Spring naar inhoud

Jaarrekening

Inleiding jaarrekening 2023

Een aantal factoren dat onze financiële positie in 2023 beïnvloedde was vergelijkbaar met 2022: we hadden te maken met hoge bouw- en onderhoudskosten en diverse factoren zetten onze renovatie- en nieuwbouwambities zodanig onder druk dat we niet in staat waren deze conform begroting uit te voeren. Aanvullend hierop verviel de verhuurdersheffing, maar had het ingrijpen van het Rijk op onze huurinkomsten gevolgen voor onze financiën op zowel korte als lange termijn. Niettemin voldeden we ook in 2023 ruimschoots aan de externe financiële ratio’s en zagen de Autoriteit woningcorporaties, het Waarborgfonds Sociale Woningbouw en onze externe accountant geen aanleiding tot interventies.

Tegelijkertijd werd het maatschappelijke en politieke beroep op onze sector om op korte termijn de druk op de woningmarkt op te lossen, de landelijke verduurzamingsambities waar te maken en tegelijkertijd de huren zo laag mogelijk te houden, steeds meer manifest. En zelf hebben we komende jaren -ambitieuze- plannen op het brede terrein van de volkshuisvesting voor ogen. 

Onze solide financiële positie stelt ons in staat dit alles op korte en middellange termijn te dragen. Op de langere termijn vraagt dit mogelijk om andere keuzes in onze integrale sturing op betaalbaarheid, beschikbaarheid en duurzaamheid. We classificeerden ons duurzame verdienmodel in 2023 dan ook als één van de vijf belangrijkste strategische risico’s waar we komende periode de oplossingsrichting voor moeten bepalen om ook op de lange termijn aan onze maatschappelijke opgave te kunnen voldoen. Daarbij zal meer dan tot nog toe aan de orde zijn wat onze wensen (‘nice to have’) en onze grenzen (‘must have’) zijn. 

De interim-bestuurder stelde op 31 mei 2024 de jaarrekening over 2023 op.

Doetinchem, mei 2024

Peter Winterman, interim-bestuurder

1. Balans voor resultaatbestemming

Activa ( x € 1.000) 31 december 2023 31 december 2022
Vaste activa    
Vastgoedbeleggingen    
01. DAEB vastgoed in exploitatie 955.544  1.045.872 
02. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 61.480  67.755 
03. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 39.860  42.101 
04. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 7.340  4.521 
Totaal van vastgoedbeleggingen 1.064.224  1.160.249 
     
Materiële vaste activa    
05. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 2.759  2.792 
Totaal van materiële vaste activa 2.759  2.792 
     
Financiële vaste activa    
06. Overige vorderingen 122  123 
Totaal van financiële vaste activa 122  123 
     
Totaal van vaste activa 1.067.105  1.163.164 
Vlottende activa    
Voorraden    
07. Vastgoed bestemd voor de verkoop 320  581 
08. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop 1.272  1.272 
Totaal van voorraden 1.592  1.853 
     
Vorderingen    
09. Huurdebiteuren 1.149  1.084 
10. Latente belastingvorderingen 232  236 
11. Overige vorderingen 274  43 
12. Overlopende activa 67  3.676 
Totaal van vorderingen 1.722  5.039 
     
13. Liquide middelen 255  368 
     
Totaal van vlottende activa 3.569  7.260 
     
Totaal van activa 1.070.674  1.170.424 
Passiva ( x € 1.000) 31 december 2023 31 december 2022
     
Eigen vermogen    
14. Herwaarderingsreserves 524.680  636.222 
15. Overige reserves 382.041  308.324 
16. Resultaat na belastingen van het boekjaar -119.992  -37.825 
Totaal van eigen vermogen 786.729  906.721 
     
Voorzieningen    
17. Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen 15.752  2.709 
18. Latente belastingverplichtingen 4.066  4.050 
Totaal van voorzieningen 19.818  6.759 
     
Langlopende schulden    
19. Schulden aan banken 218.651  211.136 
20. Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken VOV 32.361  34.102 
21. Overige schulden 166  601 
Totaal van langlopende schulden 251.178  245.839 
     
Kortlopende schulden    
22. Schulden aan banken 2.986  3.812 
23. Schulden aan leveranciers en handelskredieten 1.107  802 
24. Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen 3.133  1.893 
25. Vooruitontvangen subsidies 274  -
26. Overlopende passiva 5.449  4.598 
Totaal van kortlopende schulden 12.949  11.105 
     
Totaal van passiva 1.070.674  1.170.424 
     

2. Winst- en verliesrekening

Winst- en Verliesrekening ( x € 1.000) 2023 2022
     
27. Huuropbrengsten 56.210  55.140 
28. Opbrengsten servicecontracten 4.378  2.978 
29. Lasten servicecontracten -4.749  -3.346 
30. Lasten verhuur en beheeractiviteiten -4.481  -4.613 
31. Lasten onderhoudsactiviteiten -23.797  -26.750 
32. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -2.486  -5.795 
Totaal van netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 25.075  17.614 
     
33. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 1.556  2.292 
34. Toegerekende organisatiekosten -90  -57 
35. Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -1.442  -1.775 
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 24  460 
     
36. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -17.160  -3.101 
37. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -115.586  -43.844 
38. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille VOV -155  1.044 
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille -132.901  -45.901 
     
39. Opbrengst overige activiteiten 281  174 
Totaal van netto resultaat overige activiteiten 281  174 
     
40. Overige organisatiekosten -2.276  -1.843 
41. Kosten omtrent leefbaarheid -1.018  -949 
     
42. Wijzigingen in de waarde van financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren -
43. Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 94  94 
44. Rentelasten en soortgelijke kosten -5.181  -4.951 
Totaal van financiële baten en lasten -5.087  -4.851 
     
Totaal van resultaat voor belastingen -115.902  -35.296 
     
45. Belastingen -4.090  -2.529 
     
Totaal van resultaat na belastingen -119.992  -37.825 

3. Kasstroomoverzicht volgens directe methode

Kasstroomoverzicht ( x € 1.000) 2023  2022 
Geldmiddelen begin boekjaar 368  2.720 
Kasstroom uit operationele activiteiten    
Huurontvangsten 56.349  55.439 
Vergoedingen 3.748  2.513 
Overige bedrijfsontvangsten 123  107 
Saldo ingaande kasstromen 60.220  58.059 
     
Betalingen aan werknemers -5.772  -5.353 
Onderhoudsuitgaven -19.923  -24.976 
Overige bedrijfsuitgaven -10.607  -9.294 
Betaalde interest -5.092  -4.888 
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat -388  -139 
Verhuurderheffing - -3.495 
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden -215  -222 
Vennootschapsbelasting 261  1.058 
Saldo uitgaande kasstroom -41.736  -47.309 
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten 18.484  10.750 
Kasstroom uit investeringsactiviteiten    
Verkoopontvangsten bestaande huur 644  1.659 
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) 1.095  658 
Totaal van ontvangsten uit hoofde van vervreemding van MVA 1.739  2.317 
     
Nieuwbouw huur -18.426  -13.454 
Verbeteruitgaven -5.384  -5.865 
Aankoop -2.305  -308 
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop -598  -748 
Sloopuitgaven -70  -1.016 
Investeringen overig -336  -211 
Totaal van verwerving van materiële vaste activa -27.119  -21.602 
Totaal van kasstroom uit investeringsactiviteiten -25.380  -19.285 
Kasstroom uit financieringsactiviteiten    
Nieuwe te borgen leningen 20.892  12.500 
Saldo ingaande kasstromen 20.892  12.500 
     
Aflossing geborgde leningen -14.109  -6.317 
Saldo uitgaande kasstromen -14.109  -6.317 
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten 6.783  6.183 
Toename (afname) van geldmiddelen -113  -2.352 
Geldmiddelen aan het einde van de periode 255  368 
Geldmiddelen vanuit liquide middelen 255  368 

4. Waarderingsgrondslagen

Algemeen

Stichting Sité Woondiensten in Doetinchem is op 9 januari 1998 ontstaan uit een fusie. De statuten zijn vastgelegd in een notariële akte en de stichting is koninklijk erkend. De stichting is geregistreerd in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel te Arnhem onder nummer 09055542.

De jaarrekening is opgemaakt per 31 mei 2024.

De activa, de passiva en het resultaat zijn gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of actuele waarde, dan wel de nominale waarde, tenzij anders is vermeld. De inkomsten en uitgaven worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. De jaarrekening is opgesteld conform de gestelde eisen vanuit de Woningwet. Dit houdt in dat dit, voor zover relevant, in overeenstemming gebeurt met de verslaggevingsvoorschriften en bepalingen zoals weergegeven in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Gezien de specifieke omstandigheden waarin woningcorporaties zich bevinden gelden er voor de jaarverslaglegging van woningcorporaties aanvullende regels. Deze regels zijn neergelegd in hoofdstuk 645 “Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting” van de Richtlijnen voor de jaarverslaglegging. De jaarrekening 2023 is gebaseerd op de Richtlijn 645 en de modellen voor de balans en de winst- en verliesrekening (volgens het functioneel model) zoals opgenomen in de Regeling Toegelaten Instelling Volkshuisvesting 2015 waarnaar in de RJ 645 wordt verwezen alsmede de Handleiding toepassen functionele indeling winst-en-verliesrekening bij corporaties Verslagjaar 2023.

Stelselwijziging zonder impact op vermogen en resultaat
In boekjaar 2023 heeft een stelselwijziging plaatsgevonden met betrekking tot de bepaling van de herwaarderingsreserve teneinde het inzicht in de omvang van de herwaarderingsreserve per einde boekjaar te verbeteren.

Tot en met boekjaar 2022 werd de  herwaarderingsreserve gemuteerd vanuit de resultaatbestemming van het voorafgaande jaar. Vanaf boekjaar 2023 is deze werkwijze aangepast.

Vanaf boekjaar 2023 wordt de mutatie in de herwaarderingsreserve bepaald door de mutatie in het boekjaar. Het cumulatieve effect van de stelselwijziging per 1 januari 2023 leidt tot een verschuiving van € 43.426.000 binnen het eigen vermogen (Herwaarderingsreserve lager en Overige reserves hoger). De vergelijkende cijfers over het boekjaar 2022 zijn in de jaarrekening 2023 aangepast. De stand van de herwaarderingsreserve is door deze stelselwijzing per 1 januari 2022 verhoogd met € 138.501.000. Hierdoor wordt het saldo per 01-01-2022 € 679.648.000. Door deze wijziging wijzigt ook de overige reserve. Het saldo per 01-01-2022 is hierdoor met € 138.501.000 verlaagd tot € 118.825.000.

Gezien het een verschuiving tussen de herwaarderingsreserve en de overige reserve betreft, heeft deze stelselwijziging geen impact op het vermogen en resultaat.

Gebruik van schattingen
Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van Sité zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in BW2 artikel 362 lid 1 vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten. De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar onze mening het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen:

Vastgoedbeleggingen:
De marktwaarde in verhuurde staat is afhankelijk van een aantal belangrijke veronderstellingen zoals de te hanteren disconteringsvoet, exit yield, mutatiegraad, markthuren en leegwaarde. Deze veronderstellingen zijn mede tot stand gekomen in afstemming met een externe deskundige. (Toekomstige) aanpassingen van deze parameters en/of schattingen kunnen van significante invloed zijn op de waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat.

Voor de beleidswaarde betreft dit met name de uitgangspunten en veronderstellingen ten aanzien van het bepalen van de beleidswaarde die als toelichting zijn opgenomen in de jaarrekening. De uitgangspunten van de beleidswaarde zijn gebaseerd op interne beleidsvoornemens. De marktwaarde wordt hiertoe aangepast op vier onderdelen die duiding geven aan de maatschappelijke opgave. Hiermee wordt inzicht gegeven in de verdiencapaciteit van het vastgoed in exploitatie uitgaande van het beleid van Sité.

Vastgoed in ontwikkeling:
Bepaling van het moment van aangaan van de feitelijke verplichtingen inzake investeringen nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering ten behoeve van het bepalen en treffen van een voorziening voor onrendabele investeringen. Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als 'intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd'. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Sité zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw-, woningverbetering of herstructureringsprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces (start realisatiefase) van Sité. De financiële impact van voornoemde feitelijke verplichtingen kunnen afwijken bij daadwerkelijke realisatie. De realisatie kan onder meer wijzigen als gevolg van wettelijke procedures, aanpassingen in voorgenomen bouwproductie en in prijsniveau van leveranciers.

Voortbrengingskosten nieuwbouwprojecten:
Nieuwbouwprojecten worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde in verhuurde staat (RJ 645.209). Om inzicht te geven in de voortbrengingskosten van nieuw vastgoed op de balans rekent Sité ook interne kosten toe aan nieuwbouwprojecten.

Belastingen:
Aannames en veronderstellingen gehanteerd bij de bepaling van de belastingpositie (inclusief latente belastingpositie). Dit betreft met name de verwerking van de onderhoudskosten(voorziening) en de voor de waardering van de belastingpositie gehanteerde prognose van toekomstige verwachte fiscale resultaten.

Consolidatievrijstelling
Op grond van het criterium van gering financieel belang (minder dan 5% op het balanstotaal van Sité) zijn de VvE’s waarin Sité een doorslaggevend belang heeft niet geconsolideerd.

Continuïteit
De jaarrekening is opgemaakt op basis van de veronderstelling van continuïteit. De directeur-bestuurder van Sité heeft als doel om de continuïteit van haar dienstverlening te waarborgen. De financiële gevolgen van het beleid worden zo goed mogelijk ingeschat en worden in een meerjarenbegroting tot uitdrukking gebracht.

2023 was een goed jaar voor Sité. De organisatie voldoet aan de eisen van zowel de interne als de externe financiële ratio’s. Deze kengetallen zijn te vinden in hoofdstuk 12. Sité heeft met banken en andere kredietverstrekkers financieringsafspraken gemaakt. Op basis van de financiële meerjarenprognose is de verwachting dat Sité ook in de (nabije) toekomst voldoende kasstromen blijft genereren om aan haar verplichtingen te blijven voldoen. Op grond hiervan is de directie van mening dat de continuïteit van Sité is gewaarborgd. 

Vergelijking met vorig jaar
De simultane afwikkeling is geen voorwaarde meer voor de saldering van latente belastinglatenties. Als gevolg daarvan worden de latente belastingvorderingen (deels) gesaldeerd met de latente belastingverplichtingen. Deze wijziging heeft geen gevolgen voor het resultaat en het vermogen in het verslagjaar en in de toekomst. De vergelijkende cijfers over 2022 zijn aangepast.

De overige gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.

Waarderingsgrondslagen balansposten

Vastgoedbeleggingen

DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie
Classificatie

DAEB vastgoed in exploitatie omvat woningen in exploitatie met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens (2023: € 808,06), het maatschappelijk vastgoed en het overig sociaal vastgoed. Vanuit de Woningwet is hier voor de woningen aan toegevoegd, de voorwaarde dat indien de aanvangshuur van een woning onder de huurtoeslaggrens moet liggen, deze ook classificeert als DAEB woning, ondanks het feit dat de huidige contract huur (als gevolg van huurverhogingen in het verleden) boven deze grens is komen te liggen.

De huurtoeslaggrens is een algemeen huurprijsniveau dat jaarlijks per 1 januari door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt vastgesteld. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerendgoed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs en culturele instellingen en dienstverleners en tevens is vermeld op de bijlage zoals deze is opgenomen in de Beschikking van de Europese Commissie d.d. 15 december 2009 aangaande de staatssteun voor Toegelaten Instellingen. 

Niet-DAEB vastgoed bevat primair de woningen in exploitatie met een huurprijs boven de huurtoeslaggrens (2023: € 808,06) en waarvan de aanvangshuur ook boven de huurtoeslaggrens lag, het bedrijfsmatig vastgoed (niet zijnde maatschappelijk vastgoed) en het overige commercieel vastgoed. Op grond van het door de Aw goedgekeurde scheidingsvoorstel zijn hier nog 209 woningen met huurprijs onder de huurtoeslaggrens aan toegevoegd. Deze extra overheveling is in lijn met de wettelijke mogelijkheden hiervoor en is bedoeld om de middeninkomens in ons werkgebied beter te kunnen bedienen. 

Waardering

Waardering bij eerste verwerking

Bij de eerste verwerking worden de onroerende zaken in exploitatie gewaardeerd tegen kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten en verminderd met eventuele investeringssubsidies. De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van de bestede externe kosten inclusief renovaties en ingrijpende verbouwingen en de direct hieraan toerekenbare kosten.

