Inleiding jaarrekening 2021
Onze gezonde financiële positie stelde ons in staat in 2021 tientallen miljoenen euro’s te besteden aan onder meer het in goede staat opleveren van ruim 570 mutatiewoningen, het laten uitvoeren van ruim 7.300 reparaties, het toevoegen van negen nieuwbouwwoningen en het opleveren van ruim 180 gerenoveerde woningen.
Tegelijkertijd deden we ons werk zo efficiënt mogelijk, voerden we ons solide treasuryjaarplan uit, zorgden we dat we onze inkomsten optimaal waren en beperkten we onze risico’s tot een minimum. Zo kwamen we onder meer via een zorgvuldig traject tot de lijn een voorzichtige fiscale koers te blijven voeren. Mede hierdoor konden we ruimschoots voldoen aan de externe en interne normen en kengetallen, bleven we beschikken over een stevige buffer en behielden we het risicoprofiel dat voldoende borging door het WSW garandeert.
De beleidswaarde bedroeg circa 50% van de marktwaarde en was daarmee vergelijkbaar met het niveau in 2020. We realiseren ons dat de afslag op betaalbaarheid komende jaren wijzigt door het in 2021 geactualiseerde streefhuurbeleid.
We zetten grote stappen in onze vastgoedsturing. Het portefeuilleplan en CO2-koersplan stellen ons in staat komende jaren een gedegen projectenprogramma uit te voeren en in een eerder stadium op het juiste niveau de cruciale keuzes te maken. Dit betekent niet dat we achterover kunnen leunen. Een greep uit onze uitdagingen:
- Het Coalitieakkoord 2021 - 2025 van het kabinet Rutte IV zet de volkshuisvesting op de kaart. Hoewel dit nog verder uitgewerkt moet worden, is helder dat dit zowel qua financiën als regelgeving gevolgen voor ons heeft;
- De renovatie- en verduurzamingsopgave die we voor ons zien, is fors. Daarbij hebben we zelf steeds scherper onze ambities op de langere termijn in beeld. Gelet op wat er op dit vlak om ons heen gebeurt is de vraag aan de orde wat daarvan haalbaar zal zijn. Dit wordt versterkt door de aanhoudende prijsstijgingen in met name de vastgoedsector, de inflatiestijging die langer duurt dan aanvankelijk gedacht en de rente die voor het eerst sinds jaren weer stijgt. Dit heeft op de lange termijn effect op ons huishoudboekje.
Op dit moment beschikken we, ook ten opzichte van het sectorgemiddelde, over een gunstige verhouding tussen ons eigen en vreemd vermogen. Onze investeringsopgave zorgt er komende jaren voor dat deze verhouding verandert; - Op de kortere termijn zijn extra sociale huurwoningen in ons werkgebied nodig. We kunnen deze alleen bouwen als daarvoor voldoende geschikte locaties voor beschikbaar zijn. Net als op veel andere plekken in Nederland is dat ook in ons werkgebied een uitdaging;
- Ons niet-DAEB-segment werd afgelopen jaren steeds kleiner. De geldstromen die hier in omgaan, zijn relatief groot. De oproep aan onszelf om een opvatting te hebben over onze niet-DAEB-tak wordt daarmee pregnanter.
Zowel onze eigen keuzes als externe factoren vragen dus van ons dat we alert zijn op wat er om ons heen gebeurt en dat we in staat zijn mee te bewegen. Maar ook dat we zelf, meer dan ooit, goed nadenken over de keuzes die ook op langere termijn gevolgen voor onze financiële continuïteit -en daarmee haalbaarheid van onze volkshuisvestelijke opgave- hebben. Het bepalen van die financiële polsstok en de keuzes die nodig zijn om deze te realiseren, zetten we in 2021 op de rails en brengen we komend jaar verder.
Gesterkt door de bevestiging van de Aw en het WSW dat dit voor corporaties de juiste manier is om naar hun financiële toekomst te kijken stel ik vast dat we op de goede weg zijn.
De directeur-bestuurder stelde de jaarrekening over 2021 op.
Els Birkenhäger, directeur-bestuurder
1. Balans voor resultaatbestemming
Activa
| Activa (x € 1.000) | 31 december 2021 | 31 december 2020 |
|---|---|---|
| Vaste activa | ||
| Vastgoedbeleggingen | ||
| 01. DAEB vastgoed in exploitatie | 1.078.890 | 936.775 |
| 02. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie | 70.559 | 64.400 |
| 03. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 40.889 | 33.286 |
| 04. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 1.054 | 2.050 |
| Totaal van vastgoedbeleggingen | 1.191.392 | 1.036.511 |
| Materiële vaste activa | ||
| 05. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie | 2.917 | 2.906 |
| Totaal van materiële vaste activa | 2.917 | 2.906 |
| Financiële vaste activa | ||
| 06. Latente belastingvorderingen | 402 | 441 |
| 07. Overige vorderingen | 117 | 176 |
| Totaal van financiële vaste activa | 519 | 617 |
| Totaal van vaste activa | 1.194.828 | 1.040.034 |
| Vlottende activa | ||
| Voorraden | ||
| 08. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop | 1.272 | 1.337 |
| Totaal van voorraden | 1.272 | 1.337 |
| Vorderingen | ||
| 09. Huurdebiteuren | 1.165 | 1.170 |
| 10. Latente belastingvorderingen | 758 | 231 |
| 11. Overige vorderingen | 279 | 741 |
| 12. Overlopende activa | 2.457 | 1.583 |
| Totaal van vorderingen | 4.659 | 3.725 |
| 13. Liquide middelen | 2.720 | 2.417 |
| Totaal van vlottende activa | 8.651 | 7.479 |
| Totaal van activa | 1.203.479 | 1.047.513 |
Passiva
| Passiva ( x € 1.000) | 31 december 2021 | 31 december 2020 |
|---|---|---|
| Eigen vermogen | ||
| 14. Herwaarderingsreserves | 541.147 | 491.127 |
| 15. Overige reserves | 257.326 | 252.316 |
| 16. Resultaat na belastingen van het boekjaar | 146.073 | 55.030 |
| Totaal van eigen vermogen | 944.546 | 798.473 |
| Voorzieningen | ||
| 17. Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen | 7.088 | 9.058 |
| Totaal van voorzieningen | 7.088 | 9.058 |
| Langlopende schulden | ||
| 18. Schulden aan banken | 202.448 | 196.720 |
| 19. Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken VOV | 33.794 | 30.179 |
| 20. Overige schulden | 84 | 87 |
| Totaal van langlopende schulden | 236.326 | 226.986 |
| Kortlopende schulden | ||
| 21. Schulden aan banken | 6.411 | 5.476 |
| 22. Schulden aan leveranciers en handelskredieten | 3.315 | 1.802 |
| 23. Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen | 1.602 | 1.472 |
| 24. Overlopende passiva | 4.191 | 4.246 |
| Totaal van kortlopende schulden | 15.519 | 12.996 |
| Totaal van passiva | 1.203.479 | 1.047.513 |
2. Winst- en verliesrekening
| Winst- en Verliesrekening (x € 1000) | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| 25. Huuropbrengsten | 54.514 | 52.769 |
| 26. Opbrengsten servicecontracten | 2.997 | 2.553 |
| 27. Lasten servicecontracten | 3.361 | 2.767 |
| 28. Lasten verhuur en beheeractiviteiten | 5.018 | 4.688 |
| 29. Lasten onderhoudsactiviteiten | 26.193 | 20.770 |
| 30. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit | 7.964 | 6.993 |
| Totaal van netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille | 14.975 | 20.104 |
| 31. Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling | 64 | 552 |
| 32. Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling | 65 | 558 |
| Totaal van netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling | -1 | -6 |
| 33. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | 3.903 | 6.317 |
| 34. Toegerekende organisatiekosten | 140 | 112 |
| 35. Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille | 2.694 | 5.559 |
| Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille | 1.069 | 646 |
| 36. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille | -5.115 | -13.503 |
| 37. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 142.642 | 56.446 |
| 38. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille VOV | 4.071 | 1.346 |
| Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 141.598 | 44.289 |
| 39. Opbrengst overige activiteiten | 165 | 496 |
| 40. Kosten overige activiteiten | 271 | 560 |
| Totaal van netto resultaat overige activiteiten | -106 | -64 |
| 41. Overige organisatiekosten | 5.916 | 1.587 |
| 42. Kosten omtrent leefbaarheid | 723 | 701 |
| 43. Wijzigingen in de waarde van financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren | 13 | 8 |
| 44. Rentelasten en soortgelijke kosten | 5.012 | 5.106 |
| Totaal van financiële baten en lasten | -4.999 | -5.098 |
| Totaal van resultaat voor belastingen | 145.897 | 57.583 |
| 45. Belastingen | 176 | -2.553 |
| Totaal van resultaat na belastingen | 146.073 | 55.030 |
3. Kasstroomoverzicht volgens directe methode
| Kasstroomoverzicht ( x € 1.000) | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen begin boekjaar | 2.417 | 2.427 |
| Kasstroom uit operationele activiteiten | ||
| Huurontvangsten | 54.649 | 53.126 |
| Vergoedingen | 2.347 | 2.541 |
| Overige bedrijfsontvangsten | 114 | 90 |
| Saldo ingaande kasstromen | 57.110 | 55.757 |
| Betalingen aan werknemers | 5.865 | 6.191 |
| Onderhoudsuitgaven | 23.320 | 18.921 |
| Overige bedrijfsuitgaven | 8.514 | 8.221 |
| Betaalde interest | 5.045 | 5.381 |
| Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat | 167 | 58 |
| Verhuurdersheffing | 5.661 | 4.803 |
| Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden | 254 | 224 |
| Vennootschapsbelasting | 1.207 | 2.298 |
| Saldo uitgaande kasstroom | 50.033 | 46.097 |
| Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten | 7.077 | 9.660 |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | ||
| Verkoopontvangsten bestaande huur | 2.513 | 5.646 |
| Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) | 1.093 | 647 |
| Verkoopontvangsten grond | 73 | 582 |
| Totaal van ontvangsten uit hoofde van vervreemding van MVA | 3.679 | 6.875 |
| MVA uitgaande kasstroom | ||
| Nieuwbouw huur | 2.342 | 11.780 |
| Verbeteruitgaven | 8.022 | 5.292 |
| Aankoop | 1.551 | 22.390 |
| Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop | 739 | - |
| Investeringen overig | 374 | 357 |
| Totaal van verwerving van materiële vaste activa | 13.028 | 39.819 |
| Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA | -9.349 | -32.944 |
| Financiële vaste activa | ||
| Ontvangsten overig | 73 | - |
| Saldo in- en uitgaande kasstromen FVA | 73 | - |
| Totaal van kasstroom uit investeringsactiviteiten | -9.276 | -32.944 |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | ||
| Nieuwe te borgen leningen | 16.478 | 35.600 |
| Saldo ingaande kasstromen | 16.478 | 35.600 |
| Aflossing geborgde leningen | 13.976 | 12.326 |
| Saldo uitgaande kasstromen | 13.976 | 12.326 |
| Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten | 2.502 | 23.274 |
| Toename (afname) van geldmiddelen | 303 | -10 |
| Geldmiddelen aan het einde van de periode | 2.720 | 2.417 |
| Geldmiddelen vanuit liquide middelen | 2.720 | 2.417 |
4. Waarderingsgrondslagen
Algemeen
Stichting Sité Woondiensten in Doetinchem is op 9 januari 1998 ontstaan uit een fusie. De statuten zijn vastgelegd in een notariële akte en de stichting is koninklijk erkend. De stichting is geregistreerd in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel te Arnhem onder nummer 09055542.
De jaarrekening is opgemaakt per 12 mei 2022.
De activa, de passiva en het resultaat zijn gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of actuele waarde, dan wel de nominale waarde, tenzij anders is vermeld. De inkomsten en uitgaven worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. De jaarrekening is opgesteld conform de daaraan door de Herziene Woningwet (van kracht sinds 1 januari 2015) gestelde eisen. Dit houdt in dat dit, voor zover relevant, in overeenstemming gebeurt met de verslaggevingsvoorschriften en bepalingen zoals weergegeven in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Gezien de specifieke omstandigheden waarin woningcorporaties zich bevinden gelden er voor de jaarverslaglegging van woningcorporaties aanvullende regels. Deze regels zijn neergelegd in hoofdstuk 645 “Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting” van de Richtlijnen voor de jaarverslaglegging. De jaarrekening 2021 is gebaseerd op de Richtlijn 645 en de modellen voor de balans en de winst- en verliesrekening (volgens het functioneel model) zoals opgenomen in de Regeling Toegelaten Instelling Volkshuisvesting 2015 waarnaar in de RJ 645 wordt verwezen alsmede de Handleiding toepassen functionele indeling winst-en-verliesrekening bij corporaties Verslagjaar 2021.
Sité werkt al jaren aan goed en betaalbaar wonen in de gemeenten Bronckhorst, Doetinchem en Oude IJsselstreek. We doen dit vanuit de visie, kernwaarden en ambities die we in ons in 2018 geactualiseerd Koersdocument hebben verwoord aan de hand van vier doelen: Samen leven, Toekomstgericht zijn, Juiste woningen hebben met de goede prijs en Samen werken.
Gebruik van schattingen
Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van Stichting Sité Woondiensten zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in BW2 artikel 362 lid 1 vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten. De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar onze mening het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen:
Vastgoedbeleggingen:
De marktwaarde in verhuurde staat is afhankelijk van een aantal belangrijke veronderstellingen zoals de te hanteren disconteringsvoet, exit yield, mutatiegraad, markthuren en leegwaarde. Deze veronderstellingen zijn mede tot stand gekomen in afstemming met een externe deskundige. (Toekomstige) aanpassingen van deze parameters en/of schattingen kunnen van significante invloed zijn op de waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat.
Voor de beleidswaarde betreft met name de uitgangspunten en veronderstellingen ten aanzien van het bepalen van de beleidswaarde die als toelichting zijn opgenomen in de jaarrekening. De uitgangspunten van de beleidswaarde zijn gebaseerd op interne beleidsvoornemens. De marktwaarde wordt hiertoe aangepast op vier onderdelen die duiding geven aan de maatschappelijke opgave. Hiermee wordt inzicht gegeven in de verdiencapaciteit van het vastgoed in exploitatie uitgaande van het beleid van Stichting Sité Woondiensten.
Vastgoed in ontwikkeling:
Bepaling van het moment van aangaan van de feitelijke verplichtingen inzake investeringen nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering ten behoeve van het bepalen en treffen van een voorziening voor onrendabele investeringen. Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als 'intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd'. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Stichting Sité Woondiensten zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw-, woningverbetering of herstructureringsprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces (start realisatiefase) van Stichting Sité Woondiensten. De financiële impact van voornoemde feitelijke verplichtingen kunnen afwijken bij daadwerkelijke realisatie. De realisatie kan onder meer wijzigen als gevolg van wettelijke procedures, aanpassingen in voorgenomen bouwproductie en in prijsniveau van leveranciers.
Belastingen:
Aannames en veronderstellingen gehanteerd bij de bepaling van de belastingpositie (inclusief latente belastingpositie). Dit betreft met name de verwerken van de onderhoudskosten(voorziening) en de voor de waardering van de belastingpositie gehanteerde prognose van toekomstige verwachte fiscale resultaten.
Consolidatievrijstelling
Op grond van het criterium van gering financieel belang (minder dan 5% op het balanstotaal van Sité) zijn de VvE’s waarin Sité een doorslaggevend belang heeft niet geconsolideerd.
Continuïteit
De impact met betrekking tot COVID-19 zijn voor Sité beperkt gebleven. De continuïteit is rekening houdend met de COVID-19 niet in geding.
Vergelijking met vorig jaar
Ten opzichte van de jaarrekening 2020 zijn twee posten in de winst- en verliesrekening van de jaarrekening 2021 onder een andere categorie geplaatst gebaseerd op de Handleiding Functioneel Model 2021 te weten de lasten en opbrengsten glas- en servicefonds. Deze wijziging heeft geen gevolgen voor het resultaat en het vermogen in het verslagjaar en in de toekomst. De vergelijkende cijfers over 2020 zijn hierop niet aangepast.
De overige gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.
Waarderingsgrondslagen balansposten
Vastgoedbeleggingen
DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie
Classificatie
DAEB vastgoed in exploitatie omvat woningen in exploitatie met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens (2021: € 752,33), het maatschappelijk vastgoed en het overig sociaal vastgoed. Vanuit de Herziene Woningwet is hier voor de woningen aan toegevoegd, de voorwaarde dat indien de aanvangshuur van een woning onder de huurtoeslaggrens moet liggen, deze ook classificeert als DAEB woning, ondanks het feit dat de huidige contract huur (als gevolg van huurverhogingen in het verleden) boven deze grens is komen te liggen.
De huurtoeslaggrens is een algemeen huurprijsniveau dat jaarlijks per 1 januari door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt vastgesteld. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerendgoed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs en culturele instellingen en dienstverleners en tevens is vermeld op de bijlage zoals deze is opgenomen in de Beschikking van de Europese Commissie d.d. 15 december 2009 aangaande de staatssteun voor Toegelaten Instellingen.
