Spring naar inhoud

6. Toelichting op de balans

Activa (bedragen x € 1.000)

Vaste activa

Vastgoedbeleggingen

  2025 2024
01. DAEB vastgoed in exploitatie 1.162.429  1.061.312 
02. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 76.501  67.047 
03. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 48.000  45.228 
04. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 6.917  2.225 
Totaal 1.293.847  1.175.812 

Het verloop van deze posten in 2025 is als volgt:

01. DAEB vastgoed in exploitatie

  2025 2024
Historische kostprijs 513.950  494.388 
Som van herwaardering 558.877  479.771 
Som van vermindering -11.515  -18.615 
Boekwaarde in verhuurde staat per 1 januari 1.061.312  955.544 
     
Mutaties in boekjaar:    
Opgeleverde eenheden 21.213  12.076 
Overboeking onrendabele top opgeleverde projecten -2.388  -2.421 
Subtotaal 18.825  9.655 
Aangekochte eenheden 1.142  929 
Overige waardeverandering t.l.v. resultaat -607  -181 
Subtotaal 535  748 
Renovatie 6.786  6.033 
Overige waardeverandering t.l.v. voorziening - -644 
Subtotaal 6.786  5.389 
Investeringen 2.998  3.748 
Verkoop -1.195  -413 
Herclassificatie -4.134  -
Niet-gerealiseerde waardeverandering 77.302  86.641 
Totaal mutaties 101.117  105.768 
     
Historische kostprijs 541.709  513.950 
Som van herwaardering 631.296  558.877 
Som van vermindering -10.576  -11.515 
Boekwaarde in verhuurde staat per 31 december 1.162.429  1.061.312 

De post opgeleverde eenheden heeft betrekking op de projecten V-Blok (22), de Kwekerij (32) en Heideslag (deeloplevering 24).

In 2025 zijn 4 woningen aangekocht.

De post renovatie heeft betrekking op de investeringscomponent binnen de (afgeronde) grootschalige renovatieprojecten Muziekbuurt, Baak/Steenderen fase 2, Gaanderen en Brouwerskamp.

De investeringen hebben betrekking op de investeringen in het kader van EPA, sanering asbest en diverse overige (kleine) verbeteringen die onder deze categorie verantwoord zijn.

In 2025 zijn 8 woningen verkocht.

De post herclassificatie bestaat uit een aantal verschuivingen tussen verschillende soorten vastgoed en wordt hieronder verder uitgesplitst.

Specificatie herclassificatie 2025 2024
Activa overgeheveld van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 704  -
Activa overgeheveld naar niet-DAEB vastgoed in exploitatie -7.778  -
Activa overgeheveld van niet-DAEB vastgoed in exploitatie 2.940  -
  -4.134  -

02. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie

  2025 2024
Historische kostprijs 46.712  47.022 
Som van herwaardering 23.289  18.728 
Som van vermindering -2.954  -4.270 
Boekwaarde in verhuurde staat per 1 januari 67.047  61.480 
     
Mutaties in boekjaar:    
Aangekochte eenheden 393  -
Overige waardeverandering t.l.v. resultaat -111  -
Subtotaal 282  -
Renovatie -
Subtotaal -
     
Investeringen 332  222 
Verkoop -314  -674 
Herclassificatie 5.139  -
Niet-gerealiseerde waardeverandering 4.012  6.019 
Totaal mutaties 9.454  5.567 
     
Historische kostprijs 52.068  46.712 
Som van herwaardering 27.291  23.289 
Som van vermindering -2.858  -2.954 
Boekwaarde in verhuurde staat per 31 december 76.501  67.047 

In 2025 is er 1 woning aangekocht.

De investeringen hebben betrekking op de investeringen in het kader van EPA, sanering asbest en diverse overige (kleine) verbeteringen die onder deze categorie verantwoord zijn.

In 2025 zijn 2 woningen verkocht.

De post herclassificatie bestaat uit een aantal verschuivingen tussen verschillende soorten vastgoed en wordt hieronder verder uitgesplitst.

Specificatie herclassificatie 2025 2024
Activa overgeheveld van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 301  -
Activa overgeheveld van DAEB vastgoed in exploitatie 7.778  -
Activa overgeheveld naar DAEB vastgoed in exploitatie -2.940  -
  5.139  -

Ontwikkeling marktwaarde 2024 - 2025

Conform de verplichting zoals opgenomen in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde is in onderstaand overzicht de ontwikkeling van de marktwaarde (DAEB en niet-DAEB) tussen 31 december 2024 en 31 december 2025 naar de samenstellende delen weergegeven.