Waardering na eerste verwerking
Na eerste verwerking worden de onroerende zaken in exploitatie gewaardeerd tegen actuele waarde, overeenkomstig artikel 35 lid 2 van de Woningwet. Onder actuele waarde wordt in dit verband verstaan de marktwaarde overeenkomstig het marktwaardebegrip onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat.

Voortvloeiend uit artikel 14 van de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV) is deze marktwaarde bepaald conform het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde – Actualisatie peildatum 31 december 2023, derhalve de marktwaarde in verhuurde staat. 

De uitgaven na eerste verwerking (de zogeheten na-investeringen) dienen te worden geactiveerd, indien het waarschijnlijk is dat toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief, als gevolg van de desbetreffende uitgaven, ten gunste van de toegelaten instelling zullen komen. Bij uitgaven na eerste verwerking dient de beoordeling of en in hoeverre sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies te zijn gebaseerd op het waarderingscomplex waarop de uitgaven na eerste verwerking betrekking hebben. Het zogeheten onrendabele deel wordt ten laste van de winst-en-verliesrekening verantwoord onder de post overige waardeveranderingen vastgoed.
Zowel het DAEB als het niet-DAEB vastgoed wordt gewaardeerd volgens de marktwaarde in verhuurde staat op basis van de full-versie zoals beschreven in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (onderdeel van de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015). Aan de hand van dit Handboek wordt de waarde jaarlijks integraal door een extern taxateur vastgesteld waarbij deze gebruik maakt van de vrijheidsgraden die in het handboek worden geboden. Bij de definitieve waarderingen verstrekt de taxateur een taxatieverslag (voor het deel van het bezit dat daadwerkelijk is bezichtigd) en een taxatie update (voor het overige deel van het bezit dat in eerdere jaren is bezichtigd). In 2018 is een taxatieverslag opgesteld voor 100% van het bezit. Reden hiervoor is dat de taxaties waren uitgevoerd door een andere taxateur dan in de voorgaande jaren. Vanaf 2019 betreft het een taxatie-update met uitzondering van renovatie en nieuwbouw. Hier is sprake van een volledige taxatie. De rol van extern taxateur wordt ingevuld door Capital Value.

Ten einde een betrouwbare marktwaarde in verhuurde staat te kunnen bepalen, is het bezit opgedeeld in een drietal hoofdcategorieën, zijnde woningen, bedrijfsonroerend goed (met daaronder maatschappelijk onroerend goed) en parkeren. Per hoofdcategorie is vervolgens een verdere verdeling in complexen gemaakt naar type, bouwjaar en locatie. Voorbeelden (niet uitputtend) van typen per hoofdcategorie bij woningen zijn o.a. rijwoningen en appartementen met- en zonder lift. Bij bedrijfsonroerend goed zijn dat o.a. kantoren, bedrijfsruimten, winkels en verzorgingshuizen en bij parkeren gaat het om parkeerplaatsen (op maaiveld in en parkeerkelders) en garageboxen.

De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van de Toegelaten Instelling die rusten op het vastgoed. De overige (na de veronderstelde duur van de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de Toegelaten Instelling actief is. De marktwaarde is gebaseerd op het rekenmodel TMS van Ortec.

Met dit systeem wordt in nauw overleg met de extern taxateur de marktwaarde in verhuurde staat van de vastgoedobjecten en de vastgoedportefeuille bepaald. Het gehanteerde waarde begrip van de marktwaarde in verhuurde staat luidt als volgt: Het bedrag dat het complex bij complex-gewijze verkoop naar schatting zal opbrengen nadat de verkoper het complex na de beste voorbereiding op de gebruikelijke wijze in de markt heeft aangeboden en waarbij de koper de onroerende zaak aanvaardt onder gestanddoening van de lopende huurovereenkomsten met alle daaraan verbonden rechten en plichten. Om de uiteindelijke marktwaarde in verhuurde staat te bepalen worden de kopers kosten, voor woningen genormeerd op 11,4% overdrachtskosten (2022: 9%), in mindering gebracht.

Voor het bepalen van de marktwaarde maakt het TMS-rekenmodel, conform hetgeen hierover is opgenomen in het Handboek, gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genoemd. Dit betekent dat voor een periode van 15 jaar zo goed mogelijk de ontvangsten en uitgaven worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar, door toepassing van een exit-yield. Het inschatten van kosten en opbrengsten wordt gedaan aan de hand van twee scenario’s: doorexploiteren en uitponden. Bij doorexploiteren is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Bij uitponden is de veronderstelling dat zo snel mogelijk tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan. Bij beide scenario’s wordt ervan uitgegaan dat het object/complex eerst in zijn geheel aan een derde wordt verkocht en dat deze derde de afweging maakt tussen beide scenario’s.
Het schatten van de kosten en opbrengsten wordt op basis van een marktconform uitgangspunt gedaan. 

De in het verleden gerealiseerde eigen kosten worden niet naar de toekomst geprojecteerd en er wordt binnen de DCF berekening gestreefd naar opbrengstenmaximalisatie. Eigen voorgenomen huurbeleid wordt ook niet ingerekend naar de toekomst. Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijk gesteld aan het begrip ‘marktwaarde’.

De eindwaarde geeft aan in welke mate het vastgoed onderhevig is aan veroudering en welke potentie het bezit heeft aan het einde van de 15-jarige exploitatieperiode. Veroudering is grofweg in drie typen te onderscheiden:

  • Locatieveroudering
  • Economische/ markttechnische veroudering
  • Technische veroudering

Veroudering komt tot uitdrukking in de rendementseis (exit yield) die een belegger heeft als hij het bezit aan het einde van de 15-jaars periode wil (ver)kopen.

Het gevraagde rendement aan het einde van de periode zal dan ook hoger liggen dan het gevraagde rendement in jaar 1 van de exploitatieperiode. Uitgangspunt is dan ook dat het Bruto Aanvangs Rendement lager ligt dan de exit yield. Het tweede uitgangspunt is gerelateerd aan de potentie van een object aan het einde van de 15-jarige exploitatieperiode. Hierbij zijn de mate waarin uitponding in het object heeft plaatsgevonden, de bouwperiode en de locatie van invloed.

Voor alle gehanteerde aannames en uitgangspunten (inclusief de disconteringsvoet) is door de externe taxateur een taxatierapport met betrekking tot de marktconformiteit afgegeven. In dit taxatierapport is ook aangegeven hoe de taxateur is omgegaan met de vrijheidsgraden zoals genoemd in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Ten aanzien van de verschillende vrijheidsgraden is in de basis aangesloten bij de voorgeschreven basis versie van het Handboek. Bij enkele vrijheidsgraden is daarbij een aanpassing verricht door de taxateur. Deze aanpassingen zijn per vrijheidsgraad en per categorie in onderstaande tabellen toegelicht.

Woongelegenheden:

Vrijheidsgraad Basis variant Aanpassing taxateur
Schematische vrijheid Separate kasstroom specifiek tonen Conform handboek marktwaardering 2023.
Markthuur Normhuur per type vastgoed Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 238 - € 1.617. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de markthuur per object vastgesteld.
Huurstijging Prijsinflatie-looninflatie Conform handboek marktwaardering 2023.
Exit Yield Automatische berekening Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 3,33% - 10,13%. De Exit Yield is door taxateur comparatief bepaald.
Leegwaarde Op basis van de WOZ-waarde Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 35.500 - € 472.500. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de leegwaarde per object vastgelegd.
Leegwaardestijging Gedifferentieerd naar provincie en G4 Conform handboek marktwaardering 2023.
Disconteringsvoet Modelmatig vastgelegd Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 3,85% - 12,12% (gemiddeld 7,87%). De disconteringsvoet wordt door de taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats.
Mutatie- en verkoopkans Op basis van de afgelopen 5 jaar Eigen inschatting taxateur (indien buiten de bandbreedte). Bandbreedte 4,00% - 15,00%. De mutatiegraad uitponden en doorexploiteren wordt per cluster (complex) bepaald op basis van een vijfjaars gewogen gemiddelde.
Onderhoud Normbedrag per type vastgoed Scenario doorexploiteren en uitponden conform eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 983,85 - € 2.205.
Technische splitsingskosten Standaard, geen Niet van toepassing.
Bijzondere omstandigheden Optioneel, geen Niet van toepassing.
Erfpacht Corporatie levert deze data aan Niet van toepassing.
Exploitatiescenario Resultante Niet van toepassing.

Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed:

Vrijheidsgraad Basis variant Aanpassing taxateur
Schematische vrijheid Separate kasstroom specifiek tonen Conform handboek marktwaardering 2023.
Markthuur Normhuur per type vastgoed Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 11,50 - € 180,00 per m2. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de markthuur per object vastgesteld.
Huurstijging Prijsinflatie-looninflatie Conform handboek marktwaardering 2023.
Exit Yield Automatische berekening Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 9,20% - 15,25%. De Exit Yield is door taxateur comparatief bepaald.
Leegwaarde Op basis van de WOZ-waarde Niet van toepassing.
Leegwaardestijging Gedifferentieerd naar provincie en G4 Niet van toepassing.
Disconteringsvoet Modelmatig vastgelegd Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 6,60% - 9,00% (gemiddeld 7,99%). De disconteringsvoet wordt door de taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats.
Mutatie- en verkoopkans Op basis van de afgelopen 5 jaar Niet van toepassing. (mutatiegraad Sité).
Onderhoud Normbedrag per type vastgoed Scenario doorexploiteren conform handboek.
Technische splitsingskosten Standaard, geen Niet van toepassing.
Bijzondere omstandigheden Optioneel, geen Niet van toepassing.
Erfpacht Corporatie levert deze data aan Niet van toepassing.
Exploitatiescenario Resultante Niet van toepassing.

Parkeergelegenheden:

Vrijheidsgraad Basis variant Aanpassing taxateur
Schematische vrijheid Separate kasstroom specifiek tonen Conform handboek marktwaardering 2023.
Markthuur Normhuur per type vastgoed Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 43 - € 103. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de markthuur per object vastgesteld.
Huurstijging Prijsinflatie-looninflatie Conform handboek marktwaardering 2023.
Exit Yield Automatische berekening Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 6,50% - 9,25%. De Exit Yield is door taxateur comparatief bepaald.
Leegwaarde Op basis van de WOZ-waarde Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 4.500 - € 15.000. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de leegwaarde per object vastgelegd.
Leegwaardestijging Gedifferentieerd naar provincie en G4 Conform handboek marktwaardering 2023.
Disconteringsvoet Modelmatig vastgelegd Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 6,75% - 11,50% (gemiddeld 8,84%). De disconteringsvoet wordt door de taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats.
Mutatie- en verkoopkans Op basis van de afgelopen 5 jaar Eigen inschatting taxateur (indien buiten de bandbreedte. Bandbreedte 7,60% - 21,07%.
Onderhoud Normbedrag per type vastgoed Scenario doorexploiteren en uitponden conform handboek.
Technische splitsingskosten Standaard, geen Niet van toepassing.
Bijzondere omstandigheden Optioneel, geen Niet van toepassing.
Erfpacht Corporatie levert deze data aan Niet van toepassing.
Exploitatiescenario Resultante Niet van toepassing.

Intramuraal zorgvastgoed:

Vrijheidsgraad Basis variant Aanpassing taxateur
Schematische vrijheid Separate kasstroom specifiek tonen Conform handboek marktwaardering 2023.
Markthuur Normhuur per type vastgoed Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte € 94,55 - € 168,13 per m2. Op grond van een analyse van het object en de referenties is de markthuur per object vastgesteld.
Huurstijging Prijsinflatie-looninflatie Conform handboek marktwaardering 2023.
Exit Yield Automatische berekening Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 6,75% - 10,25%. De Exit Yield is door taxateur comparatief bepaald.
Leegwaarde Op basis van de WOZ-waarde Niet van toepassing.
Leegwaardestijging Gedifferentieerd naar provincie en G4 Niet van toepassing.
Disconteringsvoet Modelmatig vastgelegd Eigen inschatting taxateur. Bandbreedte 5,75% - 8,10% (gemiddeld 6,79%). De disconteringsvoet wordt door de taxateur afgestemd met in de markt gehanteerde disconteringsvoeten en waar nodig vindt bijstelling plaats.
Mutatie- en verkoopkans Op basis van de afgelopen 5 jaar Niet van toepassing. (mutatiegraad Sité).
Onderhoud Normbedrag per type vastgoed Scenario doorexploiteren conform handboek.
Technische splitsingskosten Standaard, geen Niet van toepassing.
Bijzondere omstandigheden Optioneel, geen Niet van toepassing.
Erfpacht Corporatie levert deze data aan Niet van toepassing.
Exploitatiescenario Resultante Niet van toepassing.

Sloop
Ten aanzien van eenheden die middels afgeronde interne besluitvorming zijn aangemerkt om te slopen, maar waarvoor de daadwerkelijke sloopactiviteiten nog niet onomkeerbaar zijn gestart, is een voorziening getroffen voor het waardeverlies dat als gevolg van sloop naar verwachting zal optreden. Deze voorziening wordt opgenomen onder ‘Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen’. Het moment van feitelijke beëindiging van de duurzame exploitatie van het bestaande vastgoed is leidend voor het moment van herclassificatie naar ‘Vastgoed in ontwikkeling’. Zolang het vastgoed nog duurzaam wordt verhuurd, blijft het vastgoed gewaardeerd en geclassificeerd als ‘Vastgoed in exploitatie’.

Renovatie
Projectmatige renovaties bevatten zowel een investeringscomponent (t.a.v. de verbeteringen) als ook een onderhoudscomponent (t.a.v. instandhouding). Bij de start van de projecten wordt o.b.v. de voorcalculatie een inschatting gemaakt van de verdeling over deze componenten. Daarbij is uitgangspunt genomen de definities onderhoud en verbetering zoals opgenomen in RTiV 2015. Deze verdeling wordt in de jaarrekening als zodanig ook verwerkt. Bij afsluiting van het project wordt aan de hand van een nacalculatie gedetailleerd beoordeeld hoe de verdeling uiteindelijk had moeten zijn en wordt een eventuele correctie aangebracht.

Bij projecten die op balansdatum nog in uitvoering waren is in de marktwaardering rekening gehouden met de aangegane verplichting.

Relevante toegekende subsidies op projecten die op balansdatum in uitvoering zijn worden op het investeringscomponent in mindering gebracht. 
Eventuele vooruit ontvangen subsidies van projecten die op balansdatum nog niet zijn gestart worden onder de langlopende- of kortlopende schulden (vooruit ontvangen bedragen) verantwoord. 
Toegezegde subsidies waarvan de betaling in de toekomst ligt en het project op balansdatum nog niet is gestart, zullen afhankelijk van de looptijd onder de kortlopende vorderingen of onder de financiële vaste activa worden verantwoord.

Bij de bepaling van het onrendabele deel van de investeringscomponent wordt rekening gehouden met toegezegde subsidies.

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
De overdacht van onroerende zaken aan een derde in het kader van een regeling Verkoop onder Voorwaarden (VOV) waarbij de woningcorporatie een terugkoopplicht heeft, wordt niet als verkooptransactie aangemerkt maar als financieringsconstructie.

De betreffende onroerende zaken worden gewaardeerd tegen actuele waarde zijnde de verkoopwaarde onder aftrek van het overeengekomen kortingspercentage in het kader van de Koopgarantformule.

De waardeverandering die optreedt bij verkoop als gevolg van het verschil tussen de boekwaarde op het moment van verkoop zoals opgenomen onder onroerende zaken in exploitatie en de waarde van de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden op basis van verkoopwaarde na aftrek van de korting wordt ten gunste of ten laste van het resultaat gebracht. Het gaat hierbij weliswaar om een herclassificatie, maar in beide gevallen vindt de waardering plaats op actuele waarde. Dezelfde situatie doet zich ook voor als een in het verleden verkochte VOV-woning wordt teruggekocht en in verhuur wordt genomen. 

Jaarlijks wordt de waarde van de VOV-woningen geïndexeerd door gebruik te maken van de gemiddelde leegwaarde stijging of daling in %. De jaarlijkse waardeverandering wordt verantwoord onder de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille VOV’.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 
De onroerende zaken in ontwikkeling zijn gewaardeerd tegen de tot en met balansdatum bestede bedragen, onder aftrek van reeds toegezegde subsidies. Vanaf boekjaar 2022 worden interne kosten toegerekend aan de nieuwbouwprojecten. 