Niet-DAEB vastgoed bevat primair de woningen in exploitatie met een huurprijs boven de huurtoeslaggrens (2021: € 752,33) en waarvan de aanvangshuur ook boven de huurtoeslaggrens lag, het bedrijfsmatig vastgoed (niet zijnde maatschappelijk vastgoed) en het overige commercieel vastgoed. Op grond van het door de Aw goedgekeurde scheidingsvoorstel zijn hier nog 209 woningen met huurprijs onder de huurtoeslaggrens aan toegevoegd. Deze extra overheveling is in lijn met de wettelijke mogelijkheden hiervoor en is bedoeld om de middeninkomens in ons werkgebied beter te kunnen bedienen. Bij mutatie zullen deze woningen marktconform verhuurd gaan worden.
Waardering
Zowel het DAEB als het niet-DAEB vastgoed wordt gewaardeerd volgens de marktwaarde in verhuurde staat op basis van de full-versie zoals beschreven in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (onderdeel van de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015). Aan de hand van dit Handboek wordt de waarde jaarlijks integraal door een extern taxateur vastgesteld waarbij deze gebruik maakt van de vrijheidsgraden die in het handboek worden geboden. Bij de definitieve waarderingen verstrekt de taxateur een taxatieverslag (voor het deel van het bezit dat daadwerkelijk is bezichtigd) en een taxatie update (voor het overige deel van het bezit dat in eerdere jaren is bezichtigd). In 2018 is een taxatieverslag opgesteld voor 100% van het bezit. Reden hiervoor is dat de taxaties waren uitgevoerd door een andere taxateur dan in de voorgaande jaren. Voor 2019, 2020 en 2021 betreft het een taxatie-update met uitzondering van renovatie en nieuwbouw. Hier is sprake van een volledige taxatie. Voor de jaren is de rol van extern taxateur ingevuld door Capital Value.
Ten einde een betrouwbare marktwaarde in verhuurde staat te kunnen bepalen, is het bezit opgedeeld in een drietal hoofdcategorieën, zijnde woningen, bedrijfsonroerend goed (met daaronder maatschappelijk onroerend goed) en parkeren. Per hoofdcategorie is vervolgens een verdere verdeling in complexen gemaakt naar type, bouwjaar en locatie. Voorbeelden (niet uitputtend) van typen per hoofdcategorie bij woningen zijn o.a. rijwoningen en appartementen met- en zonder lift. Bij bedrijfsonroerend goed zijn dat o.a. kantoren, bedrijfsruimten, winkels en verzorgingshuizen en bij parkeren gaat het om parkeerplaatsen (op maaiveld in en parkeerkelders) en garageboxen.
De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van de Toegelaten Instelling die rusten op het vastgoed. De overige (na de veronderstelde duur van de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de Toegelaten Instelling actief is. De marktwaarde is gebaseerd op het rekenmodel Razzudock van Kabana Vastgoed.
Met dit systeem wordt in nauw overleg met de extern taxateur de marktwaarde in verhuurde staat van de vastgoedobjecten en de vastgoedportefeuille bepaald. Het gehanteerde waarde begrip van de marktwaarde in verhuurde staat luidt als volgt: Het bedrag dat het complex bij complex-gewijze verkoop naar schatting zal opbrengen nadat de verkoper het complex na de beste voorbereiding op de gebruikelijke wijze in de markt heeft aangeboden en waarbij de koper de onroerende zaak aanvaardt onder gestanddoening van de lopende huurovereenkomsten met alle daaraan verbonden rechten en plichten. Om de uiteindelijke marktwaarde in verhuurde staat te bepalen worden de kopers kosten, voor woningen genormeerd op 8% overdrachtskosten (2020: 3%), in mindering gebracht.
Voor het bepalen van de marktwaarde maakt het Razzudock-rekenmodel, conform hetgeen hierover is opgenomen in het Handboek, gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genoemd. Dit betekent dat voor een periode van 15 jaar zo goed mogelijk de ontvangsten en uitgaven worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar, door toepassing van een exit-yield. Het inschatten van kosten en opbrengsten wordt gedaan aan de hand van twee scenario’s: doorexploiteren en uitponden. Bij doorexploiteren is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Bij uitponden is de veronderstelling dat zo snel mogelijk tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan. Bij beide scenario’s wordt ervan uitgegaan dat het object/complex eerst in zijn geheel aan een derde wordt verkocht en dat deze derde de afweging maakt tussen beide scenario’s.
Het schatten van de kosten en opbrengsten wordt op basis van een marktconform uitgangspunt gedaan.
De in het verleden gerealiseerde eigen kosten worden niet naar de toekomst geprojecteerd en er wordt binnen de DCF berekening gestreefd naar opbrengstenmaximalisatie. Eigen voorgenomen huurbeleid wordt ook niet ingerekend naar de toekomst. Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijk gesteld aan het begrip ‘marktwaarde’.
Woningen:
De disconteringsvoet is conform handboek opgebouwd uit een vast basisdeel dat bestaat uit een 24 maands gemiddelde van de 10 jaars EURO IRS. Op deze basis komt een opslag waarin sectorspecifieke risico’s tot uiting komen die onder andere betrekking hebben op de algemene risico’s voor het investeren in onroerend goed. Daarbovenop komt een object specifieke opslag voor locatie gerelateerde risico’s. Voor 2021 bedraagt de basis IRS -0,38% (2020: -0,18%) en de sector specifieke risico opslag 5,52% (2020: 5,62%) hetgeen resulteert in een disconteringsvoet van 5,14% (2020: 5,44%). Ten behoeve van de object specifieke opslag wordt een bandbreedte gehanteerd van -0,22% tot 0,09% (2020: -0,27% tot 0,14%). De berekende disconteringsvoet wordt door de externe taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats.
BOG:
De disconteringsvoet is conform handboek opgebouwd uit een vast basisdeel dat bestaat uit een 24 maands gemiddelde van de 10 jaars EURO IRS. Op deze basis komt een opslag waarin sectorspecifieke risico’s tot uiting komen die onder andere betrekking hebben op de algemene risico’s voor het investeren in onroerend goed. Daarbovenop komt een object specifieke opslag voor locatie gerelateerde risico’s. Voor 2021 bedraagt de basis IRS -0,38% (2020: -0,18%) en de sector specifieke risico opslag 6,34% (2020: 6,14%) hetgeen resulteert in een disconteringsvoet van 5,96% (2020: 5,96%). Ten behoeve van de object specifieke opslag wordt een bandbreedte gehanteerd van -0,24% tot 1,10% (2020: -0,25% tot 1,20%). De berekende disconteringsvoet wordt door de externe taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats.
Parkeerplaatsen:
De disconteringsvoet is conform handboek opgebouwd uit een vast basisdeel dat bestaat uit een 24 maands gemiddelde van de 10 jaars EURO IRS. Op deze basis komt een opslag waarin sectorspecifieke risico’s tot uiting komen die onder andere betrekking hebben op de algemene risico’s voor het investeren in onroerend goed. Daarbovenop komt een object specifieke opslag voor locatie gerelateerde risico’s. Voor 2021 bedraagt de basis IRS -0,38% (2020: -0,18%) en de sector specifieke risico opslag 6,34% (2020: 6,14%) hetgeen resulteert in een disconteringsvoet van 5,96% (2020: 5,96%). Ten behoeve van de object specifieke opslag wordt een bandbreedte gehanteerd van 0,00% tot 1,15% (2020: 0,00% tot 1,15%). De berekende disconteringsvoet wordt door de externe taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats.
De eindwaarde geeft aan in welke mate het vastgoed onderhevig is aan veroudering en welke potentie het bezit heeft aan het einde van de 15-jarige exploitatieperiode. Veroudering is grofweg in drie typen te onderscheiden:
- Locatieveroudering
- Economische/ markttechnische veroudering
- Technische veroudering
Veroudering komt tot uitdrukking in de rendementseis (exit yield) die een belegger heeft als hij het bezit aan het einde van de 15-jaars periode wil (ver)kopen.
Het gevraagde rendement aan het einde van de periode zal dan ook hoger liggen dan het gevraagde rendement in jaar 1 van de exploitatieperiode. Uitgangspunt is dan ook dat het Bruto Aanvangs Rendement lager ligt dan de exit yield. Het tweede uitgangspunt is gerelateerd aan de potentie van een object aan het einde van de 15-jarige exploitatieperiode. Hierbij zijn de mate waarin uitponding in het object heeft plaatsgevonden, de bouwperiode en de locatie van invloed.
Voor alle gehanteerde aannames en uitgangspunten (inclusief de disconteringsvoet) is door de externe taxateur een taxatierapport met betrekking tot de marktconformiteit afgegeven. In deze taxatierapport is ook aangegeven hoe de taxateur is omgegaan met de vrijheidsgraden zoals genoemd in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Ten aanzien van de verschillende vrijheidsgraden is in de basis aangesloten bij de voorgeschreven basis versie van het Handboek. Bij enkele vrijheidsgraden is daarbij een aanpassing verricht door de taxateur. Deze aanpassingen zijn per vrijheidsgraad en per categorie in onderstaande tabellen toegelicht.
Woongelegenheden:
| Vrijheidsgraad | Basis variant | Aanpassing taxateur |
|---|---|---|
| Schematische vrijheid | Separate kasstroom specifiek tonen | Conform handboek marktwaardering 2021. |
| Markthuur | Normhuur per type vastgoed | Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 175 - € 1.350. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de markthuur per object vastgesteld. |
| Huurstijging | Prijsinflatie | Conform handboek marktwaardering 2021. |
| Exit Yield | Automatische berekening | Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 3,25% - 8,00%. De Exit Yield is door taxateur comparatief bepaald. |
| Leegwaarde | Op basis van de WOZ-waarde | Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 50.000 - € 400.000. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de leegwaarde per object vastgelegd. |
| Leegwaardestijging | Gedifferentieerd naar provincie en G4 | Conform handboek marktwaardering 2021. |
| Disconteringsvoet | Modelmatig vastgelegd | Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 4,25% - 8,25% (gemiddeld 6,08%). De disconteringsvoet wordt door de taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats. |
| Mutatie- en verkoopkans | Op basis van de afgelopen 5 jaar | Eigen inschatting taxateur (indien buiten de bandbreedte. Bandbreedte 5,00% - 12,50%. De mutatiegraad uitponden en doorexploiteren wordt per cluster (complex) bepaald op basis van een vijfjaars gewogen gemiddelde. |
| Onderhoud | Normbedrag per type vastgoed | Scenario doorexploiteren conform handboek, scenario uitponden conform eigen inschatting taxateur. |
| Technische splitsingskosten | Standaard, geen | Niet van toepassing. |
| Bijzondere omstandigheden | Optioneel, geen | Niet van toepassing. |
| Erfpacht | Corporatie levert deze data aan | Niet van toepassing. |
| Exploitatiescenario | Resultante | Niet van toepassing. |
Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed:
| Vrijheidsgraad | Basis variant | Aanpassing taxateur |
|---|---|---|
| Schematische vrijheid | Separate kasstroom specifiek tonen | Conform handboek marktwaardering 2021. |
| Markthuur | Normhuur per type vastgoed | Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 40 - € 110. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de markthuur per object vastgesteld. |
| Huurstijging | Prijsinflatie | Conform handboek marktwaardering 2021. |
| Exit Yield | Automatische berekening | Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 8,00% - 14,00%. De Exit Yield is door taxateur comparatief bepaald. |
| Leegwaarde | Op basis van de WOZ-waarde | Niet van toepassing. |
| Leegwaardestijging | Gedifferentieerd naar provincie en G4 | Niet van toepassing. |
| Disconteringsvoet | Modelmatig vastgelegd | Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 5,50% - 10,25% (gemiddeld 7,95%). De disconteringsvoet wordt door de taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats. |
| Mutatie- en verkoopkans | Op basis van de afgelopen 5 jaar | Niet van toepassing. (mutatiegraad Sité). |
| Onderhoud | Normbedrag per type vastgoed | Scenario doorexploiteren conform handboek. |
| Technische splitsingskosten | Standaard, geen | Niet van toepassing. |
| Bijzondere omstandigheden | Optioneel, geen | Niet van toepassing. |
| Erfpacht | Corporatie levert deze data aan | Niet van toepassing. |
| Exploitatiescenario | Resultante | Niet van toepassing. |
Parkeergelegenheden:
| Vrijheidsgraad | Basis variant | Aanpassing taxateur |
|---|---|---|
| Schematische vrijheid | Separate kasstroom specifiek tonen | Niet van toepassing. |
| Markthuur | Normhuur per type vastgoed | Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 40 - € 95. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de markthuur per object vastgesteld. |
| Huurstijging | Prijsinflatie | Niet van toepassing. |
| Exit Yield | Automatische berekening | Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 7,00% - 9,00%. De Exit Yield is door taxateur comparatief bepaald. |
| Leegwaarde | Op basis van de WOZ-waarde | Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 4.500 - € 15.000. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de leegwaarde per object vastgelegd. |
| Leegwaardestijging | Gedifferentieerd naar provincie en G4 | Conform handboek marktwaardering 2021. |
| Disconteringsvoet | Modelmatig vastgelegd | Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 3,00% - 12,75% (gemiddeld 9,54%). De disconteringsvoet wordt door de taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats. |
| Mutatie- en verkoopkans | Op basis van de afgelopen 5 jaar | Eigen inschatting taxateur (indien buiten de bandbreedte. Bandbreedte 5,00% - 12,00%. |
| Onderhoud | Normbedrag per type vastgoed | Scenario doorexploiteren en uitponden conform handboek. |
| Technische splitsingskosten | Standaard, geen | Niet van toepassing. |
| Bijzondere omstandigheden | Optioneel, geen | Niet van toepassing. |
| Erfpacht | Corporatie levert deze data aan | Niet van toepassing. |
| Exploitatiescenario | Resultante | Niet van toepassing. |
Intramuraal zorgvastgoed:
| Vrijheidsgraad | Basis variant | Aanpassing taxateur |
|---|---|---|
| Schematische vrijheid | Separate kasstroom specifiek tonen | Niet van toepassing. |
| Markthuur | Normhuur per type vastgoed | Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 40 - € 95. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de markthuur per object vastgesteld. |
| Huurstijging | Prijsinflatie | Niet van toepassing. |
| Exit Yield | Automatische berekening | Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 7,00% - 9,00%. De Exit Yield is door taxateur comparatief bepaald. |
| Leegwaarde | Op basis van de WOZ-waarde | Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 4.500 - € 15.000. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de leegwaarde per object vastgelegd. |
| Leegwaardestijging | Gedifferentieerd naar provincie en G4 | Conform handboek marktwaardering 2021. |
| Disconteringsvoet | Modelmatig vastgelegd | Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 3,00% - 12,75% (gemiddeld 9,54%). De disconteringsvoet wordt door de taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats. |
| Mutatie- en verkoopkans | Op basis van de afgelopen 5 jaar | Eigen inschatting taxateur (indien buiten de bandbreedte. Bandbreedte 5,00% - 12,00%. |
| Onderhoud | Normbedrag per type vastgoed | Scenario doorexploiteren en uitponden conform handboek. |
| Technische splitsingskosten | Standaard, geen | Niet van toepassing. |
| Bijzondere omstandigheden | Optioneel, geen | Niet van toepassing. |
| Erfpacht | Corporatie levert deze data aan | Niet van toepassing. |
| Exploitatiescenario | Resultante | Niet van toepassing. |
Sloop
Ten aanzien van eenheden die middels afgeronde interne besluitvorming zijn aangemerkt om te slopen, maar waarvoor de daadwerkelijke sloopactiviteiten nog niet onomkeerbaar zijn gestart, is een voorziening getroffen voor het waardeverlies dat als gevolg van sloop naar verwachting zal optreden. Deze voorziening wordt opgenomen onder 'Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen'.
Het moment van feitelijke beëindiging van de duurzame exploitatie van het bestaande vastgoed is leidend voor het moment van herclassificatie naar 'Vastgoed in ontwikkeling'. Zolang het vastgoed nog duurzaam wordt verhuurd, blijft het vastgoed gewaardeerd en geclassificeerd als ‘Vastgoed in exploitatie’.
Renovatie
Projectmatige renovaties bevatten zowel een investeringscomponent (t.a.v. de verbeteringen) als ook een onderhoudscomponent (t.a.v. instandhouding). Bij de start van de projecten wordt o.b.v. de voorcalculatie een inschatting gemaakt van de verdeling over deze componenten. Daarbij is uitgangspunt genomen de definities onderhoud en verbetering zoals opgenomen in RTiV 2015. Deze verdeling wordt in de jaarrekening als zodanig ook verwerkt. Bij afsluiting van het project wordt aan de hand van een nacalculatie gedetailleerd beoordeeld hoe de verdeling uiteindelijk had moeten zijn en wordt een eventuele correctie aangebracht.
Bij projecten die op balansdatum nog in uitvoering waren is in de marktwaardering rekening gehouden met de aangegane verplichting.
Relevante subsidies worden bij afsluiting van het project op de investeringscomponent in mindering gebracht. Eventuele vooruit ontvangen subsidies worden onder de kortlopende schulden (vooruit ontvangen bedragen) verantwoord.
Toegezegde subsidies waarvan de betaling in de toekomst ligt, zullen afhankelijk van de looptijd onder de kortlopende vorderingen of onder de financiële vaste activa worden verantwoord, met uitzondering van de subsidie uit hoofde van Regeling Vermindering Verhuurderheffing. Deze wordt opgenomen onder de ‘Niet uit de balans blijkende informatie’. Uitbetaling zal plaatsvinden na definitieve toekenning via een vermindering op de verschuldigde verhuurderheffing.
