Spring naar inhoud

6. Toelichting op de balans

Activa (bedragen x € 1.000)

​Vaste activa

Vastgoedbeleggingen

  2024 2023
01. DAEB vastgoed in exploitatie 1.061.312  955.544 
02. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 67.047  61.480 
03. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 45.228  39.860 
04. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 2.225  7.340 
Totaal 1.175.812  1.064.224 

Het verloop van deze posten in 2024 is als volgt:

01. DAEB vastgoed in exploitatie

  2024 2023
Historische kostprijs 494.388  470.184 
Som van herwaardering 479.771  584.293 
Som van vermindering -18.615  -8.605 
Boekwaarde in verhuurde staat per 1 januari 955.544  1.045.872 
     
Mutaties in boekjaar:    
Opgeleverde eenheden 12.076  13.588 
Overboeking onrendabele top opgeleverde projecten -2.421   
Subtotaal 9.655  13.588 
     
Aangekochte eenheden 929  1.175 
Overige waardeverandering t.l.v. resultaat -181  -486 
Subtotaal 748  689 
     
Renovatie 6.033  1.656 
Overige waardeverandering t.l.v. voorziening -644  -933 
Subtotaal 5.389  723 
     
Investeringen 3.748  2.900 
Verkoop -413  -
Herclassificatie - 599 
Overige waardeverandering t.l.v. resultaat 86.641  -108.826 
     
Totaal mutaties 105.768  -90.328 
     
Historische kostprijs 513.950  494.388 
Som van herwaardering 558.877  479.771 
Som van vermindering -11.515  -18.615 
     
Boekwaarde in verhuurde staat per 31 december 1.061.312  955.544 

De post opgeleverde eenheden heeft betrekking op de projecten Keppeloord (12) en Beethovenlaan (35).

In 2024 zijn 2 woningen aangekocht en 2 BOG ruimtes.

De post renovatie heeft betrekking op de investeringscomponent binnen de (afgeronde) grootschalige renovatieprojecten, Leerinkstraat, Bronckhorst Baak/Steenderen, Van Enststraat/Remmelinkstraat/Seinhorststraat, Gaanderen en Brouwerskamp.

De investeringen hebben betrekking op de investeringen in het kader van EPA, sanering asbest en diverse overige (kleine) verbeteringen die onder deze categorie verantwoord zijn.

In 2024 zijn 3 woningen verkocht.

De post herclassificatie bestaat uit een aantal verschuivingen tussen verschillende soorten vastgoed en wordt hieronder verder uitgesplitst.

Specificatie herclassificatie 2024 2023
Activa overgeheveld van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden - 1.262 
Activa overgeheveld naar niet-DAEB vastgoed in exploitatie - -663 
  - 599 

02. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie

  2024 2023
Historische kostprijs 47.022  46.468 
Som van herwaardering 18.728  24.392 
Som van vermindering -4.270  -3.105 
Boekwaarde in verhuurde staat per 1 januari 61.480  67.755 
     
Mutaties in boekjaar:    
Investeringen 222  367 
Verkoop -674  -545 
Herclassificatie - 663 
Overige waardeverandering t.g.v. resp. t.l.v. resultaat 6.019  -6.760 
     
Totaal mutaties 5.567  -6.275 
     
Historische kostprijs 46.712  47.022 
Som van herwaardering 23.289  18.728 
Som van vermindering -2.954  -4.270 
     
Boekwaarde in verhuurde staat per 31 december 67.047  61.480 

In 2024 zijn 3 woningen en 1 parkeerplaats verkocht.

De investeringen hebben betrekking op de investeringen in het kader van EPA, sanering asbest en diverse overige (kleine) verbeteringen die onder deze categorie verantwoord zijn.

De post herclassificatie bestaat uit een aantal verschuivingen tussen verschillende soorten vastgoed en wordt hieronder verder uitgesplitst.

Specificatie herclassificatie 2024 2023
Activa overgeheveld van DAEB vastgoed in exploitatie - 663 
  - 663 

Analyse ontwikkeling marktwaarde 2023 – 2024
Conform de verplichting zoals opgenomen in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde is in onderstaand overzicht de ontwikkeling van de marktwaarde (DAEB en niet-DAEB) tussen 31 december 2023 en 31 december 2024 naar de samenstellende delen weergegeven.

     
Totaal marktwaarde 31-12-2023:   1.017.024.000
Af: Eenheden uit exploitatie:   -1.087.000
  sub-totaal 1.015.937.000
Methodische wijzigingen (software):   6.866.000
Mutatie in objectgegevens:   25.016.000
Marktontwikkeling:   69.657.000
Exploitatiebeperking:   -
  sub-totaal 101.539.000
Bij: Toegevoegde eenheden:   10.883.000
Totaal marktwaarde 31-12-2024:   1.128.359.000
     
Totaal DAEB: 1.061.312.000  
Totaal niet-DAEB: 67.047.000  
Totaal bezit: 1.128.359.000  

De marktwaarde ultimo 2024 bedraagt € 1.128.359.000. Dit is een stijging van € 111.335.000 ten opzichte van 2023.