     
Totaal marktwaarde 31-12-2024:   1.128.358.996
Af: Eenheden uit exploitatie:   -1.509.018
  Subtotaal 1.126.849.978
Methodische wijzigingen (software):   236.126
Mutatie in objectgegevens:   31.764.686
Marktontwikkeling:   58.565.430
Exploitatiebeperking:    - 
  Subtotaal 90.566.242
Bij: Toegevoegde eenheden:   21.513.405
Totaal marktwaarde 31-12-2025:   1.238.929.625
     
Totaal DAEB:  1.162.428.933   
Totaal niet-DAEB:  76.500.692   
Totaal bezit: 1.238.929.625  


De marktwaarde ultimo 2025 bedraagt € 1.238.930.000. Dit is een stijging van € 110.571.000 ten opzichte van 2024.

De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

De realisatie van de ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid. De mogelijkheden om vrijelijk door (complexwijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan huurwoningen.

Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden.
Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voorvloeiend uit de beoogde kwaliteits- en beheersituatie.

Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen-vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd.
Er is een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is door middel van de bepaling van de beleidswaarde.

Dit impliceert dat circa 34% van het totale eigen vermogen niet of eerst op lange termijn realiseerbaar is. Gezien de volatiliteit van (met name) de beleidswaarde, is dit aan fluctuaties onderhevig.

Beleidswaarde 

De beleidswaarde beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van het bezit. Deze wordt voor de woongelegenheden bepaald op basis van een vastgestelde disconteringsvoet en voortdurende exploitatie van het huidig beleid. Voor niet-woongelegenheden en ZOG wordt verondersteld dat de beleidswaarde gelijk is aan de marktwaarde. 

De beleidswaarde ultimo 2025 bedraagt € 899.628.000. Dit is een stijging van € 2.436.000 ten opzichte van 2024. 

In onderstaande tabel is de ontwikkeling opgenomen van de beleidswaarde tussen 31 december 2024 en 31 december 2025.

Totaal beleidswaarde 31-12-2024:     897.192.000 
 Af: Eenheden uit exploitatie:    -1.548.000 
   Subtotaal 895.644.000 
 Vastgoedgegevens:    34.378.000 
 Methodische wijzigingen:    164.000 
 Marktontwikkeling:    -15.139.000 
 Parameters beleidswaarde:    -32.161.000 
 Overig:    2.295.000 
   Subtotaal -10.463.000 
 Bij: Toegevoegde eenheden:    14.447.000 
 Totaal beleidswaarde 31-12-2025:    899.628.000 

Voor de bepaling van de beleidswaarde 2025 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 

  2025 2024
Gemiddelde streefhuur per maand  € 751,48  € 718,20
Norm beheerslasten  € 856,85  € 952,01
Gemiddelde norm onderhoudslasten  € 3.625,03  € 3.293,31
Aantal eenheden met EFG label  578 eenheden  506 eenheden
Norm Beheer 

De norm beheer is gebaseerd op de goedgekeurde begroting 2026. Dit geeft een representatief karakter aan de langjarige norm voor beheer. 

Norm Onderhoud 

De goedgekeurde begroting 2026 en meerjarenverkenning 2027 -2035 is het uitgangspunt voor de berekening van de norm voor onderhoud. In deze norm is opgenomen het reguliere onderhoud voor instandhouding exclusief het onderhoud dat in de begroting is ingerekend voor toekomstige nieuwbouw en verkoop. Sloopcomplexen zijn in de norm meegenomen op basis van instandhouding. 

De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen: 

  • Reparatie- en klachtenonderhoud
  • Mutatieonderhoud
  • Contractonderhoud
  • Plannmatig onderhoud

Voor de bepaling van de norm onderhoud is onderscheid gemaakt tussen:

Niet planmatig onderhoud  

De in de meerjarenbegroting opgenomen geschatte lasten inzake reparatie- en klachtenonderhoud alsmede mutatie onderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenindex. 

Planmatig onderhoud 

Het planmatige onderhoud is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB) zoals opgenomen in de combinatie van onze begrotingsapplicatie Vastware en ons CO2 koersplan en kent een horizon van 60 jaar zoals ook in de Richtlijnen voor de bepaling van de beleidswaarde is voorgeschreven. De MJOB gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.

De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht Sité conditiemetingen die periodiek worden geactualiseerd. Eens in de 3 jaar wordt ieder complex opgenomen. In 2024 zijn de conditiemetingen afgerond en zijn er geen woningen met een lagere conditiescore dan 4. In totaal heeft 91% een conditiescore van 2 of hoger. 

In de MJOB houdt Sité rekening met de volgende cycli:

Type  Periodiciteit 
Schilderwerk  7 jaar 
Installaties CV  18 jaar 
Dak vervanging  49 jaar 
Voegwerk  42 jaar 
Kozijnvervanging  48 jaar 
Keukens  30 jaar 
Badkamer  30 jaar 
Toilet  30 jaar 

De MJOB bestaat uit de verschillende cycli van onderhoudswerksoorten per complex. Het onderhoud dat in de financiële begroting als ingrijpende verbouwing is aangemerkt en uit dien hoofde als investering is verwerkt, wordt voor de bepaling van de beleidswaarde als onderhoud beschouwd en maakt als zodanig ook onderdeel uit van berekende norm voor onderhoud. 

