewaardeerd en geclassificeerd als ‘Vastgoed in exploitatie’.

Renovatie

Projectmatige renovaties bevatten zowel een investeringscomponent (t.a.v. de verbeteringen) als ook een onderhoudscomponent (t.a.v. instandhouding). Bij de start van de projecten wordt o.b.v. de voorcalculatie een inschatting gemaakt van de verdeling over deze componenten. Daarbij is uitgangspunt genomen de definities onderhoud en verbetering zoals opgenomen in RTiV 2015. Deze verdeling wordt in de jaarrekening als zodanig ook verwerkt. Bij afsluiting van het project wordt aan de hand van een nacalculatie gedetailleerd beoordeeld hoe de verdeling uiteindelijk had moeten zijn en wordt een eventuele correctie aangebracht.

Bij projecten die op balansdatum nog in uitvoering waren is in de marktwaardering rekening gehouden met de aangegane verplichting.

Relevante subsidies worden bij afsluiting van het project op de investeringscomponent in mindering gebracht. Eventuele vooruit ontvangen subsidies worden onder de kortlopende schulden (vooruit ontvangen bedragen) verantwoord. 

Toegezegde subsidies waarvan de betaling in de toekomst ligt, zullen afhankelijk van de looptijd onder de kortlopende vorderingen of onder de financiële vaste activa worden verantwoord, met uitzondering van de subsidie uit hoofde van Regeling Vermindering Verhuurderheffing. Deze wordt opgenomen onder de ‘Niet uit de balans blijkende informatie’. Uitbetaling zal plaatsvinden na definitieve toekenning via een vermindering op de verschuldigde verhuurderheffing.

Bij de bepaling van het onrendabele deel van de investeringscomponent wordt rekening gehouden met toegezegde subsidies.

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

De overdacht van onroerende zaken aan een derde in het kader van een regeling Verkoop onder Voorwaarden (VOV) waarbij de woningcorporatie een terugkoopplicht heeft, wordt niet als verkooptransactie aangemerkt maar als financieringsconstructie. 
De betreffende onroerende zaken worden gewaardeerd tegen actuele waarde zijnde de verkoopwaarde onder aftrek van het overeengekomen kortingspercentage in het kader van de Koopgarantformule. 

De waardeverandering die optreedt bij verkoop als gevolg van het verschil tussen de boekwaarde op het moment van verkoop zoals opgenomen onder onroerende zaken in exploitatie en de waarde van de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden op basis van verkoopwaarde na aftrek van de korting wordt ten gunste of ten laste van het resultaat gebracht. Het gaat hierbij weliswaar om een herclassificatie, maar in beide gevallen vindt de waardering plaats op actuele waarde. 
Dezelfde situatie doet zich ook voor als een in het verleden verkochte VOV-woning wordt teruggekocht en in verhuur wordt genomen. 

Jaarlijks wordt de waarde van de VOV-woningen geïndexeerd door gebruik te maken van de gemiddelde leegwaarde stijging of daling in %. De jaarlijkse waardeverandering wordt verantwoord onder de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille VOV’.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

De onroerende zaken in ontwikkeling zijn gewaardeerd tegen de tot en met balansdatum bestede bedragen, onder aftrek van reeds toegezegde subsidies. Uitzondering hierop zijn eventuele subsidies vanuit de Regeling Vermindering Verhuurderheffing. Indirecte kosten worden niet geactiveerd.
Afwaarderingen uit hoofde van bijzondere waardeverminderingen vinden plaats indien de marktwaarde van een nieuwbouwcomplex lager is dan de investering op basis van voorcalculatie. Verwerking in het resultaat vindt plaats in het jaar dat het project intern is geformaliseerd en extern is gecommuniceerd (IFEC). Op basis van nacalculatie bij de financiële oplevering en tussentijdse aanpassing van het project kan eventueel een herberekening plaatsvinden. 
Indien een voorziening voor een project is gevormd, wordt het saldo van deze voorziening in mindering gebracht op de onroerende zaken in ontwikkeling voor zover de hoogte van de investering op 31 december dat mogelijk maakt. Het meerdere wordt opgenomen onder de post voorzieningen.

Materiële vaste activa

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Deze activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met lineaire afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen die zijn bepaald op basis van de verwachte economische levensduur. 

De afschrijvingstermijnen bedragen in jaren:

  • Huisvesting
    - Gebouw
    - Installaties
  • Inventaris
  • Automatisering
  • Vervoermiddelen

 
40
10/15
7/10
3/6
4/10

Op grond wordt niet afgeschreven onder de veronderstelling dat geen sprake is van technische en/of economische slijtage.

Financiële vaste activa

Latente belastingvordering(en)

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor eventueel verrekenbare fiscale verliezen en voor verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds, met dien verstande dat latente belastingvorderingen alleen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend en verliezen kunnen worden gecompenseerd.
De berekening van de latente belastingvorderingen geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in komende jaren geldende tarieven, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld.
De belastinglatenties zijn gewaardeerd op contante waarde gebaseerd op een netto-rente van 1,78%. Latenties met een looptijd korter dan 1 jaar zijn opgenomen onder de overige vorderingen en latenties met een looptijd langer dan 1 jaar zijn opgenomen onder de financiële vaste activa.

Overige vorderingen

De overige vorderingen bestaan uit sociale koop. Sociale koop is een koopvariant waarbij de koper een zelfgekozen deel van de koopprijs betaalt. Dit is minimaal 50% van de waarde van de opstal. De vordering ter grootte van het verschil tussen de verkoopprijs en het betaalde gedeelte ervan wordt gewaardeerd bij ontstaan tegen de nominale waarde. 
De koper heeft de mogelijkheid om tussentijds aflossingen te doen. Jaarlijks muteert de vordering mee met de gemiddelde woningprijzen van verkochte woningen in de regio. 
Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de prijsindex bestaande koopwoningen Gelderland. Deze index is gebaseerd op objectieve verkoopcijfers ontleend aan het CBS. In de jaarrekening wordt gebruik gemaakt van de gemiddelde stijging van de leegwaarde in %. 

Vlottende activa

Vastgoed bestemd voor verkoop

Aangekochte, maar nog niet verkochte woningen en/of overgeheveld bezit zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, eventueel na afwaardering naar lagere marktprijs. In de vervaardigingsprijs zijn geen indirecte kosten opgenomen. De verkopen hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop

Onder vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop wordt het onverkochte deel van investeringsprojecten ten behoeve van de realisatie van koopeenheden verantwoord. De onroerende zaken in ontwikkeling bestemd voor verkoop zijn gewaardeerd tegen de tot en met balansdatum bestede bedragen, onder aftrek van reeds toegezegde subsidies. Indirecte kosten worden niet geactiveerd.
Indien een voorziening voor een project is gevormd in verband met te verwachten verliezen op het desbetreffende project, wordt het saldo van deze voorziening in mindering gebracht op de onroerende zaken in ontwikkeling voor zover de hoogte van de investering op 31 december dat mogelijk maakt. Het meerdere wordt opgenomen onder de post voorzieningen.

Vorderingen

De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. De voorziening voor oninbaarheid wordt bepaald middels de statische methode.
De overige vorderingen hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.
 

Eigen vermogen

Herwaarderingsreserve

Het positieve verschil tussen de marktwaarde en de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van het Vastgoed in exploitatie (DAEB en niet-DAEB) en Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is opgenomen in een herwaarderingsreserve. 

Daarbij wordt conform aanbeveling in RJ645 voor de bepaling van de verkrijgings- en vervaardigingsprijs geen rekening gehouden met enige afschrijvingen of waardevermindering. De herwaarderingsreserve wordt gevormd per taxatiecluster en is niet hoger dan het verschil tussen de boekwaarde op basis van verkrijgings- en vervaardigingsprijs en de marktwaarde in verhuurde staat waarop de herwaardering betrekking heeft.

Overige reserves

In de overige reserves is het deel van het eigen vermogen opgenomen dat als gerealiseerd wordt beschouwd.

Resultaat van het boekjaar

Het resultaat boekjaar wordt apart inzichtelijk gemaakt onder het eigen vermogen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het ongerealiseerde deel dat zal worden toegevoegd of onttrokken van de herwaarderingsreserve en het gerealiseerde deel dat wordt toegevoegd of onttrokken van de overige reserves.

Voorzieningen

Voorzieningen onrendabele investeringen en herstructureringen

In de voorziening voor onrendabele investeringen en herstructurering zijn de verwachte verliezen opgenomen van projecten waarvoor geldt dat op balansdatum de hoogte van de investering lager is dan de berekende waardevermindering voor zover het project intern is geformaliseerd en extern is gecommuniceerd (IFEC). Voor zover mogelijk en toegestaan wordt de getroffen voorziening op de activa in mindering gebracht. Het restant wordt opgenomen onder de voorzieningen. De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post ‘overige waardeveranderingen’. 

Voorziening latente belastingschuld

Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds indien en voor zover het zeer waarschijnlijk is dat deze waarderingsverschillen leiden tot fiscale afwikkeling gedurende de levensduur van de activa. De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden, of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld.
De belastinglatenties zijn gewaardeerd op contante waarde gebaseerd op een netto-rente van 1,78% en zijn opgenomen onder de voorzieningen.

Langlopende schulden

Schulden aan kredietinstellingen

De langlopende leningen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag, rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. De aflossingsverplichting voor 2022 wordt verantwoord onder de kortlopende schulden.

Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken VOV

De verplichting uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is gebaseerd op de verkoopwaarde onder aftrek van het overeengekomen kortingspercentage in het kader van de koopgarantformule. De waardeverandering van deze verplichting wordt bepaald door het contractueel overeengekomen waardedeling percentage ten gunste van de koper te vermenigvuldigen met de waardeverandering van de verkochte woningen zoals opgenomen onder onroerende zaken verkocht onder voorwaarden. 
In de resultatenrekening wordt de jaarlijkse waardeverandering verantwoord onder de bedrijfslasten als niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille.

Kortlopende schulden

De kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde (indien deze lager is dan de verkrijgings-/vervaardigingsprijs) en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, welke gelijk kan zijn aan de nominale waarde.
De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.

Grondslagen voor de resultaatbepaling

Algemeen

Sité past met ingang van boekjaar 2016 de functionele indeling van de winst- en verliesrekening toe zoals deze is opgenomen in de RJ 645. Het functioneel model geeft een beter inzicht in de samenstelling van het jaarresultaat.
In de functionele winst- en verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan een onderdeel. Bij de kosten is er een onderscheid tussen de direct toe te rekenen kosten en de indirecte kosten. De direct toe te rekenen kosten worden bij het betreffende onderdeel verantwoord. De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van toerekening. 
De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. De belangrijkste indirecte kosten betreffen personeelsbeloningen, afschrijvingen op onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie en overige niet directe bedrijfskosten. Om tot de functionele indeling van de winst-en-verliesrekening te komen wordt gebruik gemaakt van een kostenverdeelstaat. Hierbij worden de personeelslasten verdeeld op basis van de werkelijke activiteiten van de werknemers. De overige bedrijfskosten en indirecte personeelslasten worden verdeeld door een verdeelsleutel te hanteren op basis van de direct toerekenbare werknemers in FTE dan wel per team.

Afschrijvingen op activa ten dienste van de exploitatie

De afschrijvingen op de activa ten dienste van de exploitatie zijn gebaseerd op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de verwachte gebruiksduur en de restwaarde. Bij mutaties gedurende het jaar worden de afschrijvingen tijdsevenredig berekend.

Periodiek betaalbare beloningen

Lonen, salarissen en sociale lasten worden verwerkt in de winst- en verliesrekening in de periode waarop de gerelateerde arbeidsprestaties betrekking hebben en voor zover nog niet uitbetaald als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de toegelaten instelling.
Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslagvergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen.
De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (cao en individuele arbeidsovereenkomsten).
Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en verliesrekening gebracht.

Pensioenen

Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over deze periode aan de pensioenuitvoerder verschuldigde pensioenpremies. Voor de pensioenregelingen betaalt Sité verplichte basispremies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. Behalve de betaling van premies heeft Sité geen verdere verplichtingen uit hoofde van deze pensioenregelingen.
Sité heeft in geval van een tekort bij het fonds geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies.
Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van
terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.

Ontslagvergoedingen

Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de onderneming zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding.
 

Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille

Huuropbrengsten en opbrengsten servicecontracten

De jaarlijkse huurprijsaanpassing wordt gerealiseerd binnen de door de overheid voorgeschreven marges. Naast de huur worden door huurders vergoedingen betaald voor huurdervoorzieningen zoals servicekosten. De inkomsten worden verminderd met derving wegens leegstand en oninbaarheid.

Lasten servicecontracten

De gemaakte servicekosten voor huurders worden verantwoord onder de lasten servicecontracten in het verslagjaar waarop de servicekosten betrekking hebben. 

Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Hieronder worden de kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheersactiviteiten. Deze activiteiten bevatten zowel directe verhuur- en beheerskosten als indirecte kosten. De indirecte kosten zijn met behulp van een verdeelstaat toegerekend.

Lasten onderhoudsactiviteiten

Onder onderhoudslasten worden alle direct- en indirect aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord die betrekking hebben op vastgoed dat in exploitatie is. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. 

Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Hieronder worden de kosten verantwoord die samenhangen met het verhuren, beheren, onderhouden en ontwikkelen van het bezit. 

Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling

Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling

Hieronder worden de opbrengsten uit de verkoopprojecten in ontwikkeling verantwoord.

Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling

Hier worden de kosten verantwoord die betrekking hebben op de verkoopprojecten in ontwikkeling.

Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

Hieronder worden de opbrengsten verantwoord die worden gerealiseerd op de verkopen uit bestaand bezit en verkopen uit voorraad.

Toegerekende organisatiekosten

Hier worden de indirecte kosten opgenomen die zijn toe te rekenen aan de in het boekjaar verkochte objecten.

Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille

Hieronder wordt de boekwaarde verantwoord van de verkopen uit bestaand bezit en verkopen uit voorraad.

Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De overige waardeveranderingen worden gevormd door de waardevermindering met betrekking tot investeringen in nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering. 

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Hieronder worden de jaarlijkse mutaties van de vastgoedobjecten in exploitatie die gewaardeerd zijn op basis van de marktwaarde in verhuurde staat verantwoord. 

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille VOV

Hieronder worden de jaarlijkse mutaties van de actuele waarde van de woningen verkocht onder voorwaarden alsmede de waardeverandering van de terugkoopverplichting verantwoord.

Netto resultaat overige activiteiten

Opbrengsten en kosten overige activiteiten

Hieronder worden de opbrengsten en kosten uit de niet-primaire activiteiten verantwoord.

Overige organisatiekosten

Hieronder worden de kosten verantwoord die niet te classificeren zijn onder de overige categorieën van de functionele winst- en verliesrekening.

Leefbaarheid

Hieronder worden de kosten verantwoord die zijn te relateren aan leefbaarheid en die niet noodzakelijk zijn voor de verhuurexploitatie.

Financiële baten en lasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.

Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden. 

Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode. 
De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen, onder aftrek van de schulden in rekening-courant bij de bankier.

Winstbelastingen, ontvangen interest, betaalde interest en ontvangen dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

Grondslagen voor de gescheiden balansen DAEB en niet-DAEB

Het vastgoed in exploitatie wordt op basis van het in 2017 door de Autoriteit Woningcorporaties goedgekeurd definitief scheidingsvoorstel plus eventuele verkopen binnen de Toegelaten Instelling tussen de DAEB en niet-DAEB tak en latere aankopen c.q. investeringen geclassificeerd naar DAEB en niet-DAEB vastgoed. 
Wanneer activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen volledig toezien op DAEB- als niet-DAEB activiteiten, zijn deze volledig aan de DAEB tak respectievelijk niet-DAEB toegerekend.

Wanneer deze toezien op zowel DAEB als niet-DAEB activiteiten, zijn deze op basis van een verdeelsleutel toegerekend. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het aandeel gewogen DAEB verhuurheden ten opzichte van het aandeel gewogen niet-DAEB verhuureenheden. De verdeelsleutel wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld en voor 2021 is deze 94% DAEB en 6% niet-DAEB. 

Vorderingen, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen uit hoofde van vennootschapsbelasting worden toegerekend aan de DAEB of niet-DAEB op basis van het fiscale resultaat, met toerekening van de voordelen van de fiscale eenheid op basis van de relatieve verdeling qua aantal verhuureenheden. Latente belastingen voor compensabele verliezen worden opgenomen in de tak waar sprake is van compensabele verliezen. Latente posities uit hoofde van waarderingsverschillen tussen commercieel en fiscaal worden gealloceerd naar de DAEB of niet-DAEB tak op basis van de relatieve verdeling van het aantal verhuureenheden.

De interne lening tussen de DAEB en niet-DAEB, die verantwoord is onder Vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen, is bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde. De interne lening wordt na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De verstrekte interne lening is in de DAEB verantwoord onder de financiële vaste activa en de ontvangen interne lening in de niet-DAEB is verantwoord onder de langlopende schulden. Per 31 december 2021 is de interne lening volledig afgelost. 

De activiteiten tussen de DAEB en niet-DAEB met betrekking tot de interne lening (verstrekte en ontvangen lening), rente met betrekking tot de interne lening (te ontvangen en verschuldigde rente), interne verkopen van DAEB naar niet-DAEB, interne verkopen van niet-DAEB naar DAEB en de totale reserve van de niet-DAEB behoren tot de eliminaties.

Aard van de activiteiten in de niet-DAEB

De portefeuille is volgens de woningwet gesplitst in DAEB en niet-DAEB. De activiteiten binnen de niet-DAEB bestaan uit het verhuren van woningen boven de liberalisatie grens en woningen die te liberaliseren zijn uit volkshuisvestelijke overwegingen, bedrijfsonroerend goed en parkeerplaatsen met de bijbehorende activiteiten zoals onderhoud en renovatie.

Naast het verhuren van eenheden heeft de niet-DAEB ook nog woningen op de balans staan die in het verleden verkocht zijn onder terugkoop koopgarant. Om het moment dat deze woningen worden teruggekocht worden deze in verhuur genomen of doorverkocht.

Verder ontwikkelt Sité geen activiteiten binnen de niet-DAEB zoals nieuwbouw huur, koop en bedrijfsonroerendgoed.

Grondslagen voor de bepaling van de beleidswaarde

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Sité en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van: 

  • Enkel uitgaan van het doorexploitatiescenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie.
  • Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders) mutatie.
  • Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds) beleid en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjaren onderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van de onderhoudsnormen in de markt.
  • Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheersactiviteiten van Sité en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd “lasten verhuur en beheersactiviteiten, overige directe operationele lasten exploitatie bezit” in de resultatenrekening.


Voor zover afwijkend van de voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie – zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie – afgeleid van de meerjarenbegroting en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTiV artikel 15. 
Sité heeft hierbij uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde. 

Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten “gemiddeld per woning” als volgt:

Uitgangspunten voor: 2021
Disconteringsvoet 5,64%
Streefhuur per maand € 613,61 per woning
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 3.614,63 per woning

5. Toelichting op de fiscale positie

Algemeen

In de balans per 31 december 2008 zijn voor het eerst latente belastingvorderingen en -schulden opgenomen. Actualisatie van deze latenties en vorming van eventuele nieuwe latenties vindt plaats ten gunste of ten laste van de Vpb-post in de resultatenrekening van het lopende boekjaar. Dit leidt er toe dat de belastingdruk zoals die wordt weergegeven in de resultatenrekening significant afwijkt van het geldende belastingtarief.

Verloopoverzicht resultaat

(bedragen x € 1.000)

Jaarresultaat na belasting   146.073 
Belasting in boekjaar   -176 
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen:   145.897 
Af:    
Resultaat verkochte woningen (commercieel) 1.212  
Resultaat interne verkoop 59  
Toevoeging fiscale boekwinst verkopen aan herinvesteringsreserve 577  
Afschrijving (fiscaal) 1.526  
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille (commercieel) 141.539  
Onttrekking voorziening dubieuze debiteuren (commercieel) 96  
RVV-subsidie (fiscaal) 290  
Onderhoudscomponent in investeringsprojecten (fiscaal) 237  
Asbestsanering bij regulier onderhoud (fiscaal) 693  
Agio leningen (a.g.v. hogere marktwaarde leningportefeuille) 166  
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 3  
Energie-investeringsaftrek 29  
    146.428 
Bij:    
Resultaat verkochte woningen (fiscaal) 706  
Resultaat terugkoop VOV-woningen (commercieel) 271  
Gerealiseerd winstrecht teruggekochte VOV-woningen (fiscaal) 27  
Afschrijvingen (commercieel) 364  
Dotatie voorziening dubieuze debiteuren (commercieel) 94  
Agio leningruil Vestia (50% naar 2022 cf. VSO) 2.081  
Verbeteringen (fiscaal i.p.v. onderhoud) 217  
Niet aftrekbaar deel algemene kosten 17  
Fiscaal niet aftrekbare rente (earningsstrippingregeling) 2.193  
Geactiveerde rente (fiscaal) 34  
    6.003 
     
Fiscaal resultaat voor belastingen 2021   5.473 
Te verrekenen verliezen   -
Belastbaar bedrag 2021   5.473 

Het wettelijk belastingtarief in het boekjaar bedraagt 25% (2020: 25%).
De effectieve belastingdruk in 2021 bedraagt afgerond 0% (2020: 4%)

Nadere toelichting

Het belastbaar resultaat 2021 leidt tot een betalingsverplichting van (afgerond) € 1.344.000. Dat is hoger dan de voorlopige aanslag van € 650.000 die in februari 2021 is betaald. Het verschil van € 694.000 is als schuld aan de belastingdienst gesaldeerd met de vordering uit hoofde van verliesverrekening 2017 (€ 2.847.000) opgenomen onder de overlopende activa (per saldo € 2.153.000).

Belastinglatenties

(bedragen x € 1.000)

 Recapitulatie latenties Commerciële waarde
31-12-2021
Fiscale waarde
31-12-2021
Actieve latentie (nominaal) Passieve latentie (nominaal) Jaarrekening: FVA (CW) Jaarrekening: kortlopende vordering (CW)
Voorwaartse verliescompensatie            
             
Compensabele verliezen - - - - - -
             
Verrekenbare tijdelijke verschillen            
             
Door te exploiteren bezit 1.149.449  948.975  - 51.722  - -
             
Ongerealiseerd verlies VOV - 489  126  - 94  25 
             
Waardering ontwikkelingsprojecten 3.155  4.299  264  - 85  168 
             
Agio leningenportefeuille - 1.112  287  - 223  38 
             
Volkshuisvestelijke bijdrage Vestia leningruil - 2.081  537  - - 527 
             
Totaal         402  758 
             

Sinds 2019 is de commerciële waarde van het vastgoed in exploitatie hoger dan de fiscale waarde. Voor het totale verschil zou bij waardering op nominale waarde een passieve latentie gevormd moeten worden. Bij waardering tegen contante waarde tendeert deze voorziening echter naar nihil omdat het afwikkelmoment oneindig ver in de tijd vooruit ligt. De latentie voor het verschil tussen commerciële en fiscale waarde van het door te exploiteren bezit is daarom in de jaarrekening 2021 niet verwerkt.

De latenties voor ongerealiseerd verlies VOV en de investeringsprojecten worden grotendeels 'gerealiseerd' in dezelfde forecastperiode, waardoor sprake is van een simultane afwikkeling met dezelfde contractpartner (belastingdienst). Hierdoor mogen de passieve en actieve latentie worden gesaldeerd en resteert voor bovenstaande latenties per saldo een actieve latentie van in totaal (kort- en langlopend)    € 372.000.

De actieve latentie voor de agio op de leningen (€ 261.000) wordt voor een deel (€ 77.000) niet simultaan afgewikkeld met de andere fiscale/ commerciële verschillen omdat realisatie niet in de voornoemde 5-jaars periode plaatsvindt. In verband met de materialiteit van dit bedrag én het feit dat wel afwikkeling met dezelfde contractpartner plaatsvindt, is de volledige latentie onderdeel van de voornoemde saldering.

De fiscale verwerking van de Vestia-leningruil gebeurt overeenkomstig de fiscale vaststellingsovereenkomst. Daardoor wijkt de fiscale verwerking, met uitzondering van het hieronder benoemde punt, niet af van de verwerking in de jaarrekening. De incidentele volkshuisvestelijke bijdrage komt ten laste van de gecorrigeerde winst in de zin van art. 15b, lid 3 Wet Vpb (ATAD). De betaalde rente en de amortisatie van het agio, die in de latere jaren ten laste resp. bate van de W&V-rekening komen, maken deel uit van het saldo aan rentelaten en baten in de zin van art. 15b, lid 2 Wet Vpb (ATAD).
De enige afwijking in de fiscale verwerking bestaat eruit dat de volkshuisvestelijke bijdrage in elk van de jaren 2021 en 2022 voor 50% in aftrek komt. Daardoor ontstaat in deze twee jaren een verschil tussen het fiscale en het commerciële vermogen en resultaat. Voor dit tijdelijke verschil wordt in de balans per 31 december 2021 een actieve belastinglatentie gevormd.