De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving

De realisatie van de ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid. De mogelijkheden om vrijelijk door (complexwijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voorvloeiend uit de beoogde kwaliteits- en beheersituatie.

Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen-vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd. Er is een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is door middel van de bepaling van de beleidswaarde. 

Dit impliceert dat circa 48% van het totale eigen vermogen niet of eerst op lange termijn realiseerbaar is. Gezien de volatiliteit van (met name) de geleidswaarde, is dit aan fluctuaties onderhevig.

Beleidswaarde
De beleidswaarde beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van het bezit. Deze wordt voor de woongelegenheden bepaald op basis van een vastgestelde disconteringsvoet en voortdurende exploitatie van het huidig beleid. Voor niet-woongelegenheden en ZOG wordt verondersteld dat de beleidswaarde gelijk is aan de marktwaarde.

De beleidswaarde ultimo 2024 bedraagt € 897.192.000. Dit is een stijging van € 258.925.000 ten opzichte van 2023.

In onderstaande tabel is de ontwikkeling opgenomen van de beleidswaarde tussen 31 december 2023 en 31 december 2024. 

     
Totaal beleidswaarde 31-12-2023:   638.267.000 
Af: Eenheden uit exploitatie:   -944.000
  sub-totaal 637.323.000 
 Vastgoedgegevens:    32.567.000 
 Methodische wijzigingen :    225.711.000 
 Marktontwikkeling:    17.856.000 
 Parameters beleidswaarde:    -23.066.000 
 Overig:    -1.559.000 
    sub-totaal   251.509.000 
 Bij: Toegevoegde eenheden:    8.360.000 
 Totaal beleidswaarde 31-12-2024:    897.192.000
     

Voor de bepaling van de beleidswaarde 2024 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 

Gemiddelde streefhuur per maand  € 718,20 
Norm beheerslasten per maand  € 952,01 
Norm onderhoudslasten per maand  € 3.293,31 
Aantal eenheden met EFG label  506 eenheden 

Norm Beheer
De norm beheer is gebaseerd op de goedgekeurde begroting 2025 en meerjarenverkenning 2026 – 2034. Dit geeft een representatief karakter aan de langjarige norm voor beheer. 

Norm Onderhoud 
De goedgekeurde begroting 2025 en meerjarenverkenning 2026 -2034 is het uitgangspunt voor de berekening van de norm voor onderhoud. In deze norm is opgenomen het reguliere onderhoud voor instandhouding exclusief het onderhoud dat in de begroting is ingerekend voor toekomstige nieuwbouw en verkoop. Sloopcomplexen zijn in de norm meegenomen op basis van instandhouding.

De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:

  • Reparatie- en klachtenonderhoud   
  • Mutatieonderhoud
  • Contractonderhoud
  • Planmatig onderhoud

Voor de bepaling van de norm onderhoud is onderscheid gemaakt tussen:

Niet planmatig onderhoud
De in de meerjarenbegroting opgenomen geschatte lasten inzake reparatie- en klachtenonderhoud alsmede mutatie onderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenindex.

Planmatig onderhoud
Het planmatige onderhoud is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB) zoals opgenomen in Vastware (kort cyclisch onderhoud in een 10 jaarshorizon) en ons CO2 koersplan (lang cyclisch onderhoud in een 15 jaarshorizon). De MJOB gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.

De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht Sité conditiemetingen die periodiek worden geactualiseerd. Eens in de 3 jaar wordt ieder complex opgenomen. In 2024 zijn de conditiemetingen afgerond en zijn er geen woningen met een conditiescore slechter dan 4. In totaal heeft 91% een conditiescore van 2 of beter.

In de MJOB houdt Sité rekening met de volgende cycli:

Type Periodiciteit
Schilderwerk 7 jaar
Installaties CV 18 jaar
Dak vervanging 49 jaar
Voegwerk 42 jaar
Kozijnvervanging 49 jaar
Keukens 30 jaar
Badkamer 30 jaar
Toilet 30 jaar

De MJOB bestaat (op basis van Vastware en het CO2-Koersplan) uit de verschillende cycli van onderhoudswerksoorten per complex. In het gemiddelde onderhoud voor de komende 15 jaar is daarmee ook rekening gehouden met het lang cyclisch onderhoud (zoals bijvoorbeeld dakvervanging) dat in ons CO2-Koersplan op basis van woningtype en bouwjaar geraamd is. Geclusterd onderhoud dat in de financiële begroting als ingrijpende verbouwing is aangemerkt en uit dien hoofde als investering is verwerkt, wordt voor de bepaling van de beleidswaarde als onderhoud beschouwd en maakt als zodanig ook onderdeel uit van berekende norm voor onderhoud.

Op basis van een gemiddelde (berekend over de eerste 15 jaar) worden jaarlijks werkpakketten samengesteld om er enerzijds voor te zorgen dat de organisatorische capaciteit voldoende groot is voor de uitvoering en anderzijds dat er (zowel op- als neerwaarts) geen grote uitslagen in de jaarlijkse uitgaven ontstaan. Dit onder de randvoorwaarde dat de technische kwaliteit (instandhouding) op peil blijft. En daarbij worden ook de na te streven niveaus van klanttevredenheid nauwlettend gevolgd. Indien nodig wordt op complexniveau bijgestuurd waarbij de totale omvang van de onderhoudslast zoveel mogelijk stabiel wordt gehouden.