Bij de bepaling van het onrendabele deel van de investeringscomponent wordt rekening gehouden met toegezegde subsidies.
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
De overdacht van onroerende zaken aan een derde in het kader van een regeling Verkoop onder Voorwaarden (VOV) waarbij de woningcorporatie een terugkoopplicht heeft, wordt niet als verkooptransactie aangemerkt maar als financieringsconstructie.
De betreffende onroerende zaken worden gewaardeerd tegen actuele waarde zijnde de verkoopwaarde onder aftrek van het overeengekomen kortingspercentage in het kader van de Koopgarantformule.
De waardeverandering die optreedt bij verkoop als gevolg van het verschil tussen de boekwaarde op het moment van verkoop zoals opgenomen onder onroerende zaken in exploitatie en de waarde van de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden op basis van verkoopwaarde na aftrek van de korting wordt ten gunste of ten laste van het resultaat gebracht. Het gaat hierbij weliswaar om een herclassificatie, maar in beide gevallen vindt de waardering plaats op actuele waarde.
Dezelfde situatie doet zich ook voor als een in het verleden verkochte VOV-woning wordt teruggekocht en in verhuur wordt genomen.
Jaarlijks wordt de waarde van de VOV-woningen geïndexeerd door gebruik te maken van de gemiddelde leegwaarde stijging of daling in %. De jaarlijkse waardeverandering wordt verantwoord onder de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille VOV’.
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
De onroerende zaken in ontwikkeling zijn gewaardeerd tegen de tot en met balansdatum bestede bedragen, onder aftrek van reeds toegezegde subsidies. Uitzondering hierop zijn eventuele subsidies vanuit de Regeling Vermindering Verhuurderheffing. Indirecte kosten worden niet geactiveerd.
Afwaarderingen uit hoofde van bijzondere waardeverminderingen vinden plaats indien de marktwaarde van een nieuwbouwcomplex lager is dan de investering op basis van voorcalculatie. Verwerking in het resultaat vindt plaats in het jaar dat het project intern is geformaliseerd en extern is gecommuniceerd (IFEC). Op basis van nacalculatie bij de financiële oplevering en tussentijdse aanpassing van het project kan eventueel een herberekening plaatsvinden.
Indien een voorziening voor een project is gevormd, wordt het saldo van deze voorziening in mindering gebracht op de onroerende zaken in ontwikkeling voor zover de hoogte van de investering op 31 december dat mogelijk maakt. Het meerdere wordt opgenomen onder de post voorzieningen.
Materiële vaste activa
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
Deze activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met lineaire afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen die zijn bepaald op basis van de verwachte economische levensduur.
De afschrijvingstermijnen bedragen in jaren:
|
|
Op grond wordt niet afgeschreven onder de veronderstelling dat geen sprake is van technische en/of economische slijtage.
Financiële vaste activa
Latente belastingvordering(en)
Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor eventueel verrekenbare fiscale verliezen en voor verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds, met dien verstande dat latente belastingvorderingen alleen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend en verliezen kunnen worden gecompenseerd.
De berekening van de latente belastingvorderingen geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in komende jaren geldende tarieven, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld.
De belastinglatenties zijn gewaardeerd op contante waarde gebaseerd op een netto-rente van 1,78%. Latenties met een looptijd korter dan 1 jaar zijn opgenomen onder de overige vorderingen en latenties met een looptijd langer dan 1 jaar zijn opgenomen onder de financiële vaste activa.
Overige vorderingen
De overige vorderingen bestaan uit sociale koop. Sociale koop is een koopvariant waarbij de koper een zelfgekozen deel van de koopprijs betaalt. Dit is minimaal 50% van de waarde van de opstal. De vordering ter grootte van het verschil tussen de verkoopprijs en het betaalde gedeelte ervan wordt gewaardeerd bij ontstaan tegen de nominale waarde.
De koper heeft de mogelijkheid om tussentijds aflossingen te doen. Jaarlijks muteert de vordering mee met de gemiddelde woningprijzen van verkochte woningen in de regio.
Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de prijsindex bestaande koopwoningen Gelderland. Deze index is gebaseerd op objectieve verkoopcijfers ontleend aan het CBS. In de jaarrekening wordt gebruik gemaakt van de gemiddelde stijging van de leegwaarde in %.
Vlottende activa
Vastgoed bestemd voor verkoop
Aangekochte, maar nog niet verkochte woningen en/of overgeheveld bezit zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, eventueel na afwaardering naar lagere marktprijs. In de vervaardigingsprijs zijn geen indirecte kosten opgenomen. De verkopen hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop
Onder vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop wordt het onverkochte deel van investeringsprojecten ten behoeve van de realisatie van koopeenheden verantwoord. De onroerende zaken in ontwikkeling bestemd voor verkoop zijn gewaardeerd tegen de tot en met balansdatum bestede bedragen, onder aftrek van reeds toegezegde subsidies. Indirecte kosten worden niet geactiveerd.
Indien een voorziening voor een project is gevormd in verband met te verwachten verliezen op het desbetreffende project, wordt het saldo van deze voorziening in mindering gebracht op de onroerende zaken in ontwikkeling voor zover de hoogte van de investering op 31 december dat mogelijk maakt. Het meerdere wordt opgenomen onder de post voorzieningen.
Vorderingen
De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. De voorziening voor oninbaarheid wordt bepaald middels de statische methode.
De overige vorderingen hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.
Eigen vermogen
Herwaarderingsreserve
Het positieve verschil tussen de marktwaarde en de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van het Vastgoed in exploitatie (DAEB en niet-DAEB) en Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is opgenomen in een herwaarderingsreserve.
Daarbij wordt conform aanbeveling in RJ645 voor de bepaling van de verkrijgings- en vervaardigingsprijs geen rekening gehouden met enige afschrijvingen of waardevermindering. De herwaarderingsreserve wordt gevormd per taxatiecluster en is niet hoger dan het verschil tussen de boekwaarde op basis van verkrijgings- en vervaardigingsprijs en de marktwaarde in verhuurde staat waarop de herwaardering betrekking heeft.
Overige reserves
In de overige reserves is het deel van het eigen vermogen opgenomen dat als gerealiseerd wordt beschouwd.
Resultaat van het boekjaar
Het resultaat boekjaar wordt apart inzichtelijk gemaakt onder het eigen vermogen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het ongerealiseerde deel dat zal worden toegevoegd of onttrokken van de herwaarderingsreserve en het gerealiseerde deel dat wordt toegevoegd of onttrokken van de overige reserves.
Voorzieningen
Voorzieningen onrendabele investeringen en herstructureringen
In de voorziening voor onrendabele investeringen en herstructurering zijn de verwachte verliezen opgenomen van projecten waarvoor geldt dat op balansdatum de hoogte van de investering lager is dan de berekende waardevermindering voor zover het project intern is geformaliseerd en extern is gecommuniceerd (IFEC). Voor zover mogelijk en toegestaan wordt de getroffen voorziening op de activa in mindering gebracht. Het restant wordt opgenomen onder de voorzieningen. De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post ‘overige waardeveranderingen’.
Voorziening latente belastingschuld
Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds indien en voor zover het zeer waarschijnlijk is dat deze waarderingsverschillen leiden tot fiscale afwikkeling gedurende de levensduur van de activa. De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden, of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld.
De belastinglatenties zijn gewaardeerd op contante waarde gebaseerd op een netto-rente van 1,78% en zijn opgenomen onder de voorzieningen.
Langlopende schulden
Schulden aan kredietinstellingen
De langlopende leningen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag, rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. De aflossingsverplichting voor 2022 wordt verantwoord onder de kortlopende schulden.
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken VOV
De verplichting uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is gebaseerd op de verkoopwaarde onder aftrek van het overeengekomen kortingspercentage in het kader van de koopgarantformule. De waardeverandering van deze verplichting wordt bepaald door het contractueel overeengekomen waardedeling percentage ten gunste van de koper te vermenigvuldigen met de waardeverandering van de verkochte woningen zoals opgenomen onder onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.
In de resultatenrekening wordt de jaarlijkse waardeverandering verantwoord onder de bedrijfslasten als niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille.
Kortlopende schulden
De kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde (indien deze lager is dan de verkrijgings-/vervaardigingsprijs) en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, welke gelijk kan zijn aan de nominale waarde.
De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.
Grondslagen voor de resultaatbepaling
Algemeen
Sité past met ingang van boekjaar 2016 de functionele indeling van de winst- en verliesrekening toe zoals deze is opgenomen in de RJ 645. Het functioneel model geeft een beter inzicht in de samenstelling van het jaarresultaat.
In de functionele winst- en verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan een onderdeel. Bij de kosten is er een onderscheid tussen de direct toe te rekenen kosten en de indirecte kosten. De direct toe te rekenen kosten worden bij het betreffende onderdeel verantwoord. De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van toerekening.
De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. De belangrijkste indirecte kosten betreffen personeelsbeloningen, afschrijvingen op onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie en overige niet directe bedrijfskosten. Om tot de functionele indeling van de winst-en-verliesrekening te komen wordt gebruik gemaakt van een kostenverdeelstaat. Hierbij worden de personeelslasten verdeeld op basis van de werkelijke activiteiten van de werknemers. De overige bedrijfskosten en indirecte personeelslasten worden verdeeld door een verdeelsleutel te hanteren op basis van de direct toerekenbare werknemers in FTE dan wel per team.
Afschrijvingen op activa ten dienste van de exploitatie
De afschrijvingen op de activa ten dienste van de exploitatie zijn gebaseerd op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de verwachte gebruiksduur en de restwaarde. Bij mutaties gedurende het jaar worden de afschrijvingen tijdsevenredig berekend.
Periodiek betaalbare beloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden verwerkt in de winst- en verliesrekening in de periode waarop de gerelateerde arbeidsprestaties betrekking hebben en voor zover nog niet uitbetaald als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de toegelaten instelling.
Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslagvergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen.
De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (cao en individuele arbeidsovereenkomsten).
Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en verliesrekening gebracht.
Pensioenen
Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over deze periode aan de pensioenuitvoerder verschuldigde pensioenpremies. Voor de pensioenregelingen betaalt Sité verplichte basispremies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. Behalve de betaling van premies heeft Sité geen verdere verplichtingen uit hoofde van deze pensioenregelingen.
Sité heeft in geval van een tekort bij het fonds geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies.
Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van
terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.
Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de onderneming zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding.
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille
Huuropbrengsten en opbrengsten servicecontracten
De jaarlijkse huurprijsaanpassing wordt gerealiseerd binnen de door de overheid voorgeschreven marges. Naast de huur worden door huurders vergoedingen betaald voor huurdervoorzieningen zoals servicekosten. De inkomsten worden verminderd met derving wegens leegstand en oninbaarheid.
Lasten servicecontracten
De gemaakte servicekosten voor huurders worden verantwoord onder de lasten servicecontracten in het verslagjaar waarop de servicekosten betrekking hebben.
Lasten verhuur en beheeractiviteiten
Hieronder worden de kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheersactiviteiten. Deze activiteiten bevatten zowel directe verhuur- en beheerskosten als indirecte kosten. De indirecte kosten zijn met behulp van een verdeelstaat toegerekend.
Lasten onderhoudsactiviteiten
Onder onderhoudslasten worden alle direct- en indirect aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord die betrekking hebben op vastgoed dat in exploitatie is. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
Hieronder worden de kosten verantwoord die samenhangen met het verhuren, beheren, onderhouden en ontwikkelen van het bezit.
Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling
Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling
Hieronder worden de opbrengsten uit de verkoopprojecten in ontwikkeling verantwoord.
Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling
Hier worden de kosten verantwoord die betrekking hebben op de verkoopprojecten in ontwikkeling.
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille
Hieronder worden de opbrengsten verantwoord die worden gerealiseerd op de verkopen uit bestaand bezit en verkopen uit voorraad.
Toegerekende organisatiekosten
Hier worden de indirecte kosten opgenomen die zijn toe te rekenen aan de in het boekjaar verkochte objecten.
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille
Hieronder wordt de boekwaarde verantwoord van de verkopen uit bestaand bezit en verkopen uit voorraad.
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille
De overige waardeveranderingen worden gevormd door de waardevermindering met betrekking tot investeringen in nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering.
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Hieronder worden de jaarlijkse mutaties van de vastgoedobjecten in exploitatie die gewaardeerd zijn op basis van de marktwaarde in verhuurde staat verantwoord.
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille VOV
Hieronder worden de jaarlijkse mutaties van de actuele waarde van de woningen verkocht onder voorwaarden alsmede de waardeverandering van de terugkoopverplichting verantwoord.
Netto resultaat overige activiteiten
Opbrengsten en kosten overige activiteiten
Hieronder worden de opbrengsten en kosten uit de niet-primaire activiteiten verantwoord.
Overige organisatiekosten
Hieronder worden de kosten verantwoord die niet te classificeren zijn onder de overige categorieën van de functionele winst- en verliesrekening.
Leefbaarheid
Hieronder worden de kosten verantwoord die zijn te relateren aan leefbaarheid en die niet noodzakelijk zijn voor de verhuurexploitatie.
Financiële baten en lasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.
Belastingen
De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden.
Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode.
De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen, onder aftrek van de schulden in rekening-courant bij de bankier.
Winstbelastingen, ontvangen interest, betaalde interest en ontvangen dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.
Grondslagen voor de gescheiden balansen DAEB en niet-DAEB
Het vastgoed in exploitatie wordt op basis van het in 2017 door de Autoriteit Woningcorporaties goedgekeurd definitief scheidingsvoorstel plus eventuele verkopen binnen de Toegelaten Instelling tussen de DAEB en niet-DAEB tak en latere aankopen c.q. investeringen geclassificeerd naar DAEB en niet-DAEB vastgoed.
Wanneer activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen volledig toezien op DAEB- als niet-DAEB activiteiten, zijn deze volledig aan de DAEB tak respectievelijk niet-DAEB toegerekend.
Wanneer deze toezien op zowel DAEB als niet-DAEB activiteiten, zijn deze op basis van een verdeelsleutel toegerekend. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het aandeel gewogen DAEB verhuurheden ten opzichte van het aandeel gewogen niet-DAEB verhuureenheden. De verdeelsleutel wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld en voor 2021 is deze 94% DAEB en 6% niet-DAEB.
Vorderingen, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen uit hoofde van vennootschapsbelasting worden toegerekend aan de DAEB of niet-DAEB op basis van het fiscale resultaat, met toerekening van de voordelen van de fiscale eenheid op basis van de relatieve verdeling qua aantal verhuureenheden. Latente belastingen voor compensabele verliezen worden opgenomen in de tak waar sprake is van compensabele verliezen. Latente posities uit hoofde van waarderingsverschillen tussen commercieel en fiscaal worden gealloceerd naar de DAEB of niet-DAEB tak op basis van de relatieve verdeling van het aantal verhuureenheden.
De interne lening tussen de DAEB en niet-DAEB, die verantwoord is onder Vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen, is bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde. De interne lening wordt na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De verstrekte interne lening is in de DAEB verantwoord onder de financiële vaste activa en de ontvangen interne lening in de niet-DAEB is verantwoord onder de langlopende schulden. Per 31 december 2021 is de interne lening volledig afgelost.
De activiteiten tussen de DAEB en niet-DAEB met betrekking tot de interne lening (verstrekte en ontvangen lening), rente met betrekking tot de interne lening (te ontvangen en verschuldigde rente), interne verkopen van DAEB naar niet-DAEB, interne verkopen van niet-DAEB naar DAEB en de totale reserve van de niet-DAEB behoren tot de eliminaties.
Aard van de activiteiten in de niet-DAEB
De portefeuille is volgens de woningwet gesplitst in DAEB en niet-DAEB. De activiteiten binnen de niet-DAEB bestaan uit het verhuren van woningen boven de liberalisatie grens en woningen die te liberaliseren zijn uit volkshuisvestelijke overwegingen, bedrijfsonroerend goed en parkeerplaatsen met de bijbehorende activiteiten zoals onderhoud en renovatie.
Naast het verhuren van eenheden heeft de niet-DAEB ook nog woningen op de balans staan die in het verleden verkocht zijn onder terugkoop koopgarant. Om het moment dat deze woningen worden teruggekocht worden deze in verhuur genomen of doorverkocht.
Verder ontwikkelt Sité geen activiteiten binnen de niet-DAEB zoals nieuwbouw huur, koop en bedrijfsonroerendgoed.
Grondslagen voor de bepaling van de beleidswaarde
De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Sité en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:
- Enkel uitgaan van het doorexploitatiescenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie.
- Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders) mutatie.
- Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds) beleid en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjaren onderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van de onderhoudsnormen in de markt.
- Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheersactiviteiten van Sité en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd “lasten verhuur en beheersactiviteiten, overige directe operationele lasten exploitatie bezit” in de resultatenrekening.
Voor zover afwijkend van de voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie – zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie – afgeleid van de meerjarenbegroting en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTiV artikel 15.
Sité heeft hierbij uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde.
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten “gemiddeld per woning” als volgt:
| Uitgangspunten voor: | 2021 |
|---|---|
| Disconteringsvoet | 5,64% |
| Streefhuur per maand | € 613,61 per woning |
| Lasten onderhoud en beheer per jaar | € 3.614,63 per woning |
5. Toelichting op de fiscale positie
Algemeen
In de balans per 31 december 2008 zijn voor het eerst latente belastingvorderingen en -schulden opgenomen. Actualisatie van deze latenties en vorming van eventuele nieuwe latenties vindt plaats ten gunste of ten laste van de Vpb-post in de resultatenrekening van het lopende boekjaar. Dit leidt er toe dat de belastingdruk zoals die wordt weergegeven in de resultatenrekening significant afwijkt van het geldende belastingtarief.