Afwaarderingen uit hoofde van bijzondere waardeverminderingen vinden plaats indien de marktwaarde van een nieuwbouwcomplex lager is dan de investering op basis van voorcalculatie. Verwerking in het resultaat vindt plaats in het jaar dat het project intern is geformaliseerd en extern is gecommuniceerd (IFEC). Op basis van nacalculatie bij de financiële oplevering en tussentijdse aanpassing van het project kan eventueel een herberekening plaatsvinden. 

Indien een voorziening voor een project is gevormd, wordt het saldo van deze voorziening in mindering gebracht op de onroerende zaken in ontwikkeling voor zover de hoogte van de investering op 31 december dat mogelijk maakt. Het meerdere wordt opgenomen onder de post voorzieningen.

Materiële vaste activa

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
Deze activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met lineaire afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen die zijn bepaald op basis van de verwachte economische levensduur. 

De afschrijvingstermijnen bedragen in jaren:

  • Huisvesting
    • Gebouw 40
    • Installaties 10/20
  • Inventaris 5/15
  • Automatisering 3/6
  • Vervoermiddelen 5

Op grond wordt niet afgeschreven onder de veronderstelling dat geen sprake is van technische en/of economische slijtage.

Financiële vaste activa

Latente belastingvordering(en)
Indien een voorziening voor een project is gevormd, wordt het saldo van deze voorziening in mindering gebracht op de onroerende zaken in ontwikkeling voor zover de hoogte van de investering op 31 december dat mogelijk maakt. Het meerdere wordt opgenomen onder de post voorzieningen.

De berekening van de latente belastingvorderingen geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in komende jaren geldende tarieven, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld.

De belastinglatenties zijn gewaardeerd op contante waarde gebaseerd op een netto-rente van 1,83%. Latenties met een looptijd korter dan 1 jaar zijn opgenomen onder de overige vorderingen en latenties met een looptijd langer dan 1 jaar zijn opgenomen onder de financiële vaste activa. De latente belastingvorderingen worden (deels) gesaldeerd met de latente belastingverplichtingen. 

Overige vorderingen 
De overige vorderingen bestaan uit sociale koop. Sociale koop is een koopvariant waarbij de koper een zelfgekozen deel van de koopprijs betaalt. Dit is minimaal 50% van de waarde van de opstal. De vordering ter grootte van het verschil tussen de verkoopprijs en het betaalde gedeelte ervan wordt gewaardeerd bij ontstaan tegen de nominale waarde. 

De koper heeft de mogelijkheid om tussentijds aflossingen te doen. Jaarlijks muteert de vordering mee met de gemiddelde woningprijzen van verkochte woningen in de regio.

Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de prijsindex bestaande koopwoningen Gelderland. Deze index is gebaseerd op objectieve verkoopcijfers ontleend aan het CBS. In de jaarrekening wordt gebruik gemaakt van de gemiddelde stijging van de leegwaarde in %. 

Vlottende activa

Vastgoed bestemd voor verkoop
Aangekochte, maar nog niet verkochte woningen en/of overgeheveld bezit zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, eventueel na afwaardering naar lagere marktprijs. In de vervaardigingsprijs zijn geen indirecte kosten opgenomen. De verkopen hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop
Onder vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop wordt het onverkochte deel van investeringsprojecten ten behoeve van de realisatie van koopeenheden verantwoord. De onroerende zaken in ontwikkeling bestemd voor verkoop zijn gewaardeerd tegen de tot en met balansdatum bestede bedragen, onder aftrek van reeds toegezegde subsidies. Indirecte kosten worden niet geactiveerd.

Indien een voorziening voor een project is gevormd in verband met te verwachten verliezen op het desbetreffende project, wordt het saldo van deze voorziening in mindering gebracht op de onroerende zaken in ontwikkeling voor zover de hoogte van de investering op 31 december dat mogelijk maakt. Het meerdere wordt opgenomen onder de post voorzieningen.

Vorderingen

De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. De voorziening voor oninbaarheid wordt bepaald middels de statische methode.

De overige vorderingen hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.

Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito`s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder de kortlopende schulden.

De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Indien middelen niet ter vrije beschikking staan, dan wordt hiermee bij de waardering rekening gehouden.

Eigen vermogen

Herwaarderingsreserve
Het positieve verschil tussen de marktwaarde en de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van het Vastgoed in exploitatie (DAEB en niet-DAEB) en Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is opgenomen in een herwaarderingsreserve. 

Daarbij wordt conform aanbeveling in RJ645 voor de bepaling van de verkrijgings- en vervaardigingsprijs geen rekening gehouden met enige afschrijvingen of waardevermindering. De herwaarderingsreserve wordt gevormd per taxatiecluster en is niet hoger dan het verschil tussen de boekwaarde op basis van verkrijgings- en vervaardigingsprijs en de marktwaarde in verhuurde staat waarop de herwaardering betrekking heeft.

Overige reserves
In de overige reserves is het deel van het eigen vermogen opgenomen dat als gerealiseerd wordt beschouwd.

Resultaat van het boekjaar
Het resultaat boekjaar wordt apart inzichtelijk gemaakt onder het eigen vermogen. 

Voorzieningen

Voorzieningen onrendabele investeringen en herstructureringen
In de voorziening voor onrendabele investeringen en herstructurering zijn de verwachte verliezen opgenomen van projecten waarvoor geldt dat op balansdatum de hoogte van de investering lager is dan de berekende waardevermindering voor zover het project intern is geformaliseerd en extern is gecommuniceerd (IFEC). Voor zover mogelijk en toegestaan wordt de getroffen voorziening op de activa in mindering gebracht. Het restant wordt opgenomen onder de voorzieningen. De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post ‘overige waardeveranderingen’.

Voorziening latente belastingschuld
Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds indien en voor zover het zeer waarschijnlijk is dat deze waarderingsverschillen leiden tot fiscale afwikkeling gedurende de levensduur van de activa. De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden, of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld.

De belastinglatenties zijn gewaardeerd op contante waarde gebaseerd op een netto-rente van 1,83% en zijn opgenomen onder de voorzieningen. De latente belastingvorderingen worden (deels) gesaldeerd met de latente belastingverplichtingen.

Langlopende schulden

Schulden aan kredietinstellingen
De langlopende leningen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag, rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. De aflossingsverplichting voor 2024 wordt verantwoord onder de kortlopende schulden.

Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken VOV
De verplichting uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is gebaseerd op de verkoopwaarde onder aftrek van het overeengekomen kortingspercentage in het kader van de koopgarantformule. De waardeverandering van deze verplichting wordt bepaald door het contractueel overeengekomen waardedeling percentage ten gunste van de koper te vermenigvuldigen met de waardeverandering van de verkochte woningen zoals opgenomen onder onroerende zaken verkocht onder voorwaarden. 

In de resultatenrekening wordt de jaarlijkse waardeverandering verantwoord onder de waardeveranderingen vastgoedportefeuille als niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille VOV.

Kortlopende schulden
De kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde (indien deze lager is dan de verkrijgings-/vervaardigingsprijs) en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, welke gelijk kan zijn aan de nominale waarde.
De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.

Grondslagen voor de resultaatbepaling

Algemeen
Het resultaat word bepaald als het verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin ze zijn gerealiseerd; verliezen reeds zodra ze voorzienbaar zijn.

Sité past met ingang van boekjaar 2016 de functionele indeling van de winst- en verliesrekening toe zoals deze is opgenomen in de RJ 645. Het functioneel model geeft een beter inzicht in de samenstelling van het jaarresultaat.

In de functionele winst- en verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan een onderdeel. Bij de kosten is er een onderscheid tussen de direct toe te rekenen kosten en de indirecte kosten. De direct toe te rekenen kosten worden bij het betreffende onderdeel verantwoord. De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van toerekening.

De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels. De belangrijkste indirecte kosten betreffen personeelsbeloningen, afschrijvingen op onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie en overige niet directe bedrijfskosten. Om tot de functionele indeling van de winst-en-verliesrekening te komen wordt gebruik gemaakt van een kostenverdeelstaat. Hierbij worden de personeelslasten verdeeld op basis van de werkelijke activiteiten van de werknemers. De overige bedrijfskosten en indirecte personeelslasten worden verdeeld door een verdeelsleutel te hanteren op basis van de direct toerekenbare werknemers in FTE dan wel per team.

Afschrijvingen op activa ten dienste van
De afschrijvingen op de activa ten dienste van de exploitatie zijn gebaseerd op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de verwachte gebruiksduur en de restwaarde. Bij mutaties gedurende het jaar worden de afschrijvingen tijdsevenredig berekend.

Periodiek betaalbare beloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden verwerkt in de winst- en verliesrekening in de periode waarop de gerelateerde arbeidsprestaties betrekking hebben en voor zover nog niet uitbetaald als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de toegelaten instelling.

Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslagvergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen.

De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (cao en individuele arbeidsovereenkomsten).

Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Pensioenen
Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over deze periode aan de pensioenuitvoerder verschuldigde pensioenpremies. Voor de pensioenregelingen betaalt Sité verplichte basispremies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. Behalve de betaling van premies heeft Sité geen verdere verplichtingen uit hoofde van deze pensioenregelingen.

Sité heeft in geval van een tekort bij het fonds geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies.

Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.

Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de onderneming zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding.

Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille

Huuropbrengsten en opbrengsten servicecontracten
De jaarlijkse huurprijsaanpassing wordt gerealiseerd binnen de door de overheid voorgeschreven marges. Naast de huur worden door huurders vergoedingen betaald voor huurdervoorzieningen zoals servicekosten. De inkomsten worden verminderd met derving wegens leegstand en oninbaarheid.

Lasten servicecontracten
De gemaakte servicekosten voor huurders worden verantwoord onder de lasten servicecontracten in het verslagjaar waarop de servicekosten betrekking hebben. 

Lasten verhuur en beheeractiviteiten
Hieronder worden de kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheersactiviteiten. Deze activiteiten bevatten zowel directe verhuur- en beheerskosten als indirecte kosten. De indirecte kosten zijn met behulp van een verdeelstaat toegerekend.

Lasten onderhoudsactiviteiten
Onder onderhoudslasten worden alle direct- en indirect aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord die betrekking hebben op vastgoed dat in exploitatie is. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. 

Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
Hieronder worden de kosten verantwoord die samenhangen met het verhuren, beheren, onderhouden en ontwikkelen van het bezit. 

Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling

Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling
Hieronder worden de opbrengsten uit de verkoopprojecten in ontwikkeling verantwoord.

Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling
Hier worden de kosten verantwoord die betrekking hebben op de verkoopprojecten in ontwikkeling.

Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille
Hieronder worden de opbrengsten verantwoord die worden gerealiseerd op de verkopen uit bestaand bezit, verkopen uit voorraad en terugkoop vanuit koopgarant.

Toegerekende organisatiekosten
Hier worden de indirecte kosten opgenomen die zijn toe te rekenen aan de in het boekjaar verkochte objecten.

Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille
Hieronder wordt de boekwaarde verantwoord van de verkopen uit bestaand bezit, verkopen uit voorraad en terugkoop vanuit koopgarant.

Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille
De overige waardeveranderingen worden gevormd door de waardevermindering met betrekking tot investeringen in nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Hieronder worden de jaarlijkse mutaties van de vastgoedobjecten in exploitatie die gewaardeerd zijn op basis van de marktwaarde in verhuurde staat verantwoord. 

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille VOV
Hieronder worden de jaarlijkse mutaties van de actuele waarde van de woningen verkocht onder voorwaarden alsmede de waardeverandering van de terugkoopverplichting verantwoord.

Netto resultaat overige activiteiten

Opbrengsten en kosten overige activiteiten
Hieronder worden de opbrengsten en kosten uit de niet-primaire activiteiten verantwoord.

Overige organisatiekosten

Hieronder worden de kosten verantwoord die niet te classificeren zijn onder de overige categorieën van de functionele winst- en verliesrekening.

Leefbaarheid

Hieronder worden de kosten verantwoord die zijn te relateren aan leefbaarheid en die niet noodzakelijk zijn voor de verhuurexploitatie.

Financiële baten en lasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. 

Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden. 

Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode.  De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen.

De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen.

Winstbelastingen, ontvangen interest en betaalde interest worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

Grondslagen voor de gescheiden balansen DAEB en niet-DAEB

Het vastgoed in exploitatie wordt op basis van het in 2017 door de Autoriteit Woningcorporaties goedgekeurd definitief scheidingsvoorstel plus eventuele verkopen binnen de Toegelaten Instelling tussen de DAEB en niet-DAEB tak en latere aankopen c.q. investeringen geclassificeerd naar DAEB en niet-DAEB vastgoed.

Wanneer activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen volledig toezien op DAEB- als niet-DAEB activiteiten, zijn deze volledig aan de DAEB tak respectievelijk niet-DAEB toegerekend.

Wanneer deze toezien op zowel DAEB als niet-DAEB activiteiten, zijn deze op basis van een verdeelsleutel toegerekend. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het aandeel gewogen DAEB verhuurheden ten opzichte van het aandeel gewogen niet-DAEB verhuureenheden. De verdeelsleutel wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld en voor 2023 is deze 94% DAEB en 6% niet-DAEB. 

Vorderingen, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen uit hoofde van vennootschapsbelasting worden toegerekend aan de DAEB of niet-DAEB op basis van het fiscale resultaat, met toerekening van de voordelen van de fiscale eenheid op basis van de relatieve verdeling qua aantal verhuureenheden. Latente belastingen voor compensabele verliezen worden opgenomen in de tak waar sprake is van compensabele verliezen. Latente posities uit hoofde van waarderingsverschillen tussen commercieel en fiscaal worden gealloceerd naar de DAEB of niet-DAEB tak op basis van de relatieve verdeling van het aantal verhuureenheden.

De interne lening tussen de DAEB en niet-DAEB is in 2021 volledig afgelost.

De activiteiten tussen de DAEB en niet-DAEB met betrekking interne verkopen van DAEB naar niet-DAEB, interne verkopen van niet-DAEB naar DAEB en de totale reserve van de niet-DAEB behoren tot de eliminaties.

Aard van de activiteiten in de niet-DAEB

De portefeuille is volgens de woningwet gesplitst in DAEB en niet-DAEB. De activiteiten binnen de niet-DAEB bestaan uit het verhuren van woningen boven de liberalisatie grens en woningen die te liberaliseren zijn uit volkshuisvestelijke overwegingen, bedrijfsonroerend goed en parkeerplaatsen met de bijbehorende activiteiten zoals onderhoud en renovatie.

Naast het verhuren van eenheden heeft de niet-DAEB ook nog woningen op de balans staan die in het verleden verkocht zijn onder terugkoop koopgarant. Om het moment dat deze woningen worden teruggekocht worden deze in verhuur genomen of doorverkocht.

Grondslagen voor de bepaling van de beleidswaarde

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Sité en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  • Enkel uitgaan van het doorexploitatiescenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie.
  • Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders) mutatie.
  • Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds) beleid en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjaren onderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van de onderhoudsnormen in de markt.
  • Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheersactiviteiten van Sité en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd “lasten verhuur en beheersactiviteiten, overige directe operationele lasten exploitatie bezit” in de resultatenrekening.

Voor zover afwijkend van de voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie – zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie – afgeleid van de meerjarenbegroting en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTiV artikel 15.

Sité heeft hierbij uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde.

Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten “gemiddeld per woning” als volgt:

Uitgangspunten voor: 2023
Disconteringsvoet 6,18%
Streefhuur per maand € 687,26 per woning
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 3.933,28 per woning

5. Toelichting op de fiscale positie

Algemeen

In de balans per 31-12-2008 zijn voor het eerst latente belastingvorderingen en - schulden opgenomen. Actualisatie van deze latenties en vorming van eventuele nieuwe latenties vindt plaats ten gunste of ten laste van de vpb-post in de resultatenrekening van het lopende boekjaar. Dit leidt er toe dat de belastingdruk zoals die wordt weergegeven in de resultatenrekening significant afwijkt van het geldende belastingtarief.

De belastingdienst heeft in oktober 2022 besloten om VSO2 niet meer te verlengen. De vaststellingsovereenkomst VSO2 heeft volgens de Belastingdienst haar primaire doel om zekerheid te verschaffen omtrent de aanvang van de integrale belastingplicht (fiscale openingsbalans) vervuld en leidt in de actuele klantbehandeling vanwege afspraken die in het verlengde van de openingsbalans zijn gemaakt, tot onzekerheid en geschil. Daarnaast heeft de vaststellingsovereenkomst voor enkele afspraken haar functie grotendeels verloren en behoeft naar de mening van de Belastingdienst daarom geen verlenging meer. De VSO2 verliest daardoor vanaf 1 januari 2023 haar rechtskracht. Voor Sité zijn de gevolgen hiervan minimaal.