De berekende gemiddelde norm is daarmee ook representatief voor de periode vanaf jaar 16 en is daarom voor de gehele 60-jaar periode ingerekend.

EFG Label
Sité heeft nog 506 eenheden die een EFG label hebben. In de beleidswaarde is de verplichting met betrekking tot de EFG labels ingerekend. 

Sensitiviteitsanalyse
De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig. Teneinde inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst is de navolgende sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde 2024: 

Effect op de beleidswaarde Mutatie t.o.v. uitgangspunten Effect op de beleidswaarde (x €1.000)
Hogere streefhuur per maand  € 25,-  43.900 
Lagere streefhuur per maand  € 25,-  -54.312 
Hogere lasten onderhoud per jaar  € 100,-  -32.524 
Lagere lasten onderhoud per jaar  € 100,-  32.524 
Hogere lasten beheer per jaar  € 100,-  -32.524 
Lagere lasten beheer per jaar  € 100,-  32.524 

03. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

  2024 2023
Historische kostprijs 13.679 14.563
Herwaardering 26.181 27.538
Boekwaarde per 1 januari 39.860 42.101
     
Mutaties in het boekjaar:    
Terugkoop koopgarant - -1.910
Waardeverandering 5.368 -331
Subtotaal 5.368 -2.241
     
Historische kostprijs 13.679 13.679
Herwaardering 31.549 26.181
Boekwaarde per 31 december 45.228 39.860

Per 31 december 2024 betreft het aantal woningen verkocht onder voorwaarden 182 (2023: 182). Er worden geen woningen meer verkocht onder voorwaarden en in 2024 zijn geen woningen teruggekocht.  

04. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

  2024 2023
Aanschafwaarde per 1 januari 12.601  11.371 
Cumulatieve waardeverandering -5.261  -6.850 
Boekwaarde per 1 januari 7.340 4.521
     
Mutaties in het boekjaar:    
Investeringen 5.626  18.769 
Overheveling vanuit Vastgoed bestemd voor verkoop 323  -
Overheveling vanuit Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop 21  -
Opgeleverde huurwoningen naar DAEB vastgoed in exploitatie -12.436  -13.252 
Overboeking onrendabele top opgeleverde projecten 2.421   
Herwaardering ten laste van resultaat 1.605  -242 
Afwaardering ten laste van voorziening -2.675  -2.456 
Subtotaal -5.115  2.819 
     
Aanschafwaarde per 31 december 6.135  12.601 
Cumulatieve waardeverandering -3.910  -5.261 
     
Boekwaarde per 31 december 2.225  7.340 

De opgeleverde eenheden betreffen 12 eenheden van project Keppeloord en 35 eenheden aan de Beethovenlaan (2e flat).

Verzekeringen
De onroerende zaken in exploitatie zijn verzekerd tegen brand- en stormschade.

Zekerheden
Er zijn geen activa als zekerheid gesteld voor verstrekte leningen. Wel heeft het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) het recht van eerste hypotheek wat inhoudt dat het WSW hypotheek kan leggen op het onderpand dat is ingebracht bij het WSW.

Materiële vaste activa

05. Onroerende en roerende zaken ten dienste van exploitatie

  Huisvesting Automatisering Inventaris / Vervoer Totaal
Aanschafwaarde 3.045  964  340  4.349 
Cumulatieve afschrijvingen -926  -436  -228  -1.590 
Boekwaarde per 1 januari 2024 2.119  528  112  2.759 
         
Mutaties in boekjaar:        
Investeringen 31  85  217  333 
Afschrijvingen -127  -213  -46  -386 
Subtotaal -96  -128  171  -53 
         
Aanschafwaarde 3.076  1.049  557  4.682 
Cumulatieve afschrijvingen -1.053  -649  -274  -1.976 
Boekwaarde per 31 december 2024 2.023  400  283  2.706 

De investeringen in de rubriek huisvesting hebben te maken met de aanpassing van het toegangssysteem en uitbreiding laadpalen. De investeringen in rubriek automatisering hebben te maken met de aanschaf van hardware en software. De investeringen in de rubriek inventaris/vervoer hebben te maken met de aanschaf van 6 auto`s.

Financiële vaste activa

06. Overige vorderingen
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2024 31 december 2023
Te vorderen subsidies 92  -
Sociale koop 135  122 
Totaal 227  122 

Te vorderen subsidies

Het verloop van deze post is als volgt samengesteld:

  2024 2023
Saldo per 1 januari - -
     
Mutaties in het boekjaar:    
Toegezegde subsidie 48  -
Van kortlopende vordering 44  -
Saldo per 31 december 92  -

De nog te ontvangen subsidie heeft betrekking op de toegekende subsidieregeling in het kader van de Investeringsimpuls Verduurzaming Sociale Huurwoningen (de nog te ontvangen 20%) ten aanzien van de renovatieprojecten die ultimo 2024 in uitvoering of al uitgevoerd zijn.