De eerste 15 jaar zijn de jaarbedragen voor diverse werksoorten geëgaliseerd om onrealistische theoretische pieken in de uitvoering te voorkomen. In praktijk worden jaarlijks werkpakketten samengesteld om er enerzijds voor te zorgen dat de organisatorische capaciteit voldoende groot is voor de uitvoering en anderzijds dat er (zowel op- als neerwaarts) geen grote uitslagen in de jaarlijkse uitgaven ontstaan. Dit onder de randvoorwaarde dat de technische kwaliteit (instandhouding) op peil blijft. En daarbij worden ook de na te streven niveaus van klanttevredenheid nauwlettend gevolgd. Indien nodig wordt op complexniveau bijgestuurd waarbij de totale omvang van de onderhoudslast zoveel mogelijk stabiel wordt gehouden.

EFG labels 

Sité heeft nog 578 eenheden die een EFG label hebben. In de beleidswaarde is de verplichting met betrekking tot de EFG labels ingerekend. 

Sensitiviteitsanalyse 

De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig. Teneinde inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst is de navolgende sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde 2025: 

Effect op de beleidswaarde  Mutatie t.o.v. uitgangspunten  Effect op de beleidswaarde
(x € 1.000) 
Hogere streefhuur per maand  € 25,-  42.237 
Lagere streefhuur per maand  € 25,-  -52.885 
Hogere lasten onderhoud per jaar  € 100,-  -31.963 
Lagere lasten onderhoud per jaar  € 100,-  31.963 
Hogere lasten beheer per jaar  € 100,-  -31.963 
Lagere lasten beheer per jaar  € 100,-  31.963 

03. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

  2025 2024
Historische kostprijs 13.679 13.679
Herwaardering 31.549 26.181
Boekwaarde per 1 januari 45.228 39.860
     
Mutaties in het boekjaar:    
Terugkoop koopgarant -1.666 -
Waardeverandering 4.438 5.368
Subtotaal 2.772 5.368
     
Historische kostprijs 12.970 13.679
Herwaardering 35.030 31.549
Boekwaarde per 31 december 48.000 45.228

Per 31 december 2025 betreft het aantal woningen verkocht onder voorwaarden 176 (2024: 182). Er worden geen woningen meer verkocht onder voorwaarden en in 2025 zijn 6 woningen teruggekocht.

04. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

  2025 2024
Aanschafwaarde per 1 januari 6.135  12.601 
Cumulatieve waardeverandering -3.910  -5.261 
Boekwaarde per 1 januari 2.225  7.340 
     
Mutaties in het boekjaar:    
Investeringen 24.389  5.626 
Overheveling vanuit Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop - 21 
Overheveling vanuit Vastgoed bestemd voor de verkoop - 323 
Overheveling naar Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop -110  -
Opgeleverde huurwoningen naar DAEB vastgoed in exploitatie -21.216  -12.436 
Overboeking onrendabele top opgeleverde projecten 2.388  2.421 
Terugname waardevermindering ten gunste van resultaat 770  1.605 
Afwaardering ten laste van voorziening -1.529  -2.675 
Subtotaal 4.692  -5.115 
     
Aanschafwaarde per 31 december 9.198  6.135 
Cumulatieve waardeverandering -2.281  -3.910 
Boekwaarde per 31 december 6.917  2.225 

De opgeleverde eenheden betreffen 22 eenheden van project V-Blok, 32 eenheden van project de Kwekerij en 24 eenheden (deeloplevering) van project Heideslag.

Verzekeringen

De onroerende zaken in exploitatie zijn verzekerd tegen brand- en stormschade.

Zekerheden

Er zijn geen activa als zekerheid gesteld voor verstrekte leningen. Wel heeft het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) het recht van eerste hypotheek wat inhoudt dat het WSW hypotheek kan leggen op het onderpand dat is ingebracht bij het WSW.

Materiële vaste activa

05. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

  Huisvesting Automatisering Inventaris / Vervoer Totaal
Aanschafwaarde 3.076  1.049  557  4.682 
Cumulatieve afschrijvingen -1.053  -649  -274  -1.976 
Boekwaarde per 1 januari 2.023  400  283  2.706 
         
Mutaties in boekjaar:        
Investeringen 123  819  945 
Afschrijvingen -130  -179  -117  -426 
Subtotaal -127  -56  702  519 
         
Aanschafwaarde 3.669  2.120  1.449  7.238 
Cumulatieve afschrijvingen -1.773  -1.776  -464  -4.013 
Boekwaarde per 31 december 1.896  344  985  3.225 

De investeringen in de rubriek huisvesting hebben te maken met de aanpassing van het toegangssysteem. De investeringen in rubriek automatisering hebben te maken met de aanschaf van hardware en de herinrichting van ons kantoor. De investeringen in de rubriek inventaris/vervoer hebben te maken met de herinrichting van ons kantoor en de aanschaf van een auto.