Verloopoverzicht resultaat (bedragen x € 1.000)

Jaarresultaat na belasting   -119.992 
Belasting in boekjaar   4.090 
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen:   -115.902 
Af:    
Resultaat verkochte woningen (commercieel) -492   
Terugkoopresultaat VOV -3   
Toevoeging fiscale boekwinst verkopen aan herinvesteringsreserve -233   
Afschrijving (fiscaal) -1.265   
Onttrekking voorziening dubieuze debiteuren (commercieel) -134   
Projectresultaat (fiscaal)  
Onderhoudscomponent in investeringsprojecten (fiscaal) -452   
Asbestsanering bij regulier onderhoud (fiscaal) -1.452   
Agio leningen (a.g.v. hogere marktwaarde leningportefeuille) -246   
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek -1   
Energie-investeringsaftrek -29   
     
    -4.308 
Bij:    
Resultaat verkochte woningen (fiscaal) 225   
Resultaat interne verkoop 192   
Resultaat terugkoop VOV-woningen (commercieel) 187   
Gerealiseerd winstrecht teruggekochte VOV-woningen (fiscaal) 172   
Afschrijvingen (commercieel) 369   
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille (commercieel) 132.901   
Dotatie voorziening dubieuze debiteuren (commercieel) 155   
Verbeteringen (fiscaal i.p.v. onderhoud) 316   
Niet aftrekbaar deel algemene kosten 19   
Fiscaal niet aftrekbare rente (earningsstrippingregeling) 1.146   
Geactiveerde rente (fiscaal) 53   
    135.735 
     
Fiscaal resultaat voor belastingen 2023   15.525 
Te verrekenen verliezen   -
Belastbaar bedrag 2023   15.525 

Het wettelijk belastingtarief in het boekjaar bedraagt 25,8% (2022: 25,8%).
De effectieve belastingdruk in 2023 bedraagt 4% (2022: 3%).

Nadere toelichting

Het belastbaar resultaat 2023 leidt tot een betalingsverplichting van (afgerond) € 3.963.000. Dat is hoger dan de voorlopige aanslagen die in 2023 zijn betaald van totaal € 3.279.000. Het verschil van € 684.000 is als schuld aan de Belastingdienst opgenomen onder de kortlopende schulden samen met de nog te betalen vennootschapsbelasting 2021 en 2022 (€ 113.000). Per saldo bedraagt de opgenomen schuld € 797.000.

Belastinglatenties (bedragen x € 1.000)

 Recapitulatie latenties Commerciële waarde Fiscale waarde Actieve latentie (nominaal) Passieve latentie (nominaal) Jaarrekening: Financiële vaste activa (CW) Jaarrekening: Kortlopende vordering (CW) Jaarrekening: Voorziening latente belastingen (CW)
  31 december 2023 31 december 2023          
Voorwaartse verliescompensatie              
               
Compensabele verliezen - - - - - - -
               
Verrekenbare tijdelijke verschillen              
               
Door te exploiteren bezit 1.017.024  985.182  - 31.842  - - -
               
Ongerealiseerd verlies VOV - 490  120  - 95  25  -
               
Waardering ontwikkelingsprojecten 2.144  3.122  253  - 75  168  -
               
Agio leningenportefeuille - 716  185  - 155  39  -
               
Voorziening groot onderhoud - 18.858  - 4.865  - - 4.391 
               
Totaal         325  232  4.391 

Sinds 2019 is de commerciële waarde van het vastgoed in exploitatie hoger dan de fiscale waarde. Voor het totale verschil zou bij waardering op nominale waarde een passieve latentie gevormd moeten worden. Bij waardering tegen contante waarde tendeert deze voorziening echter naar nihil omdat het afwikkelmoment oneindig ver in de tijd vooruit ligt. De latentie voor het verschil tussen commerciële en fiscale waarde van het door te exploiteren bezit is daarom in de jaarrekening 2023 niet verwerkt.

De passieve latentie ten aanzien van de fiscale voorziening groot onderhoud bedraagt € 4.391.000.

De simultane afwikkeling is geen voorwaarde meer voor de saldering van latente belastinglatenties. Als gevolg daarvan worden in de jaarrekening de latente belastingvorderingen (het langlopende deel van € 325.000 ultimo 2023) gesaldeerd met de latente belastingverplichtingen. Daardoor bedragen de latente belastingverplichtingen in de jaarrekening 2023 € 4.066.000.

Verliesverrekening

Er is geen sprake van beschikbare compensabele verliezen per 31 december 2023 (2022: € 0).

Tijdelijke verschillen

  • Voor Vastgoed in exploitatie is sprake van een tijdelijk verschil tussen de waardering volgens de jaarrekeninggrondslagen en de fiscale grondslagen. Dit waarderingsverschil bedraagt ultimo 2023 per saldo € 31.842.000 (2022: € 152.500.000). Het wordt zeer waarschijnlijk geacht dat (door gebruikmaking van fiscale faciliteiten zoals de herinvesteringsreserve) in de toekomst als gevolg van het beleidsvoornemen om woningen te blijven verhuren, geen fiscale afwikkeling van dit verschil zal plaatsvinden gedurende de looptijd van het actief omdat het fiscale afwikkelmoment in continuïteit doorschuift naar het vervangende actief. Het feitelijke afwikkelmoment komt daarmee oneindig ver in de toekomst te liggen. Bij waardering van de latentie tegen contante waarde tendeert deze dan naar nihil. 
  • De fiscaal ongerealiseerde verliezen en verleende kortingen vanuit in het verleden gedane Verkopen onder Voorwaarden (VOV) zijn geactiveerd op de fiscale balans. Bij terug- en doorverkoop leiden deze tot een lagere boekwinst dan commercieel en daarmee vormen ze een tijdelijk verschil tussen de fiscale en de commerciële waardering. Deze tijdelijke verschillen zijn tot waardering gebracht voor zover ze binnen een periode van 5 jaar naar verwachting gerealiseerd zullen worden.
  • Voor Vastgoed in ontwikkeling is ook sprake van een tijdelijk verschil tussen de waardering volgens de jaarrekeninggrondslagen en de fiscale grondslagen. Dit waarderingsverschil bedraagt ultimo 2023 per saldo € 1.000.000 (2022: € 1.000.000). Voor dit bedrag is een actieve latentie gevormd. Aangenomen wordt daarbij dat realisatie binnen de forecastperiode van 5 jaar zal plaatsvinden.
  • De beschouwingsperiode ten aanzien van het agio op de leningen betreft de totale looptijd van de portefeuille ten tijde van de fiscale openingsbalans (1-1-2008).
  • Bij de voorziening groot onderhoud is sprake van een tijdelijk verschil doordat er wordt gekeken naar het toekomstig onderhoud dat binnen de komende 10 jaar plaatsvindt. Gevolg is dat enerzijds de onderhoudsvoorziening stabiel blijft, maar anderzijds dat de onderhoudsvoorziening in jaar 11 op volledig andere onderhoudsuitgaven/-projecten ziet dan ten tijde van de start van de onderhoudsvoorziening in jaar 1.

6. Toelichting op de balans

Activa (bedragen x € 1000)

​Vaste activa

Vastgoedbeleggingen

  2023 2022
01 DAEB vastgoed in exploitatie 955.544  1.045.872 
02 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 61.480  67.755 
03 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 39.860  42.101 
04 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 7.340  4.521 
Totaal 1.064.224  1.160.249 

Het verloop van deze posten in 2023 is als volgt:

1. DAEB vastgoed in exploitatie

  2023 2022
Historische kostprijs 470.184  459.148 
Som van herwaardering 584.293  627.153 
Som van vermindering -8.605  -7.411 
Boekwaarde in verhuurde staat per 1 januari 1.045.872  1.078.890 
     
Mutaties in boekjaar:    
Opgeleverde eenheden 13.588  5.244 
Subtotaal 13.588  5.244 
     
Aangekochte eenheden 1.175  163 
Overige waardeverandering t.l.v. resultaat -486  -78 
Subtotaal 689  85 
     
Renovatie 1.656  2.596 
Overige waardeverandering t.l.v. voorziening -933  -48 
Subtotaal 723  2.548 
     
Investeringen 2.900  2.362 
Verkoop - -150 
Herclassificatie 599  -2.166 
Overige waardeverandering t.l.v. resultaat -108.826  -40.941 
     
Totaal mutaties -90.328  -33.018 
     
Historische kostprijs 494.388  470.184 
Som van herwaardering 479.771  584.293 
Som van vermindering -18.615  -8.605 
     
Boekwaarde in verhuurde staat per 31 december 955.544  1.045.872 

De post opgeleverde eenheden heeft betrekking op de projecten Wijnbergen (21), Drempt (13) en Beethovenlaan (35).

In 2023 zijn 6 woningen aangekocht.

De post renovatie heeft betrekking op de investeringscomponent binnen de (afgeronde) grootschalige renovatieprojecten, Leerinkstraat, Bronckhorst Baak/Steenderen en Van Enststraat, Remmelinkstraat/Seinhorststraat.

De investeringen hebben betrekking op de investeringen in het kader van EPA, sanering asbest en diverse overige (kleine) verbeteringen die onder deze categorie verantwoord zijn.

De post herclassificatie bestaat uit een aantal verschuivingen tussen verschillende soorten vastgoed en wordt hieronder verder uitgesplitst.

Specificatie herclassificatie 2023 2022
Activa overgeheveld van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 1.262  167 
Activa overgeheveld naar Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie - -1.832 
Activa overgeheveld naar niet-DAEB vastgoed in exploitatie -663  -501 
  599  -2.166 

In 2023 zijn 6 VOV-woningen teruggekocht (2022: 1) 3 woningen zijn vervolgens met een huur lager dan € 808,06 (2022: 763,47) verhuurd. De andere 3 teruggekochte woningen zijn overgeheveld van DAEB naar niet-DAEB.

2. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie

  2023 2022
Historische kostprijs 46.468  46.320 
Som van herwaardering 24.392  26.910 
Som van vermindering -3.105  -2.671 
Boekwaarde in verhuurde staat per 1 januari 67.755  70.559 
     
Mutaties in boekjaar:    
Investeringen 367  617 
Verkoop -545  -1.020 
Herclassificatie 663  501 
Overige waardeverandering t.g.v. resp. t.l.v. resultaat -6.760  -2.902 
     
Totaal mutaties -6.275  -2.804 
     
Historische kostprijs 47.022  46.468 
Som van herwaardering 18.728  24.392 
Som van vermindering -4.270  -3.105 
     
Boekwaarde in verhuurde staat per 31 december 61.480  67.755 

In 2023 is 1 woning met parkeerplaats en 1 BOG pand verkocht.

De investeringen hebben betrekking op de investeringen in het kader van EPA, sanering asbest en diverse overige (kleine) verbeteringen, waaronder Tirol 77, die onder deze categorie verantwoord zijn.

De post herclassificatie bestaat uit een aantal verschuivingen tussen verschillende soorten vastgoed en wordt hieronder verder uitgesplitst.

Specificatie herclassificatie 2023 2022
Activa overgeheveld van DAEB vastgoed in exploitatie 663  501 
  663  501 

In 2023 zijn 3 teruggekochte woningen (2022: Tirol 77) overgeheveld van DAEB naar niet-DAEB.

Analyse ontwikkeling marktwaarde 2022 – 2023
Conform de verplichting zoals opgenomen in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde is in onderstaand overzicht de ontwikkeling van de marktwaarde (DAEB en niet-DAEB) tussen 31 december 2022 en 31 december 2023 naar de samenstellende delen weergegeven.

     
Totaal marktwaarde 31-12-2022:   1.113.627.000
Af: Eenheden uit exploitatie:   -638.000
  sub-totaal 1.112.989.000
Methodische wijzigingen (software):   -25.391.000
Mutatie in objectgegevens:   -11.492.000
Marktontwikkeling:   -74.316.000
Exploitatiebeperking:   -
  sub-totaal -111.199.000
Bij: Toegevoegde eenheden:   15.234.000
Totaal marktwaarde 31-12-2023:   1.017.024.000
     
Totaal DAEB: 955.544.000  
Totaal niet-DAEB: 61.480.000  
Totaal bezit: 1.017.024.000  

Beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde

De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving

De realisatie van de ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid. De mogelijkheden om vrijelijk door (complexwijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voorvloeiend uit de beoogde kwaliteits- en beheersituatie. De bepaling van de beheers- en onderhoudslasten zijn vrijwel geheel in overeenstemming met de consultatie SBR Wonen. Het onderhouds-component in renovatie projecten is meegenomen op basis van de 10 jaarcyclus.

Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen-vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd. Er is een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze inschatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van het bezit en bedraagt € 378.757.000. Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2023 bestaat uit de volgende onderdelen:

     
Marktwaarde in verhuurde staat per 31-12-2023   1.017.024.000 
Beschikbaarheid (door-exploiteren) 160.602.000   
Betaalbaarheid (huren) -232.552.000   
Kwaliteit (onderhoud) -298.109.000   
Beheer (beheerskosten) -8.698.000   
Totaal -378.757.000   
Beleidswaarde per 31-12-2023   638.267.000 

Dit impliceert dat circa 48% van het totale eigen vermogen niet of eerst op lange termijn realiseerbaar is. Gezien de volatiliteit van (met name) de beleidswaarde, is dit aan fluctuaties onderhevig.

Sensitiviteitsanalyse
In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van de uitgangspunten heeft in de beleidswaarde:

Effect op de beleidswaarde Mutatie t.o.v. uitgangspunten Effect op de beleidswaarde (x €1.000)
Discounteringsvoet 0,5% verhogen -59.100 
Discounteringsvoet 0,5% verlagen 69.200 
Streefhuur per maand € 25 verhogen 28.700 
Streefhuur per maand € 25 verlagen -37.500 
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 100 verhogen -50.000 
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 100 verlagen 50.000 

3. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

  2023 2022
Historische kostprijs 14.563 15.303
Herwaardering 27.538 25.586
Boekwaarde per 1 januari 42.101 40.889
     
Mutaties in het boekjaar:    
Terugkoop koopgarant -1.910 -1.021
Waardeverandering -331 2.233
Subtotaal -2.241 1.212
     
Historische kostprijs 13.679 14.563
Herwaardering 26.181 27.538
Boekwaarde per 31 december 39.860 42.101

Per 31 december 2023 betreft het aantal woningen verkocht onder voorwaarden 182 (2022: 190). 

In 2023 zijn 6 teruggekochte woning in verhuur genomen en 2 teruggekochte woningen zijn doorverkocht.

4. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

  2023 2022
Aanschafwaarde per 1 januari 11.371  3.592 
Cumulatieve waardeverandering -6.850  -2.538 
Boekwaarde per 1 januari 4.521 1.054
     
Mutaties in het boekjaar:    
Investeringen 18.769  14.565 
Overheveling vanuit DAEB vastgoed in exploitatie - 1.832 
Overheveling naar vastgoed bestemd voor verkoop - -332 
Opgeleverde huurwoningen naar DAEB vastgoed in exploitatie -13.252  -5.244 
Afwaardering ten laste van resultaat -242  106 
Afwaardering ten laste van voorziening -2.456  -7.460 
Overig - -
Subtotaal 2.819  3.467 
     
Aanschafwaarde per 31 december 12.601  11.371 
Cumulatieve waardeverandering -5.261  -6.850 
     
Boekwaarde per 31 december 7.340  4.521 

De opgeleverde eenheden betreffen 13 eenheden in Drempt (fase 3), 21 eenheden Wijnbergen (fase 6) en 35 eenheden aan de Beethovenlaan (1e flat).

Verzekeringen
De onroerende zaken in exploitatie zijn verzekerd tegen brand- en stormschade.

Zekerheden
Er zijn geen activa als zekerheid gesteld voor verstrekte leningen. Wel heeft het Waarborg Sociale Woningbouw (WSW) het recht van eerste hypotheek wat inhoudt dat het WSW hypotheek kan leggen op het onderpand dat is ingebracht bij het WSW.

Materiële vaste activa

5. Onroerende en roerende zaken ten dienste van exploitatie

  Huisvesting Automatisering Inventaris/Vervoer Totaal
Boekwaarde per 1 januari 2023 2.245  378  169  2.792 
         
Mutaties in boekjaar:        
Investeringen - 336  - 336 
Afschrijvingen -126  -186  -57  -369 
Subtotaal -126  150  -57  -33 
         
Aanschafwaarde 3.634  1.912  414  5.960 
Cumulatieve afschrijvingen -1.515  -1.384  -302  -3.201 
Boekwaarde per 31 december 2023 2.119  528  112  2.759 

De investeringen rubriek automatisering hebben te maken met de aanschaf van hardware en software. 