Sociale koop

Het verloop van deze post is als volgt samengesteld:

  2024 2023
Saldo per 1 januari 122  123 
     
Mutaties in het boekjaar:    
Waardeverandering 13  -1 
Saldo per 31 december 135  122 

De vordering bestaat uit één verkoop Sociale Koop.

Vlottende activa

Voorraden
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2024 31 december 2023
07. Vastgoed bestemd voor de verkoop - 320 
08. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop 1.251  1.272 
Totaal 1.251  1.592 

07. Vastgoed bestemd voor de verkoop

  31 december 2024 31 december 2023
Overig - 0 perceel (2023: 1) - 320 
Totaal - 320 

Eind 2023 stond er 1 perceel in voorraad. Dit betreft 1 perceel grond aan de Kerkstraat te Drempt (kavels van de gesloopte eenheden Kerkstraat 57, 59 en 61). Deze staat nu verantwoord onder de post vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie. 

08 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop

  31 december 2024 31 december 2023
Aanschafwaarde 1.511  1.511 
Cumulatieve waardeverandering -239  -239 
Boekwaarde per 1 januari 1.272  1.272 
     
Mutaties in boekjaar:    
Overheveling naar Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie -21  -
Subtotaal -21  1.272 
     
Boekwaarde per 31 december 1.251  1.272 

In 2024 is een grondpositie in Gaanderen overgeheveld naar Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

Vorderingen
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2024 31 december 2023
09. Huurdebiteuren 1.141  1.149 
10. Latente belastingvorderingen 48  232 
11. Overige vorderingen 226  274 
12. Overlopende activa 1.715  67 
Totaal 3.130  1.722 

09. Huurdebiteuren

  31 december 2024 31 december 2023
Huurdebiteuren 1.521  1.532 
Af: voorziening dubieuze debiteuren -380  -383 
Saldo 1.141  1.149 

Specificatie huurdebiteuren

  Zittende huurders Vertrokken huurders Totaal
Saldo per 31 december 548  973  1.521 

Verloopoverzicht voorziening huurdebiteuren

  Totaal
Saldo per 31 december 2023 383 
Mutaties in boekjaar:  
Ontrekking -3 
Subtotaal -3 
Saldo per 31 december 2024 380 

Het saldo van de huurdebiteuren is de totale vordering op (vertrokken) huurders. De huurachterstand per 31 december 2024 van de zittende en vertrokken huurders, uitgedrukt in een percentage van het totaal van de netto huren, bedraagt voor 2024 1,08% (2023 0,97%).

10. Latente belastingvorderingen
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2024 31 december 2023
Latente belastingvordering VPB 48 232
Saldo 48 232

Voor een toelichting en nadere specificatie van de post latente belastingvordering Vpb wordt verwezen naar de aparte toelichting op de fiscale positie.

11. Overige vorderingen
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2024 31 december 2023
Overige debiteuren 54 57
Nog te ontvangen subsidies 173 217
Saldo 226 274

De nog te ontvangen subsidie heeft betrekking op de toegekende ISDE subsidie voor het renovatieproject Van Enststraat/Remmelinkstraat.

12. Overlopende activa
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2024 31 december 2023
Verzekering uitkering 386 44
Vooruitbetaalde bedragen 16  22
Rente -
Te vorderen VPB 1.287  -
Diversen 21  -
Saldo 1.715 67

13. Liquide middelen
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2024 31 december 2023
Kas
Banken 3.341  254 
Totaal 3.342  255 

De kredietfaciliteit bij de huisbankier Rabobank is ultimo 2024 € 4,0 miljoen voor rekening-courant. Ultimo 31-12-2024 is voor € 0,1 miljoen gebruik gemaakt van de kredietfaciliteit. Dit betreft een afgegeven bankgarantie aan de Gemeente Doetinchem.

Het rentepercentage is gebaseerd op de 1-mnds euribor met een opslag van 1,30%. De gemiddelde debetrente over 2024 komt hierdoor uit op 4,86%. Jaarlijks ontvangt de kredietverstrekker de beoordeling kredietwaardigheid van het WSW alsmede het borgingsplafond.

Passiva

Eigen vermogen

  31 december 2024 31 december 2023
14. Herwaarderingsreserves 613.715  524.680 
15. Overige reserves 173.014  382.041 
16. Resultaat na belastingen van het boekjaar 102.956  -119.992 
Saldo per 31 december 889.685  786.729 

14. Herwaarderingsreserves
De herwaarderingsreserve wordt gevormd door het verschil tussen de marktwaarde en de stichtingskosten van het vastgoed en geeft het deel van het eigen vermogen weer dat in de toekomst nog moet worden gerealiseerd. Een gedeelte daarvan wordt echter als nimmer te realiseren beschouwd, omdat de corporatie niet de intentie heeft om al haar vastgoed te verkopen zoals in de marktwaardeberekening wel als uitgangspunt wordt gehanteerd. 