06. Overige vorderingen

Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2025 31 december 2024
Te vorderen subsidies 281  92 
Sociale koop 149  135 
Totaal 430  227 
Te vorderen subsidies

Het verloop van deze post is als volgt samengesteld:

  2025 2024
Saldo per 1 januari 92  -
     
Mutaties in het boekjaar:    
Toegezegde subsidie 281  48 
Naar kortlopende vorderingen -92  -
Van kortlopende vordering - 44 
Saldo per 31 december 281  92 

De nog te ontvangen subsidie heeft betrekking op de toegekende subsidieregeling in het kader van de MEER subsidie ten aanzien van de renovatieprojecten die ultimo 2025 uitgevoerd zijn.

Sociale koop

Het verloop van deze post is als volgt samengesteld:

  2025 2024
Saldo per 1 januari 135  122 
     
Mutaties in het boekjaar:    
Waardeverandering 14  13 
Saldo per 31 december 149  135 

De vordering bestaat uit één verkoop Sociale Koop.

Vlottende activa

Voorraden

Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2025 31 december 2024
07. Vastgoed bestemd voor de verkoop - -
08. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop 2.411  1.251 
Totaal 2.411  1.251 

07. Vastgoed bestemd voor de verkoop

  31 december 2025 31 december 2024
Terugkoop 2 woningen (2024: 0) 661  -
Doorverkoop - 2 woningen (2024: 0) -661  -
Totaal - -

In 2025 zijn twee woningen teruggekocht en weer verkocht.

08. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop

  31 december 2025 31 december 2024
Aanschafwaarde 1.490  1.511 
Cumulatieve waardeverandering -239  -239 
Boekwaarde per 1 januari 1.251  1.272 
     
Mutaties in boekjaar:    
Overheveling vanuit Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 110  -
Overheveling naar Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie - -21 
Herwaardering ten gunste van het resultaat 1.050  -
Subtotaal 1.160  -21 
Boekwaarde per 31 december 2.411  1.251 

De herwaardering ten gunste van het resultaat betreft de grondpositie Zelhemse broek. Naast de grondposities zijn de tot en met balansdatum bestede bedragen voor het te bouwen en vervolgens verkopen deel van het project Noaberhoek opgenomen onder Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop (€ 110.000). Omdat er nog geen getekende koopovereenkomst aanwezig is worden de bestede bedragen ultimo 2025 opgenomen onder Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop.

Vorderingen

Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2025 31 december 2024
09. Huurdebiteuren 1.054  1.141 
10. Latente belastingvorderingen - 48 
11. Overige vorderingen 147  226 
12. Overlopende activa 1.728  1.715 
Totaal 2.929  3.130 

09. Huurdebiteuren

  31 december 2025 31 december 2024
Huurdebiteuren 1.405  1.521 
Af: voorziening dubieuze debiteuren -351  -380 
Saldo 1.054  1.141 
Specificatie huurdebiteuren
  Zittende huurders Vertrokken huurders Totaal
Saldo per 31 december 497  908  1.405 
Verloopoverzicht voorziening huurdebiteuren
  Totaal
Saldo per 1 januari 380 
Mutaties in boekjaar:  
Ontrekking -29 
Subtotaal -29 
Saldo per 31 december 351 

Het saldo van de huurdebiteuren is de totale vordering op (vertrokken) huurders. De huurachterstand per 31 december 2025 van de zittende en vertrokken huurders, uitgedrukt in een percentage van het totaal van de netto huren, bedraagt voor 2025 0,96% (2024 1,08%).

10. Latente belastingvorderingen

Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2025 31 december 2024
Latente belastingvordering VPB  -   48 
Saldo  -   48 

Voor een toelichting en nadere specificatie van de post latente belastingvordering Vpb wordt verwezen naar de aparte toelichting op de fiscale positie.

11. Overige vorderingen

Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2025 31 december 2024
Overige debiteuren  35   53 
Nog te ontvangen subsidies  112   173 
Saldo  147   226 

De nog te ontvangen subsidie heeft betrekking op de toegekende Gelderse impuls subsidie.

12. Overlopende activa

Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2025 31 december 2024
Te verrekenen service- en stookkosten  10   - 
Verzekering uitkering  155   386 
Vooruitbetaalde bedragen  98   16 
Rente  57   5 
Te vorderen Vpb  1.184   1.287 
Diversen  224   21 
Saldo 1.728 1.715

13. Liquide middelen

Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2025 31 december 2024
Kas  1   1 
Banken  8.427   3.341 
Totaal 8.428  3.342 

De kredietfaciliteit bij de huisbankier Rabobank is ultimo 2025 € 4,0 miljoen voor rekening-courant. Ultimo 31-12-2025 is voor € 0,1 miljoen gebruik gemaakt van de kredietfaciliteit. Dit betreft een afgegeven bankgarantie aan de Gemeente Doetinchem.