Verloopoverzicht resultaat
(bedragen x € 1.000)
| Jaarresultaat na belasting | 146.073 | |
| Belasting in boekjaar | -176 | |
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen: | 145.897 | |
| Af: | ||
| Resultaat verkochte woningen (commercieel) | 1.212 | |
| Resultaat interne verkoop | 59 | |
| Toevoeging fiscale boekwinst verkopen aan herinvesteringsreserve | 577 | |
| Afschrijving (fiscaal) | 1.526 | |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille (commercieel) | 141.539 | |
| Onttrekking voorziening dubieuze debiteuren (commercieel) | 96 | |
| RVV-subsidie (fiscaal) | 290 | |
| Onderhoudscomponent in investeringsprojecten (fiscaal) | 237 | |
| Asbestsanering bij regulier onderhoud (fiscaal) | 693 | |
| Agio leningen (a.g.v. hogere marktwaarde leningportefeuille) | 166 | |
| Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek | 3 | |
| Energie-investeringsaftrek | 29 | |
| 146.428 | ||
| Bij: | ||
| Resultaat verkochte woningen (fiscaal) | 706 | |
| Resultaat terugkoop VOV-woningen (commercieel) | 271 | |
| Gerealiseerd winstrecht teruggekochte VOV-woningen (fiscaal) | 27 | |
| Afschrijvingen (commercieel) | 364 | |
| Dotatie voorziening dubieuze debiteuren (commercieel) | 94 | |
| Agio leningruil Vestia (50% naar 2022 cf. VSO) | 2.081 | |
| Verbeteringen (fiscaal i.p.v. onderhoud) | 217 | |
| Niet aftrekbaar deel algemene kosten | 17 | |
| Fiscaal niet aftrekbare rente (earningsstrippingregeling) | 2.193 | |
| Geactiveerde rente (fiscaal) | 34 | |
| 6.003 | ||
| Fiscaal resultaat voor belastingen 2021 | 5.473 | |
| Te verrekenen verliezen | - | |
| Belastbaar bedrag 2021 | 5.473 |
Het wettelijk belastingtarief in het boekjaar bedraagt 25% (2020: 25%).
De effectieve belastingdruk in 2021 bedraagt afgerond 0% (2020: 4%)
Nadere toelichting
Het belastbaar resultaat 2021 leidt tot een betalingsverplichting van (afgerond) € 1.344.000. Dat is hoger dan de voorlopige aanslag van € 650.000 die in februari 2021 is betaald. Het verschil van € 694.000 is als schuld aan de belastingdienst gesaldeerd met de vordering uit hoofde van verliesverrekening 2017 (€ 2.847.000) opgenomen onder de overlopende activa (per saldo € 2.153.000).
Belastinglatenties
(bedragen x € 1.000)
| Recapitulatie latenties | Commerciële waarde 31-12-2021 |
Fiscale waarde 31-12-2021 |
Actieve latentie (nominaal) | Passieve latentie (nominaal) | Jaarrekening: FVA (CW) | Jaarrekening: kortlopende vordering (CW) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Voorwaartse verliescompensatie | ||||||
| Compensabele verliezen | - | - | - | - | - | - |
| Verrekenbare tijdelijke verschillen | ||||||
| Door te exploiteren bezit | 1.149.449 | 948.975 | - | 51.722 | - | - |
| Ongerealiseerd verlies VOV | - | 489 | 126 | - | 94 | 25 |
| Waardering ontwikkelingsprojecten | 3.155 | 4.299 | 264 | - | 85 | 168 |
| Agio leningenportefeuille | - | 1.112 | 287 | - | 223 | 38 |
| Volkshuisvestelijke bijdrage Vestia leningruil | - | 2.081 | 537 | - | - | 527 |
| Totaal | 402 | 758 | ||||
Sinds 2019 is de commerciële waarde van het vastgoed in exploitatie hoger dan de fiscale waarde. Voor het totale verschil zou bij waardering op nominale waarde een passieve latentie gevormd moeten worden. Bij waardering tegen contante waarde tendeert deze voorziening echter naar nihil omdat het afwikkelmoment oneindig ver in de tijd vooruit ligt. De latentie voor het verschil tussen commerciële en fiscale waarde van het door te exploiteren bezit is daarom in de jaarrekening 2021 niet verwerkt.
De latenties voor ongerealiseerd verlies VOV en de investeringsprojecten worden grotendeels 'gerealiseerd' in dezelfde forecastperiode, waardoor sprake is van een simultane afwikkeling met dezelfde contractpartner (belastingdienst). Hierdoor mogen de passieve en actieve latentie worden gesaldeerd en resteert voor bovenstaande latenties per saldo een actieve latentie van in totaal (kort- en langlopend) € 372.000.
De actieve latentie voor de agio op de leningen (€ 261.000) wordt voor een deel (€ 77.000) niet simultaan afgewikkeld met de andere fiscale/ commerciële verschillen omdat realisatie niet in de voornoemde 5-jaars periode plaatsvindt. In verband met de materialiteit van dit bedrag én het feit dat wel afwikkeling met dezelfde contractpartner plaatsvindt, is de volledige latentie onderdeel van de voornoemde saldering.
De fiscale verwerking van de Vestia-leningruil gebeurt overeenkomstig de fiscale vaststellingsovereenkomst. Daardoor wijkt de fiscale verwerking, met uitzondering van het hieronder benoemde punt, niet af van de verwerking in de jaarrekening. De incidentele volkshuisvestelijke bijdrage komt ten laste van de gecorrigeerde winst in de zin van art. 15b, lid 3 Wet Vpb (ATAD). De betaalde rente en de amortisatie van het agio, die in de latere jaren ten laste resp. bate van de W&V-rekening komen, maken deel uit van het saldo aan rentelaten en baten in de zin van art. 15b, lid 2 Wet Vpb (ATAD).
De enige afwijking in de fiscale verwerking bestaat eruit dat de volkshuisvestelijke bijdrage in elk van de jaren 2021 en 2022 voor 50% in aftrek komt. Daardoor ontstaat in deze twee jaren een verschil tussen het fiscale en het commerciële vermogen en resultaat. Voor dit tijdelijke verschil wordt in de balans per 31 december 2021 een actieve belastinglatentie gevormd.
Verliesverrekening
Sité heeft over 2018 en 2019 aangifte Vpb gedaan met daarin een (cumulatief) belastbaar resultaat van -/- € 25.313.000. Dit belastbaar resultaat wordt in belangrijke mate beïnvloed door twee posten: De dotatie aan de voorziening onderhoud (totaal over beide jaren: € 23.851.000) en de afwaardering van sloopwoningen naar grondwaarde in 2018 (€ 5.840.000). Ten aanzien van de aangifte 2020 (in concept met een belastbaar resultaat van € 2.687.000) vond ten tijde van het opmaken van de jaarrekening 2021 overleg plaats met de belastingdienst over de voorziening onderhoud. Gelijktijdig hiermee vond ook afstemming plaats ten aanzien van de afwaardering van sloopwoningen naar lagere grondwaarde in het kader van de aangifte 2018. Beide afstemmingen hebben nog niet geleid tot een concreet oordeel van de belastingdienst. Worst-case scenario voor Sité is dat de afwaardering in de aangifte 2018 voor een bedrag van € 5.034.000 moet worden gecorrigeerd en de voorziening onderhoud in de nog in te dienen aangifte 2020 geheel zal moeten vrijvallen. Vanwege de onzekerheid van acceptatie door de belastingdienst op beide posten is er in de bepaling van de verliesverrekening ten behoeve van de fiscale positie in de jaarrekening 2021 voorzichtigheidshalve met dit scenario rekening gehouden. De voorlopige aanslag over 2020 is hierop in 2021 aangepast.
Een en ander leidt in de balans van 31-12-2021 tot een (per saldo) directe vordering op de belastingdienst van € 2.153.000 (2020: € 1.258.000). Deze is opgebouwd uit de vordering uit hoofde van verliesverrekening 2017 (€ 2.847.000) en een betalingsverplichting uit hoofde van een noodzakelijke aanvulling van de voorlopige aanslag 2021 (€ 694.000).
Indien beide afstemmingen door de belastingdienst volledig worden geaccepteerd (best-case scenario), zal de verliesverrekening met aangiftejaar 2017 tot een vordering op de belastingdienst leiden van € 2.847.000. Dit is gelijk aan het worst-case scenario. In het best-case scenario zullen ook de betaalde voorlopige aanslagen over 2020 en 2021 terugontvangen worden (respectievelijk € 4.273.000 en € 650.000) en resteert er ultimo 2021 nog een fiscaal verrekenbaar verlies van € 691.000). Voorzichtigheidshalve is hier in de balans per 31-12-2021 geen rekening mee gehouden.
Ultimo 2021 beschikbaar voor verliesverrekening:
Op basis van de in de jaarrekening verwerkte fiscale positie is er geen sprake van beschikbare compensabele verliezen per 31 december 2021.
Tijdelijke verschillen
* Voor Vastgoed in exploitatie is sprake van een tijdelijk verschil tussen de waardering volgens de jaarrekeninggrondslagen en de fiscale grondslagen. Dit waarderingsverschil bedraagt ultimo 2021 per saldo € 200,5 miljoen (2020: € 60,1 miljoen). Het wordt zeer waarschijnlijk geacht dat (door gebruikmaking van fiscale faciliteiten zoals de herinvesteringsreserve) in de toekomst als gevolg van het beleidsvoornemen om woningen te blijven verhuren, geen fiscale afwikkeling van dit verschil zal plaatsvinden gedurende de looptijd van het actief omdat het fiscale afwikkelmoment in continuïteit doorschuift naar het vervangende actief. Het feitelijke afwikkelmoment komt daarmee oneindig ver in de toekomst te liggen. Bij waardering van de latentie tegen contante waarde tendeert deze dan naar nihil.
* De fiscaal ongerealiseerde verliezen en verleende kortingen vanuit in het verleden gedane Verkopen onder Voorwaarden (VOV) zijn geactiveerd op de fiscale balans. Bij terug- en doorverkoop leiden deze tot een lagere boekwinst dan commercieel en daarmee vormen ze een tijdelijk verschil tussen de fiscale en de commerciële waardering.
Deze tijdelijke verschillen zijn tot waardering gebracht voor zover ze binnen een periode van 5 jaar naar verwachting gerealiseerd zullen worden.
* Voor Vastgoed in ontwikkeling is ook sprake van een tijdelijk verschil tussen de waardering volgens de jaarrekeninggrondslagen en de fiscale grondslagen. Dit waarderingsverschil bedraagt ultimo 2021 per saldo € 1,0 miljoen (2020: € 1,0 miljoen). Voor dit bedrag is een actieve latentie gevormd. Aangenomen wordt daarbij dat realisatie binnen de forecastperiode van 5 jaar zal plaatsvinden.
* De beschouwingsperiode ten aanzien van het agio op de leningen betreft de totale looptijd van de portefeuille ten tijde van de fiscale openingsbalans (1-1-2008).
* In het kader van de Vestia-leningruil die in 2021 is geëffectueerd, heeft Sité een volkshuisvestelijke bijdrage voor haar rekening genomen van € 4,2 miljoen. Op grond van de met de belastingdienst overeengekomen Vaststellingsovereenkomst wordt 50% van deze volkshuisvestelijke bijdrage (€ 2,1 miljoen) fiscaal doorgeschoven naar 2022. Deze doorschuiven leidt in de jaarrekening 2021 tot een actieve latentie van € 0,5 miljoen.
6. Toelichting op de balans
Activa
Vaste activa
Vastgoedbeleggingen
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | ||
|---|---|---|---|
| 01 DAEB vastgoed in exploitatie | 1.078.890 | 936.775 | |
| 02 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie | 70.559 | 64.400 | |
| 03 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 40.889 | 33.286 | |
| 04 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 1.054 | 2.050 | |
| Totaal | 1.191.392 | 1.036.511 |
Het verloop van de deze posten in 2021 is als volgt:
01 DAEB vastgoed in exploitatie
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | ||
|---|---|---|---|
| Historische kostprijs | 446.339 | 407.990 | |
| Som van herwaardering | 502.439 | 454.818 | |
| Som van vermindering | -12.003 | -12.587 | |
| Boekwaarde in verhuurde staat per 1 januari | 936.775 | 850.221 | |
| Mutaties in boekjaar: | |||
| Opgeleverde eenheden | 1.860 | 11.947 | |
| Overige waardeverandering t.l.v. resultaat | - | -85 | |
| Overige waardeverandering t.l.v. voorziening | - | -1.943 | |
| Subtotaal | 1.860 | 9.919 | |
| Aangekochte eenheden | 1.275 | 21.546 | |
| Overige waardeverandering t.l.v. resultaat | -494 | - | |
| Subtotaal | 781 | 21.546 | |
| Renovatie | 7.209 | 4.328 | |
| Overige waardeverandering t.l.v. resultaat | -396 | -207 | |
| Overige waardeverandering t.l.v. voorziening | -2.731 | -1.070 | |
| Subtotaal | 4.082 | 3.051 | |
| Investeringen | 1.908 | 609 | |
| Verkoop | -422 | -490 | |
| Herclassificatie | -941 | -2.162 | |
| Overige waardeverandering t.l.v. resultaat | 134.846 | 54.081 | |
| Totaal mutaties | 142.115 | 86.554 | |
| Historische kostprijs | 459.148 | 446.339 | |
| Herwaardering | 619.742 | 490.436 | |
| Boekwaarde in verhuurde staat per 31 december | 1.078.890 | 936.775 |
De post opgeleverde eenheden heeft betrekking op de projecten Ruyslaan Schöneveld (8) en Papaverstraat (1).
In 2021 zijn in totaal 8 woningen aangekocht en 3 woningen zijn zonder korting verkocht.
De post renovatie heeft betrekking op de investeringscomponent binnen de (afgeronde) grootschalige renovatieprojecten, Drempt fase 1 en 2 (69), Papaverstraat (24), Overstegen fase 2 (243) en Molenkolkweg (12).
Deze investeringen zijn slechts voor een beperkt deel in de marktwaarde tot uitdrukking gekomen en als gevolg daarvan heeft een afwaardering ten laste van de daarvoor gevormde voorziening en ten laste van het resultaat plaatsgevonden.
De investeringen hebben betrekking op de investeringen in het kader van EPA, IPP, sanering asbest en diverse overige (kleine) verbeteringen die onder deze categorie verantwoord zijn.
De post herclassificatie bestaat uit een aantal verschuivingen tussen verschillende soorten vastgoed en wordt hieronder verder uitgesplitst.
(bedragen x € 1000,-)
| Specificatie herclassificatie | 2021 | 2020 | |
|---|---|---|---|
| Activa overgeheveld van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 286 | 687 | |
| Activa overgeheveld naar Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | -2.121 | -3.033 | |
| Activa overgeheveld van Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 433 | - | |
| Activa overgeheveld van niet-DAEB vastgoed in exploitatie | 461 | 184 | |
| -941 | -2.162 |
In 2021 zijn 2 VOV-woningen teruggekocht (2020: 5) deze zijn vervolgens met een huur lager dan
€ 752,33 (2020: 737,14) verhuurd.
In 2021 zijn 19 woningen Beethovenlaan en 6 woningen Waardeel (Drempt) in verband met sloop uit exploitatie genomen en overgeheveld naar Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie. Daarnaast zijn Gildeweg 2 in Drempt en Tirol 77 in Doetinchem overgeheveld van Vastgoed in ontwikkeling naar Vastgoed in exploitatie.
In 2021 zijn 3 woningen (2020: 1) overgeheveld van niet-DAEB naar DAEB.
Voorgenomen verkoop
Sité heeft geen specifieke woningen geclassificeerd voor verkoop in de aankomende periode. Sité biedt woningen te koop aan volgens het verkoopbeleid. In de begroting 2022 en meerjarenverkenning 2023 - 2031 wordt rekening gehouden met de verkoop van 13 bestaande woningen in 2022 en voor de overige jaren gemiddeld 11 per jaar.
02 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | ||
|---|---|---|---|
| Historische kostprijs | 47.666 | 52.113 | |
| Som van herwaardering | 20.958 | 20.124 | |
| Som van vermindering | -4.224 | -5.805 | |
| Boekwaarde in verhuurde staat per 1 januari | 64.400 | 66.432 | |
| Mutaties in boekjaar: | |||
| Investeringen | 157 | 34 | |
| Verkoop | -1.253 | -4.426 | |
| Herclassificatie | -461 | -3 | |
| Overige waardeverandering t.g.v. resp. t.l.v. resultaat | 7.716 | 2.363 | |
| Totaal mutaties | 6.159 | -2.032 | |
| Historische kostprijs | 46.320 | 47.666 | |
| Herwaardering | 24.239 | 16.734 | |
| Boekwaarde in verhuurde staat per 31 december | 70.559 | 64.400 |
In 2021 zijn 6 woningen en 1 parkeerplaats verkocht.
De investeringen hebben betrekking op de investeringen in het kader van EPA, IPP, sanering asbest en diverse overige (kleine) verbeteringen die onder deze categorie verantwoord zijn.