Het verloop van deze post is als volgt samengesteld: 

  2024 2023
Saldo per 1 januari 524.680  636.222 
Mutaties in het boekjaar:    
Mutatie boekjaar: 89.035  -111.542 
Saldo mutaties 89.035  -111.542 
     
Saldo per 31 december 613.715  524.680 

15. Overige reserves 

Het verloop van deze post is als volgt samengesteld

  2024 2023
Saldo per 1 januari 382.041  308.324 
Mutaties in het boekjaar:    
Herwaarderingsreserve -89.035  111.542 
Resultaatbestemming voorgaand boekjaar -119.992  -37.825 
Saldo mutaties -209.027  73.717 
Saldo per 31 december 173.014  382.041 

16. Resultaat na belasting van het boekjaar 
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2024 31 december 2023
Resultaat na belastingen. 102.956  -119.992 
Saldo per 31 december 102.956  -119.992 

Voorstel resultaatbestemming 
Het voorstel is om het resultaat over 2024 ad € 102.956.000 toe te voegen aan de overige reserves.

Voorzieningen 
Deze post is als volgt samengesteld: 

  31 december 2024 31 december 2023
17. Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen  17.626   15.752 
18. Latente belastingverplichtingen  3.965   4.066 
Totaal  21.591   19.818 

17. Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2024 31 december 2023
Saldo per 1 januari 15.752  2.709 
     
Mutaties in het boekjaar:    
Dotaties 9.482  16.835 
Onttrekkingen in mindering op vastgoed in exploitatie -644  -933 
Onttrekkingen in mindering op vastgoed in ontwikkeling -2.675  -2.456 
Vrijval -4.289  -403 
Saldo 1.874  13.043 
Saldo per 31 december 17.626  15.752 

Voor een toelichting op de dotatie en de vrijval wordt verwezen naar de toelichting op de post 'overige waardeveranderingen' in de resultatenrekening. De dotatie van project Noaberhoek vraagt een extra toelichting: indien de huurovereenkomst voor dit project niet voor 1 mei 2025 is getekend komt het investeringsbesluit (en daarmee de interne formalisatie) te vervallen. Dit kan betekenen dat de gevormde voorziening (5,4 mln) vrij dient te vallen. De onttrekkingen in mindering op vastgoed in exploitatie hebben betrekking op de projecten Brouwerskamp en Steenderen/Baak. De onttrekkingen in mindering op vastgoed in ontwikkeling hebben met name betrekking op de projecten V-Blok, en Heideslag. 

Voor zover het saldo van de investeringen in de projecten waar een voorziening voor is gevormd het toelaten, is de voorziening in mindering gebracht op de posten 'Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie', Vastgoed in exploitatie en 'Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop'. Indien van toepassing wordt de getroffen voorziening voor sloop in mindering gebracht op de post Vastgoed in exploitatie.

18. Voorziening latente belastingverplichtingen

Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2024 31 december 2023
18. Latente belastingverplichtingen  3.965   4.066 
Totaal  3.965   4.066 

Het langlopende deel van de latente belastingvorderingen (€ 426.000 ultimo 2024) wordt gesaldeerd met de latente belastingverplichtingen. Ultimo boekjaar bedraagt de fiscale onderhoudsvoorziening 18,9 miljoen. De voorziening heeft een horizon van 10 jaar. Voor onttrekkingen de komende 10 jaar in deze voorziening wordt een passieve latentie opgenomen.

19. Schulden aan banken 

Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2024 31 december 2023
Saldo per 1 januari 221.637  214.948 
     
Mutaties in het boekjaar:    
Agio (m.b.t. Vestia lening) -95  -94 
Nieuwe leningen 22.000  21.392 
Mutatie flex roll-over -9.100  -500 
Aflossingen -4.291  -14.109 
Saldo 8.514  6.689 
Saldo per 31 december 230.151  221.637 
Af: naar kortlopende schulden, agio- verplichting komend jaar -95  -95 
Af: naar kortlopende schulden, aflossings- verplichting komend jaar -10.840  -2.891 
Totaal 219.216  218.651 

De leningen zijn opgenomen tegen de nominale waarde waarbij rekening is gehouden met een eventuele disagio of agio. De marktwaarde van de leningen is per 31-12-2024 € 222,7 miljoen. De marktwaarde van de leningen is verantwoord op basis van een treasury berekening gebaseerd op 6-maands Euribor.

Ultimo 2024 bestaat de leningen portefeuille voor € 223,4 miljoen uit leningen met een vaste rente en voor € 2,8 miljoen uit twee leningen van respectievelijk € 1,4 miljoen met een variabele rente van 3,282% en € 1,4 miljoen met een variabele rente van 3,372%. De rente op de lening met variabele rente wordt bepaald door de 1-maands euribor verhoogd met een vaste opslag van 0,38% en 0,35%. 

De aflossingsverplichtingen binnen 1 jaar zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. De opbouw van de leningportefeuille is t/m 1 jaar € 10,3 miljoen en voor 2 jaar t/m 5 jaar € 32,8 miljoen en langer dan 5 jaar € 183,2 miljoen.