Het rentepercentage is gebaseerd op de 1-mnds euribor met een opslag van 1,30%. De gemiddelde debetrente over 2025 komt hierdoor uit op 3,422%. Jaarlijks ontvangt de kredietverstrekker de beoordeling kredietwaardigheid van het WSW alsmede het borgingsplafond.

Passiva

Eigen Vermogen

  31 december 2025 31 december 2024
14. Herwaarderingsreserves 693.617  613.715 
15. Overige reserves 196.068  173.014 
16. Resultaat na belastingen van het boekjaar 98.665  102.956 
Saldo per 31 december 988.350  889.684 

14. Herwaarderingsreserves

De herwaarderingsreserve wordt gevormd door het verschil tussen de marktwaarde en de stichtingskosten van het vastgoed en geeft het deel van het eigen vermogen weer dat in de toekomst nog moet worden gerealiseerd. Een gedeelte daarvan wordt echter als nimmer te realiseren beschouwd, omdat de corporatie niet de intentie heeft om al haar vastgoed te verkopen zoals in de marktwaardeberekening wel als uitgangspunt wordt gehanteerd.

Het verloop van deze post is als volgt samengesteld:

  2025 2024
Saldo per 1 januari 613.715  524.680 
Mutaties in het boekjaar:    
Realisatie uit hoofde van verkoop -751  -418 
Toename uit hoofde van stijging van de marktwaarde 81.610  89.453 
Overige mutaties -957  -
Saldo mutaties 79.902  89.035 
Saldo per 31 december 693.617  613.715 

15. Overige reserves

Het verloop van deze post is als volgt samengesteld:

  2025 2024
Saldo per 1 januari 173.014  382.041 
Mutaties in het boekjaar:    
Herwaarderingsreserve -79.902  -89.035 
Resultaatbestemming voorgaand boekjaar 102.956  -119.992 
Saldo mutaties 23.054  -209.027 
Saldo per 31 december 196.068  173.014 

16. Resultaat na belastingen van het boekjaar

Deze post is als volgt samengesteld

  31 december 2025 31 december 2024
Resultaat na belastingen. 98.665  102.956 
Saldo per 31 december 98.665  102.956 
Voorstel resultaatbestemming

Het voorstel is om het resultaat over 2025 ad € 98.665.000 toe te voegen aan de overige reserves.

Voorzieningen

Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2025 31 december 2024
17. Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen 8.700  17.626 
18. Latente belastingverplichtingen 4.415  3.965 
Totaal  13.115   21.591 

17. Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen

Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2025 31 december 2024
Saldo per 1 januari 17.626  15.752 
Mutaties in het boekjaar:    
Dotaties 249  9.482 
Onttrekkingen in mindering op vastgoed in exploitatie -2.130  -644 
Onttrekkingen in mindering op vastgoed in ontwikkeling -1.529  -2.675 
Vrijval -5.516  -4.289 
Saldo -8.926  1.874 
Saldo per 31 december 8.700  17.626 

Voor een toelichting op de dotatie en de vrijval wordt verwezen naar de toelichting op de post 'overige waardeveranderingen' in de resultatenrekening. De gevormde voorziening voor het project Noaberhoek (3,0 mln) vraagt een extra toelichting: Er zijn een reeks onderling afhankelijke overeenkomsten, met daarin opschortende als ontbindende voorwaarden ten aanzien van de participatie van partijen. Deze worden komende periode nader ingevuld.
De onttrekkingen in mindering op vastgoed in exploitatie hebben betrekking op de projecten Brouwerskamp, Muziekbuurt en Steenderen/Baak fase 2. De onttrekkingen in mindering op vastgoed in ontwikkeling heeft met name betrekking op project Heideslag.
Voor zover het saldo van de investeringen in de projecten waar een voorziening voor is gevormd het toelaten, is de voorziening in mindering gebracht op de posten 'Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie', 'Vastgoed in exploitatie' en 'Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop'. Indien van toepassing wordt de getroffen voorziening voor sloop in mindering gebracht op de post Vastgoed in exploitatie.

18. Voorziening latente belastingverplichtingen

Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2025 31 december 2024
Saldo per 1 januari  4.391   4.391 
Dotatie  24   - 
Saldo  4.415   4.391 
Af: Langlopend deel latente belastingvordering  -   426-
Saldo per 31 december  4.415   3.965 

Voor een uitgebreide toelichting op de latente belastingen wordt verwezen naar de aparte toelichting op de fiscale positie. De latente belastingverplichtingen ultimo 2025 (€ 4.415.000) betreft de fiscale onderhoudsvoorziening van € 18.900.000.