De post herclassificatie bestaat uit een aantal verschuivingen tussen verschillende soorten vastgoed en wordt hieronder verder uitgesplitst.
(Bedragen x €1000,-)
| Specificatie herclassificatie | 2021 | 2020 | |
|---|---|---|---|
| Activa overgeheveld van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | - | 181 | |
| Activa overgeheveld naar DAEB vastgoed in exploitatie | -461 | -184 | |
| -461 | -3 |
In 2021 zijn 3 woningen (2020: 1) overgeheveld van niet-DAEB naar DAEB.
Analyse ontwikkeling marktwaarde 2020 - 2021
Conform de verplichting zoals opgenomen in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde is in onderstaand overzicht weergegeven de ontwikkeling van de marktwaarde (DAEB en niet-DAEB) tussen 31 december 2020 en 31 december 2021 naar de samenstellende delen.
| Totaal marktwaarde 31-12-2020: | 1.001.175.000 | |
| Af: Eenheden uit exploitatie: | -3.796.000 | |
| sub-totaal | 997.379.000 | |
| Methodische wijzigingen (software): | - | |
| Mutatie in objectgegevens: | 8.913.000 | |
| Marktontwikkeling: | 139.551.000 | |
| Exploitatiebeperking: | - | |
| sub-totaal | 148.464.000 | |
| Bij: Toegevoegde eenheden: | 3.606.000 | |
| Totaal marktwaarde 31-12-2021: | 1.149.449.000 | |
| Totaal DAEB: | 1.078.890.000 | |
| Totaal niet-DAEB: | 70.559.000 | |
| Totaal bezit: | 1.149.449.000 |
Beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde
Per 31 december 2021 is in totaal € 679.648.000 waarvan € 650.854.000 DAEB en € 28.794.000 Niet-DAEB aan ongerealiseerde herwaarderingen in de overige reserves begrepen (2020 € 541.147.000 waarvan € 520.067.000 DAEB en € 21.080.000 niet-DAEB) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.
De realisatie van de ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid. De mogelijkheden om vrijelijk door (complexwijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voorvloeiend uit de beoogde kwaliteits- en beheersituatie. De bepaling van de beheers- en onderhoudslasten zijn vrijwel geheel in overeenstemming met de consultatie SBR Wonen. Het onderhouds-component in renovatie projecten is meegenomen op basis van de 10 jaarcyclus.
Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen-vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd. Er is een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze inschatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van het bezit en bedraagt € 564.775.000. Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2021 bestaat uit de volgende onderdelen:
| Marktwaarde in verhuurde staat per 31-12-2021 | 1.149.449.000 | |
| Beschikbaarheid (door-exploiteren) | 106.938.000 | |
| Betaalbaarheid (huren) | -347.249.000 | |
| Kwaliteit (onderhoud) | -306.953.000 | |
| Beheer (beheerskosten) | -37.410.000 | |
| Totaal | -584.674.000 | |
| Beleidswaarde per 31-12-2021 | 564.775.000 |
Dit impliceert dat circa 62% van het totale eigen vermogen niet of eerst op lange termijn realiseerbaar is. Gezien de volatiliteit van (met name) de beleidswaarde, is dit aan fluctuaties onderhevig.
Sensitiviteitsanalyse
In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van de uitgangspunten heeft in de beleidswaarde:
| Effect op de beleidswaarde | Mutatie t.o.v. uitgangspunten | Effect op de beleidswaarde (x €1000) |
|---|---|---|
| Discounteringsvoet | 0,5% verhogen | -51.700 |
| Discounteringsvoet | 0,5% verlagen | 60.700 |
| Streefhuur per maand | € 25 verhogen | 61.000 |
| Streefhuur per maand | € 25 verlagen | -53.700 |
| Lasten onderhoud en beheer per jaar | € 100 verhogen | -52.400 |
| Lasten onderhoud en beheer per jaar | € 100 verlagen | 52.400 |
03 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | ||
|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 33.286 | 31.248 | |
| Mutaties in het boekjaar: | |||
| Terugkoop koopgarant | -1.136 | -869 | |
| Waardeverandering | 8.739 | 2.907 | |
| Subtotaal | 7.603 | 2.038 | |
| Boekwaarde per 31 december | 40.889 | 33.286 |
Per 31 december 2021 betreft het aantal woningen verkocht onder voorwaarden 194 (2020: 200).
In 2021 zijn 2 teruggekochte woningen in verhuur genomen, 1 koopgarant woning is het restant afgekocht door de eigenaar en 3 teruggekochte woningen zijn doorverkocht.
04 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | ||
|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 3.222 | 4.141 | |
| Mutaties in het boekjaar: | |||
| Investeringen | 2.774 | 11.252 | |
| Overheveling vanuit DAEB vastgoed in exploitatie | 2.121 | 3.033 | |
| Overheveling naar DAEB vastgoed in exploitatie | -433 | - | |
| Overheveling vanuit Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop | - | 352 | |
| Opgeleverde huurwoningen naar DAEB vastgoed in exploitatie | -1.864 | -11.101 | |
| Afwaardering ten laste van resultaat | -252 | - | |
| Afwaardering ten laste van voorziening | -1.766 | -4.432 | |
| Overig | -210 | -23 | |
| Subtotaal | 370 | -919 | |
| Subtotaal | 3.592 | 3.222 | |
| Van voorziening onrendabele investeringen | -2.538 | -1.172 | |
| Boekwaarde per 31 december | 1.054 | 2.050 |
Overheveling vanuit DAEB vastgoed in exploitatie heeft betrekking op de boekwaarde van 6 gesloopte woningen (Drempt) en 19 te slopen woningen (Beethovenlaan).
Overheveling naar DAEB vastgoed in exploitatie heeft betrekking op 1 eenheid Drempt en de eenheid aan de Tirol 77.
De opgeleverde eenheden betreffen 8 eenheden Schöneveld en 1 eenheid aan de Papaverstraat.
De afwaardering ten laste van de voorziening en ten laste van het resultaat hebben betrekking op de afwaardering van de Beethovenlaan en Drempt.
Verzekeringen
De onroerende zaken in exploitatie zijn verzekerd tegen brand- en stormschade.
Zekerheden
Er zijn geen activa als zekerheid gesteld voor verstrekte leningen. Wel heeft het Waarborg Sociale Woningbouw (WSW) het recht van eerste hypotheek wat inhoudt dat het WSW hypotheek kan leggen op het onderpand dat is ingebracht bij het WSW.
Materiële vaste activa
05 Onroerende en roerende zaken ten dienste van exploitatie
(bedragen x € 1000,-)
| Huisvesting | Automatisering | Inventaris/Vervoer | Totaal | |
|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari 2021 | 2.492 | 229 | 185 | 2.906 |
| Mutaties in boekjaar: | ||||
| Investeringen | 22 | 354 | - | 376 |
| Afschrijvingen | -203 | -120 | -42 | 365 |
| Subtotaal | -181 | 234 | -42 | 11 |
| Aanschafwaarde | 3.575 | 1.503 | 339 | 5.417 |
| Cumulatieve afschrijvingen | -1.264 | -1.040 | -196 | -2.500 |
| Boekwaarde per 31 december 2021 | 2.311 | 463 | 143 | 2.917 |
De investering in de rubriek huisvesting heeft te maken met de vervanging stoombevochtiger. De investeringen rubriek automatisering hebben o.a. te maken met de aanschaf van hardware voor het mogelijk maken van thuiswerken.
Financiële vaste activa
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | ||
|---|---|---|---|
| 06 Latente belastingvorderingen | 402 | 441 | |
| 07 Overige vorderingen | 117 | 176 | |
| Totaal | 519 | 617 |
Het verloop van deze posten in 2021 is als volgt:
06 Latente belastingvorderingen
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | ||
|---|---|---|---|
| Latente belastingvordering Vpb | 402 | 441 |
Voor een toelichting en nadere specificatie van de post latente belastingvordering Vpb wordt verwezen naar de aparte toelichting op de fiscale positie.
07 Overige vorderingen
Het verloop van deze post is als volgt samengesteld:
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | ||
|---|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | 176 | 168 | |
| Mutaties in het boekjaar: | |||
| vordering | -79 | - | |
| waardeverandering | 20 | 8 | |
| Saldo per 31 december | 117 | 176 |
De vordering bestaat nog uit één verkoop Sociale Koop. In 2021 is voor één verkoop het blote eigendom verkocht. Voor de waardering wordt gebruik gemaakt van de gemiddelde stijging van de leegwaarde in %.
Vlottende activa
Voorraden
Deze post is als volgt samengesteld:
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | ||
|---|---|---|---|
| 08 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop | 1.272 | 1.337 | |
| Totaal | 1.272 | 1.337 |
08 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | ||
|---|---|---|---|
| Grondposities | 1.511 | 1.576 | |
| Subtotaal | 1.511 | 1.576 | |
| Af: | |||
| Van voorziening onrendabele investeringen | -239 | -239 | |
| Totaal vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop | 1.272 | 1.337 |
Het verloop van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop is als volgt:
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | ||
|---|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | 1.576 | 3.101 | |
| Mutaties in boekjaar: | |||
| Investeringen | - | 2 | |
| Overheveling naar Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | - | -352 | |
| Boekwaarde verkopen | -65 | -558 | |
| Afwaardering ten laste van voorziening | - | -2 | |
| Afwaardering ten laste van resultaat | - | -615 | |
| Subtotaal | -65 | -1.525 | |
| Saldo per 31 december | 1.511 | 1.576 |
In 2021 is 1 kavel op Oosseld verkocht met een boekwaarde van € 65 duizend.
Vorderingen
Deze post is als volgt samengesteld:
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | ||
|---|---|---|---|
| 09 Huurdebiteuren | 1.165 | 1.170 | |
| 10 Latente belastingvorderingen | 758 | 231 | |
| 11 Overige vorderingen | 279 | 741 | |
| 12 Overlopende activa | 2.457 | 1.583 | |
| Totaal | 4.659 | 3.725 |
09 Huurdebiteuren
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | ||
|---|---|---|---|
| Huurdebiteuren | 1.553 | 1.560 | |
| Af: voorziening dubieuze debiteuren | -388 | -390 | |
| Saldo | 1.165 | 1.170 |
Specificatie huurdebiteuren
(bedragen x € 1000,-)
| Zittende huurders | Vertrokken huurders | Totaal | |
|---|---|---|---|
| Saldo per 31 december | 527 | 1.026 | 1.553 |
Verloopoverzicht voorziening huurdebiteuren
(bedragen x € 1000,-)
| Totaal | ||
|---|---|---|
| Saldo per 31 december 2020 | 390 | |
| Mutaties in boekjaar: | ||
| Onttrekking | 2 | |
| Subtotaal | 2 | |
| Saldo per 31 december 2021 | 388 |
Het saldo van de huurdebiteuren is de totale vordering op (vertrokken) huurders. De huurachterstand per 31 december 2021 van de zittende en vertrokken huurders, uitgedrukt in een percentage van het totaal van de netto huren, bedraagt voor 2021 0,98% (2020 1,08%).
10 Latente belastingvorderingen
Deze post is als volgt samengesteld:
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | ||
|---|---|---|---|
| Latente belastingvordering Vpb | 758 | 231 | |
| Saldo | 758 | 231 |
Voor een toelichting en nadere specificatie van de post latente belastingvordering VPB wordt verwezen naar de aparte toelichting op de fiscale positie.
11 Overige vorderingen
Deze post is als volgt samengesteld:
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | ||
|---|---|---|---|
| Te vorderen BTW | - | 679 | |
| Overige debiteuren | 279 | 62 | |
| Saldo | 279 | 741 |
12 Overlopende activa
Deze post is als volgt samengesteld:
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | ||
|---|---|---|---|
| Verzekering uitkering | 15 | 5 | |
| Vooruitbetaalde bedragen | 284 | 290 | |
| Belastingen | 2.153 | 1.258 | |
| Diversen | 5 | 30 | |
| Saldo | 2.457 | 1.583 |
13 Liquide middelen
Deze post is als volgt samengesteld:
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | ||
|---|---|---|---|
| Kas | 1 | 1 | |
| Banken | 2.719 | 2.416 | |
| Totaal | 2.720 | 2.417 |
De kredietfaciliteit bij de huisbankier de Rabobank is ultimo 2021 € 5.0 miljoen voor rekening-courant. Ultimo 31 december 2021 is geen gebruik gemaakt van de kredietfaciliteit.
Het rentepercentage is gebaseerd op de 1-maands euribor met een opslag van 1,05%. De gemiddelde debetrente over 2021 komt hierdoor uit op 0,49%. Jaarlijks ontvangt de kredietverstrekker de beoordeling kredietwaardigheid van het WSW alsmede het borgingsplafond.
Passiva
Eigen vermogen
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | |
|---|---|---|
| 14 Herwaarderingsreserves | 541.147 | 491.127 |
| 15 Overige reserves | 257.326 | 252.316 |
| 16 Resultaat na belastingen van het boekjaar | 146.073 | 55.030 |
| Saldo per 31 december | 944.546 | 798.473 |
14 Herwaarderingsreserves
De herwaarderingsreserve wordt gevormd door het verschil tussen de marktwaarde en de stichtingskosten van het vastgoed en geeft het deel van het eigen vermogen weer dat in de toekomst nog moet worden gerealiseerd. Een gedeelte daarvan wordt echter als nimmer te realiseren beschouwd, omdat de corporatie niet de intentie heeft om al haar vastgoed te verkopen zoals in de marktwaardeberekening wel als uitgangspunt wordt gehanteerd.
Het verloop van deze post is als volgt samengesteld:
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | 491.127 | 452.933 |
| Mutaties in het boekjaar: | ||
| verkopen | -1.677 | -1.110 |
| aankopen | 1.238 | 77 |
| sloop | -2.424 | -2.347 |
| overige | 51 | 215 |
| waardeverandering | 52.831 | 41.359 |
| Saldo mutaties | 50.020 | 38.194 |
| Saldo per 31 december | 541.147 | 491.127 |
15 Overige reserves
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | 252.316 | 237.666 |
| Mutaties in het boekjaar: | ||
| Herwaarderingsreserve | -50.020 | -38.194 |
| Resultaatbestemming voorgaand boekjaar | 55.030 | 52.844 |
| Saldo mutaties | 5.010 | 14.650 |
| Saldo per 31 december | 257.326 | 252.316 |
16 Resultaat na belasting van het boekjaar
Deze post is als volgt samengesteld:
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | |
|---|---|---|
| Ongerealiseerd naar herwaarderingsreserve | 138.501 | 50.020 |
| Gerealiseerde overige reserve | 7.572 | 5.010 |
| Saldo per 31 december | 146.073 | 55.030 |
Voorstel resultaatbestemming
Voorgesteld wordt om het resultaat over 2021 ad € 146.073.000 voor € 138.501.000 toe te voegen aan de herwaarderingsreserve en voor € 7.572.000 toe te voegen aan de overige reserve.
17 Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen
Deze post is als volgt samengesteld:
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | |
|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | 10.469 | 5.349 |
| Mutaties in het boekjaar: | ||
| Dotaties | 6.170 | 8.605 |
| Onttrekkingen | ‑4.577 | ‑3.033 |
| Vrijval | ‑2.197 | ‑452 |
| Saldo | 9.865 | 10.469 |
| Af: in mindering gebracht op vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | ‑2.538 | ‑1.172 |
| Af: in mindering gebracht op Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop | ‑239 | ‑239 |
| Saldo per 31 december | 7.088 | 9.058 |
Voor een toelichting op de dotatie en de vrijval wordt verwezen naar de toelichting op de post 'overige waardeveranderingen' in de resultatenrekening. De onttrekkingen hebben betrekking op de projecten Drempt, Beethovenlaan, Papaverstraat en Overstegen.
Voor zover het saldo van de investeringen in de projecten waar een voorziening voor is gevormd het toelaten, is de voorziening in mindering gebracht op de posten 'Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie' en 'Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop'. De getroffen voorziening voor sloop is in mindering gebracht op de posten 'vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie'.
18 Schulden aan banken
Deze post is als volgt samengesteld:
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | |
|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | 202.196 | 178.923 |
| Mutaties in het boekjaar: | ||
| Agio (m.b.t. Vestia lening) | 4.161 | - |
| Nieuwe leningen | 13.978 | 35.600 |
| Mutatie flex roll-over | -6.000 | -3.000 |
| Aflossingen | -5.476 | -9.327 |
| Saldo | 6.663 | 23.273 |
| Saldo per 31 december | 208.859 | 202.196 |
| Af: naar kortlopende schulden, agio- verplichting komend jaar | -94 | - |
| Af: naar kortlopende schulden, aflossings- verplichting komend jaar | -6.317 | -5.476 |
| Totaal | 202.448 | 196.720 |
De leningen zijn opgenomen tegen de nominale waarde waarbij rekening is gehouden met een eventuele disagio of agio. De marktwaarde van de leningen is per 31 december 2021 € 240.3 miljoen.
Ultimo 2021 bestaat de leningen portefeuille voor € 196.9 miljoen uit leningen met een vaste rente en voor € 7.8 miljoen uit twee leningen van € 3.9 miljoen met een variabele rente van -/- 0,543% en -/- 0,483%. De rente op de lening met variabele rente wordt bepaald door de 1-maands euribor verhoogd met een vaste opslag van 0,05% en 0,08%. Ultimo 2021 was de 1-maands euribor negatief.