Verliesverrekening

Sité heeft over 2018 en 2019 aangifte Vpb gedaan met daarin een (cumulatief) belastbaar resultaat van  -/- € 25.313.000. Dit belastbaar resultaat wordt in belangrijke mate beïnvloed door twee posten: De dotatie aan de voorziening onderhoud (totaal over beide jaren: € 23.851.000) en de afwaardering van sloopwoningen naar grondwaarde in 2018 (€ 5.840.000). Ten aanzien van de aangifte 2020 (in concept met een belastbaar resultaat van € 2.687.000) vond ten tijde van het opmaken van de jaarrekening 2021 overleg plaats met de belastingdienst over de voorziening onderhoud. Gelijktijdig hiermee vond ook afstemming plaats ten aanzien van de afwaardering van sloopwoningen naar lagere grondwaarde in het kader van de aangifte 2018. Beide afstemmingen hebben nog niet geleid tot een concreet oordeel van de belastingdienst. Worst-case scenario voor Sité is dat de afwaardering in de aangifte 2018 voor een bedrag van € 5.034.000 moet worden gecorrigeerd en de voorziening onderhoud in de nog in te dienen aangifte 2020 geheel zal moeten vrijvallen. Vanwege de onzekerheid van acceptatie door de belastingdienst op beide posten is er in de bepaling van de verliesverrekening ten behoeve van de fiscale positie in de jaarrekening 2021 voorzichtigheidshalve met dit scenario rekening gehouden. De voorlopige aanslag over 2020 is hierop in 2021 aangepast.
Een en ander leidt in de balans van 31-12-2021 tot een (per saldo) directe vordering op de belastingdienst van € 2.153.000 (2020: € 1.258.000). Deze is opgebouwd uit de vordering uit hoofde van verliesverrekening 2017 (€ 2.847.000) en een betalingsverplichting uit hoofde van een noodzakelijke aanvulling van de voorlopige aanslag 2021 (€ 694.000).
Indien beide afstemmingen door de belastingdienst volledig worden geaccepteerd (best-case scenario), zal de verliesverrekening met aangiftejaar 2017 tot een vordering op de belastingdienst leiden van € 2.847.000. Dit is gelijk aan het worst-case scenario. In het best-case scenario zullen ook de betaalde voorlopige aanslagen over 2020 en 2021 terugontvangen worden (respectievelijk € 4.273.000 en € 650.000) en resteert er ultimo 2021 nog een fiscaal verrekenbaar verlies van € 691.000). Voorzichtigheidshalve is hier in de balans per 31-12-2021 geen rekening mee gehouden.

Ultimo 2021 beschikbaar voor verliesverrekening:

Op basis van de in de jaarrekening verwerkte fiscale positie is er geen sprake van beschikbare compensabele verliezen per 31 december 2021.

Tijdelijke verschillen

* Voor Vastgoed in exploitatie is sprake van een tijdelijk verschil tussen de waardering volgens de jaarrekeninggrondslagen en de fiscale grondslagen. Dit waarderingsverschil bedraagt ultimo 2021 per saldo € 200,5 miljoen (2020: € 60,1 miljoen). Het wordt zeer waarschijnlijk geacht dat (door gebruikmaking van fiscale faciliteiten zoals de herinvesteringsreserve) in de toekomst als gevolg van het beleidsvoornemen om woningen te blijven verhuren, geen fiscale afwikkeling van dit verschil zal plaatsvinden gedurende de looptijd van het actief omdat het fiscale afwikkelmoment in continuïteit doorschuift naar het vervangende actief. Het feitelijke afwikkelmoment komt daarmee oneindig ver in de toekomst te liggen. Bij waardering van de latentie tegen contante waarde tendeert deze dan naar nihil. 

* De fiscaal ongerealiseerde verliezen en verleende kortingen vanuit in het verleden gedane Verkopen onder Voorwaarden (VOV) zijn geactiveerd op de fiscale balans. Bij terug- en doorverkoop leiden deze tot een lagere boekwinst dan commercieel en daarmee vormen ze een tijdelijk verschil tussen de fiscale en de commerciële waardering.
Deze tijdelijke verschillen zijn tot waardering gebracht voor zover ze binnen een periode van 5 jaar naar verwachting gerealiseerd zullen worden.

* Voor Vastgoed in ontwikkeling is ook sprake van een tijdelijk verschil tussen de waardering volgens de jaarrekeninggrondslagen en de fiscale grondslagen. Dit waarderingsverschil bedraagt ultimo 2021 per saldo € 1,0 miljoen (2020: € 1,0 miljoen). Voor dit bedrag is een actieve latentie gevormd. Aangenomen wordt daarbij dat realisatie binnen de forecastperiode van 5 jaar zal plaatsvinden.

* De beschouwingsperiode ten aanzien van het agio op de leningen betreft de totale looptijd van de portefeuille ten tijde van de fiscale openingsbalans (1-1-2008).

* In het kader van de Vestia-leningruil die in 2021 is geëffectueerd, heeft Sité een volkshuisvestelijke bijdrage voor haar rekening genomen van € 4,2 miljoen. Op grond van de met de belastingdienst overeengekomen Vaststellingsovereenkomst wordt 50% van deze volkshuisvestelijke bijdrage (€ 2,1 miljoen) fiscaal doorgeschoven naar 2022. Deze doorschuiven leidt in de jaarrekening 2021 tot een actieve latentie van € 0,5 miljoen.

6. Toelichting op de balans

Activa

Vaste activa

Vastgoedbeleggingen

(bedragen x € 1000,-)

    2021 2020
01 DAEB vastgoed in exploitatie   1.078.890  936.775 
02 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie   70.559  64.400 
03 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden   40.889  33.286 
04 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie   1.054  2.050 
Totaal   1.191.392  1.036.511 

Het verloop van de deze posten in 2021 is als volgt:

01 DAEB vastgoed in exploitatie

(bedragen x € 1000,-)

    2021 2020
Historische kostprijs   446.339  407.990 
Som van herwaardering   502.439  454.818 
Som van vermindering   -12.003  -12.587 
Boekwaarde in verhuurde staat per 1 januari   936.775  850.221 
       
Mutaties in boekjaar:      
Opgeleverde eenheden   1.860  11.947 
Overige waardeverandering t.l.v. resultaat   - -85 
Overige waardeverandering t.l.v. voorziening   - -1.943 
  Subtotaal 1.860  9.919 
       
Aangekochte eenheden   1.275  21.546 
Overige waardeverandering t.l.v. resultaat   -494  -
  Subtotaal 781  21.546 
       
Renovatie   7.209  4.328 
Overige waardeverandering t.l.v. resultaat   -396  -207 
Overige waardeverandering t.l.v. voorziening   -2.731  -1.070 
  Subtotaal 4.082  3.051 
       
Investeringen   1.908  609 
Verkoop   -422  -490 
Herclassificatie   -941  -2.162 
Overige waardeverandering t.l.v. resultaat   134.846  54.081 
       
Totaal mutaties   142.115  86.554 
       
Historische kostprijs   459.148  446.339 
Herwaardering   619.742  490.436 
       
Boekwaarde in verhuurde staat per 31 december   1.078.890  936.775 

De post opgeleverde eenheden heeft betrekking op de projecten Ruyslaan Schöneveld (8) en Papaverstraat (1).

In 2021 zijn in totaal 8 woningen aangekocht en 3 woningen zijn zonder korting verkocht.

De post renovatie heeft betrekking op de investeringscomponent binnen de (afgeronde) grootschalige renovatieprojecten, Drempt fase 1 en 2 (69), Papaverstraat (24), Overstegen fase 2 (243) en Molenkolkweg (12).
Deze investeringen zijn slechts voor een beperkt deel in de marktwaarde tot uitdrukking gekomen en als gevolg daarvan heeft een afwaardering ten laste van de daarvoor gevormde voorziening en ten laste van het resultaat plaatsgevonden.

De investeringen hebben betrekking op de investeringen in het kader van EPA, IPP, sanering asbest en diverse overige (kleine) verbeteringen die onder deze categorie verantwoord zijn. 

De post herclassificatie bestaat uit een aantal verschuivingen tussen verschillende soorten vastgoed en wordt hieronder verder uitgesplitst. 

(bedragen x € 1000,-)

Specificatie herclassificatie   2021 2020
Activa overgeheveld van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden   286  687 
Activa overgeheveld naar Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie   -2.121  -3.033 
Activa overgeheveld van Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie   433  -
Activa overgeheveld van niet-DAEB vastgoed in exploitatie   461  184 
    -941  -2.162 

In 2021 zijn 2 VOV-woningen teruggekocht (2020: 5) deze zijn vervolgens met een huur lager dan 
€ 752,33 (2020: 737,14) verhuurd. 
In 2021 zijn 19 woningen Beethovenlaan en 6 woningen Waardeel (Drempt) in verband met sloop uit exploitatie genomen en overgeheveld naar Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie. Daarnaast zijn Gildeweg 2 in Drempt en Tirol 77 in Doetinchem overgeheveld van Vastgoed in ontwikkeling naar Vastgoed in exploitatie.
In 2021 zijn 3 woningen (2020: 1) overgeheveld van niet-DAEB naar DAEB. 

Voorgenomen verkoop

Sité heeft geen specifieke woningen geclassificeerd voor verkoop in de aankomende periode. Sité biedt woningen te koop aan volgens het verkoopbeleid. In de begroting 2022 en meerjarenverkenning 2023 - 2031 wordt rekening gehouden met de verkoop van 13 bestaande woningen in 2022 en voor de overige jaren gemiddeld 11 per jaar.

02 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie

(bedragen x € 1000,-)

    2021 2020
Historische kostprijs   47.666  52.113 
Som van herwaardering   20.958  20.124 
Som van vermindering   -4.224  -5.805 
Boekwaarde in verhuurde staat per 1 januari   64.400  66.432 
       
Mutaties in boekjaar:      
Investeringen   157  34 
Verkoop   -1.253  -4.426 
Herclassificatie   -461  -3 
Overige waardeverandering t.g.v. resp. t.l.v. resultaat   7.716  2.363 
       
Totaal mutaties   6.159  -2.032 
       
Historische kostprijs   46.320  47.666 
Herwaardering   24.239  16.734 
       
Boekwaarde in verhuurde staat per 31 december   70.559  64.400 

In 2021 zijn 6 woningen en 1 parkeerplaats verkocht.

De investeringen hebben betrekking op de investeringen in het kader van EPA, IPP, sanering asbest en diverse overige (kleine) verbeteringen die onder deze categorie verantwoord zijn.

De post herclassificatie bestaat uit een aantal verschuivingen tussen verschillende soorten vastgoed en wordt hieronder verder uitgesplitst.
 

(Bedragen x €1000,-)

Specificatie herclassificatie   2021 2020
Activa overgeheveld van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden   - 181 
Activa overgeheveld naar DAEB vastgoed in exploitatie   -461  -184 
    -461  -3 

In 2021 zijn 3 woningen (2020: 1) overgeheveld van niet-DAEB naar DAEB. 

Analyse ontwikkeling marktwaarde 2020 - 2021

Conform de verplichting zoals opgenomen in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde is in onderstaand overzicht weergegeven de ontwikkeling van de marktwaarde (DAEB en niet-DAEB) tussen 31 december 2020 en 31 december 2021 naar de samenstellende delen.

Totaal marktwaarde 31-12-2020:   1.001.175.000 
Af: Eenheden uit exploitatie:   -3.796.000 
  sub-totaal 997.379.000 
Methodische wijzigingen (software):   -
Mutatie in objectgegevens:   8.913.000 
Marktontwikkeling:   139.551.000 
Exploitatiebeperking:   -
  sub-totaal 148.464.000 
Bij: Toegevoegde eenheden:   3.606.000 
Totaal marktwaarde 31-12-2021:   1.149.449.000 
     
Totaal DAEB: 1.078.890.000   
Totaal niet-DAEB: 70.559.000   
Totaal bezit: 1.149.449.000   

Beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde

Per 31 december 2021 is in totaal € 679.648.000 waarvan € 650.854.000 DAEB en € 28.794.000 Niet-DAEB aan ongerealiseerde herwaarderingen in de overige reserves begrepen (2020 € 541.147.000 waarvan € 520.067.000 DAEB en € 21.080.000 niet-DAEB) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

De realisatie van de ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid. De mogelijkheden om vrijelijk door (complexwijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voorvloeiend uit de beoogde kwaliteits- en beheersituatie. De bepaling van de beheers- en onderhoudslasten zijn vrijwel geheel in overeenstemming met de consultatie SBR Wonen. Het onderhouds-component in renovatie projecten is meegenomen op basis van de 10 jaarcyclus. 

Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen-vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd. Er is een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze inschatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van het bezit en bedraagt € 564.775.000. Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2021 bestaat uit de volgende onderdelen:

Marktwaarde in verhuurde staat per 31-12-2021    1.149.449.000 
Beschikbaarheid (door-exploiteren)  106.938.000   
Betaalbaarheid (huren)  -347.249.000   
Kwaliteit (onderhoud)  -306.953.000   
Beheer (beheerskosten)  -37.410.000   
Totaal  -584.674.000   
Beleidswaarde per 31-12-2021    564.775.000 

Dit impliceert dat circa 62% van het totale eigen vermogen niet of eerst op lange termijn realiseerbaar is. Gezien de volatiliteit van (met name) de beleidswaarde, is dit aan fluctuaties onderhevig.