19. Schulden aan banken

Het verloop van deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2025 31 december 2024
Saldo per 1 januari 230.151  221.637 
Mutaties in het boekjaar:    
Agio (m.b.t. Vestia lening) -95  -95 
Nieuwe leningen 39.500  22.000 
Mutatie flex roll-over - -9.100 
Aflossingen -10.840  -4.291 
Saldo 28.565  8.514 
Saldo per 31 december 258.716  230.151 
Af: naar kortlopende schulden, agio- verplichting komend jaar -96  -95 
Af: naar kortlopende schulden, aflossings- verplichting komend jaar -6.596  -10.840 
Totaal 252.024  219.216 

De leningen zijn opgenomen tegen de nominale waarde waarbij rekening is gehouden met een eventuele disagio of agio. De marktwaarde van de leningen is per 31-12-2025 € 252,3 miljoen. De marktwaarde van de leningen is gebasseerd op de berekening van het WSW.

Ultimo 2025 bestaat de leningen portefeuille voor € 252,1 miljoen uit leningen met een vaste rente en voor € 2,8 miljoen uit twee leningen van respectievelijk € 1,4 miljoen met een variabele rente van 2,315% en € 1,4 miljoen met een variabele rente van 2,301%. De rente op de lening met variabele rente wordt bepaald door de 1-maands euribor verhoogd met een vaste opslag van 0,38% en 0,35%.

De aflossingsverplichtingen binnen 1 jaar zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. De opbouw van de leningportefeuille is t/m 1 jaar € 6,0 miljoen en voor 2 jaar t/m 5 jaar € 35,4 miljoen en langer dan 5 jaar € 213,5 miljoen.

De gemiddelde looptijd van de leningportefeuille is 16,8 jaar.

De gemiddelde rentevoet van de uitstaande leningen bedraagt circa 2,33%.

De leningen van de kredietinstellingen worden op basis van het annuïteitensysteem of ineens afgelost (fixe lening).

Alle leningen zijn voor 100% geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Er zijn geen complexen hypothecair bezwaard. Het WSW heeft het recht van eerste hypotheek wat inhoudt dat het WSW hypotheek kan leggen op het onderpand wat is ingebracht bij het WSW. Naast het WSW heeft de Rabobank voor een bedrag van € 4,0 miljoen het recht van hypotheek. De kredietfaciliteit bij de Rabobank bedraagt € 4,0 miljoen. De rente en aflossing van alle leningen eind 2025 worden door het WSW gegarandeerd.

20. Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

  31 december 2025 31 december 2024
Saldo per 1 januari 35.256  32.361 
Mutaties in het boekjaar:    
Waardeverandering 2.493  2.895 
Terugkoop koopgarant -1.334  -
Saldo 1.159  2.895 
Saldo per 31 december 36.415  35.256 

Per 31 december 2025 betreft het aantal woningen verkocht onder voorwaarden 176 (2024: 182). Er worden geen woningen meer verkocht onder voorwaarden en in 2025 zijn 6 woningen teruggekocht.

21. Overige schulden

  31 december 2025 31 december 2024
1. Waarborgsommen 125  121 
2. Vooruitontvangen subidies 3.440  1.500 
Totaal 3.565  1.621 

Deze post is als volgt samengesteld:

1. Waarborgsommen
  31 december 2025 31 december 2024
Saldo per 1 januari 121  100 
Mutaties in het boekjaar:    
Toegevoegd 37 
Uitbetaald -5  -16 
Saldo 21 
Totaal 125  121 
2. Vooruitontvangen subidies
  31 december 2025 31 december 2024
Saldo per 1 januari 1.647  340 
Mutaties in het boekjaar:    
Ontvangst 4.500  1.500 
Onttrekking -1.202  -193 
Saldo 4.945  1.647 
Af: naar kortlopende schuld -1.505  -147 
Totaal 3.440  1.500 

In 2025 is in het kader van de MEER subsidie een bedrag van € 4,5 miljoen ontvangen. In 2025 zijn de ontvangen voorschotten deels in mindering gebracht op de renovatieprojecten die ultimo 2025 uitgevoerd of in uitvoering zijn.
Het gaat hierbij om € 80.000 in het kader van de Gelderse impuls subsidie en € 1.122.000 in het kader van de MEER subsidie. Het kortlopende deel bestaat uit subsidies voor renovatieprojecten die naar verwachting in 2026 uitgevoerd of in uitvoering zijn. Het gaat hierbij om € 66.800 in het kader van de Gelderse impuls subsidie en € 1.438.000 in het kader van de MEER susbidie.