Financiële vaste activa

6. Overige vorderingen
Het verloop van deze post is als volgt samengesteld:

  2023 2022
Saldo per 1 januari 123  117 
Mutaties in het boekjaar:    
Waardeverandering -1 
Saldo per 31 december 122  123 

De vordering bestaat uit één verkoop Sociale Koop. Voor de waardering wordt gebruik gemaakt van de gemiddelde daling van de leegwaarde in %.

Vlottende activa

Voorraden
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2023 31 december 2022
07 Vastgoed bestemd voor verkoop 320  581 
08 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop 1.272  1.272 
Totaal 1.592  1.853 

7. Vastgoed bestemd voor verkoop

  31 december 2023 31 december 2022
Terugkoop - 0 woning (2022: 1) - 249 
Overig -1 perceel (2022: 1) 320  332 
Totaal 320  581 

Eind 2023 staat er 1 perceel in voorraad. Dit betreft 1 perceel grond aan de Kerkstraat te Drempt (kavels van de gesloopte eenheden Kerkstraat 57, 59 en 61). De teruggekochte woning in 2022 is doorverkocht in 2023. Daarnaast zijn er in 2023 2 woningen teruggekocht en weer doorverkocht.

8. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop

  31 december 2023 31 december 2022
Aanschafwaarde 1.511  1.511 
Cumulatieve waardeverandering -239  -239 
Subtotaal 1.272  1.272 
Mutaties in boekjaar: - -
Boekwaarde per 31 december 1.272  1.272 

In 2023 hebben er geen mutaties ten aanzien van de grondposities plaatsgevonden.

Vorderingen
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2023 31 december 2022
09 Huurdebiteuren 1.149  1.084 
10 Latente belastingvorderingen 232  236 
11 Overige vorderingen 274  43 
12 Overlopende activa 67  3.676 
Totaal 1.722  5.039 

09. Huurdebiteuren

  31 december 2023 31 december 2022
Huurdebiteuren 1.532  1.446 
Af: voorziening dubieuze debiteuren -383  -362 
Saldo 1.149  1.084 

Specificatie huurdebiteuren

  Zittende huurders Vertrokken huurders Totaal
Saldo per 31 december 533  999  1.532 

Verloopoverzicht voorziening huurdebiteuren

  Totaal
Saldo per 31 december 2022 362 
Mutaties in boekjaar:  
Dotatie 21 
Subtotaal 21 
Saldo per 31 december 2023 383 

Het saldo van de huurdebiteuren is de totale vordering op (vertrokken) huurders. De huurachterstand  per 31 december 2023 van de zittende en vertrokken huurders, uitgedrukt in een percentage van het totaal van de netto huren, bedraagt voor 2023 0,97% (2022 0,98%).

10. Latente belastingvorderingen
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2023 31 december 2022
Latente belastingvordering Vpb 232 236
Saldo 232 236

Voor een toelichting en nadere specificatie van de post latente belastingvordering Vpb wordt verwezen naar de aparte toelichting op de fiscale positie.

11. Overige vorderingen
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2023 31 december 2022
Overige debiteuren 57 43
Nog te ontvangen subsidies 217 -
Saldo 274 43

De nog te ontvangen subsidie ziet toe op de toegekende ISDE subsidie voor het renovatieproject Van Enststraat/Remmelinkstraat en de subsidieregeling in het kader van de Investeringsimpuls Verduurzaming Sociale Huurwoningen (de nog te ontvangen 20%) ten aanzien van de renovatieprojecten Van Enststraat/Remmelinkstraat en Bronckhorstwoningen Steenderen/Baak die ultimo 2023 in uitvoering zijn.

12. Overlopende activa
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2023 31 december 2022
Verzekering uitkering 44 54
Vooruitbetaalde bedragen 22 83
Belastingen - 3.536
Diversen 1 3
Saldo 67 3.676

13. Liquide middelen
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2023 31 december 2022
Kas
Banken 254  367 
Totaal 255  368 

De kredietfaciliteit bij de huisbankier Rabobank is ultimo 2023 € 4,0 miljoen voor rekening-courant. Ultimo 31-12-2023 is voor € 0,1 miljoen gebruik gemaakt van de kredietfaciliteit. Dit betreft een afgegeven bankgarantie aan de Gemeente Doetinchem.

Het rentepercentage is gebaseerd op de 1-mnds euribor met een opslag van 1,30%. De gemiddelde debetrente over 2023 komt hierdoor uit op 4,53%. Jaarlijks ontvangt de kredietverstrekker de beoordeling kredietwaardigheid van het WSW alsmede het borgingsplafond.

Passiva

Eigen vermogen

  31 december 2023 31 december 2022
14 Herwaarderingsreserves 524.680  636.222 
15 Overige reserves 382.041  308.324 
16 Resultaat na belastingen van het boekjaar -119.992  -37.825 
Saldo per 31 december 786.729  906.721 

14. Herwaarderingsreserves
De herwaarderingsreserve wordt gevormd door het verschil tussen de marktwaarde en de stichtingskosten van het vastgoed en geeft het deel van het eigen vermogen weer dat in de toekomst nog moet worden gerealiseerd. Een gedeelte daarvan wordt echter als nimmer te realiseren beschouwd, omdat de corporatie niet de intentie heeft om al haar vastgoed te verkopen zoals in de marktwaardeberekening wel als uitgangspunt wordt gehanteerd. 

Het verloop van deze post is als volgt samengesteld: 

  2023 2022
Saldo per 1 januari (gerapporteerd) 679.648  541.147 
Effect stelselwijziging -43.426  138.501 
Saldo na stelselwijziging 636.222  679.648 
Mutaties in het boekjaar:    
Mutatie boekjaar: -111.542  -43.426 
Saldo mutaties -111.542  -43.426 
     
Saldo per 31 december 524.680  636.222 

15. Overig reserves 

Het verloop van deze post is als volgt samengesteld

  2023 2022
Saldo per 1 januari (gerapporteerd) 264.898  257.326 
Effect stelselwijziging 43.426  -138.501 
Saldo na stelselwijziging 308.324  118.825 
Mutaties in het boekjaar:    
Herwaarderingsreserve 111.542  43.426 
Resultaatbestemming voorgaand boekjaar -37.825  146.073 
Saldo mutaties 73.717  189.499 
Saldo per 31 december 382.041  308.324 

16. Resultaat na belasting van het boekjaar 
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2023 31 december 2022
Resultaat na belastingen. -119.992  -37.825 
Saldo per 31 december -119.992  -37.825 

Voorzieningen 
Deze post is als volgt samengesteld: 

  31 december 2023 31 december 2022
17 Onrendabele investeringen en herstructureringen  15.752   2.709 
18 Latente belastingverplichtingen  4.066   4.050 
Totaal  19.818   6.759 

17. Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2023 31 december 2022
Saldo per 1 januari 2.709  7.088 
     
Mutaties in het boekjaar:    
Dotaties 16.835  3.317 
Onttrekkingen in mindering op vastgoed in exploitatie -933  -48 
Onttrekkingen in mindering op vastgoed in ontwikkeling -2.456  -7.460 
Vrijval -403  -188 
Saldo 13.043  -4.379 
Saldo per 31 december 15.752  2.709 

Voor een toelichting op de dotatie en de vrijval wordt verwezen naar de toelichting op de post 'overige waardeveranderingen' in de resultatenrekening. De onttrekkingen in mindering op vastgoed in exploitatie hebben betrekking op de projecten Leerinkstraat GO en Steenderen/Baak. De onttrekkingen in mindering op vastgoed in ontwikkeling hebben betrekking op de projecten Drempt (fase 3), Beethovelaan (1e flat) en Wijnbergen (fase 6).

Voor zover het saldo van de investeringen in de projecten waar een voorziening voor is gevormd het toelaten, is de voorziening in mindering gebracht op de posten 'Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie' en 'Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop'. Indien van toepassing wordt de getroffen voorziening voor sloop in mindering gebracht op de posten 'DAEB vastgoed in exploitatie' en 'niet-DAEB vastgoed in exploitatie'.

18. Voorziening latente belastingverplichtingen

Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2023 31 december 2022
18 Latente belastingverplichtingen  4.066   4.050 
Totaal  4.066   4.050 

Het langlopende deel van de latente belastingvorderingen (€ 325.000 ultimo 2023) wordt gesaldeerd met de latente belastingverplichtingen. Ultimo boekjaar bedraagt de fiscale onderhoudsvoorziening 18,9 miljoen. De voorziening heeft een horizon van 10 jaar. Voor onttrekkingen de komende 10 jaar in deze voorziening wordt een passieve latentie opgenomen.

19. Schulden aan banken 

Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2023 31 december 2022
Saldo per 1 januari 214.948  208.859 
     
Mutaties in het boekjaar:    
Agio (m.b.t. Vestia lening) -94  -94 
Nieuwe leningen 21.392  13.500 
Mutatie flex roll-over -500  -1.000 
Aflossingen -14.109  -6.317 
Saldo 6.689  6.089 
Saldo per 31 december 221.637  214.948 
Af: naar kortlopende schulden, agio- verplichting komend jaar -95  -94 
Af: naar kortlopende schulden, aflossings- verplichting komend jaar -2.891  -3.718 
Totaal 218.651  211.136 

De leningen zijn opgenomen tegen de nominale waarde waarbij rekening is gehouden met een eventuele disagio of agio. De marktwaarde van de leningen is per 31-12-2023 € 208,3 miljoen.

Ultimo 2023 bestaat de leningen portefeuille voor € 211,4 miljoen uit leningen met een vaste rente en voor € 6,3 miljoen uit twee leningen van respectievelijk € 1,4 miljoen met een variabele rente van 3,934% en € 4,9 miljoen met een variabele rente van 4,213%. De rente op de lening met variabele rente wordt bepaald door de 1-maands euribor verhoogd met een vaste opslag van 0,08% en 0,38%.

De aflossingsverplichtingen binnen 1 jaar zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. De opbouw van de leningportefeuille is voor 2 jaar t/m 5 jaar € 39,7 miljoen en langer dan 5 jaar € 175,8 miljoen.

De gemiddelde looptijd van de leningportefeuille is 17,4 jaar.

 De gemiddelde rentevoet van de uitstaande leningen bedraagt circa 2,46% (2022 2,39%). 

De leningen van de kredietinstellingen worden op basis van het annuïteitensysteem of ineens afgelost (fixe lening).

Alle leningen zijn voor 100% geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).  Er zijn geen complexen hypothecair bezwaard. Het WSW heeft het recht van eerste hypotheek wat inhoudt dat het WSW hypotheek kan leggen op het onderpand wat is ingebracht bij het WSW. Naast het WSW heeft de Rabobank voor een bedrag van € 4,0 miljoen het recht van hypotheek. De kredietfaciliteit bij de Rabobank bedraagt € 4,0 miljoen. De rente en aflossing van alle leningen eind 2023 worden door het WSW gegarandeerd.

20. Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken VOV

  31 december 2023 31 december 2022
Saldo per 1 januari 34.102  33.794 
     
Mutaties in het boekjaar:    
Waardeverandering -176  1.185 
Terugkoop koopgarant -1.565  -877 
Saldo -1.741  308 
Saldo per 31 december 32.361  34.102 

Per 31 december 2023 betreft het aantal woningen verkocht onder voorwaarden 182 (2022: 190).

21. Overige schulden

  31 december 2023 31 december 2022
1. Waarborgsommen 100  85 
2. Vooruitontvangen subidies 66  516 
Totaal 166  601 

Deze post is als volgt samengesteld:

1. Waarborgsommen 

  31 december 2023 31 december 2022
Saldo per 1 januari 85  84 
Mutaties in het boekjaar:    
Toegevoegd 40 
Uitbetaald -25  -6 
Saldo 15 
Totaal 100  85 

2. Vooruitontvangen subsidies

  31 december 2023 31 december 2022
Saldo per 1 januari 516  -
Mutaties in het boekjaar:    
Ontvangst - 516 
Onttrekking -176  -
Saldo 340  516 
Af: naar kortlopende schuld -274  -
Totaal 66  516 

Dit betreft de vooruit ontvangen subsidie in het kader van de regeling Investeringsimpuls Verduurzaming Sociale Huurwoningen. Het betreft een voorschot van 80% van de verleende subsidie, ontvangen in 2022. In 2023 is het voorschot deels in mindering gebracht op de renovatieprojecten die ultimo 2023 in uitvoering zijn, het restant is verdeeld in langlopend (€ 66.000) en kortlopend (€ 274.000). Het langlopende deel heeft betrekking op de projecten die naar verwachting in 2025 worden opgeleverd. Het kortlopende deel heeft betrekking op de projecten die naar verwachting in 2024 worden opgeleverd.

Kortlopende schulden
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2023 31 december 2022
22 Schulden aan banken 2.986  3.812 
23 Schulden aan leveranciers en handelskredieten 1.107  802 
24 Belastingen en premies sociale verzekeringen en pensioenen 3.133  1.893 
25 Vooruitontvangen subsidie 274  -
26 Overlopende passiva 5.449  4.598 
Totaal 12.949  11.105 

22. Schulden aan banken

  31 december 2023 31 december 2022
Aflossingsverplichting komend jaar 2.891  3.718 
Vrijval Agio komend jaar 95  94 
Totaal 2.986  3.812 

23. Schulden aan leveranciers en handelskredieten

  31 december 2023 31 december 2022
Schulden aan leveranciers en handelskredieten 1.107  802 
Totaal 1.107  802 

24. Belastingen en premies sociale verzekeringen en pensioenen

  31 december 2023 31 december 2022
Af te dragen BTW 2.122  1.679 
Af te dragen VPB 797  -
Loonheffing 103  87 
Pensioenen 41  69 
Sociale lasten 70  58 
Totaal 3.133  1.893 

25. Vooruitontvangen subsidies

  31 december 2023 31 december 2022
Vooruitontvangen subsidie 274  -
Totaal 274  -

26. Overlopende passiva

  31 december 2023 31 december 2022
Te verrekenen service- en stookkosten 839  653 
Nog te betalen bedragen 1.124  529 
Personeelsvereniging 25  38 
Niet vervallen rente 2.497  2.413 
Vooruitontvangen huur 472  533 
Reservering vakantierechten en overuren 315  281 
Reservering Glasfonds 170  151 
Diversen -
Totaal 5.449  4.598 

Financiële instrumenten
Sité maakt geen gebruik van derivaten om het rente- en kasstroomrisico af te dekken. 

Algemeen
De belangrijkste financiële risico’s waaraan Sité onderhevig is zijn het marktrisico, valutarisico, het renterisico, het kredietrisico en het liquiditeitsrisico. Het financiële beleid van Sité is erop gericht om op de korte termijn de effecten van koers- en renteschommelingen op het resultaat te beperken en om op lange termijn de marktwisselkoersen en marktrentes te volgen. Sité maakt geen gebruik van financiële derivaten om de financiële risico’s die verbonden zijn aan bedrijfsactiviteiten te beheersen. 

Marktrisico
Sité beheerst het marktrisico door stratificatie aan te brengen in de portefeuille en limieten te stellen. 

Valutarisico
Sité voert alleen transacties in euro’s (€) uit en loopt geen valutarisico.

Renterisico
Sité loopt renterisico over de rentedragende vorderingen (met name onder financiële vaste activa) en rentedragende langlopende en kortlopende schulden. Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt de woningcorporatie risico ten aanzien van toekomstige kasstromen. Met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt Sité risico's over de marktwaarde.

Kredietrisico
Het gaat hierbij om het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen kunnen voldoen. Door het spreiden van transacties over verschillende financiële instellingen wordt getracht dit risico te beperken. Verder dienen de financiële instellingen te voldoen aan kredietwaardigheidseisen (rating). Dit is opgenomen in het treasurystatuut.

Liquiditeitsrisico
Het gaat hierbij om het risico dat over onvoldoende middelen wordt beschikt om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Dit geldt voor alle verplichtingen van Sité en haar tegenpartijen, ongeacht of dit nu crediteuren of financiële instellingen zijn. Sité heeft op verschillende manieren gewaarborgd dat zij altijd aan haar verplichtingen kan voldoen. 