Sensitiviteitsanalyse

In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van de uitgangspunten heeft in de beleidswaarde:

Effect op de beleidswaarde Mutatie t.o.v. uitgangspunten Effect op de beleidswaarde (x €1000)
Discounteringsvoet 0,5% verhogen -51.700 
Discounteringsvoet 0,5% verlagen 60.700 
Streefhuur per maand € 25 verhogen 61.000 
Streefhuur per maand € 25 verlagen -53.700 
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 100 verhogen -52.400 
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 100 verlagen 52.400 

03 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

(bedragen x € 1000,-)

    2021 2020
Boekwaarde per 1 januari   33.286 31.248
       
Mutaties in het boekjaar:      
Terugkoop koopgarant   -1.136 -869
Waardeverandering   8.739 2.907
Subtotaal   7.603 2.038
       
Boekwaarde per 31 december   40.889 33.286

Per 31 december 2021 betreft het aantal woningen verkocht onder voorwaarden 194 (2020: 200).
In 2021 zijn 2 teruggekochte woningen in verhuur genomen, 1 koopgarant woning is het restant afgekocht door de eigenaar en 3 teruggekochte woningen zijn doorverkocht.

04 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

(bedragen x € 1000,-)

    2021 2020
Boekwaarde per 1 januari   3.222 4.141
       
Mutaties in het boekjaar:      
Investeringen   2.774 11.252
Overheveling vanuit DAEB vastgoed in exploitatie   2.121 3.033
Overheveling naar DAEB vastgoed in exploitatie   -433 -
Overheveling vanuit Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop   - 352
Opgeleverde huurwoningen naar DAEB vastgoed in exploitatie   -1.864 -11.101
Afwaardering ten laste van resultaat   -252 -
Afwaardering ten laste van voorziening   -1.766 -4.432
Overig   -210 -23
Subtotaal   370 -919
       
Subtotaal   3.592 3.222
Van voorziening onrendabele investeringen   -2.538 -1.172
Boekwaarde per 31 december   1.054 2.050

Overheveling vanuit DAEB vastgoed in exploitatie heeft betrekking op de boekwaarde van 6 gesloopte woningen (Drempt) en 19 te slopen woningen (Beethovenlaan). 

Overheveling naar DAEB vastgoed in exploitatie heeft betrekking op 1 eenheid Drempt en de eenheid aan de Tirol 77.

De opgeleverde eenheden betreffen 8 eenheden Schöneveld en 1 eenheid aan de Papaverstraat.

De afwaardering ten laste van de voorziening en ten laste van het resultaat hebben betrekking op de afwaardering van de Beethovenlaan en Drempt.
 

Verzekeringen

De onroerende zaken in exploitatie zijn verzekerd tegen brand- en stormschade.

Zekerheden

Er zijn geen activa als zekerheid gesteld voor verstrekte leningen. Wel heeft het Waarborg Sociale Woningbouw (WSW) het recht van eerste hypotheek wat inhoudt dat het WSW hypotheek kan leggen op het onderpand dat is ingebracht bij het WSW.

Materiële vaste activa

05 Onroerende en roerende zaken ten dienste van exploitatie

(bedragen x € 1000,-)

  Huisvesting Automatisering Inventaris/Vervoer Totaal
Boekwaarde per 1 januari 2021 2.492  229  185  2.906 
         
Mutaties in boekjaar:        
Investeringen 22  354  - 376 
Afschrijvingen -203  -120  -42  365 
Subtotaal -181  234  -42  11 
         
Aanschafwaarde 3.575  1.503  339  5.417 
Cumulatieve afschrijvingen -1.264  -1.040  -196  -2.500 
         
         
Boekwaarde per 31 december 2021 2.311  463  143  2.917 

De investering in de rubriek huisvesting heeft te maken met de vervanging stoombevochtiger. De investeringen rubriek automatisering hebben o.a. te maken met de aanschaf van hardware voor het mogelijk maken van thuiswerken.
 

Financiële vaste activa

(bedragen x € 1000,-)

    31 december 2021 31 december 2020
06 Latente belastingvorderingen   402  441 
07 Overige vorderingen   117  176 
Totaal   519  617 

Het verloop van deze posten in 2021 is als volgt:

06 Latente belastingvorderingen

(bedragen x € 1000,-)

    2021 2020
Latente belastingvordering Vpb    402   441 

Voor een toelichting en nadere specificatie van de post latente belastingvordering Vpb wordt verwezen naar de aparte toelichting op de fiscale positie.

07 Overige vorderingen

Het verloop van deze post is als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1000,-)

    2021 2020
Saldo per 1 januari   176  168 
       
Mutaties in het boekjaar:      
vordering   -79  -
waardeverandering   20 
Saldo per 31 december   117  176 

De vordering bestaat nog uit één verkoop Sociale Koop. In 2021 is voor één verkoop het blote eigendom verkocht. Voor de waardering wordt gebruik gemaakt van de gemiddelde stijging van de leegwaarde in %.

Vlottende activa

Voorraden

Deze post is als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1000,-)

    31 december 2021 31 december 2020
08 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop   1.272  1.337 
Totaal   1.272  1.337 

08 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop

(bedragen x € 1000,-)

    31 december 2021 31 december 2020
       
Grondposities   1.511  1.576 
       
Subtotaal   1.511  1.576 
Af:      
Van voorziening onrendabele investeringen   -239  -239 
Totaal vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop   1.272  1.337 

Het verloop van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop is als volgt:

(bedragen x € 1000,-)

    2021 2020
Saldo per 1 januari   1.576  3.101 
       
Mutaties in boekjaar:      
       
Investeringen   -
Overheveling naar Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie   - -352 
Boekwaarde verkopen   -65  -558 
Afwaardering ten laste van voorziening   - -2 
Afwaardering ten laste van resultaat   - -615 
Subtotaal   -65  -1.525 
       
Saldo per 31 december   1.511  1.576 

In 2021 is 1 kavel op Oosseld verkocht met een boekwaarde van € 65 duizend. 

Vorderingen

Deze post is als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1000,-)

    31 december 2021 31 december 2020
09 Huurdebiteuren   1.165  1.170 
10 Latente belastingvorderingen   758  231 
11 Overige vorderingen   279  741 
12 Overlopende activa   2.457  1.583 
Totaal   4.659  3.725 

09 Huurdebiteuren

(bedragen x € 1000,-)

    31 december 2021 31 december 2020
Huurdebiteuren   1.553  1.560 
Af: voorziening dubieuze debiteuren   -388  -390 
Saldo   1.165  1.170 

Specificatie huurdebiteuren

(bedragen x € 1000,-)

  Zittende huurders Vertrokken huurders Totaal
Saldo per 31 december 527  1.026  1.553 

Verloopoverzicht voorziening huurdebiteuren

(bedragen x € 1000,-)

    Totaal
Saldo per 31 december 2020   390 
Mutaties in boekjaar:    
Onttrekking  
Subtotaal  
     
Saldo per 31 december 2021   388 

Het saldo van de huurdebiteuren is de totale vordering op (vertrokken) huurders. De huurachterstand per 31 december 2021 van de zittende en vertrokken huurders, uitgedrukt in een percentage van het totaal van de netto huren, bedraagt voor 2021 0,98% (2020 1,08%).

10 Latente belastingvorderingen

Deze post is als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1000,-)

    31 december 2021 31 december 2020
Latente belastingvordering Vpb   758 231
Saldo   758 231

Voor een toelichting en nadere specificatie van de post latente belastingvordering VPB wordt verwezen naar de aparte toelichting op de fiscale positie.

11 Overige vorderingen

Deze post is als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1000,-)

    31 december 2021 31 december 2020
Te vorderen BTW   - 679
Overige debiteuren   279 62
Saldo   279 741

12 Overlopende activa

Deze post is als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1000,-)

    31 december 2021 31 december 2020
Verzekering uitkering   15 5
Vooruitbetaalde bedragen   284 290
Belastingen   2.153 1.258
Diversen   5 30
Saldo   2.457 1.583

13 Liquide middelen

Deze post is als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1000,-)

    31 december 2021 31 december 2020
Kas  
Banken   2.719  2.416 
Totaal   2.720  2.417 

De kredietfaciliteit bij de huisbankier de Rabobank is ultimo 2021 € 5.0 miljoen voor rekening-courant. Ultimo 31 december 2021 is geen gebruik gemaakt van de kredietfaciliteit.
Het rentepercentage is gebaseerd op de 1-maands euribor met een opslag van 1,05%. De gemiddelde debetrente over 2021 komt hierdoor uit op 0,49%. Jaarlijks ontvangt de kredietverstrekker de beoordeling kredietwaardigheid van het WSW alsmede het borgingsplafond.

Passiva

Eigen vermogen

(bedragen x € 1000,-)

  31 december 2021 31 december 2020
14 Herwaarderingsreserves 541.147  491.127 
15 Overige reserves 257.326  252.316 
16 Resultaat na belastingen van het boekjaar 146.073  55.030 
Saldo per 31 december 944.546  798.473 

14 Herwaarderingsreserves

De herwaarderingsreserve wordt gevormd door het verschil tussen de marktwaarde en de stichtingskosten van het vastgoed en geeft het deel van het eigen vermogen weer dat in de toekomst nog moet worden gerealiseerd. Een gedeelte daarvan wordt echter als nimmer te realiseren beschouwd, omdat de corporatie niet de intentie heeft om al haar vastgoed te verkopen zoals in de marktwaardeberekening wel als uitgangspunt wordt gehanteerd. 

Het verloop van deze post is als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Saldo per 1 januari 491.127  452.933 
     
Mutaties in het boekjaar:    
verkopen -1.677  -1.110 
aankopen 1.238  77 
sloop -2.424  -2.347 
overige 51  215 
waardeverandering 52.831  41.359 
Saldo mutaties 50.020  38.194 
Saldo per 31 december 541.147  491.127 

15 Overige reserves

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Saldo per 1 januari 252.316  237.666 
     
Mutaties in het boekjaar:    
Herwaarderingsreserve -50.020  -38.194 
Resultaatbestemming voorgaand boekjaar 55.030  52.844 
Saldo mutaties 5.010  14.650 
Saldo per 31 december 257.326  252.316 

16 Resultaat na belasting van het boekjaar

Deze post is als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1000,-)

  31 december 2021 31 december 2020
Ongerealiseerd naar herwaarderingsreserve 138.501  50.020 
Gerealiseerde overige reserve 7.572  5.010 
Saldo per 31 december 146.073  55.030 

Voorstel resultaatbestemming

Voorgesteld wordt om het resultaat over 2021 ad € 146.073.000 voor € 138.501.000 toe te voegen aan de herwaarderingsreserve en voor € 7.572.000 toe te voegen aan de overige reserve. 

17 Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen

Deze post is als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1000,-)

  31 december 2021 31 december 2020
Saldo per 1 januari 10.469  5.349 
     
Mutaties in het boekjaar:    
Dotaties 6.170  8.605 
Onttrekkingen ‑4.577  ‑3.033 
Vrijval ‑2.197  ‑452 
Saldo 9.865  10.469 
     
Af: in mindering gebracht op vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie ‑2.538  ‑1.172 
Af: in mindering gebracht op Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop ‑239  ‑239 
     
Saldo per 31 december 7.088  9.058 

Voor een toelichting op de dotatie en de vrijval wordt verwezen naar de toelichting op de post 'overige waardeveranderingen' in de resultatenrekening. De onttrekkingen hebben betrekking op de projecten Drempt, Beethovenlaan, Papaverstraat en Overstegen.

Voor zover het saldo van de investeringen in de projecten waar een voorziening voor is gevormd het toelaten, is de voorziening in mindering gebracht op de posten 'Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie' en 'Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop'. De getroffen voorziening voor sloop is in mindering gebracht op de posten 'vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie'.

18 Schulden aan banken

Deze post is als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1000,-)

  31 december 2021 31 december 2020
Saldo per 1 januari  202.196   178.923 
     
Mutaties in het boekjaar:    
Agio (m.b.t. Vestia lening)  4.161   - 
Nieuwe leningen  13.978   35.600 
Mutatie flex roll-over  -6.000   -3.000 
Aflossingen  -5.476   -9.327 
Saldo  6.663   23.273 
Saldo per 31 december  208.859   202.196 
Af: naar kortlopende schulden, agio- verplichting komend jaar  -94   - 
Af: naar kortlopende schulden, aflossings- verplichting komend jaar  -6.317   -5.476 
Totaal  202.448   196.720 

De leningen zijn opgenomen tegen de nominale waarde waarbij rekening is gehouden met een eventuele disagio of agio. De marktwaarde van de leningen is per 31 december 2021 € 240.3 miljoen.