De aflossingsverplichtingen binnen 1 jaar zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. De opbouw van de leningportefeuille is voor 2 jaar t/m 5 jaar € 22.4 miljoen en langer dan 5 jaar € 177.2 miljoen.
De gemiddelde looptijd van de leningportefeuille is 15,8 jaar. De gemiddelde rentevoet van de uitstaande leningen bedraagt circa 2,37% (2020 2,51%). De leningen worden op basis van het annuïteitensysteem of ineens afgelost (fixe lening).
Alle leningen zijn voor 100% geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Er zijn geen complexen hypothecair bezwaard. Het WSW heeft het recht van eerste hypotheek wat inhoudt dat het WSW hypotheek kan leggen op het onderpand wat is ingebracht bij het WSW. Naast het WSW heeft de Rabobank voor een bedrag van € 7.5 miljoen het recht van hypotheek. De kredietfaciliteit bij de Rabobank bedraagt € 5.0 miljoen. De rente en aflossing van alle leningen eind 2021 worden door het WSW gegarandeerd.
19 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken VOV
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | |
|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | 30.179 | 29.423 |
| Mutaties in het boekjaar: | ||
| Waardeverandering | 4.673 | 1.560 |
| Terugkoop koopgarant | ‑1.058 | ‑804 |
| Saldo | 3.615 | 756 |
| Saldo per 31 december | 33.794 | 30.179 |
Per 31 december 2021 betreft het aantal woningen verkocht onder voorwaarden 194 (2020: 200).
20 Overige schulden
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | |
|---|---|---|
| Waarborgsommen | ||
| Saldo per 1 januari | 87 | 94 |
| Mutaties in het boekjaar: | ||
| Toegevoegd | 10 | 9 |
| Uitbetaald | 13 | 16 |
| Saldo | ‑3 | ‑7 |
| Totaal | 84 | 87 |
Kortlopende schulden
Deze post is als volgt samengesteld:
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | |
|---|---|---|
| 21 Schulden aan banken | 6.411 | 5.476 |
| 22 Schulden aan leveranciers en handelskredieten | 3.315 | 1.802 |
| 23 Belastingen en premies sociale verzekeringen en pensioenen | 1.602 | 1.472 |
| 24 Overlopende passiva | 4.191 | 4.246 |
| Totaal | 15.519 | 12.996 |
21 Schulden aan banken
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | |
|---|---|---|
| Aflossingsverplichting komend jaar | 6.317 | 5.476 |
| Vrijval Agio komend jaar | 94 | - |
| Totaal | 6.411 | 5.476 |
22 Schulden aan leveranciers en handelskredieten
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | |
|---|---|---|
| Schulden aan leveranciers en handelskredieten | 3.315 | 1.802 |
| Totaal | 3.315 | 1.802 |
23 Belastingen en premies sociale verzekeringen en pensioenen
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | |
|---|---|---|
| Af te dragen BTW | 1.365 | 1.261 |
| Loonheffing | 117 | 90 |
| Pensioenen | 69 | 61 |
| Sociale lasten | 51 | 60 |
| Totaal | 1.602 | 1.472 |
24 Overlopende passiva
(bedragen x € 1000,-)
| 31 december 2021 | 31 december 2020 | |
|---|---|---|
| Te verrekenen service- en stookkosten | 545 | 557 |
| Nog te betalen bedragen | 173 | 255 |
| Personeelsvereniging | 39 | 30 |
| Vooruitontvangen subsidie | 115 | - |
| Niet vervallen rente | 2.350 | 2.382 |
| Vooruitontvangen huur | 515 | 594 |
| Reservering vakantierechten en overuren | 320 | 308 |
| Reservering Glasfonds | 123 | 118 |
| Diversen | 11 | 2 |
| Totaal | 4.191 | 4.246 |
Financiële instrumenten
Sité maakt geen gebruik van derivaten om het rente- en kasstroomrisico af te dekken.
Algemeen
De belangrijkste financiële risico’s waaraan Sité onderhevig is zijn het marktrisico, valutarisico, het renterisico, het kredietrisico en het liquiditeitsrisico. Het financiële beleid van Sité is erop gericht om op de korte termijn de effecten van koers- en renteschommelingen op het resultaat te beperken en om op lange termijn de marktwisselkoersen en marktrentes te volgen. Sité maakt geen gebruik van financiële derivaten om de financiële risico’s die verbonden zijn aan bedrijfsactiviteiten te beheersen.
Marktrisico
Sité beheerst het marktrisico door stratificatie aan te brengen in de portefeuille en limieten te stellen.
Valutarisico
Sité voert alleen transacties in euro’s (€) uit en loopt geen valutarisico.
Renterisico
Sité loopt renterisico over de rentedragende vorderingen (met name onder financiële vaste activa) en rentedragende langlopende en kortlopende schulden. Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt de woningcorporatie risico ten aanzien van toekomstige kasstromen. Met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt Sité risico's over de marktwaarde.
Kredietrisico
Het gaat hierbij om het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen kunnen voldoen. Door het spreiden van transacties over verschillende financiële instellingen wordt getracht dit risico te beperken. Verder dienen de financiële instellingen te voldoen aan kredietwaardigheidseisen (rating). Dit is opgenomen in het treasurystatuut.
Liquiditeitsrisico
Het gaat hierbij om het risico dat over onvoldoende middelen wordt beschikt om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Dit geldt voor alle verplichtingen van Sité en haar tegenpartijen, ongeacht of dit nu crediteuren of financiële instellingen zijn. Sité heeft op verschillende manieren gewaarborgd dat zij altijd aan haar verplichtingen kan voldoen.
Niet in de balans opgenomen informatie
In 2021 zijn opdrachten verstrekt inzake investeringen die op 31 december 2021 nog niet geheel waren uitgevoerd en dus slechts ten dele gefactureerd en in 2021 verantwoord. De resterende verplichting op 31 december 2021 uit hoofde van deze opdrachten bedraagt circa € 16,0 miljoen waarvan € 13,18 miljoen een looptijd heeft van max 1 jaar en € 2,82 miljoen een looptijd heeft van 2 tot 5 jaar. De verplichtingen ultimo 2021 zijn met name de projecten Overstegen II fase 3, Drempt, Wijnbergen fase 6 en Spoorzone.
Sité heeft de verplichtingen die ontstaan bij het uitkeren van jubileum-uitkeringen bij 12½, 25 en 40 jarig dienstverband en bij pensionering niet als verplichting in de balans opgenomen. Sité beschouwt de jubileum-uitkeringen als een onderdeel van de normale jaarlijkse personeelslasten. Deze visie wordt ondersteund door het feit dat de jubileum-uitkeringen min of meer gelijk over de jaren zijn verdeeld en hierbij geen 'pieken' zijn te onderscheiden. Daarbij zijn in het huidige arbeidsomgeving jubilea van meer dan 12½ jaar een grote uitzondering zodat het financieel belang minimaal is. In onderstaande tabel zijn de bedragen (contant) opgenomen van de verwachte jubileum-uitkeringen indien de huidige dienstverbanden doorlopen.
| Jubileumuitkering bedragen x €1,- | |
|---|---|
| 2022 tm 2026 | 58.017 |
| 2027 tm 2031 | 60.481 |
| 2032 tm 2036 | 43.141 |
| Na 2037 | 38.642 |
Nederlandse pensioenregeling
De gehanteerde pensioenregeling van Sité is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:
- Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen.
- Er is sprake van een middelloonregeling.
- De pensioen(richt)leeftijd is 68 jaar.
- De regeling kent zowel een partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd door middel van een opbouwregeling (uitkeringsovereenkomst). Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast. Deze was in 2021 gelijk aan 27% van de pensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor. Bij een lager verwacht rendement moet een hogere premie ingelegd worden om hetzelfde pensioen te financieren.
- Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de consumentenprijsindex voor alle huishoudens. Voor actieve deelnemers geldt dat het bestuur streeft naar verhoging met de loonontwikkeling van de brancheWoningcorporaties. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.
De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:
1. Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling (en haar groepsmaatschappijen).
2. De toegelaten instelling is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting.
3. Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.
De dekkingsgraad eind december 2021 bedroeg 126,0% (2020: 109,3%)
Eind 2019 had SPW niet de beschikking over de vereiste dekkingsgraad van ongeveer 126,6%. En daarom is in maart 2020 een nieuw herstelplan ingediend bij De Nederlandsche Bank (DNB). Op basis van de situatie eind 2019 verwacht SPW binnen de gestelde termijn van 10 jaar weer te beschikken over de wettelijk vereiste beleidsdekkingsgraad. Herstel moet vooral komen uit het beleggingsrendement. In het herstelplan 2020 zijn geen verlagingen van pensioenaanspraken nodig.
Sité heeft de verplichting van het loopbaanontwikkelingsbudget niet als verplichting in de balans opgenomen. Sité beschouwt het loopbaanontwikkelingsbudget als een onderdeel van de normale jaarlijkse personeelslasten. En daarbij is het financieel belang minimaal. Over de afgelopen 5 jaar is het gemiddelde circa € 13,- duizend per jaar.
Als WSW-deelnemer heeft Sité een obligoverplichting. Deze obligoverplichting is gewijzigd. Sinds 1 juli 2021 onderscheidt het WSW een ‘jaarlijks obligo’ en een ‘gecommitteerd obligo’.
De gecommitteerde obligolening is een nieuw onderdeel van het borgstelsel van WSW en is een lening met een variabele hoofdsom (2,6% van de geborgde schuldpositie) waarop in beginsel niet getrokken wordt. Het WSW doet alleen een beroep op dit gecommitteerde obligo wanneer dat noodzakelijk is om zo middelen in liquide vorm beschikbaar te hebben voortvloeiend uit het risicovermogen in relatie tot geborgde verplichtingen. De maximale hoofdsom van de obligolening van Sité bedraagt ultimo 2021 € 5,27 miljoen. In 2021 is er geen trekking geweest waardoor de lening op 31 december 2021 nihil is.
Het jaarlijks obligo geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Door middel van heffing van jaarlijks obligo blijft het risicovermogen van WSW op peil. Het jaarlijks obligo is maximaal 0,33% van het geborgd volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar (circa € 0,68 miljoen). Op basis van de prognose van het risicovermogen stelt WSW jaarlijks vast of en in welke mate inning van jaarlijks obligo benodigd is.
Sité heeft ultimo 2021 voor € 426.000 aan definitieve toekenning ten aanzien van subsidies uit hoofde van de Regeling Vermindering Verhuurderheffing. Deze bedragen zullen in mindering worden gebracht op de aangifte verhuurderheffing 2022.
Sité heeft ultimo 2021 geen inkoop- en leaseverplichtingen.
7. Toelichting op de winst- en verliesrekening
Netto Resultaat Verkocht Vastgoed in Ontwikkeling
25 Huuropbrengsten
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Te ontvangen huur | 55.017 | 53.237 |
| Af: huurderving wegens leegstand | -503 | -468 |
| Totaal | 54.514 | 52.769 |
De te ontvangen huur ten opzichte van het vorige boekjaar is onder andere gewijzigd als gevolg van de reguliere huurverhoging, de huurverhoging als gevolg van verbeteringen, het in exploitatie nemen van nieuwe eenheden, aankoop van woningen, verkoop van bestaande eenheden en de sloop van eenheden.
De totale huurderving bedroeg 0,91% ( 2020 = 0,88% ) van de te ontvangen huur.
26 Opbrengsten servicecontracten
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Servicecontracten | 3.071 | 2.599 |
| Af: derving servicecontracten wegens leegstand | -74 | -46 |
| Totaal | 2.997 | 2.553 |
27 Lasten servicecontracten
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Lasten servicecontracten | 3.163 | 2.568 |
| Toegerekende lasten servicecontracten | 198 | 199 |
| Totaal | 3.361 | 2.767 |
28 Lasten verhuur en beheeractiviteiten
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Lasten verhuur en beheeractiviteiten | 519 | 403 |
| Toegerekende lasten verhuur en beheeractiviteiten | 4.499 | 4.285 |
| Totaal | 5.018 | 4.688 |
29 Lasten onderhoudsactiviteiten
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Regulier onderhoud | 11.547 | 10.791 |
| Onderhoud vanuit renovatieprojecten | 11.897 | 7.269 |
| Toegerekende onderhoudsactiviteiten | 2.749 | 2.710 |
| Totaal | 26.193 | 20.770 |
30 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Belastingen | 1.897 | 1.825 |
| Verzekeringen | 406 | 366 |
| Heffingen overheid | 5.661 | 4.802 |
| Totaal | 7.964 | 6.993 |
De post Heffingen overheid bestaat uit de verhuurderheffing.
Netto Resultaat Verkocht Vastgoed in Ontwikkeling
31 Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling | 64 | 552 |
| Totaal | 64 | 552 |
Dit betreft voor 2021 de opbrengst van een verkochte bouwkavel in Oosseld.
32 Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling | 65 | 558 |
| Totaal | 65 | 558 |
Dit betreft voor 2021 de boekwaarde van de verkochte bouwkavel in Oosseld.
Netto Gerealiseerd Resultaat Verkoop Vastgoedportefeuille
33 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | 3.903 | 6.317 |
| Totaal | 3.903 | 6.317 |
De verkoopopbrengst bestaat in 2021 uit 9 woningen uit exploitatie, 1 stukje grond nabij de Merelstraat in Gaanderen, 3 doorverkochte koopgarant woningen na terugkoop vanuit koopgarant, 1 koopgarant woning waarbij het restant afgekocht is door de eigenaar en 1 verkocht uit voorraad.
34 Toegerekende organisatiekosten
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Toegerekende organisatiekosten | 140 | 112 |
| Totaal | 140 | 112 |
De verkoopopbrengst bestaat in 2021 uit 9 woningen uit exploitatie, 1 stukje grond nabij de Merelstraat in Gaanderen, 3 doorverkochte koopgarant woningen na terugkoop vanuit koopgarant, 1 koopgarant woning waarbij het restant afgekocht is door de eigenaar en 1 verkocht uit voorraad.
35 Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille | 2.694 | 5.559 |
| Totaal | 2.694 | 5.559 |
De boekwaarde bestaat in 2021 uit 9 woningen uit exploitatie, de doorverkochte koopgarant woningen na terugkoop vanuit koopgarant, de koopgarant woning waarbij het restant afgekocht is door de eigenaar en 1 uit voorraad.
36 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| 1. Dotatie voorziening verlieslatende contracten | -6.170 | -8.605 |
| 2. Vrijval voorziening verlieslatende contracten | 2.197 | 452 |
| 3. Verlieslatende contracten aankoop | -494 | - |
| 4. Afwaardering renovaties | -396 | -239 |
| 5. Verlieslatende contracten nieuwbouw | -252 | -3.754 |
| 6. Afwaardering grondpositie | - | -1.357 |
| Totaal | -5.115 | -13.503 |
- De dotatie aan de voorziening heeft betrekking op de actualisatie van voorzieningen voor Drempt, Beethovenlaan, Wijnbergen fase 6, Oosseldstraat, Amphionstraat en Dilleveld.
- De vrijval heeft onder andere betrekking op de voorziening voor de projecten Schöneveld, Spoorzone Bloemenbuurt, Papaverstraat en Overstegen.
- Verlieslatende contracten aankoop heeft betrekking op het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat en de aankoopwaarde van de aangekochte woningen die in verhuur zijn genomen.
- De afwaardering renovaties heeft betrekking op de Papaverstraat en Molenkolkweg.
- De verlieslatende contracten nieuwbouw heeft betrekking op de Beethovenlaan.
37 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 142.642 | 56.446 |
| Totaal | 142.642 | 56.446 |
De niet-gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille wordt veroorzaakt door de stijging van de marktwaarde in verhuurde staat als gevolg van de huidige marktomstandigheden voor woningen en bedrijfsonroerend goed.
38 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille VOV
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Waardemutatie vastgoedportefeuille VOV | 8.739 | 2.907 |
| Waardemutatie verplichting VOV | -4.669 | -1.561 |
| Totaal | 4.071 | 1.346 |
De per saldo positieve waarde mutatie vastgoedportefeuille VOV en bijbehorende verplichting heeft betrekking op de waardeverandering als gevolg van marktomstandigheden.
Netto Resultaat Overige Activiteiten
39 Opbrengst overige activiteiten
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Vergoeding glas- en servicefonds | - | 398 |
| Vergoedingen administratie en transacties | 165 | 98 |
| Totaal | 165 | 496 |
40 Kosten overige activiteiten
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Kosten glas- en servicefonds | - | 471 |
| Resultaat terugkoop | 271 | 89 |
| Totaal | 271 | 560 |
Het resultaat terugkoop in 2021 bestaat uit 6 woningen (2020: 6 woningen)
41 Overige organisatiekosten
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Algemene kosten | 352 | 318 |
| Kosten Raad van Commissarisen (incl. bezoldiging) | 99 | 96 |
| Heffingen overheid | 4.328 | 58 |
| Toegerekende overige organisatiekosten | 1.137 | 1.115 |
| Totaal | 5.916 | 1.587 |
De post Heffingen overheid bestaat uit de bijdrage Autoriteit Woningcorporaties, obligoheffing, verhuurderbijdrage en agio. In 2021 is afgesproken dat corporaties via een constructie de rentelast van Vestia overnemen. Deze eenmalige agio (het verschil met de nominale af te lossen waarde) van deze lening ruil bedraagt € 4,2 miljoen. De saneringssteun was in 2021 en 2020 niet van toepassing.