Niet in de balans opgenomen informatie
In 2023 zijn opdrachten verstrekt inzake nieuwbouw- en renovatieprojecten die op 31 december 2023 nog niet geheel waren uitgevoerd en dus slechts ten dele gefactureerd en in 2023 verantwoord. De resterende verplichting op 31 december 2023 uit hoofde van deze opdrachten bedraagt circa € 22,3 miljoen waarvan € 15,4 miljoen een looptijd heeft van maximaal 1 jaar en € 6,9 miljoen een looptijd heeft van 2 tot 5 jaar. De verplichtingen ultimo 2023 zijn met name de projecten Van Enststraat/Remmelinkstraat, Bronckhorstwoningen Steenderen/Baak, Leerinkstraat, Keppeloord en Spoorzone.  

In het kader van de regeling Investeringsimpuls Verduurzaming Sociale Huurwoningen is in 2022 een voorschot van 80% van de verleende subsidie ontvangen. De 20% van de nog te ontvangen subsidie voor de renovatieprojecten die in 2023 nog niet in uitvoering zijn, bedraagt € 85.100.

In 2023 heeft Sité een claim ontvangen (€ 83.000) van een zorginstelling in verband met legionella. Sité heeft na diverse gesprekken in 2023 en 2024 vanuit goed verhuurderschap besloten deze claim te vergoeden (eind februari 2024).  Vanuit de aannemer is een tegemoetkoming van € 27.500 toegezegd. 

Sité heeft de verplichtingen die ontstaan bij het uitkeren van jubileum-uitkeringen bij 12½, 25 en 40 jarig dienstverband en bij pensionering niet als verplichting in de balans opgenomen. Sité beschouwt de jubileum-uitkeringen als een onderdeel van de normale jaarlijkse personeelslasten. Deze visie wordt ondersteund door het feit dat de jubileum-uitkeringen min of meer gelijk over de jaren zijn verdeeld en hierbij geen 'pieken' zijn te onderscheiden. Daarbij zijn in het huidige arbeidsomgeving jubilea van meer dan 12½ jaar een grote uitzondering zodat het financieel belang minimaal is. In onderstaande tabel zijn de bedragen (contant) opgenomen van de verwachte jubileum-uitkeringen indien de huidige dienstverbanden doorlopen.

Jubileumuitkering bedragen x € 1,-  
2024 t/m 2028 37.183
2029 t/m 2033 49.333
2034 t/m 2038 33.135
Na 2039 49.816

Nederlandse pensioenregeling
De gehanteerde pensioenregeling van Sité is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW).

De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:

  • Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen.
  • Er is sprake van een middelloonregeling.
  • De pensioen(richt)leeftijd is 68 jaar.
  • De regeling kent zowel een partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd door middel van een opbouwregeling (uitkeringsovereenkomst). Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast. Deze was in 2023 gelijk aan 27% van de pensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor. Bij een lager verwacht rendement moet een hogere premie ingelegd worden om hetzelfde pensioen te financieren.
  • Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de consumentenprijsindex voor alle huishoudens. Voor actieve deelnemers geldt dat het bestuur streeft naar verhoging met de loonontwikkeling van de branche Woningcorporaties. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.

De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:

  1. Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling (en haar groepsmaatschappijen).
  2. De toegelaten instelling is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting.
  3. Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.

De dekkingsgraad eind december 2023 bedroeg 128,8% (2022: 129%) De beleidsdekkingsgraad (gemiddelde van 12 maanden) komt hiermee op 131,5% 

Eind 2019 had SPW niet de beschikking over de vereiste dekkingsgraad van ongeveer 126,6%. En daarom is in maart 2020 een nieuw herstelplan ingediend bij De Nederlandsche Bank (DNB). Op basis van de situatie eind 2019 verwacht SPW binnen de gestelde termijn van 10 jaar weer te beschikken over de wettelijk vereiste beleidsdekkingsgraad. Herstel moet vooral komen uit het beleggingsrendement. In het herstelplan 2020 zijn geen verlagingen van pensioenaanspraken nodig. Eind 2023 voldoet SPW wel aan de vereiste dekkingsgraad van 126,6%. 

Sité heeft de verplichting van het loopbaanontwikkelingsbudget niet als verplichting in de balans opgenomen. Sité beschouwt het loopbaanontwikkelingsbudget als een onderdeel van de normale jaarlijkse personeelslasten. En daarbij is het financieel belang minimaal. Over de afgelopen 5 jaar is het gemiddelde circa € 8 duizend per jaar.

Als WSW-deelnemer heeft Sité een obligoverplichting. Deze obligoverplichting is gewijzigd. Sinds 1 juli 2021 onderscheidt het WSW een ‘jaarlijks obligo’ en een ‘gecommitteerd obligo’.

De gecommitteerde obligolening is een nieuw onderdeel van het borgstelsel van WSW en is een lening met een variabele hoofdsom (2,6% van de geborgde schuldpositie) waarop in beginsel niet getrokken wordt. Het WSW doet alleen een beroep op dit gecommitteerde obligo wanneer dat noodzakelijk is om zo middelen in liquide vorm beschikbaar te hebben voortvloeiend uit het risicovermogen in relatie tot geborgde verplichtingen. De maximale hoofdsom van de obligolening van Sité bedraagt ultimo 2023 € 5,7 miljoen (2022 € 5,4 miljoen). In 2023 is er geen trekking geweest waardoor de lening op 31 december 2023 nihil is. 

Het jaarlijks obligo geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Door middel van heffing van jaarlijks obligo blijft het risicovermogen van WSW op peil. Het jaarlijks obligo is maximaal 0,34% van het geborgd volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar (circa € 0,74 miljoen). Op basis van de prognose van het risicovermogen stelt WSW jaarlijks vast of en in welke mate inning van jaarlijks obligo benodigd is.

Sité heeft ultimo 2023 geen inkoop- en leaseverplichtingen.

​7. Toelichting op de winst- en verliesrekening

Netto Resultaat Exploitatie Vastgoedportefeuille ( x € 1000)

27. Huuropbrengsten

  2023 2022
Te ontvangen huur 56.620  55.642 
Af: huurderving wegens leegstand -410  -502 
Totaal 56.210  55.140 

De te ontvangen huur ten opzichte van het vorige boekjaar is onder andere gewijzigd als gevolg van de reguliere huurverhoging, de huurverhoging als gevolg van verbeteringen, het in exploitatie nemen van nieuwe eenheden, aankoop van woningen, verkoop van bestaande eenheden en de sloop van eenheden.

De totale huurderving bedroeg 0,72% (2022 = 0,90%) van de te ontvangen huur.

28. Opbrengsten servicecontracten

  2023 2022
Servicecontracten 4.437  3.071 
Af: derving servicecontracten wegens leegstand -59  -93 
Totaal 4.378  2.978 

29. Lasten servicecontracten

  2023 2022
Lasten servicecontracten -4.556  -3.148 
Toegerekende lasten servicecontracten -193  -198 
Totaal -4.749  -3.346 

30. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

  2023 2022
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -501  -566 
Toegerekende lasten verhuur en beheeractiviteiten -3.980  -4.047 
Totaal -4.481  -4.613 

31. Lasten onderhoudsactiviteiten

  2023 2022
Regulier onderhoud -16.680  -15.967 
Onderhoud vanuit renovatieprojecten -3.831  -7.968 
Toegerekende onderhoudsactiviteiten -3.286  -2.815 
Totaal -23.797  -26.750 

32. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

  2023 2022
Belastingen -2.032  -1.902 
Verzekeringen -425  -398 
Heffingen overheid -29  -3.495 
Totaal -2.486  -5.795 

De post Heffingen overheid 2023 bestaat uit de verhuurdersbijdrage.

Netto Gerealiseerd Resultaat Verkoop Vastgoedportefeuille ( x € 1.000)

33. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

  2023 2022
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 1.556  2.292 
Totaal 1.556  2.292 

De verkoopopbrengst bestaat in 2023 uit 1 woning met parkeerplaats, 1 bedrijfsonroerend goed, 8 terugkoop vanuit koopgarant waarvan er 2 doorverkocht zijn en 1 woning uit voorraad.

34. Toegerekende organisatiekosten

  2023 2022
Toegerekende organisatiekosten -90  -57 
Totaal -90  -57 

35. Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille

  2023 2022
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -1.442  -1.775 
Totaal -1.442  -1.775 

De boekwaarde bestaat in 2023 uit 1 woning met parkeerplaats, 1 eenheid bedrijfsonroerend goed, 8 terugkoop vanuit koopgarant waarvan er 2 doorverkocht zijn en 1 woning uit voorraad.

Waardeverandering Vastgoedportefeuille ( x € 1.000)

36. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille (x € 1.000)

  2023 2022
1. Dotatie voorziening verlieslatende contracten -16.835  -3.317 
2. Vrijval voorziening verlieslatende contracten 403  188 
3. Verlieslatende contracten aankoop -486  -78 
4. Verlieslatende contracten nieuwbouw -242  106 
Totaal -17.160  -3.101 

1. De dotatie aan de voorziening heeft betrekking op de projecten V-Blok, Bloemenbuurt Spoorzone, Keppeloord, de Kwekerij, Leerinkstraat (Sloop/nieuwbouw), Stationslocatie, Bronckhorstwoningen Steenderen/Baak en Leerinkstraat (Renovatie).

2. De vrijval heeft onder andere betrekking op de projecten V-Blok (Grex) en Drempt.

3. Verlieslatende contracten aankoop heeft betrekking op het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat en de aankoopwaarde van de aangekochte woningen die in verhuur zijn genomen.

4. De verlieslatende contracten nieuwbouw heeft betrekking op het project Wijnbergen.

37. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

  2023 2022
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -115.586  -43.844 
Totaal -115.586  -43.844 

De niet-gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille wordt veroorzaakt door de daling van de marktwaarde in verhuurde staat als gevolg van de huidige marktomstandigheden voor woningen en overige bedrijfsonroerend goed.

38. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille VOV

  2023 2022
Waardemutatie vastgoedportefeuille VOV -331  2.232 
Waardemutatie verplichting VOV 176  -1.188 
Totaal -155  1.044 

De per saldo negatieve waarde mutatie vastgoedportefeuille VOV en bijbehorende verplichting heeft betrekking op de waardeverandering als gevolg van marktomstandigheden.

Netto Resultaat Overige Activiteiten (x € 1.000)

39. Opbrengst overige activiteiten

  2023 2022
Vergoedingen administratie en transacties 281  174 
Totaal 281  174 

40. Overige organisatiekosten

  2023 2022
Algemene kosten -287  -425 
Kosten Raad van Commissarisen (incl. bezoldiging) -126  -115 
Heffingen overheid (obligo) -340  -158 
Toegerekende overige organisatiekosten -1.523  -1.145 
Totaal -2.276  -1.843 

41. Kosten omtrent leefbaarheid

  2023 2022
Leefbaarheid -218  -211 
Toegerekende kosten leefbaarheid -800  -738 
Totaal -1.018  -949 

Saldo Financiële Baten en Lasten (x € 1.000)

42. Wijzigingen in de waarde van financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren

  2023 2022
Vordering sociale koop -
Totaal -

43. Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten

  2023 2022
Agio lening Vestia 94 94
Totaal 94  94 

44. Rentelasten en soortgelijke kosten

  2023 2022
Langlopende schulden    
Rente leningen kredietinstellingen -5.174  -4.943 
Kortlopende schulden    
Rente schulden aan kredietinstellingen (disagio/afkoop) -5  -
Rente rekening-courant -2  -8 
Totaal -5.181  -4.951 

45. Belastingen

  2023 2022
Vennootschapsbelasting:    
Vorming latenties - -4.399 
Aanwending latenties -20  -575 
Winstbelasting huidig jaar -3.963  -2.022 
Winstbelasting voorgaande jaren -107  4.467 
Totaal -4.090  -2.529 

Resultaat

  2023 2022
Resultaat boekjaar -119.992  -37.825 
Totaal -119.992  -37.825 

Overige toelichtingen (x € 1.000)

Lonen en salarissen
Deze post is als volgt te specificeren:

  2023 2022
Lonen en salarissen -4.885  -4.608 
Totaal -4.885  -4.608 

Sité heeft gemiddeld over 2023 82,31 fte’s (2022 gemiddeld 80,61 fte’s). Eind 2023 zijn er 87,86 fte's die onder de CAO van woningcorporaties vallen (eind 2022 80,75 fte's) en hadden we eind 2023 nog 5 fte aan vacatures openstaan (eind 2022 4,89). Per 1 januari 2023 heeft een CAO verhoging van 2,4% plaatsgevonden.

Sociale lasten en pensioenlasten

  2023 2022
Sociale lasten -793  -733 
Pensioenlasten -627  -617 
Totaal -1.420  -1.350 

Bezoldiging
Voor de toelichting betreffende de bezoldiging van de Raad van Commissarissen en directeur-bestuurder wordt verwezen naar hoofdstuk 9.

Bedrijfslasten

  2023 2022
Afschrijvingen -369  -332 
Lonen en salarissen -4.885  -4.608 
Sociale lasten en pensioenen -1.420  -1.350 
Overige personeelskosten -2.032  -2.076 
Overige bedrijfslasten -2.257  -1.951 
Totaal -10.963  -10.317 

Verdeling bedrijfslasten naar verschillende activiteiten

  2023 2022
Lasten servicecontracten -193  -198 
Lasten verhuur en beheersactiviteiten -4.657  -4.500 
Lasten onderhoudsactiviteiten -3.286  -3.077 
Lasten verkoop vastgoedportefeuille -90  -88 
Overige organisatiekosten -1.937  -1.687 
Leefbaarheid -800  -766 
Totaal -10.963  -10.317 

Voor het boekjaar 2023 is het totale honoraria voor BDO Audit & Assurance B.V. € 143 duizend inclusief btw. Het honoraria is te splitsen in de volgende posten:

  Accountant BDO 2023
   
Totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening -125 
Totale honoraria voor andere controleopdrachten -18 
Totaal -143 

8a. Gescheiden balans voor resultaatbestemming DAEB en niet-DAEB

  DAEB   niet-DAEB  
Activa (x € 1.000) 31 december 2023 31 december 2022 31 december 2023 31 december 2022
Vaste activa        
Vastgoedbeleggingen        
DAEB vastgoed in exploitatie 955.544  1.045.872  - -
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie - - 61.480  67.755 
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 29.467  30.974  10.393  11.127 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 7.340  4.521  - -
Totaal van vastgoedbeleggingen 992.351  1.081.367  71.873  78.882 
         
Materiële vaste activa        
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 2.759  2.792  - -
Totaal van materiële vaste activa 2.759  2.792  - -
Financiële vaste activa        
Aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van deelneming in groepsmaatschappijen 70.893  75.921  - -
Overige vorderingen 122  123  - -
Totaal van financiële vaste activa 71.015  76.044  - -
         
Totaal van vaste activa 1.066.125  1.160.203  71.873  78.882 
         
Vlottende activa        
Voorraden        
Vastgoed bestemd voor de verkoop 320  332  - 249 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop - - 1.272  1.272 
Totaal van voorraden 320  332  1.272  1.521 
         
Vorderingen        
Huurdebiteuren 1.111  1.032  38  52 
Vorderingen op groepsmaatschappijen - - 6.710  4.794 
Latente belastingvorderingen 39  43  193  193 
Overige vorderingen 274  43  - -
Overlopende activa 66  3.458  218 
Totaal van vorderingen 1.490  4.576  6.942  5.257 
         
Liquide middelen - -
         
Totaal van vlottende activa 1.811  4.909  8.214  6.778 
         
Totaal van activa 1.067.936  1.165.112  80.087  85.660 
  DAEB   niet-DAEB  
Passiva ( x € 1.000) 31 december 2023 31 december 2022 31 december 2023 31 december 2022
         
Eigen vermogen        
Herwaarderingsreserves 524.680  636.222  20.858  26.728 
Overige reserves 382.041  308.324  55.063  50.495 
Resultaat na belastingen van het boekjaar -119.992  -37.825  -5.028  -1.302 
Totaal van eigen vermogen 786.729  906.721  70.893  75.921 
         
Voorzieningen        
Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen 15.752  2.709  - -
Latente belastingverplichtingen 3.973  3.957  93  93 
Totaal van voorzieningen 19.725  6.666  93  93 
         
Langlopende schulden        
Schulden aan banken 218.651  211.136  - -
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 23.471  24.605  8.890  9.497 
Overige schulden 73  523  93  78 
Totaal van langlopende schulden 242.195  236.264  8.983  9.575 
         