De gemiddelde looptijd van de leningportefeuille is 17,1 jaar.

 De gemiddelde rentevoet van de uitstaande leningen bedraagt circa 2,46%. 

De leningen van de kredietinstellingen worden op basis van het annuïteitensysteem of ineens afgelost (fixe lening).

Alle leningen zijn voor 100% geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Er zijn geen complexen hypothecair bezwaard. Het WSW heeft het recht van eerste hypotheek wat inhoudt dat het WSW hypotheek kan leggen op het onderpand wat is ingebracht bij het WSW. Naast het WSW heeft de Rabobank voor een bedrag van € 4,0 miljoen het recht van hypotheek. De kredietfaciliteit bij de Rabobank bedraagt € 4,0 miljoen. De rente en aflossing van alle leningen eind 2024 worden door het WSW gegarandeerd. 

20. Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken VOV

  31 december 2024 31 december 2023
Saldo per 1 januari 32.361  34.102 
     
Mutaties in het boekjaar:    
Waardeverandering 2.895  -176 
Terugkoop koopgarant - -1.565 
Saldo 2.895  -1.741 
Saldo per 31 december 35.256  32.361 

Per 31 december 2024 betreft het aantal woningen verkocht onder voorwaarden 182 (2023: 182). Er worden geen woningen meer verkocht onder voorwaarden.

21. Overige schulden

  31 december 2024 31 december 2023
1. Waarborgsommen 121  100 
2. Vooruitontvangen subidies 1.500  66 
Totaal 1.621  166 

Deze post is als volgt samengesteld:

1. Waarborgsommen 

  31 december 2024 31 december 2023
Saldo per 1 januari 100  85 
Mutaties in het boekjaar:    
Toegevoegd 37  40 
Uitbetaald -16  -25 
Saldo 21  15 
Totaal 121  100 

2. Vooruitontvangen subsidies

  31 december 2024 31 december 2023
Saldo per 1 januari 340  516 
Mutaties in het boekjaar:    
Ontvangst 1.500  -
Onttrekking -193  -176 
Saldo 1.647  340 
Af: naar kortlopende schuld -147  -274 
Totaal 1.500  66 

Het kortlopende deel (€ 147.000) betreft de vooruit ontvangen subsidie in het kader van de regeling Investeringsimpuls Verduurzaming Sociale Huurwoningen. Het betreft een voorschot van 80% van de verleende subsidie, ontvangen in 2022. In 2024 is het voorschot deels in mindering gebracht op de renovatieprojecten die ultimo 2024 in uitvoering zijn. Het restant is gebracht naar kortlopend, dit heeft betrekking op de projecten die naar verwachting in 2025 worden opgeleverd. Het langlopende deel betreft de vooruit ontvangen MEER subsidie. 20% van de verleende subsidie is ontvangen in 2024 (€ 1.500.000) en heeft betrekking op projecten die in 2026 worden uitgevoerd.

Kortlopende schulden
Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2024 31 december 2023
22. Schulden aan banken 10.935  2.986 
23. Schulden aan leveranciers en handelskredieten 614  1.107 
24. Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen 1.494  3.133 
25. Overige schulden 147  274 
26. Overlopende passiva 5.909  5.449 
Totaal 19.099  12.949 

22. Schulden aan banken

  31 december 2024 31 december 2023
Aflossingsverplichting komend jaar 10.840  2.891 
Vrijval Agio komend jaar 95  95 
Totaal 10.935  2.986 

23. Schulden aan leveranciers en handelskredieten

  31 december 2024 31 december 2023
Schulden aan leveranciers en handelskredieten 614  1.107 
Totaal 614  1.107 

24. Belastingen en premies sociale verzekeringen en pensioenen

  31 december 2024 31 december 2023
Af te dragen BTW 1.171  2.122 
Af te dragen VPB - 797 
Loonheffing 167  103 
Pensioenen 62  41 
Sociale lasten 94  70 
Totaal 1.494  3.133 

25. Overige schulden

  31 december 2024 31 december 2023
Vooruitontvangen subsidie 147  274 
Totaal 147  274 

26. Overlopende passiva

  31 december 2024 31 december 2023
Te verrekenen service- en stookkosten 277  839 
Nog te betalen bedragen 1.959  1.124 
Personeelsvereniging 16  25 
Niet vervallen rente 2.597  2.497 
Vooruitontvangen huur 541  472 
Reservering vakantierechten en overuren 327  315 
Reservering Glasfonds 192  170 
Diversen -
Totaal 5.909  5.449 

Financiële instrumenten
Sité maakt geen gebruik van derivaten om het rente- en kasstroomrisico af te dekken. 

Algemeen
De belangrijkste financiële risico’s waaraan Sité onderhevig is zijn het marktrisico, valutarisico, het renterisico, het kredietrisico en het liquiditeitsrisico. Het financiële beleid van Sité is erop gericht om op de korte termijn de effecten van koers- en renteschommelingen op het resultaat te beperken en om op lange termijn de marktwisselkoersen en marktrentes te volgen. Sité maakt geen gebruik van financiële derivaten om de financiële risico’s die verbonden zijn aan bedrijfsactiviteiten te beheersen. 