42 Kosten omtrent leefbaarheid
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Leefbaarheid | 248 | 224 |
| Toegerekende kosten leefbaarheid | 475 | 477 |
| Totaal | 723 | 701 |
Saldo Financiële Baten en Lasten
43 Wijzigingen in de waarde van financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Vordering sociale koop | 13 | 8 |
| Totaal | 13 | 8 |
44 Rentelasten en soortgelijke kosten
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Langlopende schulden | ||
| Rente leningen kredietinstellingen | 5.000 | 5.083 |
| Kortlopende schulden | ||
| Rente schulden aan kredietinstellingen (disagio/afkoop) | - | 7 |
| Rente rekening-courant | 12 | 16 |
| Totaal | 5.012 | 5.106 |
45 Belastingen
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Vennootschapsbelasting: | ||
| Vorming latenties | 536 | 120 |
| Aanwending Latenties | -48 | -202 |
| Winstbelasting | -312 | -2.471 |
| Totaal | 176 | -2.553 |
Resultaat
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Resultaat boekjaar | 146.073 | 55.030 |
| Totaal | 146.073 | 55.030 |
Overzicht totaalresultaat
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Resultaat na belastingen | 146.073 | 55.030 |
| Totaal resultaat | 146.073 | 55.030 |
Overige toelichtingen
Lonen en salarissen
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Lonen en salarissen | 4.531 | 4.624 |
| Totaal | 4.531 | 4.624 |
Sité heeft gemiddeld over 2021 81,87 fte`s (over 2020 gemiddeld 85,12 fte`s). Eind 2021 zijn er 83,23 fte's die onder de CAO van woningcorporaties vallen (eind 2020 83,50 fte's) Per 1 juli 2021 heeft er een CAO verhoging van 2,25% plaatsgevonden en in april is er een eenmalige bruto uitkering van € 550,- naar rato van het dienstverband uitgekeerd.
Sociale lasten en pensioenlasten
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Sociale lasten | 710 | 776 |
| Pensioenlasten | 602 | 800 |
| Totaal | 1.312 | 1.576 |
Bezoldiging
Voor de toelichting betreffende de bezoldiging van de Raad van Commissarissen en directeur-bestuurder wordt verwezen naar hoofdstuk 9.
Bedrijfslasten
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Afschrijvingen | 365 | 351 |
| Lonen en salarissen | 4.531 | 4.624 |
| Sociale lasten en pensioenen | 1.312 | 1.576 |
| Overige personeelskosten | 1.795 | 1.067 |
| Overige bedrijfslasten | 1.679 | 1.765 |
| Totaal | 9.682 | 9.383 |
Verdeling bedrijfslasten naar verschillende activiteiten
(bedragen x € 1000,-)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Lasten servicecontracten | 198 | 199 |
| Lasten verhuur en beheersactiviteiten | 4.527 | 4.352 |
| Lasten onderhoudsactiviteiten | 2.752 | 2.711 |
| Lasten verkoop vastgoedportefeuille | 141 | 112 |
| Overige organisatiekosten | 1.589 | 1.531 |
| Leefbaarheid | 476 | 478 |
| Totaal | 9.682 | 9.383 |
Voor het boekjaar 2021 is het totale honoraria voor BDO Audit & Assurance B.V. € 119 duizend inclusief btw. Het honoraria is te splitsen in de volgende posten
(bedragen x € 1000,-)
| Accountant BDO 2021 | |
|---|---|
| Totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening | 104 |
| Totale honoraria voor andere controleopdrachten | 15 |
| Totaal | 119 |
8a. Gescheiden balans voor resultaatbestemming DAEB en niet-DAEB
| DAEB | niet-DAEB | |||
|---|---|---|---|---|
| Activa (x € 1.000) | 31 december 2021 | 31 december 2020 | 31 december 2021 | 31 december 2020 |
| Vaste activa | ||||
| Vastgoedbeleggingen | ||||
| DAEB vastgoed in exploitatie | 1.078.890 | 936.775 | - | - |
| Niet-DAEB vastgoed in exploitatie | - | - | 70.559 | 64.400 |
| Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 29.497 | 23.474 | 11.392 | 9.812 |
| Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 1.054 | 2.050 | - | - |
| Totaal van vastgoedbeleggingen | 1.109.441 | 962.299 | 81.951 | 74.212 |
| Materiële vaste activa | ||||
| Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie | 2.917 | 2.906 | - | - |
| Totaal van materiële vaste activa | 2.917 | 2.906 | - | - |
| Financiële vaste activa | ||||
| Aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van deelneming in groepsmaatschappijen | 77.223 | 66.366 | - | - |
| Vorderingen op groepsmaatschappijen | - | 3.562 | - | - |
| Latente belastingvorderingen | 223 | 259 | 179 | 182 |
| Overige vorderingen | 117 | 176 | - | - |
| Totaal van financiële vaste activa | 77.563 | 70.363 | 179 | 182 |
| Totaal van vaste activa | 1.189.921 | 1.035.568 | 82.130 | 74.394 |
| Vlottende activa | ||||
| Voorraden | ||||
| Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop | - | - | 1.272 | 1.337 |
| Totaal van voorraden | - | - | 1.272 | 1.337 |
| Vorderingen | ||||
| Huurdebiteuren | 1.124 | 1.099 | 41 | 71 |
| Latente belastingvorderingen | 565 | 41 | 193 | 190 |
| Overige vorderingen | 279 | 708 | - | 33 |
| Overlopende activa | 2.315 | 1.495 | 142 | 88 |
| Totaal van vorderingen | 4.283 | 3.343 | 376 | 382 |
| Liquide middelen | 1 | 1 | 3.447 | 3.146 |
| Totaal van vlottende activa | 4.284 | 3.344 | 5.095 | 4.865 |
| Totaal van activa | 1.194.205 | 1.038.912 | 87.225 | 79.259 |
| DAEB | niet-DAEB | |||
|---|---|---|---|---|
| Passiva ( x € 1.000) | 31 december 2021 | 31 december 2020 | 31 december 2021 | 31 december 2020 |
| Eigen vermogen | ||||
| Herwaarderingsreserves | 541.147 | 491.127 | 21.080 | 20.201 |
| Overige reserves | 257.326 | 252.316 | 45.286 | 42.267 |
| Resultaat na belastingen van het boekjaar | 146.073 | 55.030 | 10.857 | 3.898 |
| Totaal van eigen vermogen | 944.546 | 798.473 | 77.223 | 66.366 |
| Voorzieningen | ||||
| Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen | 7.088 | 9.035 | - | 23 |
| Totaal van voorzieningen | 7.088 | 9.035 | - | 23 |
| Langlopende schulden | ||||
| Schulden aan banken | 202.448 | 196.720 | - | - |
| Schulden aan groepsmaatschappijen | - | - | - | 3.562 |
| Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 23.926 | 21.028 | 9.868 | 9.151 |
| Overige schulden | 7 | 7 | 77 | 80 |
| Totaal van langlopende schulden | 226.381 | 217.755 | 9.945 | 12.793 |
| Kortlopende schulden | ||||
| Schulden aan banken | 7.139 | 6.206 | - | - |
| Schulden aan leveranciers en handelskredieten | 3.315 | 1.802 | - | - |
| Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen | 1.602 | 1.472 | - | - |
| Overlopende passiva | 4.134 | 4.169 | 57 | 77 |
| Totaal van kortlopende schulden | 16.190 | 13.649 | 57 | 77 |
| Totaal van passiva | 1.194.205 | 1.038.912 | 87.225 | 79.259 |
8b. Winst- en verliesrekening DAEB en niet-DAEB
| DAEB | niet-DAEB | |||
|---|---|---|---|---|
| Winst- en Verliesrekening (x € 1000) | 2021 | 2020 | 2021 | 2020 |
| Huuropbrengsten | 51.085 | 49.336 | 3.429 | 3.433 |
| Opbrengsten servicecontracten | 2.886 | 2.459 | 111 | 94 |
| Lasten servicecontracten | 3.250 | 2.735 | 111 | 32 |
| Lasten verhuur en beheeractiviteiten | 4.703 | 4.331 | 315 | 357 |
| Lasten onderhoudsactiviteiten | 25.246 | 20.144 | 947 | 626 |
| Overige directe operationele lasten exploitatie bezit | 7.640 | 6.664 | 324 | 329 |
| Totaal van netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille | 13.132 | 17.921 | 1.843 | 2.183 |
| Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling | - | - | 64 | 552 |
| Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling | - | - | 65 | 558 |
| Totaal van netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling | - | - | -1 | -6 |
| Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | 1.015 | 670 | 3.408 | 5.831 |
| Toegerekende organisatiekosten | 132 | 104 | 8 | 8 |
| Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille | 591 | 490 | 2.564 | 5.253 |
| Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille | 292 | 76 | 836 | 570 |
| Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille | -5.138 | -12.761 | 23 | -742 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 134.867 | 54.083 | 7.716 | 2.363 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden | 3.155 | 1.026 | 916 | 320 |
| Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 132.884 | 42.348 | 8.655 | 1.941 |
| Opbrengst overige activiteiten | 107 | 477 | 58 | 19 |
| Kosten overige activiteiten | 43 | 551 | 228 | 9 |
| Totaal van netto resultaat overige activiteiten | 64 | -74 | -170 | 10 |
| Overige organisatiekosten | 5.819 | 1.478 | 97 | 109 |
| Kosten omtrent leefbaarheid | 671 | 637 | 52 | 64 |
| Wijzigingen in de waarde van financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren | 13 | 8 | - | - |
| Rentebaten interne lening | 126 | 390 | - | - |
| Rentelasten interne lening | - | - | 126 | 390 |
| Rentelasten en soortgelijke kosten | 5.012 | 5.106 | - | - |
| Totaal van financiële baten en lasten | -4.873 | -4.708 | -126 | -390 |
| Totaal van resultaat voor belastingen | 135.009 | 53.448 | 10.888 | 4.135 |
| Belastingen | 207 | -2.316 | -31 | -237 |
| Resultaat uit deelnemingen | 10.857 | 3.898 | - | - |
| Totaal van resultaat na belastingen | 146.073 | 55.030 | 10.857 | 3.898 |
8c. Kasstroomoverzicht DAEB en niet-DAEB
| DAEB | niet-DAEB | |||
|---|---|---|---|---|
| Kasstroomoverzicht ( x € 1.000) | 2021 | 2020 | 2021 | 2020 |
| Geldmiddelen begin boekjaar | -729 | -468 | 3.146 | 2.895 |
| Kasstroom uit operationele activiteiten | ||||
| Huurontvangsten | 51.178 | 49.703 | 3.471 | 3.423 |
| Vergoedingen | 2.233 | 2.431 | 114 | 110 |
| Overige bedrijfsontvangsten | 69 | 82 | 45 | 8 |
| Ontvangen interest | 126 | 390 | - | - |
| Saldo ingaande kasstromen | 53.606 | 52.606 | 3.630 | 3.541 |
| Betalingen aan werknemers | 5.514 | 5.757 | 351 | 434 |
| Onderhoudsuitgaven | 22.541 | 18.488 | 779 | 433 |
| Overige bedrijfsuitgaven | 7.981 | 7.757 | 533 | 464 |
| Betaalde interest | 5.045 | 5.381 | 126 | 390 |
| Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat | 166 | 54 | 1 | 4 |
| Verhuurdersheffing | 5.488 | 4.626 | 173 | 177 |
| Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden | 230 | 193 | 24 | 31 |
| Vennootschapsbelasting | 1.135 | 2.137 | 72 | 161 |
| Saldo uitgaande kasstroom | 48.100 | 44.393 | 2.059 | 2.094 |
| Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten | 5.506 | 8.213 | 1.571 | 1.447 |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | ||||
| Verkoopontvangsten bestaande huur | 1.002 | 670 | 2.031 | 5.160 |
| Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) | - | - | 1.093 | 647 |
| Verkoopontvangsten grond | 9 | - | 64 | 609 |
| Totaal van ontvangsten uit hoofde van vervreemding van MVA | 1.011 | 670 | 3.188 | 6.416 |
| MVA uitgaande kasstroom | ||||
| Nieuwbouw huur | 2.342 | 11.807 | - | - |
| Verbeteruitgaven | 7.865 | 5.256 | 157 | 36 |
| Aankoop | 2.071 | 22.410 | - | 164 |
| Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop | - | - | 739 | - |
| Investeringen overig | 374 | 357 | - | - |
| Totaal van verwerving van materiële vaste activa | 12.652 | 39.830 | 896 | 200 |
| Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA | -11.641 | -39.160 | 2.292 | 6.216 |
| Financiële vaste activa | ||||
| Ontvangsten overig | 3.635 | 7.412 | - | - |
| Saldo in- en uitgaande kasstromen FVA | 3.635 | 7.412 | - | - |
| Totaal van kasstroom uit investeringsactiviteiten | -8.006 | -31.748 | 2.292 | 6.216 |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | ||||
| Nieuwe te borgen leningen | 16.478 | 35.600 | - | - |
| Saldo ingaande kasstromen | 16.478 | 35.600 | - | - |
| Aflossing geborgde leningen | 13.976 | 12.326 | - | - |
| Aflossing ongeborgde leningen | - | - | 3.562 | 7.412 |
| Saldo uitgaande kasstromen | 13.976 | 12.326 | 3.562 | 7.412 |
| Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten | 2.502 | 23.274 | -3.562 | -7.412 |
| Toename (afname) van geldmiddelen | 2 | -261 | 301 | 251 |
| Geldmiddelen aan het einde van de periode | -727 | -729 | 3.447 | 3.146 |
| Geldmiddelen vanuit schulden aan banken | -728 | -730 | - | - |
| Geldmiddelen vanuit liquide middelen | 1 | 1 | 3.447 | 3.146 |
9. Bezoldiging topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen
In onderstaande tabel is de bezoldiging van topfunctionarissen opgenomen in het kader van de Wet Normering Topinkomens over 2021 en 2020.
| Gegevens 2021 | |
| bedragen x € 1 | |
| Naam | E. Birkenhäger |
| Functiegegevens | Directeur-bestuurder |
| Aanvang en einde functievervulling in 2021 | 01/01 - 31/12 |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1,0 |
| Dienstbetrekking? | ja |
| Bezoldiging | |
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 130.723 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 18.224 |
| Subtotaal | 148.947 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 175.000 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | Nvt |
| Totale bezoldiging | 148.947 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | Nvt |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | Nvt |
| Gegevens 2020 | |
| Naam | E. Birkenhäger |
| Functiegegevens | Directeur-bestuurder |
| Aanvang en einde functievervulling in 2020 | 01/01-31/12 |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1,0 |
| Dienstbetrekking? | ja |
| Bezoldiging | |
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 125.823 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 22.961 |
| Subtotaal | 148.784 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 168.000 |
| Totale bezoldiging | 148.784 |
De totale bezoldiging voor directeur-bestuurder E. Birkenhäger op grond van de WNT bedraagt: € 148.947. De bezoldiging inclusief sociale lasten bedraagt € 158.613. De voorziening betaalbaar op termijn (pensioen) is alleen het werkgeversdeel.
Conform de regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen is Sité ingedeeld in F met een maximale bezoldiging van € 175.000. Er is geen overschrijding van de WNT bij directeur-bestuurder mevrouw E. Birkenhäger.
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individueel toepasselijk drempelbedrag hebben ontvangen.
In onderstaande tabel is de bezoldiging van Toezichthoudende topfunctionarissen opgenomen in het kader van de Wet Normering Topinkomens over 2021 en 2020.
De uitgekeerde honorering in 2021 voor de Raad van Commissarissen heeft plaatsgevonden volgens de VTW beroepsregel en past binnen de bepalingen van de Wet Normering Topinkomens.
Bezoldiging Toezichthoudende topfunctionarissen
| Gegevens 2021 | |||||||
| bedragen x € 1 | |||||||
| Naam | M.W.E. Gries | E.C.M. de Jaeger | E.C.M. de Jaeger | J.S.M. Hendriksen | S.W. Koster | A.M.J. van Atteveld | J. Sundaram |
| Functiegegevens | Voorzitter | Voorzitter | Lid | Lid | Lid | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2021 | 1/1 - 03/03 | 4/03 - 31/12 | 1/1 - 3/03 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 18/05 - 31/12 |
| Bezoldiging | |||||||
| Bezoldiging | 3.538 | 16.766 | 2.331 | 13.550 | 13.550 | 13.550 | 8.560 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 4.459 | 21.791 | 2.973 | 17.500 | 17.500 | 17.200 | 10.932 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | |||||||
| Totale bezoldiging | 3.538 | 16.766 | 2.331 | 13.550 | 13.550 | 13.550 | 8.560 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | |||||||
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | |||||||
| Gegevens 2020 | |||||||
| Naam | M.W.E. Gries | E.C.M. de Jaeger | J.S.M. Hendriksen | S.W. Koster | A.M.J. van Atteveld | ||
| Functiegegevens | Voorzitter | Lid | Lid | Lid | Lid | ||
| Aanvang en einde functievervulling in 2020 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | ||
| Bezoldiging | |||||||
| Totale bezoldiging | 19.400 | 13.000 | 13.000 | 13.000 | 13.000 | ||
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 25.200 | 16.800 | 16.800 | 16.800 | 16.800 | ||
10. Vaststelling Raad van Commissarissen
De Raad van Commissarissen heeft in zijn vergadering van 12 mei 2022 het jaarverslag 2021 vastgesteld.