Kortlopende schulden

Deze post is als volgt samengesteld:

  31 december 2025 31 december 2024
22. Schulden aan banken 6.692  10.935 
23. Schulden aan leveranciers en handelskredieten 949  614 
24. Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen 3.063  1.494 
25. Overige schulden 1.505  147 
26. Overlopende passiva 5.592  5.909 
Totaal 17.801  19.099 

22. Schulden aan banken

  31 december 2025 31 december 2024
Aflossingsverplichting komend jaar 6.596  10.840 
Vrijval Agio komend jaar 96  95 
Totaal 6.692  10.935 

23. Schulden aan leveranciers en handelskredieten

  31 december 2025 31 december 2024
Schulden aan leveranciers en handelskredieten 949  614 
Totaal 949  614 

24. Schulden ter zaken van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen

  31 december 2025 31 december 2024
Af te dragen BTW 2.708  1.171 
Loonheffing 192  167 
Pensioenen 59  62 
Sociale lasten 104  94 
Totaal 3.063  1.494 

25. Overige schulden

  31 december 2025 31 december 2024
Vooruitontvangen subsidie 1.505  147 
Totaal 1.505  147 

26. Overlopende passiva

  31 december 2025 31 december 2024
Te verrekenen service- en stookkosten 183  277 
Nog te betalen bedragen 1.276  1.959 
Personeelsvereniging 22  16 
Niet vervallen rente 3.023  2.597 
Vooruitontvangen huur 510  541 
Reservering vakantierechten en overuren 352  327 
Reservering Glasfonds 226  192 
Totaal 5.592  5.909 

Financiële instrumenten

Sité maakt geen gebruik van derivaten om het rente- en kasstroomrisico af te dekken.

Algemeen

De belangrijkste financiële risico’s waaraan Sité onderhevig is zijn het marktrisico, valutarisico, het renterisico, het kredietrisico en het liquiditeitsrisico. Het financiële beleid van Sité is erop gericht om op de korte termijn de effecten van koers- en renteschommelingen op het resultaat te beperken en om op lange termijn de marktwisselkoersen en marktrentes te volgen. Sité maakt geen gebruik van financiële derivaten om de financiële risico’s die verbonden zijn aan bedrijfsactiviteiten te beheersen.

Marktrisico

Sité beheerst het marktrisico door stratificatie aan te brengen in de portefeuille en limieten te stellen.

Valutarisico

Sité voert alleen transacties in euro’s (€) uit en loopt geen valutarisico.

Renterisico

Sité loopt renterisico over de rentedragende vorderingen (met name onder financiële vaste activa) en rentedragende langlopende en kortlopende schulden. Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt de woningcorporatie risico ten aanzien van toekomstige kasstromen. Met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt Sité risico's over de marktwaarde.

Kredietrisico

Het gaat hierbij om het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen kunnen voldoen. Door het spreiden van transacties over verschillende financiële instellingen wordt getracht dit risico te beperken. Verder dienen de financiële instellingen te voldoen aan kredietwaardigheidseisen (rating). Dit is opgenomen in het treasurystatuut.

Liquiditeitsrisico

Het gaat hierbij om het risico dat over onvoldoende middelen wordt beschikt om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Dit geldt voor alle verplichtingen van Sité en haar tegenpartijen, ongeacht of dit nu crediteuren of financiële instellingen zijn. Sité heeft op verschillende manieren gewaarborgd dat zij altijd aan haar verplichtingen kan voldoen.

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Nieuwbouw- en renovatieprojecten

In 2025 zijn opdrachten verstrekt inzake nieuwbouw- en renovatieprojecten die op 31 december 2025 nog niet geheel waren uitgevoerd en dus slechts ten dele gefactureerd en in 2025 verantwoord. De resterende verplichting op 31 december 2025 uit hoofde van deze opdrachten bedraagt circa € 7,1 miljoen waarvan € 5,3 miljoen een looptijd heeft van maximaal 1 jaar en € 1,8 miljoen een looptijd heeft van 2 tot 5 jaar. De verplichtingen ultimo 2025 betreffen de projecten Heideslag, Spoorzone Asterstraat en de Noaberhoek. De verplichting van de Naoberhoek betreft aankoop van grond (€ 1.800.000) waarbij opschortende en ontbindende voorwaarden zijn opgenomen in de koopovereenkomst.

Aankopen

In 2025 heeft Sité de koopovereenkomst getekend voor de overname van wooncomplex De Bongerd in Steenderen van Stichting Habion in 2026. Het complex bestaat uit 20 appartementen, 1 studio/logeerruimte en drie bedrijfsruimten.

Subsidies

In het kader van de regeling Investeringsimpuls Verduurzaming Sociale Huurwoningen (Gelderse impuls subsidie) is in 2022 een voorschot van 80% van de verleende subsidie ontvangen. De 20% van de nog te ontvangen subsidie voor de renovatieprojecten die in 2025 nog niet in uitvoering zijn, bedraagt € 16.700. Daarnaast is er in 2024 in het kader van de Meer subsidie een voorschot ontvangen van 20% van de verleende subsidie en in 2025 60% van de verleende subsidie. De 20% van de nog te ontvangen subsidie voor projecten die nog niet in uitvoering zijn bedraagt € 1.219.000.