Ultimo 2021 bestaat de leningen portefeuille voor € 196.9 miljoen uit leningen met een vaste rente en voor € 7.8 miljoen uit twee leningen van € 3.9 miljoen met een variabele rente van  -/- 0,543% en  -/- 0,483%. De rente op de lening met variabele rente wordt bepaald door de 1-maands euribor verhoogd met een vaste opslag van 0,05% en 0,08%. Ultimo 2021 was de 1-maands euribor negatief. 

De aflossingsverplichtingen binnen 1 jaar zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. De opbouw van de leningportefeuille is voor 2 jaar t/m 5 jaar € 22.4 miljoen en langer dan 5 jaar € 177.2 miljoen.

De gemiddelde looptijd van de leningportefeuille is 15,8 jaar. De gemiddelde rentevoet van de uitstaande leningen bedraagt circa 2,37% (2020 2,51%). De leningen worden op basis van het annuïteitensysteem of ineens afgelost (fixe lening). 

Alle leningen zijn voor 100% geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Er zijn geen complexen hypothecair bezwaard. Het WSW heeft het recht van eerste hypotheek wat inhoudt dat het WSW hypotheek kan leggen op het onderpand wat is ingebracht bij het WSW. Naast het WSW heeft de Rabobank voor een bedrag van € 7.5 miljoen het recht van hypotheek. De kredietfaciliteit bij de Rabobank bedraagt € 5.0 miljoen. De rente en aflossing van alle leningen eind 2021 worden door het WSW gegarandeerd. 

19 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken VOV

(bedragen x € 1000,-)

  31 december 2021 31 december 2020
Saldo per 1 januari 30.179  29.423 
     
Mutaties in het boekjaar:    
Waardeverandering 4.673  1.560 
Terugkoop koopgarant ‑1.058  ‑804 
Saldo 3.615  756 
Saldo per 31 december 33.794  30.179 

Per 31 december 2021 betreft het aantal woningen verkocht onder voorwaarden 194 (2020: 200).

20 Overige schulden

(bedragen x € 1000,-)

  31 december 2021 31 december 2020
Waarborgsommen    
Saldo per 1 januari 87  94 
Mutaties in het boekjaar:    
Toegevoegd 10 
Uitbetaald 13  16 
Saldo ‑3  ‑7 
Totaal 84  87 

Kortlopende schulden

Deze post is als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1000,-)

  31 december 2021 31 december 2020
21 Schulden aan banken 6.411  5.476 
22 Schulden aan leveranciers en handelskredieten 3.315  1.802 
23 Belastingen en premies sociale verzekeringen en pensioenen 1.602  1.472 
24 Overlopende passiva 4.191  4.246 
Totaal 15.519  12.996 

21 Schulden aan banken

(bedragen x € 1000,-)

  31 december 2021 31 december 2020
Aflossingsverplichting komend jaar 6.317  5.476 
Vrijval Agio komend jaar 94  -
Totaal 6.411  5.476 

22 Schulden aan leveranciers en handelskredieten

(bedragen x € 1000,-)

  31 december 2021 31 december 2020
Schulden aan leveranciers en handelskredieten 3.315  1.802 
Totaal 3.315  1.802 

23 Belastingen en premies sociale verzekeringen en pensioenen

(bedragen x € 1000,-)

  31 december 2021 31 december 2020
Af te dragen BTW 1.365  1.261 
Loonheffing 117  90 
Pensioenen 69  61 
Sociale lasten 51  60 
Totaal 1.602  1.472 

24 Overlopende passiva

(bedragen x € 1000,-)

  31 december 2021 31 december 2020
Te verrekenen service- en stookkosten 545  557 
Nog te betalen bedragen 173  255 
Personeelsvereniging 39  30 
Vooruitontvangen subsidie 115  -
Niet vervallen rente 2.350  2.382 
Vooruitontvangen huur 515  594 
Reservering vakantierechten en overuren 320  308 
Reservering Glasfonds 123  118 
Diversen 11 
Totaal 4.191  4.246 

Financiële instrumenten

Sité maakt geen gebruik van derivaten om het rente- en kasstroomrisico af te dekken. 

Algemeen

De belangrijkste financiële risico’s waaraan Sité onderhevig is zijn het marktrisico, valutarisico, het renterisico, het kredietrisico en het liquiditeitsrisico. Het financiële beleid van Sité is erop gericht om op de korte termijn de effecten van koers- en renteschommelingen op het resultaat te beperken en om op lange termijn de marktwisselkoersen en marktrentes te volgen. Sité maakt geen gebruik van financiële derivaten om de financiële risico’s die verbonden zijn aan bedrijfsactiviteiten te beheersen. 

Marktrisico

Sité beheerst het marktrisico door stratificatie aan te brengen in de portefeuille en limieten te stellen. 

Valutarisico

Sité voert alleen transacties in euro’s (€) uit en loopt geen valutarisico. 

Renterisico

Sité loopt renterisico over de rentedragende vorderingen (met name onder financiële vaste activa) en rentedragende langlopende en kortlopende schulden. Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt de woningcorporatie risico ten aanzien van toekomstige kasstromen. Met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt Sité risico's over de marktwaarde.

Kredietrisico

Het gaat hierbij om het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen kunnen voldoen. Door het spreiden van transacties over verschillende financiële instellingen wordt getracht dit risico te beperken. Verder dienen de financiële instellingen te voldoen aan kredietwaardigheidseisen (rating). Dit is opgenomen in het treasurystatuut. 

Liquiditeitsrisico

Het gaat hierbij om het risico dat over onvoldoende middelen wordt beschikt om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Dit geldt voor alle verplichtingen van Sité en haar tegenpartijen, ongeacht of dit nu crediteuren of financiële instellingen zijn. Sité heeft op verschillende manieren gewaarborgd dat zij altijd aan haar verplichtingen kan voldoen. 

Niet in de balans opgenomen informatie

In 2021 zijn opdrachten verstrekt inzake investeringen die op 31 december 2021 nog niet geheel waren uitgevoerd en dus slechts ten dele gefactureerd en in 2021 verantwoord. De resterende verplichting op 31 december 2021 uit hoofde van deze opdrachten bedraagt circa € 16,0 miljoen waarvan € 13,18 miljoen een looptijd heeft van max 1 jaar en € 2,82 miljoen een looptijd heeft van 2 tot 5 jaar. De verplichtingen ultimo 2021 zijn met name de projecten Overstegen II fase 3, Drempt, Wijnbergen fase 6 en Spoorzone. 

Sité heeft de verplichtingen die ontstaan bij het uitkeren van jubileum-uitkeringen bij 12½, 25 en 40 jarig dienstverband en bij pensionering niet als verplichting in de balans opgenomen. Sité beschouwt de jubileum-uitkeringen als een onderdeel van de normale jaarlijkse personeelslasten. Deze visie wordt ondersteund door het feit dat de jubileum-uitkeringen min of meer gelijk over de jaren zijn verdeeld en hierbij geen 'pieken' zijn te onderscheiden. Daarbij zijn in het huidige arbeidsomgeving jubilea van meer dan 12½ jaar een grote uitzondering zodat het financieel belang minimaal is. In onderstaande tabel zijn de bedragen (contant) opgenomen van de verwachte jubileum-uitkeringen indien de huidige dienstverbanden doorlopen.

Jubileumuitkering bedragen x €1,-  
2022 tm 2026 58.017 
2027 tm 2031 60.481 
2032 tm 2036 43.141 
Na 2037 38.642 

Nederlandse pensioenregeling

De gehanteerde pensioenregeling van Sité is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:

  • Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen.
  • Er is sprake van een middelloonregeling.
  • De pensioen(richt)leeftijd is 68 jaar.
  • De regeling kent zowel een partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd door middel van een opbouwregeling (uitkeringsovereenkomst). Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast. Deze was in 2021 gelijk aan 27% van de pensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor. Bij een lager verwacht rendement moet een hogere premie ingelegd worden om hetzelfde pensioen te financieren.
  • Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de consumentenprijsindex voor alle huishoudens. Voor actieve deelnemers geldt dat het bestuur streeft naar verhoging met de loonontwikkeling van de brancheWoningcorporaties. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.
    De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:
    1. Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling (en haar groepsmaatschappijen).
    2. De toegelaten instelling is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting.
    3. Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.

De dekkingsgraad eind december 2021 bedroeg 126,0% (2020: 109,3%)

Eind 2019 had SPW niet de beschikking over de vereiste dekkingsgraad van ongeveer 126,6%. En daarom is in maart 2020 een nieuw herstelplan ingediend bij De Nederlandsche Bank (DNB). Op basis van de situatie eind 2019 verwacht SPW binnen de gestelde termijn van 10 jaar weer te beschikken over de wettelijk vereiste beleidsdekkingsgraad. Herstel moet vooral komen uit het beleggingsrendement. In het herstelplan 2020 zijn geen verlagingen van pensioenaanspraken nodig. 
Sité heeft de verplichting van het loopbaanontwikkelingsbudget niet als verplichting in de balans opgenomen. Sité beschouwt het loopbaanontwikkelingsbudget als een onderdeel van de normale jaarlijkse personeelslasten. En daarbij is het financieel belang minimaal. Over de afgelopen 5 jaar is het gemiddelde circa € 13,- duizend per jaar.

Als WSW-deelnemer heeft Sité een obligoverplichting. Deze obligoverplichting is gewijzigd. Sinds 1 juli 2021 onderscheidt het WSW een ‘jaarlijks obligo’ en een ‘gecommitteerd obligo’.
De gecommitteerde obligolening is een nieuw onderdeel van het borgstelsel van WSW en is een lening met een variabele hoofdsom (2,6% van de geborgde schuldpositie) waarop in beginsel niet getrokken wordt. Het WSW doet alleen een beroep op dit gecommitteerde obligo wanneer dat noodzakelijk is om zo middelen in liquide vorm beschikbaar te hebben voortvloeiend uit het risicovermogen in relatie tot geborgde verplichtingen. De maximale hoofdsom van de obligolening van Sité bedraagt ultimo 2021 € 5,27 miljoen. In 2021 is er geen trekking geweest waardoor de lening op 31 december 2021 nihil is. 
Het jaarlijks obligo geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Door middel van heffing van jaarlijks obligo blijft het risicovermogen van WSW op peil. Het jaarlijks obligo is maximaal 0,33% van het geborgd volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar (circa € 0,68 miljoen). Op basis van de prognose van het risicovermogen stelt WSW jaarlijks vast of en in welke mate inning van jaarlijks obligo benodigd is.

Sité heeft ultimo 2021 voor € 426.000 aan definitieve toekenning ten aanzien van subsidies uit hoofde van de Regeling Vermindering Verhuurderheffing. Deze bedragen zullen in mindering worden gebracht op de aangifte verhuurderheffing 2022.

Sité heeft ultimo 2021 geen inkoop- en leaseverplichtingen.
 

7. Toelichting op de winst- en verliesrekening

Netto Resultaat Verkocht Vastgoed in Ontwikkeling

25 Huuropbrengsten

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Te ontvangen huur 55.017  53.237 
Af: huurderving wegens leegstand -503  -468 
Totaal 54.514  52.769 

De te ontvangen huur ten opzichte van het vorige boekjaar is onder andere gewijzigd als gevolg van de reguliere huurverhoging, de huurverhoging als gevolg van verbeteringen, het in exploitatie nemen van nieuwe eenheden, aankoop van woningen, verkoop van bestaande eenheden en de sloop van eenheden.

De totale huurderving bedroeg 0,91% ( 2020 = 0,88% ) van de te ontvangen huur.

26 Opbrengsten servicecontracten

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
     
Servicecontracten 3.071  2.599 
Af: derving servicecontracten wegens leegstand -74  -46 
Totaal 2.997  2.553 

27 Lasten servicecontracten

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Lasten servicecontracten 3.163  2.568 
Toegerekende lasten servicecontracten 198  199 
Totaal 3.361  2.767 

28 Lasten verhuur en beheeractiviteiten

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 519  403 
Toegerekende lasten verhuur en beheeractiviteiten 4.499  4.285 
Totaal 5.018  4.688 

29 Lasten onderhoudsactiviteiten

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Regulier onderhoud 11.547  10.791 
Onderhoud vanuit renovatieprojecten 11.897  7.269 
Toegerekende onderhoudsactiviteiten 2.749  2.710 
Totaal 26.193  20.770 

30 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Belastingen 1.897  1.825 
Verzekeringen 406  366 
Heffingen overheid 5.661  4.802 
Totaal 7.964  6.993 

De post Heffingen overheid bestaat uit de verhuurderheffing. 

Netto Resultaat Verkocht Vastgoed in Ontwikkeling

31 Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling 64  552 
Totaal 64  552 

Dit betreft voor 2021 de opbrengst van een verkochte bouwkavel in Oosseld.