Kortlopende schulden        
Schulden aan banken 2.732  3.445  - -
Schulden aan leveranciers en handelskredieten 1.107  802  - -
Schulden aan groepsmaatschappijen 6.710  4.794  - -
Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen 3.085  1.893  48  -
Vooruitontvangen subsidies 274  - - -
Overlopende passiva 5.379  4.527  70  71 
Totaal van kortlopende schulden 19.287  15.461  118  71 
         
Totaal van passiva 1.067.936  1.165.112  80.087  85.660 

​8b. Winst- en verliesrekening DAEB en niet-DAEB

  DAEB   niet-DAEB  
Winst- en Verliesrekening (x € 1000) 2023 2022 2023 2022
Huuropbrengsten 52.626  51.655  3.584  3.485 
Opbrengsten servicecontracten 4.231  2.863  147  115 
Lasten servicecontracten -4.571  -3.216  -178  -130 
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -4.192  -4.315  -289  -298 
Lasten onderhoudsactiviteiten -22.831  -25.036  -966  -1.714 
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -2.300  -5.530  -186  -265 
Totaal van netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 22.963  16.421  2.112  1.193 
         
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 710  712  1.701  2.081 
Toegerekende organisatiekosten -85  -54  -5  -3 
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -663  -651  -1.442  -1.625 
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille -38  254  453 
         
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -17.160  -3.101  - -
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -108.826  -40.942  -6.952  -2.902 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden -123  822  -32  222 
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille -126.109  -43.221  -6.984  -2.680 
         
Opbrengst overige activiteiten 272  162  12 
Totaal van netto resultaat overige activiteiten 272  162  12 
         
Overige organisatiekosten -2.158  -1.740  -118  -103 
Kosten omtrent leefbaarheid -961  -897  -57  -52 
         
Wijzigingen in de waarde van financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren - - -
Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 94  94  - -
Rentelasten en soortgelijke kosten -5.181  -4.951  - -
Totaal van financiële baten en lasten -5.087  -4.851  - -
         
Totaal van resultaat voor belastingen -111.118  -34.119  -4.784  -1.177 
Belastingen -3.846  -2.404  -244  -125 
Resultaat uit deelnemingen -5.028  -1.302  - -
Totaal van resultaat na belastingen -119.992  -37.825  -5.028  -1.302 

​8c. Kasstroomoverzicht DAEB en niet-DAEB

  DAEB   niet-DAEB  
Kasstroomoverzicht ( x € 1.000) 2023 2022 2023 2022
Geldmiddelen begin boekjaar -4.425  -727  4.794  3.447 
Kasstroom uit operationele activiteiten        
Huurontvangsten 52.733  51.949  3.616  3.490 
Vergoedingen 3.594  2.394  154  119 
Overige bedrijfsontvangsten 75  84  48  23 
Saldo ingaande kasstromen 56.402  54.427  3.818  3.632 
         
Betalingen aan werknemers -5.402  -5.035  -370  -318 
Onderhoudsuitgaven -19.153  -23.610  -770  -1.366 
Overige bedrijfsuitgaven -9.909  -8.712  -698  -582 
Betaalde interest -5.092  -4.888  - -
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat -386  -137  -2  -2 
Verhuurdersheffing - -3.379  - -116 
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden -206  -214  -9  -8 
Vennootschapsbelasting 245  995  16  63 
Saldo uitgaande kasstroom -39.903  -44.980  -1.833  -2.329 
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten 16.499  9.447  1.985  1.303 
Kasstroom uit investeringsactiviteiten        
Verkoopontvangsten bestaande huur 843  717  656  1.443 
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) - 13  1.095  645 
Totaal van ontvangsten uit hoofde van vervreemding van MVA 843  730  1.751  2.088 
         
Nieuwbouw huur -18.426  -13.454  - -
Verbeteruitgaven -5.017  -5.069  -367  -796 
Aankoop -2.305  -308  -855  -501 
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop - - -598  -748 
Sloopuitgaven -70  -1.016    -
Investeringen overig -336  -211  - -
Totaal van verwerving van materiële vaste activa -26.154  -20.058  -1.820  -2.045 
Totaal van kasstroom uit investeringsactiviteiten -25.311  -19.328  -69  43 
Kasstroom uit financieringsactiviteiten        
Nieuwe te borgen leningen 20.892  12.500  - -
Saldo ingaande kasstromen 20.892  12.500  - -
         
Aflossing geborgde leningen -14.109  -6.317  - -
Saldo uitgaande kasstromen -14.109  -6.317  - -
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten 6.783  6.183  - -
Toename (afname) van geldmiddelen -2.029  -3.698  1.916  1.346 
         
Geldmiddelen aan het einde van de periode -6.453  -4.425  6.710  4.794 
Geldmiddelen vanuit schulden aan banken -6.454  -4.426  - -
Geldmiddelen vanuit liquide middelen 6.710  4.794 

9. Bezoldiging topfunctionarissen WNT-Verantwoording 2023

In onderstaande tabel is de bezoldiging van topfunctionarissen opgenomen in het kader van de Wet Normering Topinkomens over 2023 en 2022. De WNT is van toepassing op Sité Woondiensten. Het voor Sité Woondiensten toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2023 € 187.000,- (bezoldigingsmaximum Klasse F Woningcorporatie).

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.

Gegevens 2023  
bedragen x € 1  
Naam E. Birkenhäger
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01/01 t/m 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 157.644
Beloningen betaalbaar op termijn 21.125
Subtotaal 178.769
   
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 187.000
   
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t.
Bezoldiging 178.769
   
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t.
Gegevens 2022  
bedragen x € 1  
Naam E. Birkenhäger
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2022 01/01 t/m 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 143.786
Beloningen betaalbaar op termijn 18.775
Subtotaal 162.561
   
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 181.000
   
Bezoldiging 162.561

De totale bezoldiging voor directeur-bestuurder E. Birkenhäger op grond van de WNT bedraagt: € 178.769. De beloning betaalbaar op termijn (pensioen) is alleen het werkgeversdeel.

Conform de regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen is Sité ingedeeld in F met een maximale bezoldiging van € 187.000. Er is geen overschrijding van de WNT bij directeur-bestuurder mevrouw E. Birkenhäger. 

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individueel toepasselijk drempelbedrag hebben ontvangen. 

Bezoldiging Toezichthoudende topfunctionarissen

In onderstaande tabel is de bezoldiging van Toezichthoudende topfunctionarissen opgenomen in het kader van de Wet Normering Topinkomens over 2023 en 2022.

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2023            
bedragen x € 1            
Naam E.C.M. de Jaeger J.S.M. Hendriksen S.W. Koster A.M.J. van Atteveld J. Sundaram J.J.P Smink
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01/01 t/m 31/12 01/01 t/m 19/03 01/01 t/m 31/12 01/01 t/m 31/12 01/01 t/m 31/12 27/03 t/m 31/12
             
Bezoldiging            
Bezoldiging 22.440 3.257 14.960 14.960 14.960 11.421
             
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 28.050 3.996 18.700 18.700 18.700 14.345
             
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 22.440 3.257 14.960 14.960 14.960 11.421
             
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
             
Gegevens 2022            
bedragen x € 1            
Functiegegevens E.C.M. de Jaeger J.S.M. Hendriksen S.W. Koster A.M.J. van Atteveld J. Sundaram  
Aanvang en einde functievervulling in 2022 Voorzitter Lid Lid Lid Lid  
  01/01 t/m 31/12 01/01 t/m 31/12 01/01 t/m 31/12 01/01 t/m 31/12 01/01 t/m 31/12  
             
Bezoldiging            
Bezoldiging 21.720 14.480 14.480 14.480 14.480  
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 27.150 18.100 18.100 18.100 18.100  

De uitgekeerde honorering in 2023 voor de Raad van Commissarissen heeft plaatsgevonden volgens de VTW beroepsregel en past binnen de bepalingen van de Wet Normering Topinkomens.

​10. Ondertekening van de jaarrekening

Ondertekening van de jaarrekening interim-bestuurder

De interim-bestuurder stelde op 31 mei 2024 de jaarrekening over 2023 op. 

Doetinchem, 31 mei 2024

P. Winterman

Ondertekening van de jaarrekening Raad van Commissarissen

De Raad van Commissarissen heeft in zijn vergadering van 31 mei 2024 het jaarverslag 2023 vastgesteld.

Doetinchem,

Naam Handtekening
Drs. E.C.M. (Edo) de Jaeger (voorzitter)  
   
   
A.M.J. (Lettie) van Atteveld MSc.  
   
   
Ir J. (Janarthanan) Sundaram  
   
   
J.J.P. (Janneke) Smink  

​11. Overige gegevens

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: de raad van commissarissen van Stichting Sité Woondiensten.

A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2023

Ons oordeel

Wij hebben de jaarrekening 2023 van Stichting Sité Woondiensten te Doetinchem gecontroleerd. 

Wij controleerden

De jaarrekening bestaande uit: 

  1. de balans per 31 december 2023;
  2. de winst-en-verliesrekening over 2023;
  3. en de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen.

Ons oordeel

Naar ons oordeel geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting Sité Woondiensten op 31 december 2023 en van het resultaat over 2023 in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de Wet normering topinkomens (WNT).

De basis van ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij zijn onafhankelijk van Stichting Sité Woondiensten zoals vereist in de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).  

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

B. Informatie ter ondersteuning van ons oordeel

Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter onderbouwing van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies. 

Materialiteit

Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op €18.700.000. De materialiteit is gebaseerd op 1,75% van de totale activa. Op basis van onze professionele oordeelsvorming hanteren wij een lager materialiteitsniveau dan voor de jaarrekening als geheel voor de in de jaarrekening verantwoorde (operationele) transactiestromen, inclusief hun hoedanigheid van zowel resultaatstromen als kasstromen, waarbij sprake is van een onderliggende ingaande dan wel uitgaande kasstroom. Dit lagere materialiteitsniveau is vastgesteld op €1.050.000 hetgeen gebaseerd is op 1,75% van het (genormaliseerd) totaal van huuropbrengsten en opbrengsten service contracten.

Voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie hebben wij de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2023.

Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn. 

Wij zijn met de raad van commissarissen overeengekomen dat wij aan de raad tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven €935.000 rapporteren, alsmede afwijkingen qua transactiestromen boven de €52.500 en kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve of WNT-redenen relevant zijn.

Controleaanpak continuïteit

Het bestuur van Stichting Sité Woondiensten heeft een beoordeling gemaakt van de mogelijkheid van de toegelaten instelling om haar continuïteit te handhaven. Hiertoe heeft het bestuur onder andere een meerjarenbegroting opgesteld (de prospectieve informatie). 

Daarnaast heeft het Bestuur op basis van de jaarrekening 2023 ratio’s berekend die gebaseerd zijn op het gezamenlijk  beoordelingskader van het Waarborgfonds van de Sociale Woningbouw (WSW) en de Autoriteit Woningcorporaties (Aw), deze ratio’s getoetst aan de door beide toezichthouders gestelde normen en beoordeeld of sprake is van mogelijke continuïteitsrisico’s. Op basis hiervan concludeert het bestuur (zoals toegelicht in hoofdstuk 7 van het bestuursverslag) dat de continuïteit van de stichting is gewaarborgd.

Wij hebben de volgende werkzaamheden verricht om risico’s met betrekking tot de continuïteit te identificeren en in te schatten en om vast te stellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is:

  • Wij hebben kennis genomen van de ratio’s zoals gepresenteerd in het bestuursverslag en hebben vastgesteld dat deze juist berekend zijn en dat deze voldoen aan de normen zoals bepaald door de toezichthouders. 
  • Wij hebben kennis genomen van de door het bestuur opgestelde begroting en hebben vastgesteld dat op basis van de in deze begroting gehanteerde veronderstellingen en uitgangspunten voldaan wordt aan de normen zoals bepaald door de toezichthouder.
  • Verder hebben wij kennis genomen van de borgingsbrief van het WSW op basis waarvan wij hebben vastgesteld dat de in deze brief opgenomen borgingsruimte – op basis van de kasstromen volgens voornoemde door het bestuur opgestelde begroting – toereikend is.
  • Tot slot hebben wij de continuïteitsveronderstelling en onderliggende uitgangspunten besproken met het bestuur en de raad van commissarissen. 

Onze controlewerkzaamheden hebben geen informatie opgeleverd die strijdig is met de veronderstellingen en aannames van het bestuur over de gehanteerde continuïteitsveronderstelling.  Wij hebben geen materiële onzekerheden omtrent de continuïteit geïdentificeerd.

Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen evenwel van invloed zijn op de continuïteit van de toegelaten instelling.  

Controleaanpak frauderisico’s en naleving wet- en regelgeving

Wij hebben risico’s geïdentificeerd en ingeschat op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening van Stichting Sité Woondiensten die het gevolg is van fraude. Wij hebben tijdens onze controle inzicht verkregen in de stichting en haar omgeving, de componenten van het interne beheersingssysteem, waaronder het risico-inschattingsproces, de wijze waarop het bestuur inspeelt op frauderisico’s en het interne beheersingssysteem monitort alsmede de wijze waarop de raad van commissarissen toezicht uitoefent en de uitkomsten daarvan. 

Wij hebben de opzet en de relevante aspecten van het interne beheersingssysteem en in het bijzonder de frauderisicoanalyse geëvalueerd alsook bijvoorbeeld de gedragscode, klokkenluidersregeling en incidentenregistratie. Wij hebben de opzet en het bestaan geëvalueerd en voor zover wij noodzakelijk achten, de werking getoetst van interne beheersmaatregelen gericht op het mitigeren van frauderisico’s

Als onderdeel van ons proces voor het identificeren van risico’s op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg is van fraude, hebben wij frauderisicofactoren overwogen met betrekking tot frauduleuze financiële verslaggeving, oneigenlijke toe-eigening van activa, omkoping en corruptie. Wij hebben geëvalueerd of deze factoren een indicatie vormden voor de aanwezigheid van het risico op afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude.  

In onze controle bouwen wij een element in van onvoorspelbaarheid. Ook hebben wij de uitkomst van andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen zijn die aanwijzing geven voor fraude of het niet-naleven van wet- en regelgeving. 

Wij hebben kennis genomen van de beschikbare informatie en om inlichtingen gevraagd bij het bestuur, het management en de raad van commissarissen. Hieruit volgden geen signalen of vermoedens van fraude die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang.

De door ons geïdentificeerde frauderisico’s en uitgevoerde specifieke werkzaamheden zijn als volgt: 

Er is een risico dat het bestuur de maatregelen van interne beheersing doorbreekt

Het bestuur bevindt zich in een unieke positie om fraude te plegen, omdat het in staat is de administratieve vastleggingen te manipuleren en frauduleuze financiële overzichten op te stellen door interne beheersingsmaatregelen te doorbreken die anderszins effectief lijken te werken.

Daarom besteden wij bij al onze controles aandacht aan het risico van het doorbreken van maatregelen van interne beheersing door het bestuur bij:

  • journaalposten en andere aanpassingen die tijdens het opstellen van de jaarrekening zijn gemaakt;
  • schattingen en schattingsprocessen;
  • significante transacties buiten het kader van de normale bedrijfsuitoefening.

Voor verdere informatie over onze controleaanpak van schattingen zoals opgenomen in de waardering van het vastgoed in exploitatie (marktwaardering en/of beleidswaarde) verwijzen wij naar de paragraaf “Kernpunten in onze controle”.

Controlewerkzaamheden en waarnemingen

Wij hebben:

  • de opzet en het bestaan geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing in de processen voor het genereren en verwerken van journaalposten en het maken van schattingen, uitgaande van een risico op doorbreking van dat proces;
  • het proces rondom de totstandkoming van financiële verslaggeving beoordeeld;
  • specifieke aandacht gegeven aan de toegangsbeveiligingen in het IT-systeem en de mogelijkheid dat hierin functiescheiding kan worden doorbroken;
  • journaalposten geselecteerd op basis van risicocriteria. Hierop zijn controlewerkzaamheden verricht, waarbij wij tevens aandacht hebben besteed aan significante transacties buiten de normale bedrijfsuitoefening;
  • controlewerkzaamheden verricht ten aanzien van belangrijke schattingen van het bestuur, waaronder de waardering van het vastgoed in exploitatie;
  • Voorts hebben wij door het bestuur gemaakte (significante) schattingen voor de waardering van lopende projecten gecontroleerd, inclusief een retrospectieve toetsing daarop;
  • de risicoparagraaf in het bestuursverslag geëvalueerd.

Onze werkzaamheden hebben niet geleid tot specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoedens van fraude ten aanzien van het doorbreken van de interne beheersing door het bestuur.