Marktrisico
Sité beheerst het marktrisico door stratificatie aan te brengen in de portefeuille en limieten te stellen. 

Valutarisico
Sité voert alleen transacties in euro’s (€) uit en loopt geen valutarisico.

Renterisico
Sité loopt renterisico over de rentedragende vorderingen (met name onder financiële vaste activa) en rentedragende langlopende en kortlopende schulden. Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt de woningcorporatie risico ten aanzien van toekomstige kasstromen. Met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt Sité risico's over de marktwaarde.

Kredietrisico
Het gaat hierbij om het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen kunnen voldoen. Door het spreiden van transacties over verschillende financiële instellingen wordt getracht dit risico te beperken. Verder dienen de financiële instellingen te voldoen aan kredietwaardigheidseisen (rating). Dit is opgenomen in het treasurystatuut.

Liquiditeitsrisico
Het gaat hierbij om het risico dat over onvoldoende middelen wordt beschikt om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Dit geldt voor alle verplichtingen van Sité en haar tegenpartijen, ongeacht of dit nu crediteuren of financiële instellingen zijn. Sité heeft op verschillende manieren gewaarborgd dat zij altijd aan haar verplichtingen kan voldoen. 

Niet in de balans opgenomen informatie
In 2024 zijn opdrachten verstrekt inzake nieuwbouw- en renovatieprojecten die op 31 december 2024 nog niet geheel waren uitgevoerd en dus slechts ten dele gefactureerd en in 2024 verantwoord. De resterende verplichting op 31 december 2024 uit hoofde van deze opdrachten bedraagt circa € 35,8 miljoen waarvan € 31,5 miljoen een looptijd heeft van maximaal 1 jaar en € 4,3 miljoen een looptijd heeft van 2 tot 5 jaar. De verplichtingen ultimo 2024 zijn met name de projecten Gaanderen, Brouwerskamp V-Blok, Heideslag, de Kwekerij en Spoorzone.  

In het kader van de regeling Investeringsimpuls Verduurzaming Sociale Huurwoningen is in 2022 een voorschot van 80% van de verleende subsidie ontvangen. De 20% van de nog te ontvangen subsidie voor de renovatieprojecten die in 2024 nog niet in uitvoering zijn, bedraagt € 36.700. Daarnaast is er in 2024 in het kader van de Meer subsidie een voorschot ontvangen van 20% van de verleende subsidie. De 80% van de nog te ontvangen subsidie voor projecten die nog niet in uitvoering zijn bedraagt € 6.000.000.  

In 2024 is een nieuw huurcontract getekend voor de Blokhuislaan 250/252/254. Hierbij is Sité een verplichting aangegaan van € 75.000 ten behoeve van een investering.

Sité heeft de verplichtingen die ontstaan bij het uitkeren van jubileum-uitkeringen bij 12½, 25 en 40 jarig dienstverband en bij pensionering niet als verplichting in de balans opgenomen. Sité beschouwt de jubileum-uitkeringen als een onderdeel van de normale jaarlijkse personeelslasten. Deze visie wordt ondersteund door het feit dat de jubileum-uitkeringen min of meer gelijk over de jaren zijn verdeeld en hierbij geen 'pieken' zijn te onderscheiden. Daarbij zijn in het huidige arbeidsomgeving jubilea van meer dan 12½ jaar een grote uitzondering zodat het financieel belang minimaal is. In onderstaande tabel zijn de bedragen (contant) opgenomen van de verwachte jubileum-uitkeringen indien de huidige dienstverbanden doorlopen.

Jubileumuitkering bedragen x € 1,-  
2025 t/m 2029 49.950
2030 t/m 2034 73.894
2035 t/m 2039 32.747
Na 2040 71.491

Nederlandse pensioenregeling
De gehanteerde pensioenregeling van Sité is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW).

De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:

  • Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen.
  • Er is sprake van een middelloonregeling.
  • De pensioen(richt)leeftijd is 68 jaar.
  • De regeling kent zowel een partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd door middel van een opbouwregeling (uitkeringsovereenkomst). Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast. Deze was in 2024 gelijk aan 27% van de pensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor. Bij een lager verwacht rendement moet een hogere premie ingelegd worden om hetzelfde pensioen te financieren.
  • Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de consumentenprijsindex voor alle huishoudens. Voor actieve deelnemers geldt dat het bestuur streeft naar verhoging met de loonontwikkeling van de branche Woningcorporaties. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.

De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:

  1. Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling (en haar groepsmaatschappijen).
  2. De toegelaten instelling is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting.
  3. Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.