32 Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling 65  558 
Totaal 65  558 

Dit betreft voor 2021 de boekwaarde van de verkochte bouwkavel in Oosseld.

Netto Gerealiseerd Resultaat Verkoop Vastgoedportefeuille

33 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 3.903  6.317 
Totaal 3.903  6.317 

De verkoopopbrengst bestaat in 2021 uit 9 woningen uit exploitatie, 1 stukje grond nabij de Merelstraat in Gaanderen, 3 doorverkochte koopgarant woningen na terugkoop vanuit koopgarant, 1 koopgarant woning waarbij het restant afgekocht is door de eigenaar en 1 verkocht uit voorraad.

34 Toegerekende organisatiekosten

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Toegerekende organisatiekosten 140  112 
Totaal 140  112 

De verkoopopbrengst bestaat in 2021 uit 9 woningen uit exploitatie, 1 stukje grond nabij de Merelstraat in Gaanderen, 3 doorverkochte koopgarant woningen na terugkoop vanuit koopgarant, 1 koopgarant woning waarbij het restant afgekocht is door de eigenaar en 1 verkocht uit voorraad.

35 Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille 2.694  5.559 
Totaal 2.694  5.559 

De boekwaarde bestaat in 2021 uit 9 woningen uit exploitatie, de doorverkochte koopgarant woningen na terugkoop vanuit koopgarant, de koopgarant woning waarbij het restant afgekocht is door de eigenaar en 1 uit voorraad.

36 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
1. Dotatie voorziening verlieslatende contracten -6.170  -8.605 
2. Vrijval voorziening verlieslatende contracten 2.197  452 
3. Verlieslatende contracten aankoop -494  -
4. Afwaardering renovaties -396  -239 
5. Verlieslatende contracten nieuwbouw -252  -3.754 
6. Afwaardering grondpositie - -1.357 
Totaal -5.115  -13.503 
  1. De dotatie aan de voorziening heeft betrekking op de actualisatie van voorzieningen voor Drempt, Beethovenlaan, Wijnbergen fase 6, Oosseldstraat, Amphionstraat en Dilleveld.
  2. De vrijval heeft onder andere betrekking op de voorziening voor de projecten Schöneveld, Spoorzone Bloemenbuurt, Papaverstraat en Overstegen.
  3. Verlieslatende contracten aankoop heeft betrekking op het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat en de aankoopwaarde van de aangekochte woningen die in verhuur zijn genomen. 
  4. De afwaardering renovaties heeft betrekking op de Papaverstraat en Molenkolkweg. 
  5. De verlieslatende contracten nieuwbouw heeft betrekking op de Beethovenlaan.

37 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 142.642  56.446 
Totaal 142.642  56.446 

De niet-gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille wordt veroorzaakt door de stijging van de marktwaarde in verhuurde staat als gevolg van de huidige marktomstandigheden voor woningen en bedrijfsonroerend goed.

38 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille VOV

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Waardemutatie vastgoedportefeuille VOV 8.739  2.907 
Waardemutatie verplichting VOV -4.669  -1.561 
Totaal 4.071  1.346 

De per saldo positieve waarde mutatie vastgoedportefeuille VOV en bijbehorende verplichting heeft betrekking op de waardeverandering als gevolg van marktomstandigheden.

Netto Resultaat Overige Activiteiten

39 Opbrengst overige activiteiten

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Vergoeding glas- en servicefonds - 398 
Vergoedingen administratie en transacties 165  98 
Totaal 165  496 

40 Kosten overige activiteiten

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Kosten glas- en servicefonds - 471 
Resultaat terugkoop 271  89 
Totaal 271  560 

Het resultaat terugkoop in 2021 bestaat uit 6 woningen (2020: 6 woningen)

41 Overige organisatiekosten

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Algemene kosten 352  318 
Kosten Raad van Commissarisen (incl. bezoldiging) 99  96 
Heffingen overheid 4.328  58 
Toegerekende overige organisatiekosten 1.137  1.115 
Totaal 5.916  1.587 

De post Heffingen overheid bestaat uit de bijdrage Autoriteit Woningcorporaties, obligoheffing, verhuurderbijdrage en agio. In 2021 is afgesproken dat corporaties via een constructie de rentelast van Vestia overnemen. Deze eenmalige agio (het verschil met de nominale af te lossen waarde) van deze lening ruil bedraagt € 4,2 miljoen. De saneringssteun was in 2021 en 2020 niet van toepassing. 

42 Kosten omtrent leefbaarheid

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Leefbaarheid 248  224 
Toegerekende kosten leefbaarheid 475  477 
Totaal 723  701 

Saldo Financiële Baten en Lasten

43 Wijzigingen in de waarde van financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Vordering sociale koop 13 
Totaal 13 

44 Rentelasten en soortgelijke kosten

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Langlopende schulden    
Rente leningen kredietinstellingen 5.000  5.083 
Kortlopende schulden    
Rente schulden aan kredietinstellingen (disagio/afkoop) -
Rente rekening-courant 12  16 
Totaal 5.012  5.106 

45 Belastingen

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Vennootschapsbelasting:    
Vorming latenties 536  120 
Aanwending Latenties -48  -202 
Winstbelasting -312  -2.471 
Totaal 176  -2.553 

Resultaat

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Resultaat boekjaar 146.073  55.030 
Totaal 146.073  55.030 

Overzicht totaalresultaat

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
     
Resultaat na belastingen 146.073  55.030 
Totaal resultaat 146.073  55.030 

Overige toelichtingen

Lonen en salarissen

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Lonen en salarissen 4.531  4.624 
Totaal 4.531  4.624 

Sité heeft gemiddeld over 2021 81,87 fte`s (over 2020 gemiddeld 85,12 fte`s). Eind 2021 zijn er 83,23 fte's die onder de CAO van woningcorporaties vallen (eind 2020 83,50 fte's) Per 1 juli 2021 heeft er een CAO verhoging van 2,25% plaatsgevonden en in april is er een eenmalige bruto uitkering van € 550,- naar rato van het dienstverband uitgekeerd. 
 

Sociale lasten en pensioenlasten

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Sociale lasten 710  776 
Pensioenlasten 602  800 
Totaal 1.312  1.576 

Bezoldiging

Voor de toelichting betreffende de bezoldiging van de Raad van Commissarissen en directeur-bestuurder wordt verwezen naar hoofdstuk 9.

Bedrijfslasten

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Afschrijvingen 365  351 
Lonen en salarissen 4.531  4.624 
Sociale lasten en pensioenen 1.312  1.576 
Overige personeelskosten 1.795  1.067 
Overige bedrijfslasten 1.679  1.765 
Totaal 9.682  9.383 

Verdeling bedrijfslasten naar verschillende activiteiten

(bedragen x € 1000,-)

  2021 2020
Lasten servicecontracten 198  199 
Lasten verhuur en beheersactiviteiten 4.527  4.352 
Lasten onderhoudsactiviteiten 2.752  2.711 
Lasten verkoop vastgoedportefeuille 141  112 
Overige organisatiekosten 1.589  1.531 
Leefbaarheid 476  478 
Totaal 9.682  9.383 

Voor het boekjaar 2021 is het totale honoraria voor BDO Audit & Assurance B.V. € 119 duizend inclusief btw. Het honoraria is te splitsen in de volgende posten

(bedragen x € 1000,-)

  Accountant BDO 2021
Totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 104 
Totale honoraria voor andere controleopdrachten 15 
Totaal 119 

8a. Gescheiden balans voor resultaatbestemming DAEB en niet-DAEB

  DAEB   niet-DAEB  
Activa (x € 1.000) 31 december 2021 31 december 2020 31 december 2021 31 december 2020
Vaste activa        
Vastgoedbeleggingen        
DAEB vastgoed in exploitatie 1.078.890  936.775  - -
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie - - 70.559  64.400 
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 29.497  23.474  11.392  9.812 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 1.054  2.050  - -
Totaal van vastgoedbeleggingen 1.109.441  962.299  81.951  74.212 
         
Materiële vaste activa        
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 2.917  2.906  - -
Totaal van materiële vaste activa 2.917  2.906  - -
         
Financiële vaste activa        
Aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van deelneming in groepsmaatschappijen 77.223  66.366  - -
Vorderingen op groepsmaatschappijen - 3.562  - -
Latente belastingvorderingen 223  259  179  182 
Overige vorderingen 117  176  - -
Totaal van financiële vaste activa 77.563  70.363  179  182 
         
Totaal van vaste activa 1.189.921  1.035.568  82.130  74.394 
         
Vlottende activa        
Voorraden        
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop - - 1.272  1.337 
Totaal van voorraden - - 1.272  1.337 
         
Vorderingen        
Huurdebiteuren 1.124  1.099  41  71 
Latente belastingvorderingen 565  41  193  190 
Overige vorderingen 279  708  - 33 
Overlopende activa 2.315  1.495  142  88 
Totaal van vorderingen 4.283  3.343  376  382 
         
Liquide middelen 3.447  3.146 
         
Totaal van vlottende activa 4.284  3.344  5.095  4.865 
         
Totaal van activa 1.194.205  1.038.912  87.225  79.259 
  DAEB   niet-DAEB  
Passiva ( x € 1.000) 31 december 2021 31 december 2020 31 december 2021 31 december 2020
         
Eigen vermogen        
Herwaarderingsreserves 541.147  491.127  21.080  20.201 
Overige reserves 257.326  252.316  45.286  42.267 
Resultaat na belastingen van het boekjaar 146.073  55.030  10.857  3.898 
Totaal van eigen vermogen 944.546  798.473  77.223  66.366 
         
Voorzieningen        
Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen 7.088  9.035  - 23 
Totaal van voorzieningen 7.088  9.035  - 23 
         
Langlopende schulden        
Schulden aan banken 202.448  196.720  - -
Schulden aan groepsmaatschappijen - - - 3.562 
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 23.926  21.028  9.868  9.151 
Overige schulden 77  80 
Totaal van langlopende schulden 226.381  217.755  9.945  12.793 
         
Kortlopende schulden        
Schulden aan banken 7.139  6.206  - -
Schulden aan leveranciers en handelskredieten 3.315  1.802  - -
Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen 1.602  1.472  - -
Overlopende passiva 4.134  4.169  57  77 
Totaal van kortlopende schulden 16.190  13.649  57  77 
         
         
Totaal van passiva 1.194.205  1.038.912  87.225  79.259 

8b. Winst- en verliesrekening DAEB en niet-DAEB

  DAEB   niet-DAEB  
Winst- en Verliesrekening (x € 1000) 2021 2020 2021 2020
Huuropbrengsten 51.085  49.336  3.429  3.433 
Opbrengsten servicecontracten 2.886  2.459  111  94 
Lasten servicecontracten 3.250  2.735  111  32 
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 4.703  4.331  315  357 
Lasten onderhoudsactiviteiten 25.246  20.144  947  626 
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 7.640  6.664  324  329 
Totaal van netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 13.132  17.921  1.843  2.183 
         
Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling - - 64  552 
Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling - - 65  558 
Totaal van netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling - - -1  -6 
         
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 1.015  670  3.408  5.831 
Toegerekende organisatiekosten 132  104 
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille 591  490  2.564  5.253 
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 292  76  836  570 
         
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -5.138  -12.761  23  -742 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 134.867  54.083  7.716  2.363 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 3.155  1.026  916  320 
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille 132.884  42.348  8.655  1.941 
         
Opbrengst overige activiteiten 107  477  58  19 
Kosten overige activiteiten 43  551  228 
Totaal van netto resultaat overige activiteiten 64  -74  -170  10 
         
Overige organisatiekosten 5.819  1.478  97  109 
Kosten omtrent leefbaarheid 671  637  52  64 
         
Wijzigingen in de waarde van financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren 13  - -
Rentebaten interne lening 126  390  - -
Rentelasten interne lening - - 126  390 
Rentelasten en soortgelijke kosten 5.012  5.106  - -
Totaal van financiële baten en lasten -4.873  -4.708  -126  -390 
         
Totaal van resultaat voor belastingen 135.009  53.448  10.888  4.135 
Belastingen 207  -2.316  -31  -237 
Resultaat uit deelnemingen 10.857  3.898  - -
Totaal van resultaat na belastingen 146.073  55.030  10.857  3.898 

8c. Kasstroomoverzicht DAEB en niet-DAEB

  DAEB   niet-DAEB  
Kasstroomoverzicht ( x € 1.000) 2021 2020 2021 2020
Geldmiddelen begin boekjaar -729  -468  3.146  2.895 
Kasstroom uit operationele activiteiten        
Huurontvangsten 51.178  49.703  3.471  3.423 
Vergoedingen 2.233  2.431  114  110 
Overige bedrijfsontvangsten 69  82  45 
Ontvangen interest 126  390  - -
Saldo ingaande kasstromen 53.606  52.606  3.630  3.541 
         