Jubileum-uitkeringen

Sité heeft de verplichtingen die ontstaan bij het uitkeren van jubileum-uitkeringen bij 12½, 25 en 40 jarig dienstverband en bij pensionering niet als verplichting in de balans opgenomen. Sité beschouwt de jubileum-uitkeringen als een onderdeel van de normale jaarlijkse personeelslasten. Deze visie wordt ondersteund door het feit dat de jubileum-uitkeringen min of meer gelijk over de jaren zijn verdeeld en hierbij geen 'pieken' zijn te onderscheiden. Daarbij zijn in het huidige arbeidsomgeving jubilea van meer dan 12½ jaar een grote uitzondering zodat het financieel belang minimaal is. In onderstaande tabel zijn de bedragen (contant) opgenomen van de verwachte jubileum-uitkeringen indien de huidige dienstverbanden doorlopen.

Jubileumuitkering bedragen x € 1,-  
2026 t/m 2030 67.349
2031 t/m 2035 80.448
2036 t/m 2040 30.385
Na 2041 122.361

Nederlandse pensioenregeling

De gehanteerde pensioenregeling van Sité is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW).
De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:

  • Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen.
  • Er is sprake van een middelloonregeling.
  • De pensioen(richt)leeftijd is 68 jaar.
  • De regeling kent zowel een partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd door middel van een opbouwregeling (uitkeringsovereenkomst). Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast. Deze is momenteel vastgesteld op 27% van de pensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor.
  • Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de afgeleide consumentenprijsindex voor alle huishoudens. Voor actieve deelnemers geldt dat het bestuur streeft naar verhoging met de loonontwikkeling van de branche Woningcorporaties. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.

De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:

  1. Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en
    bestuurders van de toegelaten instelling (en haar groepsmaatschappijen).
  2. De toegelaten instelling is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting.
  3. Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.

De (maand)dekkingsgraad van SPW bedraagt ultimo 2025 143,1% (ultimo 2024: 128,8%). De beleidsdekkingsgraad bedraagt ultimo 2025 134,9% (ultimo 2024 130,3%). Met deze beleidsdekkingsgraad voldoet het pensioenfonds aan de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,2% die is voorgeschreven door De Nederlandse Bank (DNB). Er is daarom geen sprake van een dekkingstekort. De dekkingsgraad is ook hoger dan de vereiste dekkingsgraad van 126,1%. Er is daarom ook geen sprake van een reservetekort.

Als gevolg van de invoering van de Wet toekomst pensioenen wordt de pensioenregeling van SPW aangepast. Spw is op 1 januari 2026 overgestapt naar de nieuwe regels voor pensioen. SPW wil gedurende de transitieperiode de soepeler regels voor indexatie toepassen. Voorwaarde daarvoor is het indienen van een transitieplan. SPW heeft het transitieplan (voor de periode tot 2026) op (1 november 2024) ingediend bij De Nederlandsche Bank.

In het transitieplan is opgenomen dat de compensatie voor het afschaffen van de doorsneesystematiek per leeftijdscohort direct gefinancierd wordt vanuit het collectieve vermogen op het moment van invaren per 1 januari 2026.

Loopbaanontwikkeling

Sité heeft de verplichting van het loopbaanontwikkelingsbudget niet als verplichting in de balans opgenomen. Sité beschouwt het loopbaanontwikkelingsbudget als een onderdeel van de normale jaarlijkse personeelslasten. En daarbij is het financieel belang minimaal. Over de afgelopen 5 jaar is het gemiddelde circa € 8 duizend per jaar.

Obligoverplichting

Als WSW-deelnemer heeft Sité een obligoverplichting. Deze obligoverplichting is gewijzigd. Sinds 1 juli 2021 onderscheidt het WSW een ‘jaarlijks obligo’ en een ‘gecommitteerd obligo’.

De gecommitteerde obligolening is een onderdeel van het borgstelsel van WSW en is een lening met een variabele hoofdsom (2,6% van de geborgde schuldpositie) waarop in beginsel niet getrokken wordt. Het WSW doet alleen een beroep op dit gecommitteerde obligo wanneer dat noodzakelijk is om zo middelen in liquide vorm beschikbaar te hebben voortvloeiend uit het risicovermogen in relatie tot geborgde verplichtingen. De maximale hoofdsom van de obligolening van Sité bedraagt ultimo 2025 € 6,2 miljoen (2024 € 5,9 miljoen). In 2024 is er geen trekking geweest waardoor de lening op 31 december 2025 nihil is.

Het jaarlijks obligo geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Door middel van heffing van jaarlijks obligo blijft het risicovermogen van WSW op peil. Het jaarlijks obligo is maximaal 0,34% van het geborgd volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar (circa € 0,87 miljoen). Op basis van de prognose van het risicovermogen stelt WSW jaarlijks vast of en in welke mate inning van jaarlijks obligo benodigd is.

Inkoop- en leaseverplichtingen

Sité heeft ultimo 2025 geen inkoop- en leaseverplichtingen.