De dekkingsgraad eind december 2024 bedroeg 129,0% (2023: 128,8%) De beleidsdekkingsgraad (gemiddelde van 12 maanden) komt hiermee op 130,3% 

Eind 2019 had SPW niet de beschikking over de vereiste dekkingsgraad van ongeveer 126,6%. En daarom is in maart 2020 een nieuw herstelplan ingediend bij De Nederlandsche Bank (DNB). Op basis van de situatie eind 2019 verwacht SPW binnen de gestelde termijn van 10 jaar weer te beschikken over de wettelijk vereiste beleidsdekkingsgraad. Herstel moet vooral komen uit het beleggingsrendement. In het herstelplan 2020 zijn geen verlagingen van pensioenaanspraken nodig. Eind 2024 voldoet SPW wel aan de vereiste dekkingsgraad van 126,6%. 

Sité heeft de verplichting van het loopbaanontwikkelingsbudget niet als verplichting in de balans opgenomen. Sité beschouwt het loopbaanontwikkelingsbudget als een onderdeel van de normale jaarlijkse personeelslasten. En daarbij is het financieel belang minimaal. Over de afgelopen 5 jaar is het gemiddelde circa € 6 duizend per jaar.

Als WSW-deelnemer heeft Sité een obligoverplichting. Deze obligoverplichting is gewijzigd. Sinds 1 juli 2021 onderscheidt het WSW een ‘jaarlijks obligo’ en een ‘gecommitteerd obligo’.

De gecommitteerde obligolening is een onderdeel van het borgstelsel van WSW en is een lening met een variabele hoofdsom (2,6% van de geborgde schuldpositie) waarop in beginsel niet getrokken wordt. Het WSW doet alleen een beroep op dit gecommitteerde obligo wanneer dat noodzakelijk is om zo middelen in liquide vorm beschikbaar te hebben voortvloeiend uit het risicovermogen in relatie tot geborgde verplichtingen. De maximale hoofdsom van de obligolening van Sité bedraagt ultimo 2024 € 5,9 miljoen (2023 € 5,7 miljoen). In 2024 is er geen trekking geweest waardoor de lening op 31 december 2024 nihil is. 

Het jaarlijks obligo geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Door middel van heffing van jaarlijks obligo blijft het risicovermogen van WSW op peil. Het jaarlijks obligo is maximaal 0,34% van het geborgd volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar (circa € 0,77 miljoen). Op basis van de prognose van het risicovermogen stelt WSW jaarlijks vast of en in welke mate inning van jaarlijks obligo benodigd is.

Sité heeft ultimo 2024 geen inkoop- en leaseverplichtingen.

Gebeurtenis na balansdatum

Voorjaarsnota: besluit tot huurbevriezing

In april 2025 is in de Voorjaarsnota aangekondigd dat per 1 juli 2025 en per 1 juli 2026 een bevriezing van de huren in de gereguleerde huursector zal gelden. Het betreft een politieke afspraak die op het moment van opmaken van deze jaarrekening nog niet is vastgelegd in wet- en regelgeving.

De marktwaarde in verhuurde staat en beleidswaarde van het vastgoed is bepaald op basis van onder meer de veronderstelling van jaarlijkse huurverhogingen. Indien de aangekondigde huurbevriezing daadwerkelijk in werking treedt, zal dit een neerwaarts effect hebben op de markt- en beleidswaarde van het vastgoed.

Daarnaast heeft de maatregel ook impact op financiële kengetallen in de toekomst, waaronder de Interest Coverage Ratio (ICR). De ICR is een belangrijke ratio voor de borging door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en wordt mede bepaald op basis van de operationele kasstroom. Omdat de huurinkomsten door de bevriezing achterblijven bij eerdere aannames, zal de ontwikkeling van de operationele kasstroom achterblijven en daarmee de ICR (eerder dan tot eind vorig jaar beoogd) onder druk komen te staan.

Naar aanleiding van het aangekondigde besluit is door Sité een scenarioanalyse uitgevoerd waarin de effecten van het uitblijven van huurverhogingen in 2025 en 2026 zijn doorgerekend. Uitgaande van het feit dat het huurbevriezingsscenario zich volledig voordoet, is de (potentiële) impact als volgt:

  •  De beleidswaarde per 31 december 2024 zou afnemen met 6,1% (€ 54,7 miljoen). En daarmee de LTV zou toenemen tot 26,87% (bij een grenswaarde van 70%).
  • De ICR in 2025 en 2026 met circa 0,24 tot 0,51 punten zal dalen ten opzichte van het basisscenario met reguliere huurindexaties tot het niveau van 1,89 tot 1,60 (bij een grenswaarde van 1,4).
  • De kasstroomontwikkeling vertraagt, wat gevolgen kan hebben voor geplande investeringen en schuldopbouw op middellange termijn. Wij onderzoeken op dit moment welke ingrepen in het geplande onderhoud, de verduurzaming en (nieuwbouw)investeringen de minste impact hebben op onze volkshuisvestelijke taak maar welke wel voldoende ingrijpen om de (financiële) continuïteit van Sité te bewaken.

Omdat het besluit ná balansdatum is genomen en op 31 december 2024 nog onzeker was, is deze gebeurtenis aangemerkt als een niet-aanpassingsgebeurtenis in de zin van Richtlijn RJ 160. Indien de maatregel formeel wordt bekrachtigd, zal de impact hiervan worden verwerkt in de verslaggeving over boekjaar 2025.