Betalingen aan werknemers 5.514  5.757  351  434 
Onderhoudsuitgaven 22.541  18.488  779  433 
Overige bedrijfsuitgaven 7.981  7.757  533  464 
Betaalde interest 5.045  5.381  126  390 
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 166  54 
Verhuurdersheffing 5.488  4.626  173  177 
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden 230  193  24  31 
Vennootschapsbelasting 1.135  2.137  72  161 
Saldo uitgaande kasstroom 48.100  44.393  2.059  2.094 
         
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten 5.506  8.213  1.571  1.447 
Kasstroom uit investeringsactiviteiten        
Verkoopontvangsten bestaande huur 1.002  670  2.031  5.160 
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) - - 1.093  647 
Verkoopontvangsten grond - 64  609 
Totaal van ontvangsten uit hoofde van vervreemding van MVA 1.011  670  3.188  6.416 
         
MVA uitgaande kasstroom        
Nieuwbouw huur 2.342  11.807  - -
Verbeteruitgaven 7.865  5.256  157  36 
Aankoop 2.071  22.410  - 164 
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop - - 739  -
Investeringen overig 374  357  - -
Totaal van verwerving van materiële vaste activa 12.652  39.830  896  200 
         
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA -11.641  -39.160  2.292  6.216 
Financiële vaste activa        
Ontvangsten overig 3.635  7.412  - -
Saldo in- en uitgaande kasstromen FVA 3.635  7.412  - -
         
Totaal van kasstroom uit investeringsactiviteiten -8.006  -31.748  2.292  6.216 
Kasstroom uit financieringsactiviteiten        
         
Nieuwe te borgen leningen 16.478  35.600  - -
Saldo ingaande kasstromen 16.478  35.600  - -
         
Aflossing geborgde leningen 13.976  12.326  - -
Aflossing ongeborgde leningen - - 3.562  7.412 
Saldo uitgaande kasstromen 13.976  12.326  3.562  7.412 
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten 2.502  23.274  -3.562  -7.412 
         
Toename (afname) van geldmiddelen -261  301  251 
         
Geldmiddelen aan het einde van de periode -727  -729  3.447  3.146 
         
Geldmiddelen vanuit schulden aan banken -728  -730  - -
Geldmiddelen vanuit liquide middelen 3.447  3.146 
         
         

9. Bezoldiging topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen

In onderstaande tabel is de bezoldiging van topfunctionarissen opgenomen in het kader van de Wet Normering Topinkomens over 2021 en 2020.

Gegevens 2021  
bedragen x € 1  
Naam E. Birkenhäger
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2021 01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0
Dienstbetrekking? ja
   
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 130.723
Beloningen betaalbaar op termijn 18.224
Subtotaal 148.947
   
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 175.000
   
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Nvt
Totale bezoldiging 148.947
   
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Nvt
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling Nvt
Gegevens 2020  
Naam E. Birkenhäger
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01/01-31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 125.823
Beloningen betaalbaar op termijn 22.961
Subtotaal 148.784
   
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 168.000
Totale bezoldiging 148.784

De totale bezoldiging voor directeur-bestuurder E. Birkenhäger op grond van de WNT bedraagt: € 148.947. De bezoldiging inclusief sociale lasten bedraagt € 158.613. De voorziening betaalbaar op termijn (pensioen) is alleen het werkgeversdeel.
Conform de regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen is Sité ingedeeld in F met een maximale bezoldiging van € 175.000. Er is geen overschrijding van de WNT bij directeur-bestuurder mevrouw E. Birkenhäger.
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individueel toepasselijk drempelbedrag hebben ontvangen.  

In onderstaande tabel is de bezoldiging van Toezichthoudende topfunctionarissen opgenomen in het kader van de Wet Normering Topinkomens over 2021 en 2020.

De uitgekeerde honorering in 2021 voor de Raad van Commissarissen heeft plaatsgevonden volgens de VTW beroepsregel en past binnen de bepalingen van de Wet Normering Topinkomens.

Bezoldiging Toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2021              
bedragen x € 1              
Naam M.W.E. Gries E.C.M. de Jaeger E.C.M. de Jaeger J.S.M. Hendriksen S.W. Koster A.M.J. van Atteveld J. Sundaram
Functiegegevens Voorzitter Voorzitter Lid Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2021 1/1 - 03/03 4/03 - 31/12 1/1 - 3/03 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 18/05 - 31/12
Bezoldiging              
Bezoldiging 3.538  16.766  2.331  13.550  13.550  13.550  8.560 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 4.459  21.791  2.973  17.500  17.500  17.200  10.932 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag              
Totale bezoldiging 3.538  16.766  2.331  13.550  13.550  13.550  8.560 
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan              
               
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling              
Gegevens 2020              
Naam M.W.E. Gries   E.C.M. de Jaeger J.S.M. Hendriksen S.W. Koster A.M.J. van Atteveld  
Functiegegevens Voorzitter   Lid Lid Lid Lid  
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01/01 - 31/12   01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12  
               
Bezoldiging              
Totale bezoldiging 19.400    13.000  13.000  13.000  13.000   
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 25.200    16.800  16.800  16.800  16.800   
               

10. Vaststelling Raad van Commissarissen

De Raad van Commissarissen heeft in zijn vergadering van 12 mei 2022 het jaarverslag 2021 vastgesteld.

Doetinchem, 


Drs. E.C.M. (Edo) de Jaeger (voorzitter)


A.M.J. (Lettie) van Atteveld MSc.


J.S.M. (José) Hendriksen


Drs. S.W. (Steven) Koster


Ir J. (Janarthanan) Sundaram

11. Overige gegevens

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2021

Ons oordeel

Wij hebben de jaarrekening 2021 van Stichting Sité Woondiensten te Doetinchem gecontroleerd.

WIJ CONTROLEERDEN ONS OORDEEL
De jaarrekening bestaande uit: 
  1. de balans per 31 december 2021;
  2. de winst-en-verliesrekening over 2021; en
  3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen.

     
     
Naar ons oordeel geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting Sité Woondiensten op 31 december 2021 en van het resultaat over 2021 in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de Wet normering topinkomens (WNT).

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij zijn onafhankelijk van Stichting Sité Woondiensten zoals vereist in de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).  

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

B. Informatie ter ondersteuning van ons oordeel

Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter onderbouwing van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies. 

Materialiteit

Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 21.100.000. De materialiteit is gebaseerd op 1,75% van de totale activa.
Op basis van onze professionele oordeelsvorming hanteren wij een lager materialiteitsniveau dan voor de jaarrekening als geheel voor de in de jaarrekening verantwoorde (operationele) transactiestromen, inclusief hun hoedanigheid van zowel resultaatstromen als kasstromen, waarbij sprake is van een onderliggende ingaande dan wel uitgaande kasstroom. Dit lagere materialiteitsniveau is vastgesteld op € 1.075.000 hetgeen gebaseerd is op 1,75% van het (genormaliseerd) totaal van huuropbrengsten, opbrengsten service contracten en verkoopopbrengsten. 

Voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie hebben wij de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2021.

Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn. 

Wij zijn met de raad van commissarissen overeengekomen dat wij aan de raad tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven € 1.053.000 rapporteren, alsmede afwijkingen qua transactiestromen boven de € 54.000 en kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve of WNT-redenen relevant zijn.
 

Controleaanpak continuïteit

Het bestuur van Stichting Sité Woondiensten heeft een beoordeling gemaakt van de mogelijkheid van de toegelaten instelling om haar continuïteit te handhaven. Hiertoe heeft het bestuur onder andere beoordeeld of op basis van de jaarrekening 2021 aan de geldende ratio’s van de toezichthouder wordt voldaan (zoals toegelicht in hoofdstuk 5 van het bestuursverslag) en heeft het bestuur een begroting opgesteld voor de komende vijf jaar (de prospectieve informatie). Op basis hiervan concludeert het bestuur dat de continuïteit van de stichting is gewaarborgd. 

Wij hebben de volgende werkzaamheden verricht om de risico’s met betrekking tot de continuïteit te identificeren en in te schatten en om vast te stellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. 

  • Wij hebben kennis genomen van de ratio’s zoals gepresenteerd in het bestuursverslag en hebben vastgesteld dat deze juist berekend zijn en dat deze voldoen aan de normen zoals bepaald door de toezichthouder.
  • Wij hebben kennis genomen van de opgestelde begroting en hebben vastgesteld dat op basis van de in de begroting gehanteerde veronderstellingen en uitgangspunten ook op lange termijn voldaan wordt aan de normen zoals bepaald door de toezichthouder.
  • Verder hebben wij kennis genomen van de borgingsbrief van het WSW op basis waarvan wij hebben vastgesteld dat de borgingsruimte – op basis van de kasstromen volgens de meerjarenbegroting – toereikend is.
  • Tot slot hebben wij de continuïteitsveronderstelling en onderliggende uitgangspunten besproken met het bestuur en de raad van commissarissen. 

Op basis van onze werkzaamheden concluderen wij dat de mate waarin het bestuur in haar beoordeling van de continuïteitsveronderstelling rekening heeft gehouden met de thans beschikbare informatie en de toelichtingen daaromtrent in de jaarrekening, passend zijn in de omstandigheden en in overeenstemming met het genoemde verslaggevingsstelsel Wij hebben geen onzekerheid van materieel belang omtrent de continuïteit geïdentificeerd.

Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen evenwel van invloed zijn op de continuïteit van de toegelaten instelling.

Controleaanpak frauderisico’s

Wij hebben risico’s geïdentificeerd en ingeschat op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening van Stichting Sité Woondiensten die het gevolg is van fraude. Wij hebben tijdens onze controle inzicht verkregen in de stichting en haar omgeving, de componenten van het interne beheersingssysteem, waaronder het risico-inschattingsproces en de wijze waarop het bestuur inspeelt op frauderisico’s en het interne beheersingssysteem monitort en de wijze waarop de raad van commissarissen toezicht uitoefent, alsmede de uitkomsten daarvan. 

Wij hebben de opzet en de relevante aspecten van het interne beheersingssysteem en in het bijzonder de frauderisicoanalyse geëvalueerd alsook bijvoorbeeld de gedragscode, klokkenluidersregeling en de incidentenregistratie. Wij hebben de opzet en het bestaan geëvalueerd, en voor zover wij noodzakelijk achten, de werking getoetst van interne beheersmaatregelen gericht op het mitigeren van frauderisico’s. 

Als onderdeel van ons proces voor het identificeren van risico’s op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg is van fraude, hebben wij frauderisicofactoren overwogen met betrekking tot frauduleuze financiële verslaggeving, oneigenlijke toe-eigening van activa en omkoping en corruptie Wij hebben geëvalueerd of deze factoren een indicatie vormden voor de aanwezigheid van het risico op afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude. 

De door ons geïdentificeerde frauderisico’s zien toe op vastgoed gerelateerde transacties, processen rondom vanwege de verwerking van (incidentele) schattingsposten in de jaarrekening en de mogelijkheid tot het doorbreken van interne beheersingsmaatregelen door het management. Op grond van onze beroepsregels gaan wij uit van een verondersteld frauderisico ten aanzien van de opbrengstenverantwoording. Bij Stichting Sité Woondiensten bestaan de opbrengsten met name uit huren en bestaat inherent het risico op het onvolledig verantwoorden van die opbrengsten. Wij hebben dit risico als laag ingeschat en daardoor geen materieel frauderisico onderkend in de opbrengstverantwoording.

Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden hebben wij inzicht verkregen in processen van de stichting met betrekking tot vastgoed gerelateerde transacties, de verwerking van (incidentele) schattingsposten in de jaarrekening alsmede de mogelijkheid tot het doorbreken van interne beheersingsmaatregelen door het management hierin en hebben wij vastgesteld dat deze processen zijn ingericht op het identificeren van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude, corruptie en/of andere non-compliance. Daarvoor hebben wij de minimaal vereiste functiescheidingen rondom deze processen getoetst. Tevens beoordeelden wij risico’s rondom (betalings)bevoegdheden van medewerkers van Stichting Sité Woondiensten alsmede de inrichting daarvan in de aanwezige IT-systemen. Door middel van data analyse hebben wij inkopen geanalyseerd op een mogelijk verhoogd risico terzake prijsvorming, alsmede journaalposten met een verhoogd risico of van ongebruikelijke aard. Voorts hebben wij door het bestuur gemaakte (significante) schattingen gecontroleerd, inclusief een retrospectieve toetsing daarop. 

In onze controle bouwen wij een element in van onvoorspelbaarheid. Ook hebben wij de uitkomst van andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen zijn die aanwijzing geven voor fraude of het niet-naleven van wet- en regelgeving. 

Wij hebben kennis genomen van de beschikbare informatie en om inlichtingen gevraagd bij het bestuur, het management en de raad van commissarissen.

Hieruit volgden geen signalen van fraude die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang.