Doetinchem,
Drs. E.C.M. (Edo) de Jaeger (voorzitter)
A.M.J. (Lettie) van Atteveld MSc.
J.S.M. (José) Hendriksen
Drs. S.W. (Steven) Koster
Ir J. (Janarthanan) Sundaram
11. Overige gegevens
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2021
Ons oordeel
Wij hebben de jaarrekening 2021 van Stichting Sité Woondiensten te Doetinchem gecontroleerd.
| WIJ CONTROLEERDEN | ONS OORDEEL |
De jaarrekening bestaande uit:
|
Naar ons oordeel geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting Sité Woondiensten op 31 december 2021 en van het resultaat over 2021 in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de Wet normering topinkomens (WNT). |
De basis voor ons oordeel
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.
Wij zijn onafhankelijk van Stichting Sité Woondiensten zoals vereist in de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
B. Informatie ter ondersteuning van ons oordeel
Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter onderbouwing van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.
Materialiteit
Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 21.100.000. De materialiteit is gebaseerd op 1,75% van de totale activa.
Op basis van onze professionele oordeelsvorming hanteren wij een lager materialiteitsniveau dan voor de jaarrekening als geheel voor de in de jaarrekening verantwoorde (operationele) transactiestromen, inclusief hun hoedanigheid van zowel resultaatstromen als kasstromen, waarbij sprake is van een onderliggende ingaande dan wel uitgaande kasstroom. Dit lagere materialiteitsniveau is vastgesteld op € 1.075.000 hetgeen gebaseerd is op 1,75% van het (genormaliseerd) totaal van huuropbrengsten, opbrengsten service contracten en verkoopopbrengsten.
Voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie hebben wij de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2021.
Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn.
Wij zijn met de raad van commissarissen overeengekomen dat wij aan de raad tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven € 1.053.000 rapporteren, alsmede afwijkingen qua transactiestromen boven de € 54.000 en kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve of WNT-redenen relevant zijn.
Controleaanpak continuïteit
Het bestuur van Stichting Sité Woondiensten heeft een beoordeling gemaakt van de mogelijkheid van de toegelaten instelling om haar continuïteit te handhaven. Hiertoe heeft het bestuur onder andere beoordeeld of op basis van de jaarrekening 2021 aan de geldende ratio’s van de toezichthouder wordt voldaan (zoals toegelicht in hoofdstuk 5 van het bestuursverslag) en heeft het bestuur een begroting opgesteld voor de komende vijf jaar (de prospectieve informatie). Op basis hiervan concludeert het bestuur dat de continuïteit van de stichting is gewaarborgd.
Wij hebben de volgende werkzaamheden verricht om de risico’s met betrekking tot de continuïteit te identificeren en in te schatten en om vast te stellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is.
- Wij hebben kennis genomen van de ratio’s zoals gepresenteerd in het bestuursverslag en hebben vastgesteld dat deze juist berekend zijn en dat deze voldoen aan de normen zoals bepaald door de toezichthouder.
- Wij hebben kennis genomen van de opgestelde begroting en hebben vastgesteld dat op basis van de in de begroting gehanteerde veronderstellingen en uitgangspunten ook op lange termijn voldaan wordt aan de normen zoals bepaald door de toezichthouder.
- Verder hebben wij kennis genomen van de borgingsbrief van het WSW op basis waarvan wij hebben vastgesteld dat de borgingsruimte – op basis van de kasstromen volgens de meerjarenbegroting – toereikend is.
- Tot slot hebben wij de continuïteitsveronderstelling en onderliggende uitgangspunten besproken met het bestuur en de raad van commissarissen.
Op basis van onze werkzaamheden concluderen wij dat de mate waarin het bestuur in haar beoordeling van de continuïteitsveronderstelling rekening heeft gehouden met de thans beschikbare informatie en de toelichtingen daaromtrent in de jaarrekening, passend zijn in de omstandigheden en in overeenstemming met het genoemde verslaggevingsstelsel Wij hebben geen onzekerheid van materieel belang omtrent de continuïteit geïdentificeerd.
Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen evenwel van invloed zijn op de continuïteit van de toegelaten instelling.
Controleaanpak frauderisico’s
Wij hebben risico’s geïdentificeerd en ingeschat op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening van Stichting Sité Woondiensten die het gevolg is van fraude. Wij hebben tijdens onze controle inzicht verkregen in de stichting en haar omgeving, de componenten van het interne beheersingssysteem, waaronder het risico-inschattingsproces en de wijze waarop het bestuur inspeelt op frauderisico’s en het interne beheersingssysteem monitort en de wijze waarop de raad van commissarissen toezicht uitoefent, alsmede de uitkomsten daarvan.
Wij hebben de opzet en de relevante aspecten van het interne beheersingssysteem en in het bijzonder de frauderisicoanalyse geëvalueerd alsook bijvoorbeeld de gedragscode, klokkenluidersregeling en de incidentenregistratie. Wij hebben de opzet en het bestaan geëvalueerd, en voor zover wij noodzakelijk achten, de werking getoetst van interne beheersmaatregelen gericht op het mitigeren van frauderisico’s.
Als onderdeel van ons proces voor het identificeren van risico’s op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg is van fraude, hebben wij frauderisicofactoren overwogen met betrekking tot frauduleuze financiële verslaggeving, oneigenlijke toe-eigening van activa en omkoping en corruptie Wij hebben geëvalueerd of deze factoren een indicatie vormden voor de aanwezigheid van het risico op afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude.
De door ons geïdentificeerde frauderisico’s zien toe op vastgoed gerelateerde transacties, processen rondom vanwege de verwerking van (incidentele) schattingsposten in de jaarrekening en de mogelijkheid tot het doorbreken van interne beheersingsmaatregelen door het management. Op grond van onze beroepsregels gaan wij uit van een verondersteld frauderisico ten aanzien van de opbrengstenverantwoording. Bij Stichting Sité Woondiensten bestaan de opbrengsten met name uit huren en bestaat inherent het risico op het onvolledig verantwoorden van die opbrengsten. Wij hebben dit risico als laag ingeschat en daardoor geen materieel frauderisico onderkend in de opbrengstverantwoording.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden hebben wij inzicht verkregen in processen van de stichting met betrekking tot vastgoed gerelateerde transacties, de verwerking van (incidentele) schattingsposten in de jaarrekening alsmede de mogelijkheid tot het doorbreken van interne beheersingsmaatregelen door het management hierin en hebben wij vastgesteld dat deze processen zijn ingericht op het identificeren van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude, corruptie en/of andere non-compliance. Daarvoor hebben wij de minimaal vereiste functiescheidingen rondom deze processen getoetst. Tevens beoordeelden wij risico’s rondom (betalings)bevoegdheden van medewerkers van Stichting Sité Woondiensten alsmede de inrichting daarvan in de aanwezige IT-systemen. Door middel van data analyse hebben wij inkopen geanalyseerd op een mogelijk verhoogd risico terzake prijsvorming, alsmede journaalposten met een verhoogd risico of van ongebruikelijke aard. Voorts hebben wij door het bestuur gemaakte (significante) schattingen gecontroleerd, inclusief een retrospectieve toetsing daarop.
In onze controle bouwen wij een element in van onvoorspelbaarheid. Ook hebben wij de uitkomst van andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen zijn die aanwijzing geven voor fraude of het niet-naleven van wet- en regelgeving.
Wij hebben kennis genomen van de beschikbare informatie en om inlichtingen gevraagd bij het bestuur, het management en de raad van commissarissen.
Hieruit volgden geen signalen van fraude die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang.
De kernpunten van onze controle
In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het meest belangrijk waren tijdens onze controle van de jaarrekening. De kernpunten van onze controle hebben wij met de raad van commissarissen gecommuniceerd, maar vormen geen volledige weergave van alles wat is besproken.
Wij hebben onze controlewerkzaamheden met betrekking tot deze kernpunten bepaald in het kader van de jaarrekeningcontrole als geheel. Onze bevindingen ten aanzien van de individuele kernpunten moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen over deze kernpunten.
| WAARDERING VASTGOED IN EXPLOITATIE OP MARKTWAARDE IN VERHUURDE STAAT OP BASIS VAN FULL WAARDERING | ONZE CONTROLEAANPAK EN OBSERVATIES |
|
Het vastgoed in exploitatie bedraagt per Voor de waardering van het vastgoed in exploitatie volgens de full-versie van het handboek zijn de mutatiegraad, disconteringsvoet, leegwaarde en de markthuur belangrijke assumpties die door het bestuur moeten worden ingeschat en die een belangrijke impact kunnen hebben op de uitkomst van de waardering. De door het bestuur ingeschatte vrijheidsgraden zijn gevalideerd door de externe taxateurs op basis van beschikbare marktinformatie en transacties. Door de significantie van deze post voor de jaarrekening én de inherent hoge mate van subjectiviteit van bovengenoemde assumpties in de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat, hebben wij de waardering van vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat aangemerkt als kernpunt in onze controle. |
Wij hebbende de opzet en het bestaan van de administratieve organisatie en de interne beheersingsmaatregelen voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat vastgesteld. Controle input Voor het controleren van de uitkomsten (‘output’) en de gehanteerde veronderstellingen bij de waardering hebben wij gebruik gemaakt van onze vastgoed waarderingsdeskundigen. Daarnaast hebben wij gecontroleerd of de toelichting op het vastgoed in exploitatie in de jaarrekening toereikend is. Hierbij is vastgesteld dat de schattingsonzekerheid adequaat door het bestuur is uiteengezet. |
| BEPALING EN TOELICHTING BELEIDSWAARDE VASTGOED IN EXPLOITATIE | ONZE CONTROLEAANPAK EN OBSERVATIES |
|
Volgens RJ645 moet in de toelichting de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie worden vermeld. Op pagina 128 van de jaarrekening is deze beleidswaarde toegelicht. De beleidswaarde wordt bepaald door vier uitgangspunten in de marktwaardebepaling aan te passen naar het feitelijke beleid van de woningcorporatie, conform voorgeschreven veronderstellingen. |
Wij hebbende de opzet en het bestaan van de administratieve organisatie en de interne beheersingsmaatregelen voor de bepaling van de beleidswaarde vastgesteld. Wij hebben vastgesteld dat het startpunt van de berekening van de beleidswaarde aansluit op de marktwaarde in verhuurde staat, alsmede dat voor het bepalen van de beleidswaarde gebruik is gemaakt van een gecertificeerd rekenmodel. Voorts hebben wij vastgesteld dat:
Wij hebben gecontroleerd of voornoemd eigen beleid overeenkomst met onderliggende documentatie en beleidsdocumenten. Daarnaast hebben wij gecontroleerd of de toelichting op de beleidswaarde in de jaarrekening toereikend is. Hierbij is vastgesteld dat de gevoeligheid in relatie tot de realiseerbaarheid van de uitkomsten adequaat door het bestuur is uiteengezet. Observaties |
Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd
In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2021 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.
C. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie
Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die bestaat uit:
- Bestuursverslag, inclusief Volkshuisvestelijk verslag;
- Verslag van de raad van commissarissen;
- Overige gegevens;
- Kengetallen.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:
- met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
- alle informatie bevat die op grond van artikel 36 en 36a van de Woningwet is vereist.
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.
Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in rubriek A van het accountantsprotocol zoals opgenomen in bijlage 4 bij artikel 17 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag inclusief het volkshuisvestelijk verslag en de overige gegevens in overeenstemming met artikel 36 en 36a van de Woningwet.
D. Verklaring betreffende overige door wet- of regelgeving gestelde vereisten
Benoeming
Wij zijn door de raad van commissarissen op benoemd als accountant van Stichting Sité Woondiensten vanaf de controle van het boekjaar 2015 en zijn sinds dat boekjaar de externe accountant.
Geen verboden diensten
Wij hebben geen verboden diensten als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang geleverd.
E. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening
Verantwoordelijkheden van het bestuur en de raad van commissarissen voor de jaarrekening
Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de WNT.
In dit kader is het bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de toegelaten instelling in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van artikel 35 van de Woningwet moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de toegelaten instelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de toegelaten instelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.
De raad van commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de toegelaten instelling.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerk-zaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:
- het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
- het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de vennootschap;
- het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
- het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de toegelaten instelling haar activiteiten kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een toegelaten instelling haar continuïteit niet langer kan handhaven;
- het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en
- het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.
Wij communiceren met de raad van commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. In dit kader geven wij ook een verklaring aan het auditcomité op grond van artikel 11 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang. De in die aanvullende verklaring verstrekte informatie is consistent met ons oordeel in deze controleverklaring.
Wij bevestigen aan de raad van commissarissen dat wij de relevante ethische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd. Wij communiceren ook met de raad over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening op basis van alle zaken die wij met de raad van commissarissen hebben besproken. Wij beschrijven deze kernpunten in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of in buitengewoon zeldzame omstandigheden wanneer het niet vermelden in het belang van het maatschappelijk verkeer is.
Hengelo, 16 mei 2022
BDO Audit & Assurance B.V.
namens deze,
R.W. van Hecke RA
Statutaire Resultaatsbestemming
In de statuten van de stichting is geen bepaling opgenomen met betrekking tot de bestemming van het resultaat.
12. Kengetallen
Kengetallen over de vijf jaar ultimo boekjaar
| Omschrijving | 2021 | 2020 | 2019 | 2018 | 2017 |
|---|---|---|---|---|---|
| Aantal verhuureenheden in exploitatie | |||||
| Woningen | 7.911 | 7.927 | 7.738 | 7.751 | 7.722 |
| Woongebouwen/onzelfstandige eenheden | 85 | 85 | 85 | 85 | 85 |
| Garages | 526 | 526 | 526 | 526 | 574 |
| Overige verhuureenheden | 434 | 448 | 447 | 447 | 438 |
| Totaal VHE in eigendom | 8.956 | 8.986 | 8.796 | 8.809 | 8.819 |
| Mutaties in woningbezit | |||||
| Aantal opgeleverd | 9 | 52 | 0 | 56 | - |
| Aantal aangekocht | 8 | 197 | 20 | 13 | 18 |
| Aantal verkocht | 9 | 15 | 10 | 10 | 11 |
| Aantal Sloop | 25 | 45 | 38 | 23 | - |
| Aantal diversen | 1 | - | 15 | -7 | 23 |
| Per saldo | -16 | 189 | -13 | 29 | 30 |
| Aantal woningen naar prijsklasse | |||||
| Bereikbaar | 7.473 | 7.086 | 7.017 | 7.054 | 6.982 |
| Niet bereikbaar (2021 > € 678,66) | 521 | 924 | 804 | 780 | 823 |
| Prijs-/kwaliteitsverhouding | |||||
| Gemiddelde aantal punten WWS | 153,5 | 153,8 | 153,0 | 151,1 | 151,9 |
| Gemiddelde netto huurprijs | € 555,63 | € 556,03 | € 540,54 | € 525,88 | € 522,48 |
| Het verhuren van woningen | |||||
| Mutatiegraad % | 7% | 8% | 8% | 8% | 8% |
| Huurachterstand in % jaarhuur | 0,98% | 1,08% | 1,06% | 1,16% | 1,11% |
| Huurderving in % jaarhuur | 0,91% | 0,88% | 0,64% | 0,68% | 0,57% |
| Financiële continuïteit | 2021 | 2020 | 2019 | 2018 | 2017 |
| Solvabiliteit o.b.v marktwaarde | 78,48% | 76,23% | 77,04% | 76,37% | 74,80% |
| Solvabiliteit o.b.v beleidswaarde | 58,16% | 54,86% | 59,98% | ||
| Liquiditeit | 0,56% | 0,58% | 0,55% | 0,28% | 0,93% |
| Rentabiliteit eigen vermogen | 15,46% | 6,89% | 7,11% | 7,81% | 7,99% |
| Rentabiliteit vreemd vermogen excl. schuld VoV | 2,23% | 2,33% | 2,80% | 3,16% | 3,29% |
| Rentabiliteit totaal vermogen | 12,55% | 5,74% | 6,03% | 6,61% | 6,69% |
| Renteresultaat in % eigen vermogen | -0,53% | -0,64% | -0,72% | -0,83% | -0,95% |
| Vrije ruimte per woning | € 118.934 | € 100.588 | € 96.432 | € 90.209 | € 81.907 |
| Externe financiering per woning | € 26.401 | € 25.507 | € 23.123 | € 21.589 | € 21.626 |
| Cash flow per woning | € 612 | € 1.400 | € 786 | € -326 | € 1.627 |
| Rentedekkingsratio (ICR) | 2,40 | 2,80 | 1,91 | 0,66 | 3,83 |
| Loan to Value o.b.v. marktwaarde | 18% | 20% | 19% | 22% | 24% |
| Loan to Value o.b.v. beleidswaarde | 37% | 40% | 38% | ||
| Dekkingsratio | 21% | 25% | 24% | ||
| Balans, winst- en verliesrekening | 2021 | 2020 | 2019 | 2018 | 2017 |
| Eigen vermogen per woning | € 119.397 | € 100.728 | € 96.077 | € 89.315 | € 82.648 |
| Overige voorzieningen per woning | € 896 | € 1.143 | € 430 | € 477 | € 1.288 |
| Jaarresultaat per woning | € 18.465 | € 6.942 | € 6.829 | € 6.977 | € 6.601 |
| Formatieplaatsen | 2021 | 2020 | 2019 | 2018 | 2017 |
| Aantal formatieplaatsen * | 83,23 | 83,50 | 83,82 | 87,34 | 87,42 |