Er is een risico op het onttrekken van middelen aan de organisatie als gevolg van het maken van (te hoge) prijsafspraken met leveranciers en mogelijk daarmee samenhangende kickbacks

Door het maken van (te hoge) prijsafspraken kan sprake zijn van het onrechtmatig onttrekken van middelen aan de stichting en een te hoge verantwoording van onderhouds-/projectuitgaven en kosten.

Hiermee samenhangend bestaat tevens het risico dat kickbacks zijn betaald aan medewerkers.

Controlewerkzaamheden en waarnemingen

Wij hebben:

  • de opzet en het bestaan geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing in de processen voor het aangaan van significante aanbestedingen/verplichtingen voor planmatig onderhouds- en nieuwbouw projecten - inclusief daarbij behorende besluitvorming middels notulen en (andere) documentatie;
  • een spendanalyse uitgevoerd ter identificatie van significante crediteuren, waarbij we de marktconformiteit van de prijsvorming bij de aanbestedingen hebben getoetst;
  • een spendanalyse uitgevoerd ter beoordeling van transacties met verbonden partijen
  • specifieke aandacht gegeven aan de toegangsbeveiligingen in het IT-systeem en de mogelijkheid dat hierin functiescheiding kan worden doorbroken;
  • de inrichting van de betalingsorganisatie beoordeeld;
  • de risicoparagraaf in het bestuursverslag, waaronder de passage omtrent fraude risico’s geëvalueerd.

Onze werkzaamheden hebben ter zake niet geleid tot specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoedens van fraude.

Verondersteld frauderisico ten aanzien van de opbrengstenverantwoording

Op grond van onze beroepsregels gaan wij uit van een verondersteld frauderisico ten aanzien van de opbrengstenverantwoording. Bij Stichting Sité Woondiensten bestaan de opbrengsten uit:

  • Huuropbrengsten en opbrengst servicecontracten: sprake is van een veelvoud aan kleine, vrijwel identieke transacties, die maandelijks een reguliere stroom aan inkomsten genereren, vanuit een omvangrijke groep afnemers. Het aantal transacties is hierbij gebaseerd op het aantal verhuurbare eenheden en de huurprijzen zijn gereguleerd, waardoor de bandbreedte waarin huurprijzen worden overeengekomen beperkt is. Afwijkingen en/of fouten op individuele basis leiden niet tot een materiële afwijking in de opbrengstverantwoording en derhalve zien wij terzake geen frauderisico van materieel belang.
  • Opbrengst verkopen vastgoed in exploitatie: De verantwoorde opbrengst van verkopen van vastgoed in exploitatie ziet toe op:  
    • transacties die gedurende het verslagjaar zijn afgesloten en primair de verkoop van sociale huurwoningen aan particuliere kopers betreffen. Vanuit de Woningwet en daaruit afgeleide verdere regelgeving in Btiv, Rtiv en beleidsregels van de Autoriteit woningcorporaties zijn nadere vereisten gesteld aan deze verkopen. In het kader van haar functie als toegelaten instelling is het naleven van deze wet- en regelgeving van fundamenteel belang voor de continuïteit van de corporatie en het voorkomen van sancties. Wij hebben vastgesteld dat de relevante bepalingen uit wet- en regelgeving  zijn nageleefd.  Hierdoor zien wij op dit punt geen frauderisico's van materieel belang.

Naleving overige wet- en regelgeving

In onze controle hebben wij werkzaamheden uitgevoerd om inzicht te krijgen in de voor toegelaten instellingen relevante wet- en regelgeving, waarvan het directe effect van materiële invloed kan zijn op verwerking in de jaarrekening. Daarbij hebben we een inschatting gemaakt van de risico’s welke samenhangen met het niet naleven van wet- en regelgeving, het materiële effect dat dit kan hebben op de jaarrekening beoordeeld en een beoordeling uitgevoerd op de interne procedures die de toegelaten instelling hanteert voor de naleving.

Wij hebben bij het bestuur, de Raad van Commissarissen en andere beleidsmedewerkers binnen de organisatie inlichtingen ingewonnen omtrent de naleving van de wet- en regelgeving. Verder hebben wij de correspondentie met externe toezichthouders, waaronder het WSW en de Aw geëvalueerd op mogelijke indicaties voor niet-naleving van voorschriften. 

Uit onze werkzaamheden volgden geen signalen van niet-naleving van wet- en regelgeving die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang

De kernpunten van onze controle

In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het meest belangrijk waren tijdens onze controle van de jaarrekening. De kernpunten van onze controle hebben wij met de raad van commissarissen gecommuniceerd, maar vormen geen volledige weergave van alles wat is besproken.

 Wij hebben onze controlewerkzaamheden met betrekking tot deze kernpunten bepaald in het kader van de jaarrekeningcontrole als geheel. Onze bevindingen ten aanzien van de individuele kernpunten moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen over deze kernpunten.

Waardering vastgoed in exploitatie op marktwaarde in verhuurde staat gebaseerd op de full-versie

Het vastgoed in exploitatie bedraagt per
31 december 2023 € 1.017.024.000  wat neerkomt op 95% van het balanstotaal van Stichting Sité Woondiensten.

Het vastgoed in exploitatie moet volgens de Woningwet worden gewaardeerd tegen marktwaarde in verhuurde staat. Stichting Sité Woondiensten waardeert het vastgoed in exploitatie volgens de full-versie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ als toegelicht op pagina 90-96 van de jaarrekening.

Bij toepassing van de full versie worden vrijheidsgraden gebruikt om te komen tot de marktwaarde in verhuurde staat op complexniveau. De vrijheidsgraden worden bepaald op basis van de oordeelsvorming van het bestuur.

Conform de vereisten uit het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde heeft Stichting Sité Woondiensten externe taxateurs ingeschakeld voor het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat van de individuele vastgoedbeleggingen. De externe taxateurs zijn aangesteld door het bestuur en voeren hun werkzaamheden uit in overeenstemming met de standaarden zoals opgelegd door de NRVT (Nederlands Register Vastgoed Taxateurs).

Voor de waardering van het vastgoed in exploitatie volgens de full-versie van het handboek zijn de mutatiegraad, disconteringsvoet, leegwaarde en de markthuur belangrijke assumpties die door het bestuur moeten worden ingeschat en die een belangrijke impact kunnen hebben op de uitkomst van de waardering. De door het bestuur ingeschatte vrijheidsgraden zijn gevalideerd door de externe taxateurs op basis van beschikbare marktinformatie en transacties.

Door de significantie van deze post voor de jaarrekening én de inherent hoge mate van subjectiviteit van bovengenoemde assumpties in de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat, hebben wij de waardering van vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat aangemerkt als kernpunt in onze controle.

Onze controleaanpak en observaties

Wij hebbende de opzet en het bestaan van de administratieve organisatie en de interne beheersingsmaatregelen voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat vastgesteld.

Controle input

Onze controlewerkzaamheden bestonden onder meer uit het vaststellen van de naleving van de bepalingen uit het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’, peildatum 31 december 2023, waaronder begrepen de inschatting door het bestuur van relevante vrijheidsgraden.

Wij hebben de juistheid van de objectgegevens die ten grondslag liggen aan de berekening van de waardering (‘input in het rekenmodel’) gecontroleerd.

Controle throughput

Wij hebben vastgesteld dat de marktwaarde in verhuurde staat is berekend middels een gecertificeerd rekenmodel (verificatie van de ‘throughput’). Wij hebben vastgesteld dat Stichting Sité Woondiensten aanvullend interne beheersingsmaatregelen heeft doorgevoerd om te komen tot een betrouwbare uitkomst van de marktwaarde uit dit model.

Controle output

Wij hebben de competentie en onafhankelijkheid van de externe taxateurs vastgesteld en de uitkomsten van de door de externe taxateurs uitgevoerde waarderingen gecontroleerd. Daarbij is de taxatiecyclus gehanteerd zoals voorgeschreven door het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’. Wij hebben vastgesteld dat de door Stichting Sité Woondiensten toegepaste vrijheidsgraden gevalideerd zijn door de externe taxateurs.

Voor het controleren van de uitkomsten (‘output’) en de gehanteerde veronderstellingen bij de waardering hebben wij gebruik gemaakt van onze vastgoed waarderingsdeskundigen.

Daarnaast hebben wij gecontroleerd of de toelichting op het vastgoed in exploitatie in de jaarrekening toereikend is. Hierbij is vastgesteld dat de schattingsonzekerheid adequaat door het bestuur is uiteengezet.

Observaties

Op basis van de door ons uitgevoerde controlewerkzaamheden hebben wij bij de waardering van het vastgoed in exploitatie geen materiële afwijkingen geconstateerd. 

Bepaling en toelichting beleidswaarde vastgoed in exploitatie

Volgens RJ645 moet in de toelichting de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie worden vermeld. Op pagina 115 van de jaarrekening is deze beleidswaarde toegelicht.

De beleidswaarde is een belangrijke parameter voor de bepaling van financiële ratio’s van Stichting Sité Woondiensten gebaseerd op de Aw/WSW-normen, en deze vormt daarmee een uitgangspunt voor de beoordeling van de financiële positie (inclusief de continuïteitsveronderstelling) in de jaarrekening.

De beleidswaarde wordt bepaald door vier uitgangspunten in de marktwaardebepaling aan te passen naar het feitelijke beleid van de woningcorporatie, conform voorgeschreven veronderstellingen.

Bij de bepaling van de beleidswaarde heeft het bestuur een aantal significante schattingen moeten maken, wat significante effecten heeft op de waardering en daaruit voortvloeiende financiële ratio’s. Derhalve hebben wij de beleidswaarde in exploitatie als kernpunt in onze controle aangemerkt.

Onze controleaanpak en observaties

Wij hebbende de opzet en het bestaan van de administratieve organisatie en de interne beheersingsmaatregelen voor de bepaling van de beleidswaarde vastgesteld.

Wij hebben vastgesteld dat het startpunt van de berekening van de beleidswaarde aansluit op de marktwaarde in verhuurde staat, alsmede dat voor het bepalen van de beleidswaarde gebruik is gemaakt van een gecertificeerd rekenmodel.

Voorts hebben wij vastgesteld dat:

  • De bepaling van de beleidswaarde is gebaseerd op het doorexploitatie scenario;
  • Streefhuren en huurverhogingen zijn gebaseerd op het eigen beleid;
  • De marktnormen voor onderhoud  vervangen zijn door meerjarige onderhoudsnormen gebaseerd op het eigen beleid;
  • De beheernormen vervangen zijn door meerjarige beheernormen gebaseerd op het eigen beleid.

Wij hebben gecontroleerd of voornoemd eigen beleid overeenkomst met onderliggende documentatie en beleidsdocumenten.

Daarnaast hebben wij gecontroleerd of de toelichting op de beleidswaarde in de jaarrekening toereikend is. Hierbij is vastgesteld dat de gevoeligheid in relatie tot de realiseerbaarheid van de uitkomsten adequaat door het bestuur is uiteengezet.

Observaties

Wij hebben vastgesteld dat de gehanteerde veronderstellingen voor het bepalen van de beleidswaarde aanvaardbaar zijn.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd

In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2023 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

C. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie

Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die bestaat uit:  

  • Bestuursverslag, inclusief Volkshuisvestelijk verslag, zoals opgenomen in hoofdstuk 1 tot en met 7 van dit jaarverslag; 
  • Verslag van de ondernemingsraad;
  • Verslag van de raad van commissarissen;
  • Vastgoedbezit in cijfers;
  • Overige gegevens en
  • Kengetallen.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

  • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
  • alle informatie bevat die op grond van artikel 36 en 36a van de Woningwet is vereist.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in rubriek A van het accountantsprotocol zoals opgenomen in bijlage 4 bij artikel 17 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag inclusief het volkshuisvestelijk verslag en de overige gegevens in overeenstemming met  artikel 36 en 36a van de Woningwet.

D. Verklaring betreffende overige door wet- of regelgeving gestelde vereisten

Benoeming

Wij zijn door de raad van commissarissen op benoemd als accountant van Stichting Sité Woondiensten vanaf de controle van het boekjaar 2015 en zijn sinds dat boekjaar de externe accountant.

Geen verboden diensten

Wij hebben geen verboden diensten als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang geleverd.

E. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het bestuur en de raad van commissarissen voor de jaarrekening

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de WNT.

In dit kader is het bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de toegelaten instelling in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van artikel 35 van de Woningwet moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de toegelaten instelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de toegelaten instelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

De raad van commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de toegelaten instelling.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. 

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerk-zaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Controleprotocol WNT 2023, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de toegelaten instelling;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
  • het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de toegelaten instelling haar activiteiten kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een toegelaten instelling haar continuïteit niet langer kan handhaven;
  • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en
  • het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Wij communiceren met de raad van commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. In dit kader geven wij ook een verklaring aan het auditcomité op grond van artikel 11 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang. De in die aanvullende verklaring verstrekte informatie is consistent met ons oordeel in deze controleverklaring.

Wij bevestigen aan de raad van commissarissen dat wij de relevante ethische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd. Wij communiceren ook met de raad over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen. Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening op basis van alle zaken die wij met de raad van commissarissen hebben besproken. Wij beschrijven deze kernpunten in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of in buitengewoon zeldzame omstandigheden wanneer het niet vermelden in het belang van het maatschappelijk verkeer is.

Enschede, 31 mei 2024

BDO Audit & Assurance B.V.
namens deze,


J.J. Herst RA

Statutaire resultaatbestemming

In de statuten van de Stichting Sité Woondiensten is geen bepaling opgenomen met betrekking tot de bestemming van het resultaat.

12. Kengetallen

Kengetallen over de vijf jaar ultimo boekjaar

Omschrijving 2023 2022 2021 2020 2019
Aantal verhuureenheden in exploitatie *          
Woningen 8.088  8.008  7.994  8.010  7.821 
Garages 526  526  526  526  526 
Overige verhuureenheden 427  432  436  450  449 
Totaal VHE in eigendom 9.041  8.966  8.956  8.986  8.796 
Aantal woningen naar prijsklasse          
Bereikbaar 7.144  7.113  7.473  7.086  7.017 
Niet bereikbaar (2023 > € 693,60) 944  895  521  924  804 
Prijs-/kwaliteitsverhouding          
Gemiddelde aantal punten WWS 153,9  153,5 153,5 153,8 153,0
Gemiddelde netto huurprijs (€) 573,89  571,42  555,63  556,03  540,54 
Het verhuren van woningen          
Mutatiegraad % 6% 7% 7% 8% 8%
Huurachterstand in % jaarhuur 0,97% 0,98% 0,98% 1,08% 1,06%
Huurderving in % jaarhuur 0,72% 0,90% 0,91% 0,88% 0,64%
           
Financiele continuiteit 2023 2022 2021 2020 2019
Solvabiliteit o.b.v marktwaarde 73,48% 77,47% 78,48% 76,23% 77,04%
Solvabiliteit o.b.v beleidswaarde 58,96% 59,90% 58,16% 54,86% 59,98%
Liquiditeit 0,28  0,65  0,56  0,58  0,55 
Rentabiliteit eigen vermogen -15,25% -4,17% 15,46% 6,89% 7,11%
Rentabiliteit vreemd vermogen excl. schuld VoV 2,06% 2,16% 2,23% 2,33% 2,80%
Rentabiliteit totaal vermogen -10,72% -2,81% 12,55% 5,74% 6,03%
Renteresultaat t.o.v. eigen vermogen -0,65  -0,54  -0,53  -0,64  -0,72 
Vrije ruimte per woning (€) 97.148  112.344  118.934  100.588  96.432 
Externe financiering per woning (€) 26.912  26.334  26.401  25.507  23.123 
Cash flow per woning (€) 1.642  1.050  612  1.400  786 
Rentedekkingsratio (ICR) 4,63  3,20  2,40  2,80  1,91 
Loan to Value o.b.v. marktwaarde 21% 19% 18% 20% 19%
Loan to Value o.b.v. beleidswaarde 34% 35% 37% 40% 38%
Dekkingsratio 20% 17% 21% 25% 24%
Balans, winst- en verliesrekening 2023 2022 2021 2020 2019
Eigen vermogen per woning (€) 97.271  113.227  119.397  100.728  96.077 
Overige voorzieningen per woning (€) 1.948  338  896  1.143  430 
Jaarresultaat per woning (€) -14.836  -4.723  18.465  6.942  6.829 
Formatieplaatsen 2023 2022 2021 2020 2019
Aantal formatieplaatsen ** 87,86  80,75  83,23  83,50  83,82 
Versie:
v6.2.23

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report