De kernpunten van onze controle

In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het meest belangrijk waren tijdens onze controle van de jaarrekening. De kernpunten van onze controle hebben wij met de raad van commissarissen gecommuniceerd, maar vormen geen volledige weergave van alles wat is besproken. 

Wij hebben onze controlewerkzaamheden met betrekking tot deze kernpunten bepaald in het kader van de jaarrekeningcontrole als geheel. Onze bevindingen ten aanzien van de individuele kernpunten moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen over deze kernpunten.

WAARDERING VASTGOED IN EXPLOITATIE OP MARKTWAARDE IN VERHUURDE STAAT OP BASIS VAN FULL WAARDERING ONZE CONTROLEAANPAK EN OBSERVATIES

Het vastgoed in exploitatie bedraagt per 
31 december 2021 € 1.149.449.000 wat neerkomt op 96% van het balanstotaal van Stichting Sité Woondiensten. 
Het vastgoed in exploitatie moet volgens de Woningwet worden gewaardeerd tegen marktwaarde in verhuurde staat. Stichting Sité Woondiensten waardeert het vastgoed in exploitatie volgens de full versie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ als toegelicht op pagina 103 van de jaarrekening. 
Bij toepassing van de full versie worden vrijheidsgraden gebruikt om te komen tot de marktwaarde in verhuurde staat op complexniveau. De vrijheidsgraden worden bepaald op basis van de oordeelsvorming van het bestuur.
Conform de vereisten uit het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde heeft Stichting Sité Woondiensten externe taxateurs ingeschakeld voor het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat van de individuele vastgoedbeleggingen. De externe taxateurs zijn aangesteld door het bestuur en voeren hun werkzaamheden uit in overeenstemming met de standaarden zoals opgelegd door de NRVT (Nederlands Register Vastgoed Taxateurs). 

Voor de waardering van het vastgoed in exploitatie volgens de full-versie van het handboek zijn de mutatiegraad, disconteringsvoet, leegwaarde en de markthuur belangrijke assumpties die door het bestuur moeten worden ingeschat en die een belangrijke impact kunnen hebben op de uitkomst van de waardering. De door het bestuur ingeschatte vrijheidsgraden zijn gevalideerd door de externe taxateurs op basis van beschikbare marktinformatie en transacties. 

Door de significantie van deze post voor de jaarrekening én de inherent hoge mate van subjectiviteit van bovengenoemde assumpties in de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat, hebben wij de waardering van vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat aangemerkt als kernpunt in onze controle. 

 

 
 
 
 
 
 

 
 

Wij hebbende de opzet en het bestaan van de administratieve organisatie en de interne beheersingsmaatregelen voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat vastgesteld. 

Controle input
Onze controlewerkzaamheden bestonden onder meer uit het vaststellen van de naleving van de bepalingen uit het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’, peildatum 31 december 2021, waaronder begrepen de inschatting door het bestuur van relevante vrijheidsgraden. 
Wij hebben de juistheid van de objectgegevens die ten grondslag liggen aan de berekening van de waardering (‘input in het rekenmodel’) gecontroleerd.

Controle throughput
Wij hebben vastgesteld dat de marktwaarde in verhuurde staat is berekend middels een gecertificeerd rekenmodel (verificatie van de ‘throughput’). Wij hebben vastgesteld dat Stichting Sité Woondiensten aanvullend interne beheersingsmaatregelen heeft doorgevoerd om te komen tot een betrouwbare uitkomst van de marktwaarde uit dit model. 

Controle output
Wij hebben de competentie en onafhankelijkheid van de externe taxateurs vastgesteld en de uitkomsten van de door de externe taxateurs uitgevoerde waarderingen gecontroleerd. Daarbij is de taxatiecyclus gehanteerd zoals voorgeschreven door het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’. Wij hebben vastgesteld dat de door Stichting Sité Woondiensten toegepaste vrijheidsgraden gevalideerd zijn door de externe taxateurs. 

Voor het controleren van de uitkomsten (‘output’) en de gehanteerde veronderstellingen bij de waardering hebben wij gebruik gemaakt van onze vastgoed waarderingsdeskundigen.

Daarnaast hebben wij gecontroleerd of de toelichting op het vastgoed in exploitatie in de jaarrekening toereikend is. Hierbij is vastgesteld dat de schattingsonzekerheid adequaat door het bestuur is uiteengezet.

Observaties
Op basis van de door ons uitgevoerde controlewerkzaamheden hebben wij bij de waardering van het vastgoed in exploitatie geen materiële afwijkingen geconstateerd.

BEPALING EN TOELICHTING BELEIDSWAARDE VASTGOED IN EXPLOITATIE ONZE CONTROLEAANPAK EN OBSERVATIES

Volgens RJ645 moet in de toelichting de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie worden vermeld. Op pagina 128 van de jaarrekening is deze beleidswaarde toegelicht. 

De beleidswaarde is een belangrijke parameter voor de bepaling van financiële ratio’s van Stichting Sité Woondiensten gebaseerd op de Aw/WSW-normen, en deze vormt daarmee een uitgangspunt voor de beoordeling van de financiële positie (inclusief de continuïteitsveronderstelling) in de jaarrekening. 

De beleidswaarde wordt bepaald door vier uitgangspunten in de marktwaardebepaling aan te passen naar het feitelijke beleid van de woningcorporatie, conform voorgeschreven veronderstellingen. 
Bij de bepaling van de beleidswaarde heeft het bestuur een aantal significante schattingen moeten maken, wat significante effecten heeft op de waardering en daaruit voortvloeiende financiële ratio’s. Derhalve hebben wij de beleidswaarde in exploitatie als kernpunt in onze controle aangemerkt. 
  
  
 
 
 

 
 
 
  
 

 

 
 
 

Wij hebbende de opzet en het bestaan van de administratieve organisatie en de interne beheersingsmaatregelen voor de bepaling van de beleidswaarde vastgesteld.

Wij hebben vastgesteld dat het startpunt van de berekening van de beleidswaarde aansluit op de marktwaarde in verhuurde staat, alsmede dat voor het bepalen van de beleidswaarde gebruik is gemaakt van een gecertificeerd rekenmodel.

Voorts hebben wij vastgesteld dat:

  • De bepaling van de beleidswaarde is gebaseerd op het doorexploitatie scenario;
  • Streefhuren en huurverhogingen zijn gebaseerd op het eigen beleid;
  • De marktnormen voor onderhoud  vervangen zijn door meerjarige onderhoudsnormen gebaseerd op het eigen beleid;
  • De beheernormen vervangen zijn door meerjarige beheernormen gebaseerd op het eigen beleid.

Wij hebben gecontroleerd of voornoemd eigen beleid overeenkomst met onderliggende documentatie en beleidsdocumenten.

Daarnaast hebben wij gecontroleerd of de toelichting op de beleidswaarde in de jaarrekening toereikend is. Hierbij is vastgesteld dat de gevoeligheid in relatie tot de realiseerbaarheid van de uitkomsten adequaat door het bestuur is uiteengezet.

Observaties
Wij hebben vastgesteld dat de gehanteerde veronderstellingen voor het bepalen van de beleidswaarde aanvaardbaar zijn.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd

In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2021 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

C. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie

Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die bestaat uit:  

  • Bestuursverslag, inclusief Volkshuisvestelijk verslag;
  • Verslag van de raad van commissarissen;
  • Overige gegevens;
  • Kengetallen.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

  • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
  • alle informatie bevat die op grond van artikel 36 en 36a van de Woningwet is vereist.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in rubriek A van het accountantsprotocol zoals opgenomen in bijlage 4 bij artikel 17 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag inclusief het volkshuisvestelijk verslag en de overige gegevens in overeenstemming met artikel 36 en 36a van de Woningwet.

D. Verklaring betreffende overige door wet- of regelgeving gestelde vereisten

Benoeming

Wij zijn door de raad van commissarissen op benoemd als accountant van Stichting Sité Woondiensten vanaf de controle van het boekjaar 2015 en zijn sinds dat boekjaar de externe accountant.

Geen verboden diensten

Wij hebben geen verboden diensten als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang geleverd.

E. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het bestuur en de raad van commissarissen voor de jaarrekening

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de WNT.

In dit kader is het bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de toegelaten instelling in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van artikel 35 van de Woningwet moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de toegelaten instelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de toegelaten instelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

De raad van commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de toegelaten instelling.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. 

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. 

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerk-zaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de vennootschap;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
  • het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de toegelaten instelling haar activiteiten kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een toegelaten instelling haar continuïteit niet langer kan handhaven;
  • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en
  • het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Wij communiceren met de raad van commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. In dit kader geven wij ook een verklaring aan het auditcomité op grond van artikel 11 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang. De in die aanvullende verklaring verstrekte informatie is consistent met ons oordeel in deze controleverklaring.

Wij bevestigen aan de raad van commissarissen dat wij de relevante ethische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd. Wij communiceren ook met de raad over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening op basis van alle zaken die wij met de raad van commissarissen hebben besproken. Wij beschrijven deze kernpunten in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of in buitengewoon zeldzame omstandigheden wanneer het niet vermelden in het belang van het maatschappelijk verkeer is. 

Hengelo, 16 mei 2022

BDO Audit & Assurance B.V.
namens deze,

R.W. van Hecke RA
 

Statutaire Resultaatsbestemming

In de statuten van de stichting is geen bepaling opgenomen met betrekking tot de bestemming van het resultaat.

12. Kengetallen

Kengetallen over de vijf jaar ultimo boekjaar

Omschrijving 2021 2020 2019 2018 2017
Aantal verhuureenheden in exploitatie          
Woningen 7.911  7.927  7.738  7.751  7.722 
Woongebouwen/onzelfstandige eenheden 85  85  85  85  85 
Garages 526  526  526  526  574 
Overige verhuureenheden 434  448  447  447  438 
Totaal VHE in eigendom 8.956  8.986  8.796  8.809  8.819 
Mutaties in woningbezit          
Aantal opgeleverd 52  56  -
Aantal aangekocht 197  20  13  18 
Aantal verkocht 15  10  10  11 
Aantal Sloop 25  45  38  23  -
Aantal diversen - 15  -7  23 
Per saldo -16  189  -13  29  30 
Aantal woningen naar prijsklasse          
Bereikbaar 7.473  7.086  7.017  7.054  6.982 
Niet bereikbaar (2021 > € 678,66) 521  924  804  780  823 
Prijs-/kwaliteitsverhouding          
Gemiddelde aantal punten WWS 153,5  153,8  153,0  151,1  151,9 
Gemiddelde netto huurprijs  € 555,63   € 556,03   € 540,54   € 525,88   € 522,48 
Het verhuren van woningen          
Mutatiegraad % 7% 8% 8% 8% 8%
Huurachterstand in % jaarhuur 0,98% 1,08% 1,06% 1,16% 1,11%
Huurderving in % jaarhuur 0,91% 0,88% 0,64% 0,68% 0,57%
           
Financiële continuïteit 2021 2020 2019 2018 2017
Solvabiliteit o.b.v marktwaarde 78,48% 76,23% 77,04% 76,37% 74,80%
Solvabiliteit o.b.v beleidswaarde 58,16% 54,86% 59,98%    
Liquiditeit 0,56% 0,58% 0,55% 0,28% 0,93%
Rentabiliteit eigen vermogen 15,46% 6,89% 7,11% 7,81% 7,99%
Rentabiliteit vreemd vermogen excl. schuld VoV 2,23% 2,33% 2,80% 3,16% 3,29%
Rentabiliteit totaal vermogen 12,55% 5,74% 6,03% 6,61% 6,69%
Renteresultaat in % eigen vermogen -0,53% -0,64% -0,72% -0,83% -0,95%
Vrije ruimte per woning  € 118.934   € 100.588   € 96.432   € 90.209   € 81.907 
Externe financiering per woning  € 26.401   € 25.507   € 23.123   € 21.589   € 21.626 
Cash flow per woning  € 612   € 1.400   € 786   € -326   € 1.627 
Rentedekkingsratio (ICR) 2,40  2,80  1,91  0,66  3,83 
Loan to Value o.b.v. marktwaarde 18% 20% 19% 22% 24%
Loan to Value o.b.v. beleidswaarde 37% 40% 38%    
Dekkingsratio 21% 25% 24%    
           
Balans, winst- en verliesrekening 2021 2020 2019 2018 2017
Eigen vermogen per woning  € 119.397   € 100.728   € 96.077   € 89.315   € 82.648 
Overige voorzieningen per woning  € 896   € 1.143   € 430   € 477   € 1.288 
Jaarresultaat per woning  € 18.465   € 6.942   € 6.829   € 6.977   € 6.601 
           
Formatieplaatsen 2021 2020 2019 2018 2017
Aantal formatieplaatsen * 83,23  83,50  83,82  87,34  87,42 
Versie:
v6.1.1

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report